Home

Al tien jaar als laatste binnen: voor Stéphane Bezault is zijn ‘voiture balai’ de mooiste plek in de Tour

Lang nadat de eerste renners binnen zijn, vecht in de staart van de karavaan de Belg Edward Theuns zijn eenzame strijd tegen de tijdslimiet. Daarachter rijdt de bezemwagen van Stéphane Bezault. Voor als de klok onverbiddelijk te snel tikt.

schrijft voor de Volkskrant over wielrennen.

Het is even na half drie op vrijdagmiddag als Stéphane Bezault (56) de motor van de bezemwagen start, netjes achter een hele rij ploegleidersauto’s in de Tour-karavaan aansluit en koers zet richting de Col du Pré, de eerste beklimming van deze 19de etappe.

Uit twee Kenwood-speakers boven hem klinkt het bekende stemgeluid van Seb Piquet, de man die de karavaan al jaren van koersinformatie voorziet, in het Frans en soms in het Engels. Hij informeert alle betrokkenen waarschijnlijk ten overvloede dat de tijdslimiet voor deze rit, drastisch ingekort vanwege besmettelijk zieke koeien op de nabijgelegen Col des Saisies, is verhoogd van de reguliere 19 naar 21 procent – dat is ten opzichte van de tijd van de ritwinnaar. De Tour-organisatie hecht er duidelijk waarde aan dat alle 161 overgebleven renners de laatste Alpenetappe binnen de tijdslimiet kunnen afwerken. Maar dat wordt voor sommigen alsnog een lastige opgave. Zo’n korte rit betekent weinig speling.

Bezault bestuurt de bezemwagen dit jaar voor de tiende Tour op rij. In het dagelijks leven is hij een loodgieter uit de omgeving van Chartres, met een warm hart voor de koers. Hij vindt het heerlijk om dicht bij de renners te kunnen komen en vooral om de bezemwagen in de bergen door steile afdalingen te smijten. Naast hem in de bijrijdersstoel zit Gilles Jalade, commissaris van de Franse wielerfederatie. Hij staat in verbinding met de organisatie en houdt tijdens de koers een oogje in het zeil.

De bezemwagen is traditioneel bedoeld voor renners die tijdens een wielerkoers niet meer op tijd binnen kunnen komen, opgeven door ziekte, of te veel pijn hebben aan de verwondingen bij een eerdere valpartij, en moeten afstappen op een moment dat er geen ploegleiderswagen in de buurt is. In dat geval kunnen ze terecht in de ‘voiture balai’ van Stéphane Bezault. De keren dat hij de laatste weken een renner op zijn achterbank heeft zitten, zijn op een hand te tellen. ‘Tegenwoordig rijden er zo veel volgwagens in de karavaan dat ik zowat overbodig ben’, zegt hij. ‘Maar deze Tour is het toch één keer gebeurd, in de tweede week, toen een Noorse renner van Uno-X moest afstappen. Dat was een mooi moment.’

Vlakke aanloop

Het eerste half uur van de 19de etappe ziet Bezault niet eens een renner fietsen. Daarvoor rijdt hij te ver achteraan en is het parcours te makkelijk. De vlakke aanloop is voor wielrenners van dit kaliber geen enkel probleem. Via Radio Tour de France valt te horen dat de Italiaanse groenetruidrager Jonathan Milan de tussensprint heeft gewonnen en dat hij daarna, zodra het wegdek enigszins begint op te lopen, het peloton meteen moet laten gaan. ‘Natuurlijk wint Milan, maar hij moet nog wel Parijs zien te halen’, zegt Bezault. Ook collega-sprinters Biniam Girmay, Dylan Groenewegen en Tim Merlier gaat het vooraan te hard. Ze vormen een grupetto die samen zal moeten werken om de tijdslimiet te halen.

In de haarspeldbochten van de Col du Pré rijdt de bezemwagen stapvoets omhoog, ongeveer in het tempo van de langzaamste renners. De bochten worden gemarkeerd door toeschouwers die er in een lange sliert langs staan. Een jochie met een bidon in zijn handen vliegt zielsgelukkig zijn vader in de armen. Voor die trofee staat hij al uren op de berg te wachten. Terwijl de Sloveen Primoz Roglic vlak onder de top de wedstrijd laat ontploffen, leveren de leden van de grupetto, ongeveer dertig renners groot, hun eigen strijd.

In de afdaling van de Col du Pré stuitert en klappert de bezemwagen alle kanten op. Bezault stuurt zijn uitzwenkende bestelbus met groot genoegen aan 100 kilometer per uur de berg af, richting het blauwe stuwmeer van Roselend, naar de gelijknamige col die volgt. Als de kopgroep de top heeft bereikt, drukt commissaris Gilles Jalade zo’n oude handstopwatch in. Hij wil weten hoe groot de achterstand van de grupetto na twee van de drie beklimmingen is. Jalade klokt af op 8 minuten en een paar seconden. De grupetto moet op de slotklim naar La Plagne helemaal in brokken uiteenvallen, alleen dan zal de tijdslimiet nog in zicht komen, denkt hij.

Druppels op het raam

Maar vlak onder de top van de Cormet de Roselend, col van tweede categorie, verschijnen er druppels op het voorraam van de bezemwagen en zodra de grupetto de lange afdaling naar Bourg-Saint-Maurice induikt, begint het te stortregenen. De mannen, met pijn en moeite aanbeland in de derde week van de Tour, krijgen vanuit de volgwagen regenjacks aangereikt en moeten met doodsverachting naar beneden, want dat doet koploper Roglic ook. Meestal maakt de grupetto in de afdaling tijd goed, maar nu het wegdek nat is, is het te gevaarlijk om op het scherpst van de snede te dalen. Zie ze als een langgerekt lint een voor een met hun kin op het stuur naar beneden rijden, alsnog op leven en dood. Niemand wil twee dagen voor Parijs de Tour verlaten.

Zodra de klim naar wintersportoord La Plagne begint, moet Roglic lossen en lijkt het erop dat Tadej Pogacar en Jonas Vingegaard samen gaan uitmaken wie deze etappe gaat winnen. Maar dan is er ook nog Thymen Arensman, de renner die na zijn ritzege in de Pyreneeën, nauwelijks een week geleden, bevrijd is van prestatiedruk en aan zichzelf en de wereld laat zien waar zijn jonge benen toe in staat zijn. Als hij versnelt en van de nummers een en twee van deze Tour zomaar dertig seconden cadeau krijgt omdat ze vooral met elkaar bezig gaan, arriveert de grupetto net aan de voet van La Plagne. Vanaf dan is het ieder voor zich.

Vanuit de bezemwagen wordt duidelijk dat er een renner van Lidl-Trek achteropraakt. Hij schokschoudert zich een weg omhoog, wordt eerst nog een paar honderd meter voortgesleept door een ploegmaat, maar staat er de laatste tien kilometer helemaal alleen voor. Nu en dan komt hij even aan de ploegleiderswagen hangen zodat hij de druk van zijn benen kan halen. Het is de Belg Edward Theuns die tot zichzelf is veroordeeld en alles moet geven om op tijd binnen te komen. Hij ziet niets dan een lege weg als hij voor zich uitkijkt, terwijl de regen in zijn gezicht slaat. Een dag eerder, in de rit naar de Col de la Loze, moest Theuns ook alles geven om de tijdslimiet te halen. Ook toen keek Stéphane Bezault kilometerslang tegen het zwoegende achterwerk van de Vlaming aan. Uiteindelijk hield hij op de streep minder dan twee minuten over. Hij kwam meer dan drie kwartier later binnen dan winnaar Ben O’Connor.

Sportgelletjes

En ook nu wordt het een race tegen de klok, ziet commissaris Gilles Jalade op zijn stopwatch. Vijf kilometer voor het einde heeft Theuns al een achterstand van bijna twintig minuten. In de slotfase van de beklimming naar La Plagne mag hij niet meer dan twee minuten per kilometer verliezen. Anders is zijn Tour voorbij.

Zijn hele lichaam doet zeer, je kunt het aan zijn bewegingen zien. Dan weer gaat hij op zijn pedalen staan, dan gaat hij weer zitten. Soms zakt zijn hoofd van ellende tussen zijn schouders. In de laatste drie kilometer komt de ploegleiderswagen naast hem rijden en wordt hij aangemoedigd. Theuns graait in de zakjes achterop zijn wielershirt en gooit een handvol sportgelletjes door het raam van de wagen naar binnen. Bezault moet lachen. ‘Scheelt weer gewicht.’ Duizenden toeschouwers zijn een half uur nadat de grote renners voorbij zijn nog blijven staan. Ook voor Theuns schreeuwen ze hun kelen schor. De eenzame renner kan zelfs een paar keer op een ferme duw in de rug rekenen.

Thymen Arensman heeft inmiddels zijn tweede etappe gewonnen, is al opgefrist en geeft live op de Franse radio een interview waarin hij zegt dat hij het allemaal niet geloven kan, als in de bezemwagen de telefoon gaat. Het is Thierry Gouvenou, parcoursbouwer van de Tour.

‘Waar zijn jullie’, vraagt hij.
‘Op twee kilometer van de streep’, reageert Bezault. ‘Met Theuns, rugnummer 88. Net als gisteren.’
‘Gaat hij het halen?’
‘Ja, maar het wordt close. Hij heeft nog een paar minuten.’

Onder de boog van de laatste kilometer zal Edward Theuns weten dat hij veilig is. Dan vlakt de klim wat af en wordt hij nog een laatste keer toegejuicht. Hij blijft 2 minuten en 51 seconden binnen de tijdslimiet. Dat hij zaterdag van start mag gaan in de twintigste etappe van deze Tour heeft hij aan de organisatie te danken, die op vrijdagochtend besloot om iedereen mee naar Parijs te nemen. Zonder die allerlaatste regelwijziging had hij nu naar huis gemoeten.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next