De grote boodschap blijft liefst onbesproken, terwijl over poep toch van alles te vertellen is. Je kunt er veel uit opmaken over iemands gezondheid en het wordt zelfs gebruikt als geneesmiddel.
is wetenschapsredacteur van de Volkskrant en schrijft over gezondheid.
Laat ons raden: u bent op vakantie en u kunt niet poepen. Diagnose: reizigersverstopping. Het is een kwestie die ieder jaar terugkeert in de kolommen van zomerse krantenbijlagen en die al zo vaak is besproken (oorzaken: ander ritme, te weinig vezels) dat we ervan uitgaan dat u het nu wel weet.
Eerst wat feiten. De meeste mensen poepen in de ochtend (effect van onze interne klok en van een stimulerende kop koffie). Mannen doen er langer over dan vrouwen (dat komt vooral doordat ze vaker zitten te lezen). Neem je telefoon niet mee naar de wc (te lang zitten verhoogt het risico op aambeien en je telefoon komt onder de bacteriën te zitten). En er zijn mensen die in hun poep alcohol produceren, een zeldzame aandoening die in de rechtbank soms tot vrijspraak leidt.
Maar daar gaat dit verhaal verder niet over. Ontlasting is vies en daarom lozen we onze drollen besmuikt en doen we net alsof we nooit een grote boodschap doen, schrijft bioloog Midas Dekkers in zijn boek De kleine verlossing of de lust van ontlasten. Terwijl poep zo interessant is: je kunt er van alles aan aflezen over je eigen gezondheid en er kunnen zelfs ziekten mee worden genezen.
Vandaar: acht inzichten over poep, van commentaar voorzien door twee enthousiaste deskundigen. Hoogleraar en maag-darm-leverarts Rinse Weersma (UMC Groningen), die onderzoek doet naar het microbioom in onze darmen. En arts-microbioloog Liz Terveer, hoofd van de Nederlandse Donor Feces Bank in het Leidse LUMC, die de zakjes vloeibare ontlasting in de vriezer blijmoedig aanduidt als ‘chocolademelk’.
Een mens loopt gemiddeld 1 op 20, concludeert Midas Dekkers in zijn boek: we eten jaarlijks 1.000 kilo en poepen 50 kilo uit. Dat is geen 50 kilo afval, het gaat maar voor een deel om voedsel dat niet is opgenomen in de darmen. Ontlasting bestaat vooral uit water en microben, de bewoners van onze darmen die met de voedselbrij mee naar buiten worden geduwd. Dat zijn vooral bacteriën en het zijn er veel, zo’n tien miljard per gram poep. Veel van die darmbewoners leven nog.
De samenstelling van al die bacteriën in onze poep geeft belangrijke informatie over hoe het er van binnen aan toe gaat. Daar, in onze darmen, heeft zich gaandeweg het leven bij ieder mens een unieke darmflora gevormd: een halve kilo aan microben die niet alleen voedsel verteren, maar ook het immuunsysteem helpen en vitamines produceren.
Nederlands onderzoek, gepubliceerd in vakblad Nature, laat zien dat bij het ontstaan van die vingerafdruk erfelijke factoren nauwelijks een rol spelen. Wat we eten, of we roken, hoe goed we slapen, waar we zijn opgegroeid, met wie we samenwonen, of we huisdieren hebben: al dat soort factoren bepalen hoe ons microbioom eruitziet, de samenstelling van onze darmbewoners. En daarmee dus ook wat er in onze poep zit.
Kijk altijd achterom, benadrukken maag-darm-leverartsen, want vorm en kleur van de ontlasting zijn een indicatie van onze gezondheid. Raadpleeg voor de juiste vorm de zogeheten Bristol-stoelgangschaal die poep in zeven categorieën indeelt. Dat poep van nature bruin is komt doordat er in ons darmstelsel een afbraakproduct van hemoglobine aan wordt toegevoegd, dat is de stof die ervoor zorgt dat zuurstof naar onze cellen wordt vervoerd. Bespeuren we in de pot een volstrekt andere kleur, dan is onraad gerechtvaardigd, al kan blauwe poep ook gewoon betekenen dat je de avond ervoor veel blauwe bessen hebt gegeten.
Rood kan duiden op bloed, een mogelijke aanwijzing voor darmkanker of een beginstadium daarvan. Elf jaar geleden is de landelijke poeptest ingevoerd, waar twee derde van de uitgenodigde 55-plussers aan meedoet. In 2023 werd bij ruim 1,2 procent van de bijna 1,5 miljoen deelnemers darmkanker of een voorstadium (poliepen) ontdekt. Die poliepen worden weggehaald, met als gevolg dat er onder ouderen nu minder darmkanker voorkomt.
Dankzij ruim achtduizend Noord-Nederlanders die hun poep lieten analyseren, bestaat er nu een catalogus van het microbioom. Groningse wetenschappers vergeleken de bacteriepopulaties in de ontlasting van gezonde en zieke mensen en zo vonden ze patronen: groepen bacteriën die zijn geassocieerd met verschillende ziekten of juist met gezondheid.
Dat is wetenschappelijk van belang maar voor de praktijk betekent het nog niet zoveel, erkent onderzoeksleider Rinse Weersma. Het microbioom is te complex en te persoonlijk, zegt hij, om op basis van een poepprofiel te kunnen zeggen: u heeft deze ziekte, of: u bent gezond. Het gaat niet alleen om wélke bacteriën in de darmen zitten, maar vooral om wat ze daar doen. En wat ze doen, kan weer worden beïnvloed door hun buur-bacteriën of door wat ze te eten krijgen.
Kun je je microbioom en dus je gezondheid dan misschien een beetje oppeppen, met van die commerciële probioticadrankjes die worden aangeprezen als ‘een portie gezonde bacteriën’? Weersma is er stellig over: het bewijs dat die drankjes ons gezonder maken is flinterdun. ‘Onderzoek wijst uit dat die bacteriën hooguit beperkt of tijdelijk deel gaan uitmaken van het ecosysteem in de darmen.’
Andersom kan wel, er is maar weinig voor nodig om je darmen een optater te geven. Medicijnen kunnen schadelijk zijn, wie zijn ontlasting voor en na een antibioticakuur laat onderzoeken, zal versteld staan: na een week slikken kan het volledige microbioom veranderd zijn. De darmen van een verder gezond mens kunnen na zo’n eenmalige kuur wel weer herstellen. Maar geldt dat ook voor medicijnen die we langdurig gebruiken?
Maagzuurremmers bijvoorbeeld, medicijnen die door ruim twee miljoen Nederlanders worden gebruikt en lang niet altijd met de juiste reden. Voor patiënten met bijvoorbeeld een maagzweer of slokdarmproblemen zijn die zuurremmers essentieel, benadrukt Weersma. Maar een groot deel van de gebruikers haalt remmers bij de drogist, terwijl hun klachten niets met maagzuur te maken hebben. De medicijnen verlagen de zuurgraad in de maag en daarmee verdwijnt een belangrijke barrière, legt hij uit: bacteriën uit de mond en de keelholte komen in de darmen terecht en dat zijn niet de beste exemplaren. Welke gevolgen dat heeft voor de gezondheid, moet nader onderzoek uitwijzen.
Maak kennis met je darmbacteriën, krijg inzicht in je gezondheid! Er zijn, ook in Nederland, tal van commerciële testbedrijven op de markt die beweren dat ze onze poep zo goed kunnen analyseren dat we inzien ‘hoe ons microbioom ervoor staat’. De aanvrager krijgt een persoonlijk advies, bijvoorbeeld om voedingssupplementen te gaan slikken.
Onzin, zonde van het geld en soms zelfs gevaarlijk, concludeerde een internationale groep artsen begin dit jaar in een waarschuwend artikel in vakblad The Lancet. Hoogleraar Weersma, die meeschreef aan het artikel, zegt dat er geregeld patiënten met zo’n testuitslag bij de maag-darm-leverarts komen en dan advies willen. Soms hebben ze zelfs te horen gekregen dat ze een groter risico hebben op een bepaalde ziekte en willen ze dat uitgezocht hebben.
Probleem is dat niemand precies weet wat een gezond microbioom is, zegt hij, en dat maakt zo’n thuistest en de adviezen die eruit voortkomen zinloos. ‘We weten van bepaalde bacteriën dat ze de gezondheid kunnen bevorderen of juist benadelen. Maar wat zegt het als iemand daar wat meer of minder van heeft?’ Bacteriën zijn nooit alleen maar goed of slecht, bedoelt hij, en of ze problemen geven, hangt af van de context. De beruchte E. colibacterie bijvoorbeeld helpt in de darmen gewoon mee bij de vertering van voedsel, maar kan gevaarlijk zijn zodra die in de urinebuis terechtkomt.
Bijkomend probleem: er is nog geen gestandaardiseerde test waarmee op basis van een poepmonster het microbioom kan worden geanalyseerd. Dat maakt de resultaten van zo’n thuistest wiebelig. Toen Amerikaanse wetenschappers hetzelfde poepmonster naar labs van een aantal bedrijven stuurden, kregen ze wisselende resultaten terug.
Weersma verwacht dat het testen van het microbioom in de toekomst wel een rol kan gaan spelen in de medische praktijk. Bijvoorbeeld om bij patiënten met buikklachten onderscheid te kunnen maken tussen een aantal mogelijke darmziekten.
Met de opkomst van het onderzoek naar het microbioom in onze darmen werd poep gepromoveerd tot alleskunner. Als ziekten verband houden met de samenstelling van ons microbioom, dan zou het aanpassen van dat microbioom de oplossing kunnen zijn. Zo ontstond het idee van de poeptransplantatie. Poep kreeg de status van haarlemmerolie, goed voor zo’n beetje alles.
Maar de hype is voorbij, concludeert Weersma. Er wordt volop onderzoek gedaan naar de inzet van donorpoep, bij diabetes bijvoorbeeld, bij de darmziekte colitis ulcerosa en bij de ziekte van Parkinson. Maar het idee dat tal van ernstige ziekten met poep van een ander volledig kunnen worden opgelost, is losgelaten. De samenstelling van de darmflora is van zoveel factoren afhankelijk dat één keer een portie poep van een ander weinig uithaalt.
Tot nu toe is er één ziekte die met poeptransplantaties kan worden genezen: ernstige, soms levensbedreigende diarree ten gevolge van aanhoudende infecties met de Clostridioides difficile-bacterie. Het gaat om patiënten bij wie het microbioom ‘een soort woestijn’ is geworden, vertelt arts-microbioloog Liz Terveer. Ze hebben vaak talrijke antibioticakuren gehad, maar een paar robuuste exemplaren van de bacterie hebben zich weten te verschuilen en kunnen na afloop van de kuur gaan woekeren, omdat de antibiotica ook veel goede bacteriën hebben vernietigd. Zo ontstaat er een cirkel van nieuwe infecties die weer moeten worden bestreden met nieuwe antibiotica.
Met een bombardement aan gezonde bacteriën uit donorpoep kunnen die kwaaie jongens worden teruggedrongen en dat blijkt uitstekend te werken. Ook op lange termijn. Veel chronisch zieken kampen met darmbacteriën die resistent zijn tegen antibiotica en recent Leids onderzoek wijst uit dat drie jaar na een poeptransplantatie het aantal resistente bacteriën in hun darmen nog altijd is verminderd.
Vanuit de landelijke donorpoepbank, in het Leidse LUMC, wordt wekelijks donorpoep verstuurd naar een van de ruim zestig aangesloten ziekenhuizen. Terveer, hoofd van die donorbank, opent de vriezer en laat de opgeslagen flesjes zien. Het LUMC heeft acht tot tien vaste donoren die regelmatig hun ontlasting komen brengen. Ze wonen in de buurt van het ziekenhuis, want maximaal twee uur nadat ze hebben gepoept moet hun ontlasting in het lab zijn. ‘Een aantal gunstige bacteriën uit onze darmen kunnen slecht tegen zuurstof. Daarom moet de poep snel worden verwerkt’, legt ze uit.
Laboranten voegen aan de ontlasting fysiologisch zout toe om het vloeibaar te maken. Daarna wordt de poep gefilterd en met een mixer geroerd tot ‘chocolademelk’ (de woorden van Terveer). Een tot twee keer per week krijgt ergens in Nederland een patiënt met een ernstige darmziekte ‘Leidse kak’ toegediend. Die ontlasting bereikt de darm via een slangetje in de neus of het rectum.
Het is een mondvol: pharmacomicrobiomics, maar dat nieuwe vakgebied kan een belangrijke rol in de geneeskunde gaan spelen. Alle medicijnen die we gebruiken, komen uiteindelijk in de darmen terecht en daar liggen bacteriën te wachten die geneesmiddelen kunnen slopen. Dat kan gevolgen hebben voor de werkzaamheid van een middel, of voor de bijwerkingen, vertelt Weersma.
Medicijnen kunnen dus de bacteriepopulatie verslechteren (zie eerder), maar andersom kunnen bacteriën ook medicijnen ombouwen, zo bleek een paar jaar geleden uit een in Nature gepubliceerde studie. Omdat de darmflora per persoon verschilt, kan dat verklaren waarom het effect van medicijnen uiteenloopt.
Geef bij een medicijn een dosis gezonde poep: dat idee wordt nu wereldwijd in tientallen studies beproefd, vooral bij kankerpatiënten die immuuntherapie krijgen. Patiënten die voor hun kankerbehandeling antibiotica hebben gekregen of maagzuurremmers, reageren slechter op immuuntherapie, vertelt Weersma. Die medicijnen hebben hun microbioom er vermoedelijk niet gezonder op gemaakt.
