Home

Pokerspel Pogacar mislukt: Thymen Arensman ziet zijn aanvallust beloond worden en verslaat de ‘buitenaardsen’

Tadej Pogacar en Jonas Vingegaard hielden elkaar in een houdgreep in de 19de rit naar La Plagne. Thymen Arensman profiteerde en boekte zijn tweede ritzege. En dat kon hij kort na afloop nog maar moeilijk bevatten. ‘Het voelt alsof ik droom.’

is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.

Als Thymen Arensman poging na poging doet om weg te komen uit de kopgroep, pareert Tadej Pogacar dat elke keer. In zijn wiel, in de bolletjestrui die eigenlijk aan hem toebehoort, rijdt Jonas Vingegaard. Bij poging vier krijgt Arensman ineens de ruimte. De geletruidrager is het zat dat hij steeds de enige is die het zware werk moet opknappen. Vingegaard doet niets.

In korte tijd krijgt Arensman een voorsprong van een halve minuut. Pogacar wekt de indruk dat het hem niets kan schelen en rijdt ontspannen op kop in het groepje erachter. Gaat de Nederlander profiteren van de onderlinge strijd tussen de Sloveen en de Deen?

In de bloedstollende kilometers daarna lijkt Pogacar alles onder controle te hebben. Hij lijkt te wachten tot een finale aanval waarmee hij Arensman kan passeren en voor zijn vijfde ritzege in deze Tour kan gaan.

Maar die aanval komt niet, of in elk geval niet op tijd. Arensman, die ook al de beste was op Superbagnères, pakt bij zijn Tourdebuut zijn tweede ritzege. De vorige keer dat de Tour in La Plagne aankwam, was met Michael Boogerd ook al een Nederlander de beste.

Gesloopt

‘Ik ben gesloopt’, reageerde een hologige Arensman na afloop in het flashinterview. ‘Om één etappe te winnen was al ongelooflijk. Maar nu vanuit de groep met klassementsrenners, de sterksten van de wereld... Het voelt alsof ik droom. Ik weet niet wat ik net gedaan heb.’

Op de Mont Ventoux, in de rit van dinsdag, had Pogacar zich niet bemoeid met de ritzege. Op de Col de la Loze van donderdag had hij eveneens gepokerd en zo de etappe aan een ander gelaten. Maar voor de laatste finish bergop, naar La Plagne, leek de Sloveen van plan zich in zijn gele trui toch in het gevecht voor de dagzege te mengen.

Met zijn voorsprong op Vingegaard, en nog maar weinig gevaarlijke obstakels voor de laatste meters in Parijs, kon Pogacar het zich prima veroorloven zich in zijn eigen eerzucht te verslikken. De kans daarop was klein. Hij weet inmiddels dat hij drie weken Tour goed verteert. En dus reed hij aanvallender dan de afgelopen dagen. Maar de uitkomst was hetzelfde.

Opnieuw hielden Vingegaard en hij elkaar in een houdgreep en ontstond er ruimte voor anderen. Al was de voorsprong voor Arensman, die nooit meer werd dan 35 seconden, die laatste kilometers van de beklimming bijzonder penibel. Dat bleek toen Pogacar met 7 kilometer te rijden zijn collega’s even testte met een aanval. In één keer trapte hij 8 seconden van het gat dicht. Hij had de Nederlander binnen bereik, maar wilde hem niet pakken met de ballast van Vingegaard en ook Oscar Onley en Florian Lipowitz in zijn wiel.

Daarop leek Pogacar van tactiek te veranderen. Hij nam de kop en leek zo seconde voor seconde van de voorsprong van Arensman af te snoepen. Geen gek idee, in principe kan de Sloveen met zijn explosiviteit zijn collega-klimmers vrij eenvoudig kloppen in de sprint. Maar hij wilde het er niet op laten aankomen, besloot het pokerspel tot het uiterste te voeren uit chagrijn over de afwachtende houding van Vingegaard.

Belofte van strijd

Dat was ook vreemd. Een dag eerder, na de finish op Col de la Loze, waar de geletruidrager nog wat seconden had gepakt op Vingegaard, had de Deen nog volhard in het idee dat er nog ergens iets te forceren was. ‘De Tour is nog niet voorbij.’ In die platitude klonk nog vaag de belofte van strijd.

Maar vanaf de start in Albertville was er weinig van werkelijke strijdlust bij Vingegaard te zien. Hij posteerde zich in de schaduw van Pogacar, wiens knechten het tempo bepaalden in het peloton. De helpers van de Deen waren overal en vooral ook nergens. Met Victor Campenaerts werd geprobeerd een pion vooruit te schuiven, maar de Belg kwam al ver voor de top van de eerste klim terugzakken.

Slechts één kompaan

Tegelijkertijd waren mannen als Matteo Jorgenson en Sepp Kuss al uit de groep met de geletruidrager weggevallen. Alleen Simon Yates was er nog om zijn kopman bij te staan. Maar wat kon Vingegaard met slechts één kompaan? Weinig. Hij probeerde het op de eerste dubbele beklimming – Col du Pré en Cormet de Roselend – niet eens.

Er was ook weinig ruimte voor aanvallen, omdat de ploegen van de klassementsmannen die streden voor hun plek in de top-10 het tempo continu hoog hielden. Dat leek in het voordeel van de geletruidrager, maar Pogacar kreeg desondanks niet de finale die hij voor ogen had. Door de afwachtende Vingegaard, maar ook door de aanvalslust van Arensman.

De Nederlander bleef vlak na afloop stotteren van ongeloof. ‘Pogacar en Vingegaard zijn zo sterk, buitenaards. Maar ik wilde ze nog steeds proberen te verslaan.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next