Home

Kwetsbare kinderen overgeleverd aan soms wel zeven jeugdbeschermers

De jeugdbescherming in Groningen en Drenthe is onder de maat. Jeugdbescherming Noord kan kwetsbare gezinnen vaak geen vaste gezinsvoogd bieden. De organisatie dreigt haar vergunning te verliezen en kinderrechters verliezen het vertrouwen. Wat is er aan de hand?

is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over jeugdzorg en de toeslagenaffaire.

Kinderen komen bij de jeugdbescherming terecht als er signalen zijn dat zij thuis niet veilig zijn. Zulke gezinnen zijn gebaat bij een vast aanspreekpunt – oftewel één vaste jeugdbeschermer die het kind en diens ouders goed kent. Met die kennis kan de jeugdbeschermer bepalen wat nodig is om de veiligheid van de kinderen te garanderen, met in het uiterste geval een advies aan de kinderrechter om een kind uit huis te plaatsen.

Maar: Jeugdbescherming Noord kan zo’n vast aanspreekpunt niet waarmaken, ziet de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Die plaatste de organisatie vorige week onder verscherpt toezicht. Volgens de Inspectie krijgen ouders en kinderen niet de hulp die zij nodig hebben, wat de veiligheid van kinderen in gevaar kan brengen.

Want is er geen vaste jeugdbeschermer, dan kan bijvoorbeeld een ‘ingevlogen’ medewerker zonder het hele dossier te lezen bepalen wat er in een gezin gebeurt. Dat merkt ook Marian (39), een gescheiden moeder uit Drenthe die niet met haar echte naam in de krant wil. Sinds haar twee dochters in mei 2023 door de kinderrechter onder toezicht zijn gesteld, had ze contact met maar liefst zeven verschillende jeugdbeschermers. ‘Deze gezinsvoogden die nauwelijks iets van onze situatie wisten, besloten bijvoorbeeld over de omgangsregeling van mijn kinderen met hun vader, voor wie ze bang zijn.’

Volgens haar zijn haar kinderen daardoor in gevaar gebracht. Of dat zo is kan de Volkskrant niet verifiëren, maar zeker is dat de jeugdbescherming wettelijk verplicht is om een vast aanspreekpunt te bieden. Over het ontbreken hiervan diende Marian deze maand een klacht in bij de Inspectie.

Onder vuur

Jeugdbescherming Noord ligt al langer onder vuur. In september dreigt de organisatie haar vergunning te verliezen omdat zij niet aan de wettelijke normen voldoet. Wat is er aan de hand en wat betekent dat door de kwetsbare gezinnen in Noord-Nederland? En wat zegt dat over de algehele jeugdbescherming?

Marian is zeker niet de enige ouder die ontevreden is over hoe zij worden geholpen door Jeugdbescherming Noord. Al in december was objectief vastgesteld dat de organisatie onder de maat presteert. Volgens het Keurmerkinstituut, dat verantwoordelijk is voor de certificering, is de kwaliteit onvoldoende om zulke ingrijpende beslissingen in gezinnen te mogen nemen.

De organisatie kreeg negen maanden de tijd om weer aan de wettelijke normen te voldoen. Als dit voor half september niet is gelukt, verliest de organisatie haar vergunning. In dat geval moeten ongeveer duizend gezinnen in Groningen en Drenthe worden overgedragen aan een andere jeugdbeschermingsorganisatie.

Het probleem is dat meer jeugdbeschermingsorganisaties moeite hebben om aan de wettelijke normen te voldoen. Het merendeel kan niet alle gezinnen een vaste jeugdbeschermer bieden. Deze kwestie speelt dus zeker niet alleen bij Jeugdbescherming Noord. Maar van de veertien voor jeugdbescherming gecertificeerde organisaties is zij de enige waarvan het voortbestaan aan een zijden draadje hangt.

Wachtlijst

Wat er mis is, staat beschreven in een recent rapport van onderzoeksbureau AEF. Ouders in de knel komen er langdurig op een wachtlijst terecht. De slecht geleide organisatie lijdt onder een tekort aan gekwalificeerd personeel. De verzuim- en verloopcijfers zijn duizelingwekkend. Maar liefst de helft van de teamleden van de afdeling Drenthe vertrok vorig jaar.

Als gevolg hiervan zit een op de vijf gezinnen zonder vaste jeugdbeschermer, erkent een woordvoerder van Jeugdbescherming Noord. ‘Dat is heel vervelend voor hen, we zijn keihard bezig goede mensen te werven.’ Maar dat valt volgens haar niet mee, door de algehele arbeidskrapte. Het is moeilijk werk en de druk op de medewerkers is hoog. Veel jeugdbeschermers stappen over op een minder inspannende baan.

Jeugdbescherming Noord krijgt nu met een tijdelijke vergunning de kans orde op zaken te stellen tot het definitieve oordeel van het Keurmerkinstituut valt. Dat is onverantwoord, betoogden een groep betrokken ouders en hun vertegenwoordiger Marga de Groot bij de gemeenteraad van Groningen.

Ook anderen vragen zich af of zo’n aantoonbaar slecht presterende organisatie wel kan waken over de veiligheid van kinderen. ‘Ouders verliezen het vertrouwen als zij telkens een andere contactpersoon hebben bij de jeugdbescherming’, zegt Tirza van Brakel-Engberts, onafhankelijk raadslid in Assen. ‘Ze voelen zich niet serieus genomen als niemand zich echt in hun verhaal verdiept.’

Ondergrens

Ook sommige kinderrechters vinden dat de kwaliteit van Jeugdbescherming Noord nu echt door een ondergrens is gezakt. Dat blijkt uit enkele niet mis te verstane vonnissen.

De organisatie voldoet niet aan haar wettelijke verplichting, oordeelde kinderrechter Bart Tromp. In een vonnis in maart besloot hij daarom dat het gezin moet worden overgedragen aan een andere jeugdbeschermingsorganisatie: ‘In de korte periode dat het kind onder toezicht staat, zijn meerdere jeugdbeschermers kortstondig betrokken geweest, zonder dat sprake is van een vaste jeugdbeschermer die op de hoogte is van wat er speelt en kan aansluiten bij de hulpvraag die zowel het kind als haar ouders hebben.’

Zulke uitspraken kwamen ongelegen voor een organisatie die gespannen wacht op het eindoordeel over haar voortbestaan. Maar Jeugdbescherming Noord maakte de schade alleen maar groter door een klacht in te dienen bij de rechtbank Noord-Nederland, over ‘de bejegening van onze medewerkers in de rechtbank’. Daarna nodigde de rechtbank de organisatie in juni uit voor een gesprek waarna de klacht werd ingetrokken.

Jeugdbescherming Noord beklemtoonde later expliciet dat de klacht niet ging over de inhoud van rechterlijke uitspraken. Maar het feit alleen al dat de rechtbank die gesprekken voerde, viel slecht – onder anderen bij ouders als Marian, die met Jeugdbescherming Noord overhoop liggen. Voor hen blijft de verdenking staan dat de organisatie de rechtsgang ongeoorloofd heeft willen beïnvloeden. Een onpartijdige rechtbank hoort bovendien niet met procespartijen te spreken, vinden zij.

Vertrouwensdeuk

De kwestie sloeg een volgende deuk in het vertrouwen in de jeugdbescherming in Noord-Nederland. Daarvan is de kwaliteit zorgelijk, ziet ook de Kinderombudsman Margrite Kalverboer. In een recente brief aan de Tweede Kamer over de algeheel zorgelijke staat van jeugdbescherming beschreef zij haar waarnemingen tijdens haar bezoeken aan de rechtbank in Groningen. Zij woonde daar meerdere zittingen bij van een kinderrechter, over het uit huis- en terugplaatsen van kinderen.

‘Ik constateerde tijdens die zittingen dat het jeugd- en beschermingsbeleid zowel faalt richting de kinderen als richting hun ouders’, schrijft de Kinderombudsman. ‘Zij hebben onvoldoende invloed op beslissingen die grote impact hebben op hun leven. Ik zag een falend systeem van jeugdzorg. Ik zag dat beschikkingen van de kinderrechter niet of niet tijdig worden uitgevoerd.’

Deze tekortkomingen in de jeugdbescherming ziet de Kinderombudsman overigens in het hele land. Ook de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd hamert er al sinds 2019 op dat de jeugdbescherming kwetsbare kinderen onvoldoende beschermt. Omdat er sindsdien te weinig is verbeterd, wordt de toon van haar rapporten steeds wanhopiger.

Bij de aankondiging van het verscherpte toezicht op Jeugdbescherming Noord vorige week schreef zij: ‘De Inspectie ziet voortdurende knelpunten bij de jeugdbescherming en er zijn aanhoudend zorgelijke signalen en meldingen, maar er is geen aanpak die tot verbeteringen leidt.’

Verscherpt toezicht

De Inspectie stelt verscherpte toezicht in als zij denkt dat een instelling zelf niet in staat is de nodige verbeteringen te bewerkstelligen. De beslissing was voor de raad van toezicht van Jeugdbescherming Noord reden om af te treden, maakte de organisatie bekend. ‘Wij hopen dat wij snel genoeg nieuwe medewerkers aan ons kunnen binden zodat elk gezin een vaste jeugdbeschermer krijgt.’

Of dat lukt is maar de vraag. Ook de meeste andere jeugdbeschermingsorganisaties lukt het steeds vaker niet om een vaste jeugdbeschermer aan een gezin koppelen. Slechts vijf van de dertien door de Inspectie onderzochte organisaties krijgt dat binnen afzienbare tijd voor elkaar. Landelijk wachten zo’n 1.400 minderjarigen op een vaste jeugdbeschermer, zo’n 7 procent van het totaal.

Omdat het probleem inmiddels structureel is, hebben jeugdbeschermingsorganisaties hier een noodconstructie voor bedacht. Zo laat Jeugdbescherming Noord gezinnen voor wie geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar is helpen door een zogenoemd ‘cliëntenregieteam’. Dat stuurt verschillende jeugdbeschermers naar gezinnen zoals dat van Marian.

Verschillende jeugdbeschermingsorganisaties werken met zulke ‘doorstroomteams’ die verschillende jeugdbeschermers naar gezinnen op hun wachtlijsten sturen, ziet de Inspectie. Zo willen organisaties de werkdruk aanvaardbaar houden en voorkomen dat hun personeel vertrekt.

Lapmiddel

De jeugdbescherming zegt dat het niet anders kan gezien de huidige krapte. Maar de Inspectie maakt zich grote zorgen over de gevolgen voor de gezinnen die te maken krijgen met dit lapmiddel. ‘Het zou van tijdelijke aard moeten zijn want het voldoet niet aan de wettelijke norm’, zegt een inspectiewoordvoerder. ‘Die norm blijft dat gezinnen een vaste jeugdbeschermer moeten hebben.’

Moeders zoals Marian en haar kinderen zouden niet te maken moeten krijgen met soms wel zeven verschillende jeugdbeschermers. ‘Met toezicht kunnen wij de problemen in het jeugdbeschermingsstelsel niet oplossen’, zegt de Inspectiewoordvoerder. ‘Daarom willen we dat bestuurders hun verantwoordelijkheid nemen. Dat zij zelf transparant zijn over tekortkomingen en over de negatieve effecten hiervan voor jongeren en hun gezinnen. En dat zij problemen proberen aan te pakken, en niet berusten in onmacht.’

Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next