Paul Onkenhout en John Schoorl schrijven elke week over een liedje waarvan de titel bestaat uit alleen een voornaam. Catootje van het Cocktail Trio was niet van de straat, ze ging naar de opera.
Ik ben met Catootje naar de opera gegaan
Naar de opera gegaan
Catootje, Cocktail Trio (1970)
De nationale doorbraak van de vrouw die naar de Botermarkt gaat, is de verdienste van niemand minder dan de grote cabaretier Wim Sonneveld. ‘Men hoort Katootje dagelijks zingen’, schreef de jonge verslaggever Henk van der Meijden in januari 1963 vol bewondering in zijn krant, De Telegraaf.
Katootje werd dankzij Sonneveld een onvoorstelbare hit, een meezinger die de temperatuur in een van de koudste januarimaanden – denk: Elfstedentocht – van de 20ste eeuw deed oplopen. ‘Overal is de zo opvallende Katootje op het ogenblik aan te treffen en zij is een ware vreugde voor het oor in deze winterse dagen.’
Op Sinterklaasavond 1962 was de zegetocht begonnen van het liedje met het kettingrefrein. In Doe ’ns wat, meneer Sonneveld van de KRO introduceerden acht zangers en zangeressen uit de musical My Fair Lady, onder wie Jasperina de Jong, Katootje op de nationale televisie.
Van het nummer werd een single uitgebracht die de winkels uitvloog. Het liedje had zijn waarde al bijna tien jaar eerder bewezen in het theater, in Sonnevelds voorstelling Waar de blanke top. ‘En m’n zuster die heet Kee / En m’n zuster die heet Kee / En m’n zuster die heet Kee’.
Vooral dankzij amateurhistoricus Bert van Zantwijk is de geschiedenis van het liedje uitgebreid gedocumenteerd. Sonneveld en zijn toenmalige partner, tekstschrijver Huub Janssen alias Jean Senn, hadden een Amsterdams volksliedje uit het begin van de 20ste eeuw omgevormd, Violine.
De oorsprong gaat nog verder terug, tot een Duits protestliedje tegen de territoriale driften van de Franse generaal Napoleon Bonaparte uit het begin van de 19de eeuw. De melodie van Jan Hinnerk was ontleend aan een aria uit Le nozze di Figaro, een opera van Wolfgang Amadeus Mozart.
Entree André Meurs, een tekstschrijver die in de jaren zestig Het Cocktail Trio een reeks klassiekers in de schoot wierp. Met Wie heeft de sleutel van de jukebox gezien, Vlooiencircus, Kangoeroe (‘Op een Kangoeroe-eiland’) en Grote Beer veroverden zanger Tonny More, contrabassist Carel Alberts en pianist Ad van de Gein jong en oud.
Vermeldenswaard is ook Batje Vier, met de geweldige kreet ‘Leve de man die het bier uitvond’. Ten behoeve van de bekende rijdende winkels maakte Het Cocktail Trio er in 1971 een variant op, Leve de man van de SRV.
Ook de tekst van Catootje was van Meurs, een voormalige verzetsstrijder die concentratiekamp Wilhelmshafen overleefde, radiomaker werd en in Hilversum zou opklimmen tot directeur van Tros-radio. In zijn variant ging de hoofdpersoon niet naar de Botermarkt, maar naar een voorstelling van Le nozze di Figaro. Ook André van Duin, Paul de Leeuw, Rubberen Robbie en zelfs de Amerikaanse twistkoning Chubby Checker (met Cato from Volendam, samen met ZZ en de Maskers), waagden zich aan het volksliedje.
De Brabantse hitfabrikant Johnny Hoes zou Johnny Hoes niet zijn geweest als hij geen scabreuze versie zou hebben uitgebracht. In 1974 verscheen Catootje in de Sexboetiek. De zanger was Jef Vriezelaar uit Maastricht. Veiligheidshalve verschool hij zich achter een pseudoniem, Willem de Wipper.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant