Home

De Ronde van Frankrijk 2025 was in vele opzichten opmerkelijk. Hoe kwam dat?

Dat Tadej Pogacar zou winnen, was niet de grootste verrassing. Het parcours, de concurrentie en het ongekende herstelvermogen van de renners tekenden de contouren van de Tour van de toekomst.

schrijft voor de Volkskrant over wielrennen.

Toen Mathieu van der Poel met een etappezege op zak en na vier dagen in de gele trui te hebben gereden in de zevende etappe van de Tour voor Tadej Pogacar het hoofd moest buigen, sprak hij zijn verbazing uit over het niveau van het huidige peloton. ‘Ik vraag me soms af hoe anderen elke dag zo goed kunnen herstellen’, zei hij, toch ook niet de minste duuratleet. ‘Ik ben blij dat ik me vooral op de klassiekers kan richten.’

Dat betekende natuurlijk niet dat hij het daarna rustig aan zou doen. Twee dagen later trok hij, smaakmaker van de eerste week en blind voor zijn eigen grenzen, samen met zijn ploeggenoot Jonas Rickaert drie uur lang aan meer dan 50 kilometer per uur gemiddeld door het hart van Frankrijk, in de hoop om Rickaert op het Tourpodium te krijgen – hetgeen ook lukte, als strijdlustigste renner van de dag.

Het gebeurde in een rit die nog niet zo lang geleden door een sprintersploeg onder controle zou zijn gehouden en zou eindigen in een massasprint. Maar die wandeletappes zijn verleden tijd. In de geschiedenis van de Tour de France was het slechts één rit sneller gegaan, in 1999, toen sprinter Mario Cipollini won, na een dag met de wind in de rug door dezelfde regio.

Van der Poel smeet nog een laatste keer met zijn krachten in Toulouse, leefde heel even in de veronderstelling dat hij een tweede rit ging winnen terwijl hij in werkelijkheid nog twee man voor zich had, en begon vanaf dat moment te snotteren en te kuchen. Dat virus ontaardde uiteindelijk in een longontsteking. Na twee weken Tour moest hij opgeven. Hij had te veel van zijn lijf gevraagd. En dat gold voor een aanzienlijk deel van het peloton.

De Tour de France van 2025, gewonnen door wie anders dan Tadej Pogacar, gaat in z’n geheel de geschiedenisboeken in als de snelste editie aller tijden. Bijna 3.300 kilometer met onderweg meer dan 50.000 hoogtemeters werden in een recordtempo van 43 per uur gemiddeld afgeraffeld, zowat een volle kilometer per uur harder dan ooit tevoren.

Daar zijn natuurlijk duizend-en-een verklaringen voor. Zoiets kan liggen aan de wind en andere omstandigheden onderweg, maar aan de reacties van uitgeputte renners, de winnaar incluis, kan worden opgemaakt dat het toch vooral met het eigen koersgedrag en het niveau in de breedte te maken had.

Het viel de voorbije drie weken geen moment stil, zei Tadej Pogacar afgelopen zaterdag, toen zijn vierde zege hem nauwelijks nog kon ontgaan. ‘Deze Tour was anders dan ik heb meegemaakt. Het is geen dag rustig gegaan. Bijna elke etappe was crazy, vol gas van start tot finish.’

Veel is de laatste maanden al gezegd en geschreven over de revolutie in de sport op het gebied van wat stafleden van wielerploegen ‘race fueling’ noemen: voeding voor, tijdens en na de koers. Ten opzichte van een aantal jaar geleden is de maximale consumptie van koolhydraten per uur en vooral de maximale opname daarvan verdubbeld, waardoor wielrenners veel minder snel moe worden.

In die wetenschap vliegen wielrenners er vanaf het startsein onbevreesd in en houden ze hun inspanning vaak vol tot aan de finish, vier, vijf uur later. Door eenzelfde soort progressie herstellen renners na hun inspanning ook veel sneller dan voorheen. Ze kunnen met andere woorden blijven gaan, en dat maakte deze Tour zo aantrekkelijk om naar te kijken.

Doping

Uiteraard zorgde die almaar voortdurende aanvalslust ook voor de nodige argwaan in een sport die vooral eind jaren negentig tot op het bot getroffen werd door dopingschandalen.

De speciaal opgerichte dopingredactie van de Duitse omroep ARD publiceerde vlak voor de Tour-start in Lille een documentaire waarin twee anonieme klokkenluiders, oud-renners, vertelden dat doping nog altijd massaal aanwezig is in de sport en dat er nog steeds een omerta heerst. Waar destijds epo het middel was waar veel renners hun toevlucht toe zochten, zou dat tegenwoordig AICAR zijn, een medicijn dat in experimenten bij muizen een toename in het uithoudingsvermogen van 63 procent liet zien. Nog niet alle varianten van het middel zouden goed opgespoord kunnen worden. Renners die erover uit de school wilden klappen, zouden met de dood zijn bedreigd.

Gek genoeg kreeg de documentaire nauwelijks tractie en werd ook aan de Sloveense verzorger van de Britse ploeg Ineos, die vanwege verdachte berichtjes uit 2012 deze Tour moest verlaten, weinig aandacht besteed. Er wordt niet meer over doping gesproken, zeggen renners en hun ploegleiders, omdat de cultuur van valsspel definitief veranderd zou zijn.

Parcours

Dat het zo hard ging, had overigens ook alles te maken met het werk van parcoursbouwer Thierry Gouvenou. Waar in het verleden een eerste, vlakke Tour-week soms enkel voor sprinters was of juist zo lastig begon dat vooral klassementsrenners er iets te zoeken hadden (denk Bilbao 2023, Florence vorig jaar), nodigden de eerste tien dagen van deze Tour zo’n beetje alle renners uit om voor hun eigen kansen te gaan.

Sprinters, punchers, mannen van het klassement; ze hadden allen iets te winnen of juist te verliezen in de omgeving van startplaats Lille, en daarna via Bretagne richting het Centraal Massief. Het mooie was dat er daardoor vanaf etappe twee strijd was tussen de groten der aarde: Mathieu van der Poel, Tadej Pogacar en Jonas Vingegaard, die in Boulogne-sur-Mer ook in die volgorde binnenkwamen.

Eindelijk, vier jaar na zijn emotionele ritzege ter ere van zijn grootvader, had Van der Poel zijn tweede Tour-etappe binnen, op een parcours dat de eerste dagen voor hem leek te zijn getekend. Plus de gele trui, waar hij geheel naar verwachting vier dagen later tijdens een vlakke tijdrit in Caen ook weer uit werd gereden, om die een dag nadien met een uiterste krachtsinspanning tóch weer terug te pakken – met één seconde speling. Dat het geel in de eerste twaalf dagen van de Tour vijf keer van schouders wisselde maakte de Tour des te leuker, want onvoorspelbaar.

Pogacar hoefde het geel nog niet te hebben. Elke dag zonder die dekselse trui scheelde hem na afloop van de rit anderhalf uur praten met de pers. Daarom was het ook niet erg om de Ierse renner Ben Healy, vleesgeworden vechtlust met kromme schouders, een baardje, oorbellen en vlashaar, aan het eind van drie weken Tour de France bovendien beloond met de prijs voor de strijdlust, twee dagen in het geel te gunnen. In de Pyreneeën pakte Pogacar de trui terug en stond die niet meer af.

Schaduwfavorieten

Terugkijkend kan worden geconcludeerd dat Tadej Pogacar zijn vierde Tour heeft gewonnen dankzij slechts twee dagen waarop Jonas Vingegaard ver van zijn gebruikelijke niveau verwijderd bleef, namelijk tijdens de tijdrit in Caen (verlies 1.05 minuut) en de bergrit met finish op de Hautacam (verlies 2.10 minuut). Achteraf bekeken was de Tour toen al gespeeld.

In de klimtijdrit naar Peyragudes was het verschil tussen de twee nog maar 36 seconden en daarna wist Vingegaard zijn nemesis steeds te schaduwen, tot het moment dat de Sloveen er in de laatste paar honderd meter van een bergrit nog vandoor sprintte en een paar tellen bij elkaar sprokkelde. Maar het krachtsverschil werd gaandeweg de Tour minder groot, waardoor de hoop op een wonderbaarlijke ommekeer bleef bestaan.

Vingegaard en zijn ploeg Visma-Lease a Bike deden er alles aan om Pogacar te isoleren en bij een overtalsituatie te breken, maar dat gebeurde geen moment. Die uitputtingstactiek tergde Pogacar wel degelijk. In de pers uitte hij regelmatig zijn kritiek, maar ondanks zijn chagrijn en toenemende vermoeidheid bleek hij over drie weken simpelweg te sterk.

Die andere schaduwfavoriet, Remco Evenepoel, stapte in de veertiende rit huilend af. Later zou blijken dat hij al die tijd fietste met een gebroken rib, opgelopen bij een val tijdens het Belgisch kampioenschap een week voor de Tour begon.

Zijn vertrek maakte ruimte voor een ontluikend talent uit Duitsland. Voormalig biatleet Florian Lipowitz (24) ontpopte zich tijdens zijn eerste Tour als factor om rekening mee te houden in de nabije toekomst, zelfs voor Pogacar.

Omdat Pogacar en Vingegaard in de tweede helft van de Tour vooral met elkaar bezig gingen, kregen renners die met andere doelen dan het algemeen klassement naar Frankrijk waren gekomen de kans om voor dagsucces te gaan.

Thymen Arensman, in de Giro afgelopen mei als klassementsrenner niet voor het eerst ten onder gegaan aan de prestatiedruk die hij zichzelf had opgelegd, werd in rit tien naar Le Mont-Dore tweede, maar bewees zichzelf daarna een enorme eer door eerst de veertiende etappe naar Superbagnères te winnen en zes dagen later ook de bergrit naar La Plagne.

Om die historische prestatie in perspectief te zetten: Joop Zoetemelk was in 1976 de enige Nederlander die er ook in slaagde om in dezelfde Tour meerdere bergritten (drie stuks) te winnen. De vraag is nu of hij het zelfvertrouwen dat die twee overwinningen ongetwijfeld heeft opgeleverd kan meenemen in het vervolg van zijn carrière. Hij mag de overtuiging gaan toelaten dat hij zich kan meten met de beste klimmers ter wereld.

Als een nachtkaars

Hoe spectaculair de Tour begon, zo ging de strijd om het algemeen klassement tijdens in de Alpen als een nachtkaars uit. Wellicht was het parcours er te veel aan, moesten er in twee dagen zoveel hoogtemeters bedwongen worden dat het een ontmoedigend effect had.

Tijdens de zwaarste bergetappe in ruim 25 jaar deed Visma-Lease a Bike afgelopen donderdag nog wel een laatste poging om Pogacar op zijn knieën te krijgen, maar zowel het collectief als het individu Vingegaard, die vooraf zei dat hij in de vorm van zijn leven verkeerde, waren niet sterk genoeg om de Tour te winnen.

Ze zullen terug naar de tekentafel moeten om te kijken hoe ze volgend jaar kunnen voorkomen dat Pogacar zijn vijfde Tour gaat winnen. Met die overwinning zou hij op zijn 27ste al mederecordhouder worden, naast Bernard Hinault, Jacques Anquetil, Miguel Indurain en Eddy Merckx, een rijtje grootheden waartussen hij al lang niet meer misstaat.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next