‘Hoppa!’ riepen de toeschouwers na iedere knal die ze hoorden vanaf Sderot Cinema. ‘Ik wil krachtigere explosies’, zei een vrouw tegen correspondent Rob Vreeken. En een 24-jarige man: ‘Dit is een attractie!’
‘Sderot Cinema’ is de bijnaam van een heuveltop bij de Israëlische stad Sderot waarvandaan je met popcorn en bier kunt aanschouwen hoe Gaza aan flarden wordt geschoten. Er staan daar automaten met frisdrank en snacks, zag Vreeken, onder meer bedoeld voor de aanwezige schoolklassen en bedrijfsuitjes. Voor 5 sjekel (1,20 euro) kun je via een verrekijker twee minuten lang inzoomen op de vernietiging.
Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Gezien de groeiende behoefte aan letterlijkheid in bepaalde delen van de samenleving zeg ik het maar even zoals het is: het bijwonen van dit soort openbare executies – iets waarvan we hoopten het in de middeleeuwen te hebben achtergelaten – zou ieder modern mens moeten vervullen met afschuw. Het is nog tot daaraan toe te weigeren een genocide een genocide te noemen, maar in plaats daarvan reppen van een attractie waarmee je een bedrijfsuitje opleukt, waar je godbetert een schoolklas mee naartoe neemt, is misselijkmakend, ranzig, fout en treurig voor iedereen, want tegen welk kwaad vecht je eigenlijk nog als een oorlog je tot dit gedrag heeft verlaagd?
Het weerzinwekkende verslag van Vreeken stond in de dinsdagkrant naast een ooggetuigenverslag van Sacha Kester, dat eveneens weerzinwekkend was, maar dan op een andere manier. Kester sprak de 20-jarige Mohammed, die afgelopen weekend aanwezig was bij een massamoord bij een voedseldistributiepunt. Bij dat soort punten werden de afgelopen maanden volgens de VN al zeker 674 mensen vermoord, maar toch blijven er Gazanen op afkomen, simpelweg omdat ze uitgehongerd zijn, als een stoet reizigers richting de dood.
‘We stonden op een afstandje van de grensovergang te wachten toen we geweervuur hoorden, maar tegelijkertijd zagen we mensen met zakken bloem rennen, dus we probeerden toch dichter bij de trucks te komen’, vertelde Mohammed. ‘Toen vielen er allemaal mensen om ons heen op de grond.’
De precieze omvang van de gruwelen die de afgelopen twee jaar in Gaza zijn voorgevallen, en nog altijd voorvallen, zal ons later, wanneer ze stukje bij beetje aan het licht komen, doen sidderen van schaamte. Vooralsnog krijgen we slechts flarden mee, onder meer doordat buitenlandse journalisten worden geweerd en lokale journalisten uitgehongerd en vermoord.
Afgelopen zaterdag bijvoorbeeld, schreef Bashar, een 30-jarige fotograaf die al twee jaar lang onder beestachtige omstandigheden gebeurtenissen vastlegt voor persbureau AFP, dat het hem niet meer lukt. ‘Mijn lijf is mager en ik kan niet langer werken’, noteerde hij op Facebook. Zijn werkgever maakte daar prompt een nieuwsbericht van en schreef erbij: ‘Sinds de oprichting van AFP in augustus 1944 hebben we journalisten verloren aan conflicten, waren er gewonden en gevangenen in onze gelederen, maar niemand kan zich herinneren dat er ooit een van onze collega’s werd doodgehongerd.’
‘Dit nooit meer’, zeiden we, maar al die tijd bedoelden we blijkbaar: ‘dit nooit meer tot de volgende keer’.
Daarna zeiden we: ‘we trekken een streep in het zand’, maar vorige week werd dankzij een onderzoek van Somo duidelijk dat Nederland, met dank aan de Amsterdamse Zuidas en de daar aanwezige brievenbusfirma’s, nog altijd de grootste investeerder ter wereld is in Israël. En omgekeerd is Nederland de belangrijkste bestemming van Israëlische investeerders. Twee derde van de Europese investeringen in Israël lopen via Nederland.
Er is een genocide aan de gang en wat deden wij? Wij trokken een streep in het water en liepen daarna verder.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant