De almaar stijgende goudprijs leidt in West-Afrika tot goudkoorts. Naast kleinschalige goudzoekers springen ook overheden daarbovenop. ‘West-Afrikaanse landen pakken de controle over hun mijnen terug.’
Door Saskia Houttuin
Fotografie en video Guy Peterson
De 21e eeuw staat in het teken van een mondiale jacht op grondstoffen, die nodig zijn voor technologische ontwikkeling en de energietransitie. Kan Europa de achterstand, vooral op China, nog inlopen? En welke principes – op het gebied van mensenrechten en het milieu – moeten daarvoor wijken? Dat onderzoekt de Volkskrant deze zomer in een serie reportages.
Dit is de vijfde aflevering.
Aan de rand van Tomboronkoto, pal achter de grote moskee, begint een gebied dat zich als een gigantische gatenkaas uitstrekt naar de Gambiarivier. Metersdiepe groeven en gaten zijn hier lukraak in het roestrode zand gegraven: een goudmijn zoals er honderden meer zijn in het diepe zuidoosten van Senegal.
Kom maar kijken, gebaart de 19-jarige Woulaba Camara bij een van de gaten. Als jonge tiener groef hij zijn eerste mijnschacht, inmiddels is goudzoeken voor hem en zijn neven een routineklus. ‘In ons dorp werken we bijna allemaal met goud’, zegt hij. Met het juiste gereedschap kan iedereen hier zo aan de slag.
Particuliere goudzoekers in Tomboronkoto, met een put die dient als eenpersoonsmijn.
Aan een afdakje boven de put, provisorisch toegedekt met takken en vuilniszakken, hangt een stuk touw. Daaraan hebben ze een opengeknipte jerrycan vastgeknoopt, die ze de diepte in laten bungelen. Voorzichtig: in hun smalle eenpersoonsmijn hakken ze om en om met een houweel het gesteente uit de grond. Brokken waarin misschien wel wat kruimels goud zijn verborgen.
Ruim een tiende van het goud wereldwijd wordt in West-Afrika gedolven, uit diepe ondergrondse lagen van miljarden jaren oud gesteente. De ontdekking van een veelbelovende ader, een strook die dwars door de Sahel loopt, luidde twee decennia geleden een nieuw tijdperk van goudkoorts in. Internationale bedrijven sloegen massaal aan het graven, met in hun kielzog miljoenen particuliere goudzoekers, die overal waar ze kansen zien een eigen mijn ontginnen.
‘Je moet geluk hebben’, zegt Camara met een verlegen lach onder zijn stekelige dreadlocks. ‘Soms vind je maandenlang niets. Daarom delen we de opbrengst altijd met elkaar.’
Woulaba Camara
Iedereen weet hier: goudzoeken is net een loterij. En wie wint, wordt daar steeds beter voor beloond.
Nooit eerder was goud zoveel waard als nu. Een troy ounce (iets meer dan 31 gram), de standaardgewichtsmaat in de goudsector, tikt de 3.000 euro aan. Dat is bijna een verdubbeling ten opzichte van twee jaar geleden.
De goudprijs zal de komende jaren blijven stijgen, voorspelt econoom Daan Struyven, co-hoofd van de grondstoffen-onderzoeksgroep bij Goldman Sachs. ‘Geopolitieke projecties zijn altijd heel onzeker’, zegt hij via videoverbinding vanuit New York. ‘Maar de belangrijkste aanjager van hogere goudprijzen is een stijgende vraag van centrale banken. En we denken niet dat dit onmiddellijk gaat veranderen.’
Wat in 2022 als gevolg van de Russische inval in Oekraïne begon met het opkopen van goud door centrale banken, heeft dit jaar een grotere vlucht genomen door de onzekerheid over het handelsbeleid van de Amerikaanse president Donald Trump. ‘Goud wordt historisch gezien als een neutrale, veilige investering’, zegt Struyven. ‘Als er onzekerheid is in de wereld, doet goud het altijd goed.’
De goudzucht valt voor veel West-Afrikaanse landen samen met een politiek kantelpunt, een periode die wordt omschreven als nationalisme des ressources naturelles: grondstofnationalisme. In de afgelopen jaren lanceerden overheden de ene na de andere hervorming: van nieuwe mijnwetten tot ingetrokken licenties die ertoe moeten leiden dat de eigen economie en samenleving meer gaan profiteren van hun natuurlijke rijkdommen. En niet de politieke elite en buitenlandse multinationals, die zich hier decennialang hebben verrijkt.
Een mijnwerker haalt emmers water op in Bantako. Vrouwen aan het werk bij de goudmijnen in Tomboronkoto.
‘Je kunt het zien als een vorm van economische dekolonisatie’, zegt Ahamadou Mohamed Maiga, een in Canada gevestigde jurist die met zijn onderneming, de Extractive & Energy Investment Council, bedrijven en overheden in West-Afrika adviseert. ‘Landen willen de controle terugpakken over hun natuurlijke rijkdommen. Lange tijd zijn die gecontroleerd of geëxploiteerd onder omstandigheden die voortkomen uit historische machtsverhoudingen.’
Maiga wijst op de ‘slechte akkoorden’ die overheden in het verleden hebben gesloten met buitenlandse investeerders. ‘Zie het als een zoektocht naar een beter evenwicht tussen het Westen en het Mondiale Zuiden’, zegt hij. ‘Een streven naar meer rechtvaardigheid.’
In Senegal, waar sinds vorig jaar met het aantreden van president Bassirou Diomaye Faye een meer protectionistische wind is gaan waaien, probeert de overheid volgens Maiga ‘fouten uit het verleden’ recht te zetten. Die plannen beginnen vorm te krijgen. Zo maakte de nationale mijnautoriteit dit voorjaar bekend een eigen goudraffinaderij te willen bouwen. Ook wordt er gewerkt aan het optuigen van een eigen goudwisselkantoor.
Particuliere goudzoekers verzamelen zich voor een veiling in Bantako.
Dit moet helpen voorkomen dat Senegalees goud in de zakken van clandestiene handelaren verdwijnt. Omdat zo’n 80 procent van het gedolven goud over de grens naar buurland Mali wordt gesmokkeld, is Senegal volgens de overheid al miljarden euro’s misgelopen. Vanuit Mali wordt het goud (vaak illegaal) verhandeld naar onder meer de Verenigde Arabische Emiraten en Zwitserland.
De Senegalese plannen zijn mild vergeleken met die van Mali, Burkina Faso en Niger, drie oosterburen die in de afgelopen jaren in handen vielen van militaire junta’s en de botte bijl hanteren. Waar zij zich in de begindagen vooral bezighielden met het doorsnijden van militaire banden met het Westen, richten zij hun pijlen nu vooral op contracten met buitenlandse mijnbedrijven.
In Mali, waar de junta het credo hanteert dat ‘goud weer moet gaan glimmen’, liggen de autoriteiten al maandenlang overhoop met de Canadese mijnreus Barrick over Loulo-Gounkoto, een van de grootste goudmijnen ter wereld. Volgens een nieuwe wet moet het Canadese bedrijf met terugwerkende kracht fors meer belasting betalen, wat Barrick weigert. Een rechtbank oordeelde in juni dat Loulo-Gounkoto voor een half jaar onder staatstoezicht wordt geplaatst.
Bron: Openstreetmap Contributors
In Burkina Faso vraagt juntaleider Ibrahim Traoré zich hardop af waarom multinationals er nog goud winnen, ‘terwijl wij dat ook zelf kunnen doen’. In juni nationaliseerde het regime twee goudmijnen en drie vergunningen. De verwachting is dat meer buitenlandse ondernemingen moeten volgen. Al wordt voor Rusland, de belangrijkste bondgenoot van Burkina Faso, een uitzondering gemaakt: de Russische firma Nordgold kreeg in april juist een nieuwe licentie toegekend.
Maar ook Ghana, een land met een decennialange traditie van democratie en goede betrekkingen met het buitenland, nam soortgelijke stappen: sinds mei mogen goudhandelaren daar niet direct zakendoen met mijnen, maar moet alle handel lopen via Goldbod, een door de staat opgerichte goudautoriteit.
In Tomboronkoto, ruim 700 kilometer van de hoofdstad Dakar, haalt goudzoeker Moussa Cissokho zijn schouders op. Handelsketens, presidentiële besluiten, geopolitieke omwentelingen die de goudprijs opdrijven – ze voelen hier ver weg. ‘We werken gewoon’, zegt hij. ‘Geen idee waarom we er nu meer voor krijgen.’
Moussa Cissokho
De beetjes goud verkoopt hij aan een handelaar in het dorp, die ze op zijn beurt verkoopt aan een tussenpersoon in de regionale hoofdstad Kédougou. Van daaruit gaat het zeer waarschijnlijk de grens over naar Mali, al weet Cissokho dat nooit zeker: ‘Het enige dat ik weet is dat het de markt opgaat.’
Lange tijd werkte Cissokho als boer, maar dat bracht zo weinig op dat hij acht jaar geleden volledig overstapte op goud. Dat was zo gedaan; de dorpsmijn ligt letterlijk op een steenworp afstand van zijn woning. In zijn tuin hebben hij en zijn vrouw Penda al het benodigde gereedschap verzameld: een door motorolie aangedreven steenbreker, een zeefmat en een emmertje waarin ooit mayonaise zat, maar dat nu iets veel giftigers bevat: kwik.
Moussa Cissokho en zijn vrouw scheiden het goud van het gruis in Tomboronkoto.
Een paar druppels zijn genoeg om het goud van het gruis te scheiden, legt Cissokho uit. Even afbranden en hij houdt een perfect klompje over. Dat kwikdampen slecht zijn voor zijn longen en de natuur, weet hij ook wel. ‘Maar er is geen alternatief’, zegt hij. ‘We moeten het risico wel nemen.’
Kwik is niet zijn grootste zorg, hij heeft wel wat anders aan zijn hoofd. Waar de Senegalese autoriteiten zich voorheen hier nooit lieten zien, heeft de politie de illegale mijnvelden bij Tomboronkoto al meerdere keren opgedoekt. Vaak nemen zij dan ook materieel in beslag. Zodra zij vertrekken, komen de mijnwerkers weer tevoorschijn. Het leger is dit jaar eveneens ingezet: op sociale media deelt het aan de lopende band foto’s van mijnen die door soldaten zijn ontmanteld.
Een Senegalese soldaat houdt de wacht bij een gesloten mijnveld in de regio Kedougou nabij de grens met Mali.
Amaury Falt-Brown / AFP
Daarmee probeert de overheid niet alleen meer controle te krijgen over de grondstoffen, maar ook een extra slag te slaan, zegt Paulin Maurice Toupane, analist bij het Institute for Security Studies, een non-profitorganisatie die veiligheidsvraagstukken in Afrika onderzoekt. ‘De Senegalese autoriteiten zijn zich bewust van de terroristische dreiging vanuit buurland Mali en goudmijnen spelen daar een belangrijke rol in.’
Paulin Maurice Toupane
Volgens het Institute for Economics and Peace is het aantal geweldsincidenten rondom goudmijnen in de Sahel de afgelopen jaren fors toegenomen. ‘Veel vormen van conflict, waaronder terreur, zijn in de Sahel nauw verbonden met goudwinning’, schrijven onderzoekers in hun meest recente Global Terrorism Index, een jaarlijks gepubliceerde ranglijst van ’s werelds grootste terreurhaarden. ‘De controle over de gebieden waar goud wordt gewonnen en vervoerd is voor hen cruciaal (...) om meer invloed uit te oefenen op de lokale bevolking.’
