Home

Opinie: Waarom burn-out wél bestaansrecht heeft, en wat psychiaters kunnen leren van psychologen

Een burn-out mag dan overlap vertonen met sommige vormen van depressies en angststoornissen. Maar dat betekent niet dat de diagnose niet valide is; er zijn namelijk ook grote verschillen.

Volgens psychiater Christiaan Vinkers, hoogleraar stress en veerkracht bij het Amsterdam UMC, is een burn-out een wetenschappelijk slecht onderbouwde diagnose. De psychiater stelt dat burn-outklachten sterk overlappen met die van wetenschappelijk beter onderbouwde psychische aandoeningen, zoals depressie en angststoornissen. Veel verzuim als gevolg van dit psychische leed zou voorkomen kunnen worden als we stoppen met burn-out als diagnose, stelt Vinkers. Ik zie dat anders.

Aard van de klachten

Een burn-out wordt, in tegenstelling tot een depressie of angststoornis, vaker psychologisch dan psychiatrisch behandeld. Terecht: de aard van de klachten vraagt immers om een aanpak die is ingebed in de werkcontext en in het dagelijks functioneren van mensen. Of zoals hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie Wilmar Schaufeli en huisarts Richard Starmans in het Volkskrant-artikel het verwoorden: de diagnose burn-out komt voort uit de psychologie, omdat die normale mensen ziet uitvallen door een abnormale situatie of gebeurtenis. Bijvoorbeeld op het werk, of door een maatschappij die steeds hogere eisen stelt.

Over de auteur

Alan Mukriani is geneeskundestudent aan de Universiteit Utrecht.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Toch zijn er in de praktijk ook psychiaters betrokken bij de behandeling van mensen met burn-outklachten – zeker wanneer klachten verergeren of wanneer er sprake is van overlap met andere aandoeningen. Juist daarom is het belangrijk dat ook binnen de psychiatrie burn-out als zelfstandig fenomeen serieus genomen wordt. Niet om het te medicaliseren, maar om het beter te begrijpen. De psychologie heeft namelijk al decennialang ervaring met stressklachten en copingmechanismen, ook als daar geen objectieve medische oorzaak voor is. Van die inzichten kan ook de psychiatrie profiteren.

Neurobiologie

Het idee dat klachten pas ‘echt’ zouden zijn als er iets meetbaars mis is in het brein, blijkt hardnekkig. Maar dat is zelden het geval bij psychische aandoeningen. In de psychiatrie wordt er grotendeels gewerkt met syndroomdiagnosen: herkenbare patronen van psychische symptomen en verschijnselen bij een groep mensen, zonder dat er altijd een afwijking in de hersenen zichtbaar is. En het feit dat behandelingen zoals psychotherapie of medicatie werken, wordt regelmatig gezien als bevestiging van de diagnose – ook zonder objectieve biomarker. Die manier van redeneren past ook bij burn-out: de klachten zijn reëel, maar vragen om andere oplossingen dan medicatie.

Het stresskwetsbaarheidsmodel helpt om dat beter te begrijpen. Dit model laat zien dat klachten ontstaan uit een samenspel van stress, persoonlijke gevoeligheid en de omgeving. Niet iedereen met dezelfde werkdruk krijgt een burn-out. Dat heeft te maken met iemands draagkracht, copingstijl, culturele achtergrond en maatschappelijke context. Precies daarom vraagt burn-out om een aanpak die breder kijkt dan alleen naar het individu.

De psychiatrie onderscheidt zich van andere medisch specialismen, doordat maatschappelijke en culturele ontwikkelingen er een grotere invloed op hebben. Waar een longontsteking medisch vaststaat, evolueren psychiatrische diagnosen vaker mee met veranderende inzichten, taal en maatschappelijke zorgen. Dat is geen zwakte, maar juist een kracht van het vakgebied: het erkent dat psychisch lijden zich uit in context. Als er in de samenleving een duidelijke en groeiende behoefte is om burn-out als aparte diagnose te erkennen – juist omdat veel mensen vastlopen in hun werk en herstel – dan zou de psychiatrie niet alleen mogen twijfelen aan de status van die term, zonder ook te moeten luisteren naar de maatschappelijke ervaring die daaraan ten grondslag ligt.

Overlap

Er is inderdaad een overlap tussen bepaalde burn-outklachten en sommige aspecten van andere psychische aandoeningen, zoals depressie en angststoornissen. Dat betekent echter niet dat de behandeling per definitie beter een psychiatrische zou moeten zijn, die gepaard gaat met medicatie. Zo zijn er veel gelijkenissen met de zogeheten niet-melancholische variant van depressie. En juist deze variant reageert beter op psychosociale interventies dan op medicatie, zoals bij een klinische depressie.

Angstremmers en kalmeringsmiddelen kunnen stressklachten verminderen, maar veranderen niets aan de oorzaken van overbelasting. En de slaapstoornissen, die vaak gepaard gaan met een burn-out, vragen om cognitieve gedragstherapie gericht op slaaphygiëne, ontspanning en psycho-educatie. Onderzoek bevestigt dat de medische behandeling van burn-out vooral symptomatisch zou moeten zijn. Antidepressiva worden zelfs afgeraden omdat zij de ontregeling van het stresssysteem van het lichaam, de HPA-as, juist verergeren.

Burn-out is, kortom, geen psychische aandoening die je zomaar onder depressie of een angststoornis kunt scharen. Het vraagt om een aanpak gericht op werkstress, grenzen stellen en herstel van balans. Erkenning als een apart psychologisch fenomeen betekent niet dat we het moeten medicaliseren, maar dat we moeten investeren in betere samenwerking tussen zorgverleners.

Een burn-out is geen modewoord of gemaskeerde depressie – het is een alarmsignaal van een systeem dat mensen structureel overbelast.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next