Home

Engeland niet kapot te krijgen, Wiegman pakt derde EK-titel op rij

Engeland won zondagavond het bestbezochte vrouwen-EK, met 21 duizend toeschouwers per wedstrijd en een publiek dat niet langer louter uit gezinnen en jonge vrouwen bestond. De grote voetballanden investeerden flink in hun vrouwenteams en dat loont.

is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft over voetbal en handbal.

Drie keer was Sarina Wiegmans Engeland slechts minuten verwijderd van uitschakeling op het EK, maar even zo vaak bleef de ploeg in leven. De op het oog altijd zo rustige coach kreeg er naar eigen zeggen ‘hartaanvallen’ van, maar die waren het helemaal waard, want aan het eind van het toernooi staat zij opnieuw met de Europese beker in de hand.

Geheel in de Engelse stijl van dit toernooi gebeurde dat na penalty’s. Uitgerekend Aitana Bonmatí, de beste voetbalster van de wereld, miste er een, net als Mariona Caldentey en Salma Paralluelo. De beslissende voor Engeland werd erin geschoten door Chloe Kelly, die op het vorige EK ook al de winnende scoorde, en Wiegman op dit toernooi meerdere keren redde als invaller.

De Haagse is niet de eerste coach in het vrouwenvoetbal die drie Europese titels op rij pakt, maar omdat ze het met twee landen – in 2017 met Nederland, daarna met Engeland – heeft gedaan is die prestatie toch uniek. En knapper, want het moderne vrouwenvoetbal is veel competitiever dan vroeger. Bovendien moest Engeland in de finale winnen van Spanje, het team dat beschikt over de beste spelers van de wereld.

Tegen het net

In het uitverkochte St. Jakob-Park in Bazel kwam Spanje na 25 minuten ook op voorsprong toen Mariona Caldentey een voorzet van Ona Batlle hard tegen het net kopte. Na die achterstand leek Engeland lamgeslagen, de ploeg werd helemaal naar achteren gedrukt en het was wachten op de tweede Spaanse goal.

Pas na de gedwongen wissel van Lauren James voor superinvaller Kelly kwam er meer pit in de ploeg. En dik tien minuten na rust legde de vleugelspits de bal ook op het hoofd van Alessia Russo, die de gelijkmaker scoorde. Daarna waren de ploegen zo aan elkaar gewaagd dat het uitdraaide op verlenging, zoals zo veel vaker dit toernooi.

Spanje zocht daarin de aanval en was een paar keer dichtbij de winnende treffer, maar natuurlijk overleefde Engeland dit ook nog. Iemand die drie Europese titels op rij heeft gewonnen kan nooit alleen maar mazzel hebben, maar bij de derde EK-winst heeft Wiegman wel heel veel geluk afgedwongen.

Met Engeland en Spanje stonden de twee landen in de finale die vooraf de meeste kansen werden toegedicht. De twee teams stonden op het WK in 2023 ook al tegenover elkaar in de finale, de regerend Europees kampioen nam het op tegen de heersend wereldkampioen.

Maar de eindstrijd had ook zomaar Italië-Duitsland kunnen zijn. Zowel Spanje als Engeland had in zijn halve finale een verlenging nodig om de tegenstander te verslaan. De verlossende doelpunten vielen pas in de 113de en de 119de minuut. Engeland stond in de kwartfinale tegen Zweden bovendien meerdere keren op de rand van uitschakeling.

In de knock-outfase draaiden vier van de zes wedstrijden uit op een verlenging, in twee moesten strafschoppen zelfs de doorslag geven. Zoals vaker op een eindtoernooi was het voetbal lang niet altijd goed, maar de spanning was vrijwel steeds voelbaar. De verschillen in de top van het Europese vrouwenvoetbal zijn dus aantrekkelijk klein.

Veredelde hobby

Dat vier traditioneel grote voetballanden daarbij als laatste komen bovendrijven is geen toeval maar een weerspiegeling van het moderne vrouwenvoetbal. Dat is in de laatste tien jaar in Europa veranderd van een veredelde hobby in een steeds professionelere sport. Dit toernooi was de zoveelste bevestiging dat die groei doorzet.

In Nederland waren de kijkcijfers minder dan bij vorige EK’s, maar dat heeft alles te maken de magere prestatie van Oranje, dat voor het eerst sinds 2013 in de groepsfase werd uitgeschakeld. Buiten onze grenzen keken er juist meer mensen. En in het relatief kleine voetballand Zwitserland zaten de stadions allemaal vol en dat leidde opnieuw tot een record.

Met gemiddeld dik 21 duizend toeschouwers – drieduizend meer dan in 2022 in Engeland – was dit het bestbezochte vrouwen-EK. Een symbolisch voorbeeldje van de onstuimige groei: in 2017 kwamen in Doetinchem iets meer dan drieduizend mensen naar Spanje-Portugal, in Bern keken een paar weken geleden bijna dertiduizend toeschouwers naar de Iberische derby.

Meer gezinnen

Vrouwenvoetbal trekt meer gezinnen en jonge meisjes aan, het gejoel vanaf de tribunes klinkt daarom vaak een paar octaven hoger dan bij mannenvoetbal. Maar bij dit EK was dat verschil minder duidelijk te horen in de stadions, het publiek was diverser en volwassener. Rond de stadions in steden als Zürich, Bern, Luzern, Thun en Basel liepen, naast de traditionele fans, ook opvallend veel groepen mannen. Het is een teken dat de aanhang van het vrouwenvoetbal langzamerhand lijkt uit te breiden.

Die supporters komen af op Spanje met Patri Guijarro, Alèxia Putellas en Aitana Bonmatí, waarschijnlijk het beste middenveld in de geschiedenis van het vrouwenvoetbal. En toch bezweek dat in de halve finale bijna onder de Duitse tegenstoten, met de onvermoeibare Jule Brand als motor.

Ze zagen Engeland worstelen, maar ook dat team herbergt veel publiekslievelingen, zoals de onverzettelijke spits Alessia Russo, rasvoetballer Lauren James en superinvaller Chloe Kelly. Dankzij die laatste lukte het de ploeg van Wiegman net om de Italianen, die vastbesloten waren van dit EK hún toernooi te maken, te verslaan.

Van de vier halvefinalisten is Italië het meest recent aangehaakt als land dat veel investeert in het vrouwenvoetbal. In Duitsland is de groei gestaag en in Spanje zorgt grootmacht Barcelona voor een stroom talenten die maar niet lijkt te stoppen. Engeland is het verst met het opbouwen van een sterke, levensvatbare competitie.

Grootmachten

Al die investeringen werpen hun vruchten af. Van de grote Europese landen haalde in 2017 alleen Engeland de laatste vier. Bij dat EK in Nederland stonden toen Oostenrijk, Denemarken en Nederland in de halve finale. Een EK later lukte het alleen Zweden nog om als kleintje zo ver te komen. Nu is de macht overgenomen door traditionele grootmachten. Definitief?

Het zal heus nog wel eens voorkomen dat een klein land het goed doet, en misschien zelfs een keer wint. Maar Noorwegen, Zweden en Nederland – voormalige winnaars – hebben allemaal hetzelfde probleem. Hun competities zijn op dit moment te zwak en te onevenwichtig om talenten echt te laten rijpen. De topclubs uit die landen spelen geen rol in de Champions League, en dat is tegenwoordig noodzakelijk om ervaring op te doen.

Voor Nederland is het alleen daarom al goed om na dit mislukte toernooi mentaal afscheid te nemen van de ‘gouden generatie’, waar de vertrekkende bondscoach Andries Jonker zijn kaarten nog vol op zette. Spelers als Vivianne Miedema, Jackie Groenen en Dominique Janssen kunnen absoluut nog van waarde zijn, maar om in de toekomst succesvol te zijn moet de blik naar voren. De norm moet niet langer ‘2017’ zijn. Wat toen genoeg was, is dat nu niet meer.

Wiegman is niet voor niks naar Engeland gegaan, daar heeft ze beschikking over een veel bredere selectie dan ze in Nederland ooit heeft gehad. Haar ‘finishers’, de bankzitters die gedurende de wedstrijd in het veld kwamen, redden haar dit toernooi keer op keer uit de brand.

Zij mag nu met die ploeg proberen om de titel te halen waar ze al twee keer heel dichtbij is geweest, maar die ze nog nooit heeft gepakt. Na haar eerste verloren EK-finale mag ze hopen op een nieuwe primeur: winst in een WK-finale.

Op het WK in 2027 in Brazilië zal ook Spanje, net als het verjongde Amerika, ongetwijfeld opnieuw een van de favorieten zijn. Al was het alleen maar omdat op dit toernooi alweer nieuwe talenten te zien waren. Maar Spanje heeft misschien de beste voetbalsters, Wiegman heeft in Basel laten zien dat dat niet altijd de doorslag geeft.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next