Home

Kabinet en Tweede Kamer blijven passief, terwijl Gaza verhongert

Het Nederlandse kabinet en een grote meerderheid in de Tweede Kamer kijken lijdzaam toe hoe het voedselgebrek in de Gazastrook met de dag nijpender wordt. Het blijft tot nu toe bij vruchteloze oproepen aan Israël om de mensenrechten te respecteren.

is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.

De frustratie zit diep bij de linkse fracties in de Tweede Kamer. GroenLinks-PvdA en D66 probeerden woensdag opnieuw een politieke koerswijziging ten aanzien van Israël af te dwingen. Kamerleden Jan Paternotte (D66) en Kati Piri (GL-PvdA) vroegen een spoeddebat aan over de dreigende hongersnood in de Gazastrook. De twee partijen vinden de humanitaire situatie ernstig genoeg om de Tweede Kamer terug te roepen van zomerreces.

Maar hun debataanvraag werd alleen gesteund door de ‘usual suspects’, de andere linkse Kamerfracties: Denk, PvdD, SP en Volt. Samen goed voor 47 Kamerzetels, minder dan een derde van het totaal. De PVV, SGP, NSC en de BBB (een partij die vaak hamert op het belang van ‘voedselzekerheid’) lieten weten dat ze geen heil zien in een debat. Een aantal partijen nam niet eens de moeite te reageren, waaronder de VVD, het CDA en de ChristenUnie. Niets laten horen heeft hetzelfde effect als een tegenstem (‘geen steun’).

Verlamd door verdeeldheid

De VVD komt na vragen van de Volkskrant alsnog met een toelichting. De VVD ziet geen reden voor een nieuw Israël-Gazadebat, meldt een fractiewoordvoerder: ‘Wij hebben al meerdere malen onze grote zorgen over de situatie uitgesproken. De Nederlandse regering is volop bezig om in Europa het gesprek te voeren hoe de druk op Netanyahu in Europees verband kan worden opgevoerd.’

Ook de ChristenUnie en het CDA wijzen naar de Europese Unie als hét platform dat eventueel tot maatregelen tegen Israël kan besluiten. ‘Voor het CDA is het van belang dat druk op Israël vanuit Europees verband wordt opgevoerd en Nederland niet alleen optrekt; alleen zo kan die effectief zijn’, schrijft Kamerlid Derk Boswijk op de CDA-website.

Maar de EU is verlamd door verdeeldheid. Een aantal lidstaten weigert Israël de maat te nemen, laat staan dat ze willen instemmen met concrete sancties. EU-buitenlandchef Kaja Kallas kwam na een top op 15 juli niet verder dan een verklaring dat ‘alle opties op tafel blijven liggen’. Van sancties die op tafel liggen en niet worden ingevoerd, heeft Israël weinig last.

Moeilijk verdedigbaar

Toch lijkt het Nederlandse kabinet de laatste tijd een beetje op te schuiven, zij het puur retorisch. Premier Dick Schoof, die zich tot dusver angstvallig op de vlakte hield, betitelde de situatie in Gaza vrijdagmiddag ineens als ‘catastrofaal’. Namens het kabinet stelt hij nu dat Israël ‘een andere koers moet varen en humanitaire hulp in Gaza moet toelaten’.

Demissionair minister van Buitenlandse Zaken Caspar Veldkamp (NSC) werd de afgelopen weken al kritischer. Maandag ondertekende hij namens Nederland een verklaring van 28 landen, die Israël oproept ‘onmiddellijk de beperkingen op de aanvoer van hulpgoederen in Gaza op te heffen’. De gezamenlijke verklaring eindigt met: ‘We zijn bereid verdere actie te ondernemen’, zonder te specificeren welke actie dan.

Israël is niet onder de indruk en noemt de verklaring ‘gespeend van elke realiteit’. In een X-post stelt het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken dat de ondertekenaars zich beter op de Palestijnse terreurbeweging Hamas kunnen richten, want ‘dat is de enige partij die verantwoordelijk is voor deze oorlog’.

Hoe weinig indruk ‘oproepen’ vanuit Europa maken, onderstreepte ook de Israëlische minister van Financiën deze week. Hij herhaalde dat de regering-Netanyahu van plan is de Gazastrook te bezetten, de Palestijnen te verdrijven en het gebied tot een ‘integraal deel van Israël’ te maken.

Ook premier Schoof verzuimt in zijn nieuwe verklaring te vermelden wat de gevolgen zullen zijn als Israël de Nederlandse oproep negeert. In plaats daarvan wijst ook Schoof weer naar Europa, dat gezamenlijk ‘de druk moet opvoeren’.

Dat het Nederlandse kabinet weinig kan doen zolang de EU verdeeld is, is moeilijk verdedigbaar. Inzake de militaire hulp aan Oekraïne heeft Nederland vaak vooropgelopen. Ook op andere terreinen draagt Nederland in Brussel geregeld minderheidsstandpunten uit (onder andere de toelating van Bulgarije tot het Schengengebied en het naleven van Europese begrotingsregels).

Geen invloed van publieke opinie

In april peilde Ipsos I&O Research dat meer dan de helft van de Nederlanders wil dat het kabinet een kritischer houding aanneemt jegens Israël. Ongeveer eenzelfde percentage vindt de militaire reactie van Israël op de aanvallen van Hamas ‘buitenproportioneel’.

Die publieke opinie vertaalt zich nog niet in een duidelijke koerswijziging van de Nederlandse politiek. Wellicht komt dat doordat de meeste kiezers hun stem niet laten afhangen van het Israël-standpunt van ‘hun’ partij. Voor slechts 6 tot 10 procent van het Nederlandse electoraat staat het Gaza-conflict hoog op het prioriteitenlijstje. Thema’s als woningnood, gezondheidszorg en asiel en immigratie vinden kiezers veel belangrijker.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next