Televisiekijken in de zomer, het voelt wat illegaal, alsof m’n moeder nog altijd over m’n schouder meeloert en zegt: kind, ga toch naar buiten, straks zit je weer de hele week op school.
Zomerkijken is het gevoel van plakkerige blote benen op een leren bank, en dan, met de gordijnen gesloten uren en uren zappen. Van herhaling (Tour de France-hoogtepunten vorige week, hmmm) naar sportevenement (Tour de France, laat maar) naar herhaling (samenvatting Tour de France, nee) om vervolgens uit te komen bij een programma waarvoor je niet per se thuis wilt blijven, maar dat je wel in alles aanmoedigt nooit meer van die veilige bank af te komen: Max Vakantieman, het consumentenprogramma voor de vakantieganger.
Een kinderkleurplaat voor op de laatste schooldag, zo ziet de Vakantieman-studio eruit: presentator Sybrand Niessen is omringd door kunststof wereldbollen, terwijl op het scherm achter hem vakantiepolaroids en vliegtuigjes worden afgebeeld. Een lieflijke setting voor al het leed dat Mister Vakantieman gaat aanpakken, Niessen somt op: er is een echtpaar beroofd op een Spaanse snelweg, Nederlandse vakantiegangers krijgen hun borg niet terug en een aangepaste rolstoel mag van Transavia niet mee in het vliegtuig.
Vakantie, wie haalt het dan ook in z’n hoofd?
Aan het woord komen Elly en Mia, die al jaren overwinteren in het Spaanse Calella. Twee zussen op pad, voor anderen is het misschien vragen om ellende, vertellen deze doodgoeie dames, maar niet in hun geval. Altijd gezellig aan de Costa Brava, allemaal Nederlanders daar, fijn en makkelijk.
Tot accommodatieverhuurder señor David – ‘een nette man, piccobello in pak, mooie auto’, bij de geoefende Omroep Max-kijker gaan dan natuurlijk alle alarmbellen af – niet thuisgeeft als de borg moet worden terugbetaald. Een bedrag van 2.000 euro. En nog erger: als señor David dan eindelijk iets laat horen, stuurt hij een foto van zichzelf, aan een goed gedekte tafel. Elly: ‘Hij zat op de bruiloft van z’n dochter. Die zijn gewoon feest aan het vieren van ons geld!’
Max Vakantieman balanceert ergens tussen ‘een gewaarschuwd mens telt voor twee’ en ‘zalig zijn de onwetenden’. Het is (hand in eigen boezem) makkelijk een beetje schamper te doen over de Nederlandse benepenheid van het programma, maar toen een euforische Elly en Mia in de studio aanschoven – de borg was na interventie van de Vakantieman dan toch eindelijk teruggestort! – juichte ik mee: há, gerechtigheid.
Daar in die donkere, benauwde kamer, in die woestijn van de Hilversumse zomerstops, was daar toch de Vakantieman, die me plots voorkwam als het prototype van de Nederlandse superheld, even pietluttig als standvastig.
Ten strijde! Tegen de uitgedroogde kitrandjes in de hotelbadkamer, tegen de kleine oplichter (‘Word u onderweg staande gehouden, open dan nóóit de autodeur, voor u het weet zijn uw spullen foetsie!’) én tegen het grootkapitaal (Transavia krijgt er flink van langs).
Vakantieman, prevel ik, waar zouden we als volk zonder jou zijn?
Goed, de hoogste tijd, naar buiten!
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns