Wie de erfbelasting wil verhogen, kan in het huidige verrechtste politieke klimaat misschien maar beter even wachten tot na de verkiezingen. Toch is het een prima idee.
SP-leider Jimmy Dijk kwam onlangs met het voorstel om de erfbelasting voor erfgenamen die meer dan een ton ontvangen te verhogen naar 75 procent. Hoewel het weinig verrassend kan zijn dat de leider van de socialistische partij met een dergelijk idee komt, kon het voorstel op een hoop kritiek rekenen. Hoewel 80 procent van alle erfenissen in Nederland volgens Dijk niet meer dan een ton bedraagt, zou zijn plan vooral de middenklasse raken.
Enkele dagen later trok Dijk zijn socialistische keutel alweer in, door opeens 75 procent boven een bedrag van 500 duizend euro te opperen, in plaats van een ton. Het zoveelste voorbeeld van het feit dat politiek niet langer aanbod- maar vraaggestuurd is. De kans om nu eens werkelijk over de erfbelasting te discussiëren, bleef onbenut. En ideologisch en inhoudelijk debat over het onderwerp, bleef totaal achterwege.
Max van den Berg is student interdisciplinaire sociale wetenschappen aan de Universiteit Utrecht.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Ex-strafpleiter Bram Moskowicz legde bij Nieuws van de Dag het argument op tafel dat een erfenis geld betreft waar al eerder belasting over is betaald. Opiniemaker Wierd Duk zei iets vergelijkbaars. Dit is echter klinkklare onzin: een erfenis is namelijk nieuw inkomen voor de ontvanger, die daar dus nog niet eerder belasting over heeft betaald. Zouden Moskowicz en Duk de caissière in de supermarkt ook op de vingers tikken, wanneer zij de btw over hun boodschappen afrekenen?
Wederom werd duidelijk hoezeer de erfbelasting door velen gehaat wordt. Overledenen liggen nog niet koud, of erfgenamen krijgen thuis al een brief op de mat. Dat wringt bij mensen. Het is op zijn zachtst gezegd een gevoelige kwestie. Zeker bij een groeiende groep libertair ingestelde mensen in ons land.
Dat is zonde, want er zijn wel degelijk redenen om te pleiten voor het verhogen van de erfbelasting in Nederland. Om te beginnen is het ronduit vreemd dat geld waarvoor is gewerkt op dit moment zwaarder wordt belast dan geld waarvoor niet is gewerkt. Het verhogen van de erfbelasting is daarnaast een uiting van solidariteit, omdat het idealiter niet uit zou moeten maken waar je wieg heeft gestaan.
In Nederland is de inkomensongelijkheid relatief laag, maar de vermogensongelijkheid groot. Hoewel de trend dalende is, bezit de rijkste 10 procent huishoudens nog altijd 56 procent van het totale vermogen. Dit is de derde reden om te pleiten voor het verhogen van de erfbelasting voor de allerrijksten in de samenleving.
Een belangrijke morele vraag blijft echter of een staat de legitimiteit heeft om op dusdanige wijze te snijden in het privévermogen van mensen. Belangrijker nog is, mijns inziens, de vraag wat er vervolgens met dit geld gedaan zou moeten worden. Wordt er met deze opbrengsten geïnvesteerd in wapens, bijvoorbeeld?
Op dit moment hangen de tarieven voor de erfbelasting af van het soort erfgenaam. Een belastingvrije voet is er momenteel niet, kinderen en partners betalen minstens 10 procent. Kleinkinderen betalen 18 procent en overige erfgenamen 30 procent. Boven het bedrag van 154.197 euro zijn de percentages respectievelijk 20-, 36- en 40 procent.
Sander Schimmelpenninck betoogt in 2023 in zijn pamflet Sander en de brug om alle vormen van inkomen op dezelfde manier te belasten. Hier betreft het inkomen uit werk/arbeid, winst uit vermogen, schenkingen en erfenissen. Volgens de berekeningen die hij heeft laten uitvoeren, zou zo’n herziening van ons belastingsysteem de staat een bedrag van 13 miljard euro per jaar opleveren. Specifiek het verhogen van de erf- en schenkbelasting, zou de staatskas jaarlijks doen toenemen met 4,8 miljard euro.
Bovendien opperde Schimmelpenninck het idee om in het kader van kansengelijkheid een startkapitaal ter waarde van 100 duizend euro ter beschikking te stellen voor iedere 25-jarige in Nederland. Daartegenover zou staan dat iedere jongere een jaar maatschappelijke diensttijd zou moeten verrichten.
De ‘voor wat hoort wat’-gedachtegang is in elk geval interessant. De overheid neemt, maar geeft ook terug. Er ontstaat een soort contract tussen burger en overheid. Of een ‘deal’, zoals velen het vandaag de dag waarschijnlijk zouden noemen.
De overheid zou dan ook iets tegenover de erfbelasting moeten plaatsen. Eigenlijk zou de overheid alle opbrengsten moeten investeren in onderwijs of armoedebestrijding. Oftewel, beleidsterreinen die raken aan het vergroten van kansengelijkheid en solidariteit. Dat is de enige wijze waarop het fors verhogen van de erfbelasting te legitimeren valt. Lukraak een percentage roepen en vervolgens niet uitleggen waaraan die miljarden euro’s ten goede moeten komen, zoals Jimmy Dijk deed, is niet bepaald slim.
Het debat over de erfbelasting is inmiddels verder bemoeilijkt. In het stevig verrechtste Nederland begeeft iedere politicus die zich uitspreekt over dit onderwerp zich op glad ijs. Je glijdt uit, graaft je eigen graf. En het enige wat je partij wellicht erft, is een minuscuul aantal zetels bij de volgende verkiezingen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant