In VN-verband wordt deze week gepraat over het Palestijnse recht op zelfbeschikking. De Franse president Macron maakte al bekend Palestina te erkennen als staat. Andere westerse landen kreeg hij vooralsnog niet mee. Een herkansing volgt in september.
schrijft vanuit Istanbul over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden.
Dan maar een tandje minder. De conferentie maandag en dinsdag bij de Verenigde Naties in New York over de tweestatenoplossing voor het Palestijns-Israëlisch conflict is minder ambitieus dan de vergadering die aanvankelijk gepland stond voor medio juni, maar werd uitgesteld vanwege de aanval van Israël op Iran.
Die speciale top zou vier dagen duren en zou worden bijgewoond door staatshoofden en regeringsleiders. Voor de bijeenkomst vandaag en morgen, slechts twee dagen, zijn alleen de ministers van Buitenlandse Zaken uitgenodigd. Zelfs de beide organisatoren, de Franse president Emmanuel Macron en de Saoedische kroonprins Mohammad bin Salman, laten zich niet zien.
Ook inhoudelijk ligt de lat lager. Vermoedelijk had Macron gehoopt de top van medio juni te kunnen afsluiten met de aankondiging dat diverse westerse landen overgaan tot het erkennen van de staat Palestina. Zelf hield de president de kaarten nog even tegen de borst, terwijl hij zijn diplomatieke dienst overuren liet draaien om zo’n gezamenlijke stap mogelijk te maken.
Die stap kwam er niet, al was het maar omdat de bijeenkomst werd afgeblazen. Ook deze week zal de stap er niet komen. Hoewel veel westerse regeringen aan het schuiven zijn, ook vanwege de meedogenloze behandeling door Israël van de Palestijnen, ontbreekt vooralsnog de politieke wil.
Met dat feit indachtig ging Macron vorige week dan maar in z’n eentje over tot erkenning van Palestina, een beslissing die er al geruime tijd zat aan te komen. Steeds had hij die erkenning zowel een ‘morele verplichting’ als een ‘politieke noodzaak’ genoemd. Erkenning is volgens de Franse president immers nodig om Israël onder druk te zetten om serieus werk te maken van het Palestijnse recht op zelfbeschikking, uitgaande van een tweestatenoplossing.
Alleen die kan ‘vrede, welvaart en veiligheid herstellen voor Israëliërs, Palestijnen en de hele regio’, volgens de organisatoren van de VN-bijeenkomst. Die doelen zien zij ondermijnd worden door de aanhoudende bouw van Israëlische nederzettingen, het geweld van kolonisten en door Israëls retoriek over annexatie van Palestijns gebied.
De primaire verantwoordelijkheid voor het oplossen van het Palestijns-Israëlisch conflict ligt bij de partijen zelf, vindt ook Macron. Maar die partijen – en met name Israël – hebben een zetje nodig. ‘Onomkeerbare stappen’ zijn noodzakelijk.
Een herkansing komt in september, in de marge van de opening van de VN-assemblee. Dan zal alsnog de top met staatshoofden en regeringsleiders plaatsvinden. Daar zal Macron officieel de Franse erkenning van Palestina bekendmaken. In de tussentijd hoopt hij andere landen toch nog over de streep te trekken, met zijn eigen besluit van vorige week als steuntje in de rug.
Canada en het Verenigd Koninkrijk zijn al aan het schuiven. Op 19 mei lieten zij samen met Frankrijk in een verklaring weten ‘vastbesloten’ te zijn een Palestijnse staat te erkennen als bijdrage aan het bereiken van een tweestatenoplossing. Alleen een tijdstip en nadere voorwaarden ontbraken in de verklaring over de crisis in Gaza. De Belgische minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot zal voorafgaand aan de VN-assemblee zijn regering voorstellen een standpunt in te nemen over het erkennen van Palestina, zo meldde hij vrijdag op X.
The Rights Forum, een Nederlands platform van Israëlkritische juristen, dringt er bij de Nederlandse regering op aan nu ook over te gaan tot erkenning. Minister van Buitenlandse Zaken Caspar Veldkamp (NSC) hoeft immers niet langer de toorn van PVV-leider Geert Wilders te vrezen. De kans dat dit spoedig zal gebeuren, lijkt echter miniem.
Bij erkenning van staten speelt doorgaans een mix van volkenrechtelijke en politieke overwegingen een rol. Volgens het juridische boekje is erkenning zelfs een puur apolitieke zaak. Zodra feitelijk sprake is van een volk, een grondgebied en een functionerende regering, hoort erkenning bijna automatisch te volgen.
In werkelijkheid komt ook de politiek om de hoek kijken. De Turkse Republiek Noord-Cyprus heeft bijvoorbeeld meer kenmerken van een staat dan Palestina, maar wordt op Turkije na door geen enkel land erkend. Palestina heeft wel een volk en een grondgebied, maar van een functionerende regering is amper sprake, gezien de onderlinge verdeeldheid en de greep van Israël op Gaza en de Westoever.
Toch is Palestina in de loop der jaren door steeds meer landen bilateraal erkend, in Europa recentelijk door Spanje, Ierland, Noorwegen, Slovenië en Malta. Zweden en IJsland deden het ruim tien jaar geleden. De erkenning door een reeks Oost-Europese landen stamt nog uit de Sovjet-tijd. Wereldwijd staat de teller op 147.
De VN-assemblee stemde vorig jaar met 143 stemmen voor, negen tegen en 25 onthoudingen voor volwaardig VN-lidmaatschap. Op het ogenblik is Palestina ‘non-member observer state’. Het predikaat ‘staat’ hebben de Palestijnen dus feitelijk al. Op grond daarvan is Palestina bijvoorbeeld toegelaten als lidstaat van het Internationaal Strafhof. Volwaardig VN-lidmaatschap stuit in de VN-Veiligheidsraad op een veto van de Amerikanen.
Voor de goede orde: bilaterale erkenning en toelating tot de VN zijn verschillende processen. Het eerste gebeurt van land tot land (zoals Frankrijk nu Palestina erkent), het tweede is een collectief besluit van de VN.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant