De Europese Unie wil het uitzetten van afgewezen asielzoekers strenger en sneller regelen. Nu vertrekt gemiddeld slechts één op de vijf mensen die geen verblijfsvergunning krijgen daadwerkelijk uit de EU. In Nederland is dat percentage met 7 procent zelfs het laagste van Europa.
Om daar verandering in te brengen, onderzoekt de EU de inzet van zogenoemde 'terugkeerhubs' buiten Europa, bijvoorbeeld in landen als Oeganda, Egypte of Tunesië. In deze opvangcentra zouden migranten tijdelijk kunnen verblijven terwijl hun terugkeer naar het land van herkomst wordt geregeld. Cruciaal verschil met eerdere plannen, zoals het Britse Rwanda-model, is dat de mensen in deze hubs al definitief zijn afgewezen als asielzoeker.
De Europese Commissie probeert juridische problemen te voorkomen door nauwe samenwerking met de Verenigde Naties. De betrokkenheid van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR is daarbij essentieel. Die wil alleen meewerken onder strikte voorwaarden, die het uitzetten en opsluiten van mensen flink zouden beperken. Toch ziet de Commissie de steun van de VN als onmisbaar om te voorkomen dat rechters nieuwe plannen blokkeren. Eerdere pogingen, zoals het Britse en Italiaanse model, liepen stuk op juridische bezwaren en uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Daarom wil de EU ditmaal een juridisch sluitend systeem, met duidelijke afspraken en toezicht op de mensenrechten.
Binnen de EU groeit de politieke wil om sneller en harder op te treden. In veel landen is de roep om grip op migratie sterk toegenomen, mede door verkiezingswinst van rechtse partijen. Duitse minister Dobrindt gaf aan dat Duitsland zijn terughoudende koers heeft losgelaten en nu vooroploopt in de strijd tegen illegale migratie. Ook Denemarken, dat momenteel het EU-voorzitterschap bekleedt, wil nog dit jaar een akkoord sluiten over de nieuwe terugkeerregels. Lidstaten moeten dan verplicht uitgeprocedeerde asielzoekers korten op onderdak en voedsel als ze niet meewerken aan hun vertrek. Griekenland gaat zelfs verder: daar ligt een voorstel om migranten tot vijf jaar vast te kunnen zetten bij illegaal verblijf.
Nederland speelt een opvallende rol in de plannen. Het praat al langer met Oeganda over een proefproject voor een terugkeerhub. Volgens minister Van Hijum is dat het meest concrete initiatief tot nu toe binnen de EU, maar het zal in eerste instantie om kleine aantallen gaan. Tegelijkertijd blijft Nederland achter bij andere landen als het gaat om daadwerkelijke terugkeer. Estland, Cyprus en Oostenrijk boeken op dat vlak veel meer succes. Minister Van Weel noemt de situatie in Nederland zorgwekkend en wijt dit aan trage procedures en te veel mogelijkheden om bezwaar te maken.
De politieke wind in Brussel is duidelijk veranderd. De Europese Commissie wil het migratiebeleid hervormen en heeft in de nieuwe begroting (2028–2034) ruim 80 miljard euro gereserveerd voor migratie, grensbewaking en veiligheid — drie keer zoveel als in het vorige budget. Frontex krijgt daarvan een fors deel om de buitengrenzen van de EU beter te bewaken. Toch daalt het aantal illegale grensoverschrijdingen, met uitzondering van Kreta. Volgens de Commissie is dat geen reden om achterover te leunen. Smokkelaars blijven volgens Brunner te veel invloed houden, en daarom moet de EU zelf de controle houden over wie wel en niet binnenkomt.
De inzet op terugkeerhubs, dwangmaatregelen en juridische samenwerking met de VN markeert een nieuwe fase in het Europese migratiebeleid. Na jaren van verdeeldheid lijkt er eindelijk eensgezindheid te zijn over een strengere koers. De komende maanden moet blijken of plannen als de terugkeerhubs standhouden in de praktijk én in de rechtszaal.
Source: Fok frontpage