Home

Op de World University Games ruikt jong talent aan het grote werk en komen olympiërs voor de punten

Ruim 8.500 topsporters tussen de 18 en 25 strijden nog tot en met 27 juli in Duitsland op de World University Games. Op deze studentenversie van de Olympische Spelen, waaraan zowel debutanten als gevestigde sporters meedoen, heerst een vriendschappelijke sfeer.

Aan alle kanten van het Lohrheidestadion, aan de westrand van de Duitse stad Bochum, lopen jonge atleten in hun eigen nationale kleuren. Australiërs gehuld in felgeel en groen, Tanzanianen in zwart, geel en blauw, Ieren in trainingspakken met de klassiek groene klavervier en Japanners strak in het zwart, wit en rood. Een clubje Nieuw-Zeelanders loopt warm, terwijl een paar Spaanse, Maleisische en Poolse atleten tot rust komen in een ietwat krap ijsbad.

De jonge topsporters nemen het deze maand, van 16 tot en met 27 juli, in Berlijn en verschillende steden in het Duitse Ruhrgebied tegen elkaar op tijdens de World University Games. Na de Olympische en Paralympische Spelen is dit het grootste multisportevenement ter wereld en met 107 sporters neemt dit jaar de grootste Nederlandse delegatie deel. Voor de een is het een gelegenheid om voor het eerst te ruiken aan een mondiaal toernooi. Anderen hebben zich al gevestigd aan de internationale top en doen om heel andere redenen mee.

Op de trainingsbaan naast het atletiekstadion loopt de 19-jarige Nathan Houwaard uit na de kwalificatieserie 5000 meter. De Amersfoorter had zich meer voorgesteld bij de race, waarin hij het tempo moeilijk kon bijhouden en kwalificatie uiteindelijk misliep. ‘Ik heb nog het EK onder 23 van vorige week in de benen zitten, daar werd ik zevende. En hier lopen ook jongens die vier jaar ouder zijn dan ik. Sommigen hebben een persoonlijk record van ruim een minuut sneller, echt een hoog niveau.’

De World University Games, ook wel bekend als de Universiade, is eigenlijk een Olympische Spelen voor atleten die nog studeren aan een universiteit of hogeschool. De studentenversie van de Spelen vindt elke twee jaar plaats, met een winter- en een zomereditie, elk in een ander land. Voormalige olympiërs als Ellen van Langen, Kim Polling en Edith Bosch deden in het verleden ook mee.

Internationale vriendschap

In het voorjaar van 1923 organiseerde de Fransman Jean Petitjean in Parijs de eerste editie van het evenement. Petitjean wisselde veelvuldig van gedachten met de grondlegger van de echte Olympische Spelen, landgenoot Pierre de Coubertin, en had een vergelijkbaar doel voor ogen: het bevorderen van internationale vrede en vriendschap door middel van sport.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog verdween het toernooi van de agenda, maar vooral vanaf de late jaren vijftig groeide de Universiade gestaag, met deelname van bijna duizend studenten uit 43 landen in 1959 tot ruim vierduizend uit 125 landen eind jaren negentig. Dit jaar doen ruim 8.500 studenten uit meer dan honderdvijftig landen mee en zijn achttien sporten vertegenwoordigd.

‘Die focus op internationale vriendschappen en banden merk je hier nog steeds’, zegt Emiel Venema, die als communicatiemedewerker topsport bij de Rijksuniversiteit Groningen de Nederlandse delegatie op de Universiade bijstaat. ‘De sfeer tussen de sporters is heel vriendschappelijk en bij de openingsceremonie hield de Duitse minister van Sociale Zaken een toespraak waarin ze iedereen aanmoedigde om verbinding te zoeken.’

Talentontwikkeling

Tegelijkertijd lijkt het volgens Venema alsof sommige delegaties voor het resultaat zijn gekomen en andere voor talentontwikkeling. Nederland wacht, met nog twee dagen te gaan, nog op de eerste medailles, maar reisde dan ook af met een jonge, relatief onervaren delegatie.

Voor Houwaard vormen de World University Games het grootste toernooi waaraan hij tot nu toe heeft deelgenomen. ‘In ieder geval wat betreft het aantal deelnemers en de professionele organisatie. Het is de eerste keer dat ik een toernooi meemaak waar zoveel verschillende sporten samenkomen. Met honderden tegelijk in de grote eetzaal zitten is mooi om mee te maken.’

Maar afgezien van leeftijd en de studie-eis zitten er geen voorwaarden aan deelname aan de Universiade. Olympiërs, nationale en continentale kampioenen mogen ook meedoen en doen dat in sommige gevallen graag. Bijvoorbeeld de Japanse turner Shinnosuke Oka – drie keer goud en een keer brons in Parijs – evenals de Duitse winnares van 3x3-basketbalgoud Elisa Mevius en verschillende andere olympiërs.

Stuk relaxter

Ook de 22-jarige Vishal Thennarasu Kayalvizhi uit India is het gewend om op grote wedstrijden te presteren. Zijn teamgenoten op de 4x400 meter gemengde estafette zijn er vlak na hun eerste race – tweede plaats – bij gaan liggen om op adem te komen. Hij staat er met strak getrimd ringbaardje en gouden oorbel ontspannen naast. ‘Dit was een redelijk makkelijke race. We hebben hier vooral een leuke tijd, een stuk relaxter dan de Aziatische atletiekkampioenschappen die we afgelopen mei wonnen of de Commonwealth Games volgend jaar.’

Een belangrijke reden voor atleten als Vishal om alsnog uit te komen op de World University Games is het verdienen van kwalificatiepunten voor het WK atletiek in september in Tokyo. Dat geldt ook voor de Japanner Ko Ochiai (18), die als middelbare scholier al Japans recordhouder op de 800 meter werd: ‘Ik ben hier vooral voor de punten, maar dit toernooi staat in Japan ook echt bekend als een evenement waar sterke jonge atleten aan meedoen.’

Op twintig minuten rijden, in het centrum van Essen, komt judoka Lotte Schutjes (23) bij van haar eerste partij. ‘Ik heb in ongeveer een halve minuut gewonnen, dus dat is lekker. Maar als je kijkt naar het hele deelnemersveld is dit wel het hoogste niveau waarop ik heb gejudood.’

Schutjes pakte in december zilver op het NK in de klasse tot 70 kilo en kwam uit op Europese toernooien, maar een mondiaal deelnemersveld is nieuw voor haar. ‘In andere gewichtsklassen lopen ook olympiërs rond, vooral sterke Japanse judoka’s.’ Voor bepaalde landen is presteren op de Universiade volgens Schutjes vooral een kwestie van eer. Andere judoka’s zien het als een mooie gelegenheid om andere tegenstanders te treffen dan tegen wie ze normaal judoën, en zo scherp te blijven.

‘Maar het valt me vooral op hoeveel contact iedereen met elkaar zoekt’, zegt Schutjes. ‘Mensen ruilen, net als op de Spelen, shirts en de bekende speldjes. Ik kan bij andere sporten kijken, bijvoorbeeld taekwondo, en gister heb ik lang tafelvoetbal gespeeld met een groep uit Nigeria. Superleuk.’

Hoewel de sporters in principe meedoen namens zowel hun land als hun opleidingsinstituut, spelen die instituten tegenwoordig geen grote rol op het toernooi. Wel betalen veel Nederlandse universiteiten en hogescholen een deel van de onkosten van de sporters. Sportbonden en de sporters zelf draaien op voor de rest. Het studentenkarakter zie je wel nog terug in het ontbreken van volksliederen bij de medailleceremonies. In plaats daarvan klinkt Gaudeamus igitur, een lied in het Latijn met de openingszin ‘Laten we ons daarom verheugen, zolang we nog jong zijn’.

Mooie ervaring

Reinder Nummerdor (48), vijfvoudig olympiër en tegenwoordig assistent-bondscoach van de mannelijke beachvolleyballers, coacht tijdens de World University Games het duo Quinten Groenewold en Tom Sonneville. Hij ziet het als een mooie ervaring en een uitdaging voor zijn pupillen van respectievelijk 21 en 17 jaar oud.

Het concept van de Universiade, met zo veel verschillende sporten en nationaliteiten bijeen, is vergelijkbaar met de Spelen. Nummerdor: ‘Je kunt met een accreditatie bij alle sporten gaan kijken, er is meer publiek dan de deelnemers gewend zijn en de mixed zone voor de media is groter. Als we ’s avonds met allerlei sporters van verschillende nationaliteiten in de rij staat voor het buffet, krijg ik wel weer een beetje dat gevoel van de Spelen.’

Groenewold en Sonneville gelden als grote talenten binnen het Nederlandse beachvolleybal. De wedstrijden die ze in Duitsland spelen, zijn volgens Nummerdor vergelijkbaar met het instapniveau voor profs, de zogeheten futurewedstrijden. Om in zijn voetsporen te treden en naar de Spelen te gaan, moeten ze via het challengerniveau richting de Elite16, het hoogste niveau.

‘De Spelen van 2028 komen voor deze jongens nog te vroeg’, vertelt Nummerdor, ‘maar 2032 is zeker haalbaar als ze het niveau aankunnen. Vooral voor Tom, die mag meedoen omdat hij later dit jaar 18 wordt, is het een flinke uitdaging tegen gasten van 24, die veel meer volgroeid zijn.’

‘Hier lopen ook wat teams rond die op challengerniveau spelen’, zegt Groenewold met zijn gezicht nog vol zand na de gewonnen achtste finale tegen de VS. ‘Wij trainen in Nederland met de top, olympiërs zoals Yorick de Groot en Stefan Boermans. We zijn dus wel wat gewend, maar sommige wedstrijden zijn alsnog erg zwaar.’

Dat merkt ook beachvolleyballer Floor Hogenhout (19), die een paar honderd meter verderop net de kwartfinale heeft gehaald. Ze heeft het idee dat sommige landen een andere afweging maken bij hun selectie: ‘Er waren ook wat oudere, meer ervaren Nederlandse duo’s die mee mochten doen, maar de bond heeft ervoor gekozen ons te sturen en ervaring op te laten doen. Andere landen doen dat anders.’

Desondanks is het toernooi ook voor Hogenhout een onvergetelijke ervaring. Bij haar laatste poulewedstrijd zat de Nederlandse roeiselectie op de tribune en zelf ging ze al naar waterpolowedstrijden. ‘Als we tijd hebben, gaan we zeker nog bij de roeiers kijken. Dat contact met andere sporten is het allerleukst.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next