Home

Vingegaard plakt aan het wiel van Pogacar en Thymen Arensman wint alweer de etappe

is schrijver en columnist voor de Volkskrant.

Het gevecht in de Tour de France van 2025 eindigde met twee Alpenetappes. In de eerste plakte Jonas Vingegaard zichzelf aan het wiel van Tadej Pogacar. De tweede vormde vrijdag een pleidooi voor korte maar hevige etappes – hij moest worden ingekort vanwege koeien met een huidziekte, maar negentig kilometer waren voldoende voor een fascinerende strijd, waarin Thymen Arensman glorieus kwam bovendrijven en de door plannen geobsedeerde tactici van Visma hun masterplan zagen stuklopen op het gebrek aan initiatief van een Deense bleekneus die andermaal achter Pogacar en de feiten aanfietste.

Vingegaard en Pogacar herhaalden elke dag weer dat de Tour nog niet was afgelopen, Tom Dumoulin zei donderdag in De avondetappe hoopvol dat Pogacar die nacht zomaar ziek kon worden. Even later zagen we Pogacar op een wagen van Visma knallen – waaruit maar weer eens bleek hoe klein het hoekje is waarin het ongeluk huist.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Maar Pogacar werd niet ziek, viel niet, reed evenmin in een ravijn en werd ook niet door de bliksem getroffen. Soms gebeurt er nog iets onverwachts in de laatste Tourdagen, zoals in de Ronde van 1947, toen Brambilla op de laatste dag zijn gele trui kwijtraakte en zijn fiets de volgende dag begroef in de achtertuin. (Waarschijnlijk groef hij hem ook weer snel op, hij moest de herfstklassiekers nog rijden. Maar daar schreven de journalisten niet over, het zou maar afbreuk doen aan het verhaal.)

Renners weten meestal na een week of twee wel hoe de krachtsverhoudingen liggen en leggen zich daarbij neer. Voor de goede orde slaan ze nog wat strijdlustige taal uit, maar ze weten: niks meer aan te doen, hij is sterker en tweede is ook mooi.

Daaruit zou je kunnen concluderen dat de Tour te lang duurt en dat het na twee weken begint te trekken. De aandachtsspanne van het publiek is niet meer wat hij is geweest. Urenlang op de bank, kijken naar voortploeterende wielrenners: het vraagt wat van een mens, nog afgezien van tijd. Alleen geoefende zestigplussers brengen dat op, jongeren hebben wel wat beters te doen.

Zelfs tijdens de eerste spectaculaire week keken er dit jaar wereldwijd minder mensen naar de Touruitzendingen dan een jaar geleden, maar vooral in Spanje en Nederland. Dat is op termijn fnuikend, zonder tv geen sponsors en zonder sponsors geen wielrennen.

Maar je moet in die sport niet voorstellen om de grote rondes in twee weken af te werken, de etappes flink in te korten, de agenda af te slanken, te gaan zoeken naar aantrekkelijkere manieren om de koers in beeld te brengen en andere geldbronnen aan te boren. Bij het woord modernisering slaat blinde paniek toe, begint iedereen te schuimbekken en krijg je onmiddellijk het gezeur over heilige tradities. Het wielrennen is conservatiever dan good old cricket, eventueel tot de dood erop volgt.

Hoe dan ook: bij de NOS hebben ze al besloten om flink te gaan bezuinigen op het budget voor wielrennen en veel minder koersen te gaan uitzenden. Dat heeft, behalve met geld, ook te maken met kijkcijfers.

Maar in de euforie van de Tour draagt iedereen oogkleppen, is er niets aan de hand en zal alles eeuwig zo blijven. De plannenmaker blijft een plan bedenken, de ploegleider blijft uitleggen waarom het plan weer is mislukt, de journalist vraagt wat het plan eigenlijk was en de renner zegt dat het plan goed in elkaar stak, maar dat hij vandaag helaas geen benen had.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next