De Ploeg In het midden van het Groningse dorp Wehe-den Hoorn is kunstcentrum De Ploeg geopend, gewijd aan de bekende kunstenaarsvereniging uit begin 20ste eeuw. „Het is bijna stripachtig wat hij deed.”
Kunstcentrum De Ploeg is gevestigd in een monumentaal oud schoolgebouw in Wehe den Hoorn in de gemeente Het Hogeland.
Rijdend van Groningen naar Wehe-den Hoorn wordt het uitzicht steeds mooier. Kerktorens, oude wierdendorpen, water, weilanden, bomen. Meer dan honderd jaar geleden inspireerde deze omgeving de jonge Groningse kunstenaars die in 1918 vereniging De Ploeg oprichten. Ze wilden moderne kunst maken en zetten zich af tegen de traditionele realistische kunst van hun tijd. Onder andere Jan Wiegers, Johan Dijkstra, Jan Altink, George Martens en Alida Pott behoorden tot de oprichters. Sinds deze maand heeft Wehe-den Hoorn een kunstcentrum waar het werk van De Ploeg te zien is.
Directeur Merijn de Boer.
In de oude school in het midden van het dorp, naast de kerk, is sinds 8 juli kunstcentrum De Ploeg open voor bezoekers; in september is de officiële opening. Het pand, dat jarenlang leeg stond, is voor de opening grondig verbouwd. Twee keer per jaar is er een tentoonstelling te zien met werk van kunstenaars van De Ploeg en van eigentijdse kunstenaars. Ook komen er workshops, zoals schilderen in de stijl van De Ploeg.
De kunstenaars van De Ploeg, vooral schilders, lieten zich inspireren door de impressionistische en expressionistische kunst uit Duitsland en Frankrijk. De kunstenaars spraken met elkaar af om het anders te gaan doen, vertelt directeur Merijn de Boer. „Ze waren avant-gardistisch, ze wilden de kunst omploegen. Maar het was nooit één stijl of één lijn. Dat is het mooie van de groep, je ziet verschil in het werk van de kunstenaars. Dat zie je ook in onze eerste expositie. Ekke Kleima werkte in lagen, met vaak een dorpsgezicht, de horizon, een eenzame boom en op de voorgrond nog een drassig paadje. Jan van der Zee werkte in vlakken. Het is bijna stripachtig wat hij deed.”
Van deze twee kunstenaars van De Ploeg is werk te zien in het kunstcentrum, net als van onder andere Johan Dijkstra, George Martens, Alida Pott, Jan Wiegers, Jan Jordens en Jannes de Vries. „De leden van De Ploeg van het eerste uur zijn goed vertegenwoordigd. Het is lastig om te streven naar werk van alle leden. Het is een uitgebreide groep die over de jaren heen is veranderd”, zegt De Boer. Van Hendrik Werkman, een bekend lid van De Ploeg, is nu geen werk te zien. „Werkman was gericht op grafisch werk en minder op landschappen, waar de focus van de eerste tentoonstelling op ligt.”
Interieur van Kunstcentrum De Ploeg.
De Ploeg schilderde veel in Groningen, van de stad tot de dorpen. In de eerste tentoonstelling Het uitzicht van De Ploeg zijn die werken te zien. „Ze schilderden de bomen, de kerken, de dorpsaangezichten, maar ook plekken in de stad Groningen. De leden van De Ploeg gingen veel naar buiten om daar te schilderen. Het plezier van het buiten schilderen kan je in deze tentoonstelling goed zien”, zegt De Boer. „Voor mensen die wel eens op het Hogeland fietsen, is het een feest van herkenning. Voor wie van buiten de regio komt, is er veel te ontdekken. Het is provinciaal omdat het hier geschilderd is, maar niet vanwege de kwaliteit van het werk.”
De helft van de 42 schilderijen van de expositie komt uit particuliere collecties. Na een oproep door het kunstcentrum bij RTV Noord meldden honderden eigenaren van schilderijen van kunstenaars van De Ploeg zich bij het museum. Werken die normaal bij mensen thuis aan de muur hangen, zijn nu in het museum te zien. Ook nazaten van leden van De Ploeg hebben werk uitgeleend. Verder komen schilderijen van andere musea, gemeentehuizen in Groningen en het provinciehuis. Het kunstcentrum heeft geen depot en bezit zelf geen schilderijen, maar wel ander werk.
Een jaar geleden dreigde een groot kunstwerk van Jan van der Zee gesloopt te worden. In 1958 maakte hij een driedelige muurschildering voor een middelbare school in Veendam. Het gebouw werd vorig jaar gesloopt en daarmee zou ook de muurschildering verloren gaan. De gemeente Veendam schatte in dat het zo’n 100.000 euro zou kosten om het kunstwerk te verplaatsen en achtte het onzeker of dit zonder beschadigingen kon. Een groep liefhebbers, waaronder de kleindochter van de kunstenaar, zette zich in om het te redden. Ze zamelden geld in om het kunstwerk te kunnen verplaatsen. Het is nu het middelpunt van het café van het kunstcentrum.
De volgende expositie, die in september opent, gaat over ‘De kleuren van het Wad’. Daar is werk te zien van leden van De Ploeg die naar de Waddeneilanden gingen om daar schilderijen te maken en van kunstenaars van deze tijd, vertelt De Boer. „Hier in de tuin ligt de tjalk van George Martens, de Alida. Daarmee ging hij naar de Waddenzee. Het Wad heeft voor veel mensen een grauwe reputatie, maar het heeft wel kleur. Zeker in het werk van de schilders van De Ploeg.”
Info: kunstcentrumdeploeg.nl
Source: NRC