Bron: ACLED, IEP Calculations
Of het machtsvertoon van de overheid ook werkelijk iets uithaalt, valt te betwijfelen. ‘Goudzoekers trekken altijd hun eigen plan’, zegt Toupane. Niets wijst erop dat er minder wordt gedolven. Sterker nog: zowel bewoners als deskundigen die de Volkskrant sprak beamen dat er juist een opleving is aan nieuwelingen die in de goudsector hun geluk willen beproeven.
Zo is Bantako van een slaperig plaatsje uitgegroeid tot een van de grootste mijnwerkersdorpen in het land. Duizenden mensen trokken hier de afgelopen jaren naartoe. Vanuit Senegal, maar ook vanuit een tiental andere West-Afrikaanse landen. ‘We zijn met veel’, knikt Mamadou Teli Bah. Zijn jas en spijkerbroek zijn wit van het fijne gruis dat boven de schachten dwarrelt.
De hoofdstraat van Bantako, dat is uitgegroeid tot een van de grootste mijnwerkersdorpen in het land.
Mamadou Teli Bah
Amadou Diallo
Nog maar enkele jaren geleden werkte hij in Guinee als taxichauffeur. En kijk hem nu, lacht hij: uitbater van een eigen mijnschacht, waar hij leiding geeft aan een twaalfkoppig team. Zijn mannen selecteert hij op kwaliteit: ‘Moed, levenslust, kracht, geduld’, somt hij op met luide stem, om boven het gebrom van door generatoren aangedreven katrollen uit te komen.
In tegenstelling tot Tomboronkoto werken ze hier volgens een systeem: aan weerszijden van de weg staan lange rijen met om de paar meter een nieuwe put. Verdeeld over urenlange shifts laten de mijnwerkers zich in groepjes van vier naar beneden zakken.
Amadou Diallo, geboren in Bantako en volgens hem daarmee voorbestemd tot een leven als mijnwerker, schat de diepte in op 10 à 15 meter – ‘Valt best mee’, zegt hij, kort nadat hij uit een schacht is geklauterd. De mijnen worden gestut door dunne boomstammen. Soms gaat dat mis: vorig jaar kwamen hier drie mannen om het leven door een val of ingestorte mijn. De onvoorspelbaarheid hoort nu eenmaal bij goudzoeken, zegt Diallo. ‘Het leven is een gok.’
Saskia Houttuin is correspondent Sub-Sahara Afrika voor de Volkskrant. Zij woont in Dakar, Senegal.
Guy Peterson is een Britse freelance fotojournalist gevestigd in Dakar, Senegal, vanwaar hij West-Afrika bestrijkt.
Beeldredactie Gabriel Eisenmeier
Eindredactie Carlijne Vos en Patrick Engelsma
Graphics Stefan Pullen
Vormgeving Titus Knegtel
Europa heeft groene waterstof nodig, maar geen ruimte om het zelf te produceren. Dat moet in Namibië gaan gebeuren: een megaproject, dat duizenden banen zou opleveren voor de bevolking. Maar terwijl jonge Namibiërs dromen van werk in groene waterstof, haakt Europa langzaam af.
De Europese Unie heeft haar zinnen gezet op lithium uit Servië. Maar de bouw van een mijn in de Jadarvallei ontwricht de lokale gemeenschap: bewoners zijn uitgekocht en verhuisd, het landschap is vergiftigd. ‘Op deze manier vervreemdt de EU de Servische bevolking van zich.’
Europa heeft een achterstand in de jacht op kritieke grondstoffen die nodig zijn voor de energietransitie zoals lithium en kobalt. Hoe denkt Europa deze achterstand in te lopen?
In de Copperbelt van Zambia is de invloed van China alomtegenwoordig, mede dankzij de aanleg van de Tazara-spoorlijn. Uit strategische overwegingen waagt ook de EU zich op de aardmetalenmarkt. En aan zijn eigen Afrikaanse spoorproject: de Lobito-corridor. Is China nog in te halen? En wat heeft Zambia daaraan?
Source: Volkskrant