Terveer en haar collega’s werken samen met het Antoni van Leeuwenhoek-ziekenhuis aan een onderzoek bij patiënten met een uitgezaaid melanoom die niet meer reageren op immuuntherapie. Zij krijgen de ontlasting van andere patiënten die wél reageren op de immuuntherapie. Die hebben kennelijk een microbioom dat het immuunsysteem ontvankelijker maakt voor de behandeling. De eerste resultaten uit buitenlandse studies lijken gunstig.
Weersma durft zelfs al verder te kijken en ziet per medicijn een soort bacteriebijsluiter voor zich: wie dit middel gaat gebruiken, moet er deze bacteriën bij krijgen.
Met één keer poepen kan een donor twee patiënten helpen, vertelt Terveer. Jaarlijks krijgen 50 tot 75 patiënten met ernstige diarree een poeptransplantatie. De Leidse donorbank helpt daarnaast ieder jaar een handvol andere patiënten met een ernstige ziekte bij wie er aanwijzingen zijn dat donorpoep kan helpen. Leukemiepatiënten bijvoorbeeld die een stamceltransplantatie ondergaan. Dankzij gezonde poep verminderen of verdwijnen de afstotingsverschijnselen.
Poepdonoren worden gescreend op chronische ziekten en medicijngebruik. Maar verder? Ook Terveer en haar collega’s lopen aan tegen die ene cruciale vraag: wat is eigenlijk een gezond microbioom?
‘Het zou fijn zijn als we zouden weten welke bacteriën we moeten hebben, en dan ook in welke verhouding’, zegt ze. Die kennis zou het vakgebied vooruithelpen en zeker de jongste ontwikkeling stutten: de poeppil. Want een slang met poep in je neus voelt toch ongemakkelijk. Een pil is simpeler.
Er bestaan al buitenlandse poeppillen en nu liggen ook in Leiden zelfgemaakte poepcapsules klaar om te testen bij patiënten. De inhoud: een beetje van die chocolademelk, die dankzij een maagzuurresistent omhulsel pas in de darmen wordt vrijgegeven. Terveer verwacht dat de capsules iets minder effectief zijn dan de traditionele poeptransplantatie. Daar zit immers ‘een compleet regenwoud’ in, zegt ze: een rijke mix van bacteriën en andere componenten. Tijdens de productie van de pil kunnen delen van dat regenwoud verloren gaan. Sommige bacteriën worden bijvoorbeeld iets te lang blootgesteld aan zuurstof.
Voor patiënten met ernstige diarree door de Clostridioides difficile-bacterie zal de pil effectief genoeg zijn, verwacht Terveer. Bij die patiënten is het microbioom bijna volledig afwezig en dan maakt het minder uit wat er in de pil zit. Zij hebben voldoende aan ‘een gewoon bos’ van gezonde micro-organismen. Dat verklaart de goede resultaten van de Amerikaanse poeppil, die acht bacteriestammen bevat.
Bij andere ernstig zieke patiënten is het microbioom niet afwezig maar verstoord: zij missen in hun darmen een deel van het regenwoud. Voor hen zal de traditionele poeptransplantatie nodig blijven, verwacht Terveer, totdat duidelijk is welke delen van het regenwoud essentieel zijn voor hun gezondheid. Als dat bekend is, kunnen die bacteriën in een pil worden gestopt.
Er is maar één nadeel, of het nou om een bos gaat of om het regenwoud: om die in de darmen te krijgen, moeten patiënten wel dertig capsules slikken.
Tot slot toch nog twee tips. Als je moet, ga! Je poep ophouden is niet goed. Niet omdat je jezelf vergiftigt als je je afval niet tijdig loost. Voor dat wonderlijke idee, dat geregeld opduikt, bestaat geen enkel bewijs. In de woorden van Weersma: ‘Nonsens.’ Lang en herhaaldelijk uitstellen kan leiden tot chronische en pijnlijke constipatie, dat wel.
Wie zichzelf het makkelijkste wil ontlasten, kiest voor de hurkpositie. De door toeristen zo gehate Franse hurk-wc biedt anatomisch gezien de allerbeste poep-positie, omdat de einddarm zich dan strekt. Midas Dekkers geeft in zijn boek tips voor thuis: leg een krant of boek voor je op de grond, buig voorover en begin te lezen. Dan volgt ‘de kleine verlossing’ vanzelf.
Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant