Het laatste bezoek van de MotoGP aan Automotodrom Brno dateerde alweer van 2020. Destijds schreef Brad Binder de laatste editie van de Tsjechische Grand Prix op zijn naam. Dit weekend keerde de sport na vier seizoenen afwezigheid terug. Er werden recordtijden gereden, maar er was iemand waarop wederom geen maat stond: Marc Márquez. De Ducati-rijder domineerde en zette een enorme stap richting zijn zevende wereldtitel. Dat was echter niet de enige verhaallijn die in Brno speelde. Want wat te denken van de wederopstanding van Pedro Acosta na een lastige seizoensstart? En de rentree van Jorge Martín, die Aprilia in zijn hart lijkt te hebben gesloten.
Motorsport.com blikt terug op de Grand Prix van Tsjechië en doet dat door middel van drie conclusies.
Vorige week liet Marc Márquez er op zijn geliefde Sachsenring al geen gras over groeien door op dominante wijze de sprintrace én de Grand Prix van Duitsland te winnen. Het was de vierde keer op rij dat hij beide MotoGP-races in hetzelfde weekend op zijn naam schreef. De concurrentie kon afgelopen weekend bij de terugkeer in Tsjechië echter hoop putten uit het feit dat Brno niet tot de succesvolste circuits van de Ducati-rijder behoorde. Die hoop boorde Márquez echter razendsnel de grond in door in alle trainingen de snelste tijd te rijden. Toch moest hij de pole-position aan teamgenoot Francesco Bagnaia laten.
Marc Márquez is in rap tempo op weg naar zijn zevende wereldtitel in de MotoGP.
Foto door: Ducati Corse
In de races stelde Márquez echter orde op zaken door zijn vijfde dubbele overwinning op rij te pakken en dat wederom op zeer overtuigende wijze te doen. Een probleempje met de bandenspanning maakte de sprintrace nog even spannend, maar het was duidelijk dat de 32-jarige Spanjaard altijd snelheid over had om Pedro Acosta weer voorbij te gaan – iets wat in de voorlaatste ronde ook bleek. Op zondag nam hij in de openingsfase nog even plaats achter Marco Bezzecchi, maar na zijn inhaalactie in de achtste ronde reed Márquez eenvoudig weg en kon hij zijn voorsprong eenvoudig controleren.
Márquez werd in Brno de eerste Ducati-rijder die vijf opeenvolgende Grands Prix won. Een mooie statistiek, maar zelf vond hij het belangrijker dat hij een nieuwe stap naar zijn zevende MotoGP-titel zette. Dat was overigens deels ook te danken aan Álex Márquez, die mede door een crash op zondag puntloos vertrok uit Brno. Met nog tien Grands Prix voor de boeg heeft Marc een voorsprong van 120 punten op zijn jongere broertje en naaste achtervolger. Met deze voorsprong mag de zesvoudig MotoGP-kampioen in iedere resterende sprintrace en Grand Prix als tweede eindigen, zelfs als Álex iedere race op zijn naam schrijft. En behoudt Marc Márquez deze voorsprong? Dan kan hij de wereldtitel met nog drie weekenden voor de boeg al veiligstellen tijdens de GP van Australië.
Waar Marc Márquez ongenaakbaar was in Brno, verdienden ook de andere podiumfinishers een dikke pluim. In de sprintrace behaalde Enea Bastianini met P3 zijn eerste ereplaats in dienst van KTM Tech3, iets wat hij voor zijn crash op zondag leek te kunnen herhalen. Op zaterdag hield Bastianini landgenoot Marco Bezzecchi nog achter zich, maar de Aprilia-rijder reed op zondag – niet voor het eerst in de afgelopen weken – een uitstekende race. Na even geleid te hebben, moest hij Márquez laten gaan, maar desondanks behaalde Bezzecchi een knappe tweede plaats die hem naar P4 in de titelstrijd bracht.
De lach is na een moeilijke start van 2025 terug op het gezicht van Pedro Acosta.
Foto door: Gold and Goose Photography / LAT Images / via Getty Images
De enige andere constante factor op het MotoGP-podium in Tsjechië was Pedro Acosta. Hij kreeg tijdens de zaterdagse sprintrace de leiding in handen toen Márquez zich liet terugzakken vanwege zijn bandenspanning. De aanval van de WK-leider kon hij niet beantwoorden, maar de tweede plek betekende wel zijn eerste sprintpodium sinds de GP van Aragón van vorig jaar. Een dag later maakte Acosta ook een einde aan zijn reeks podiumloze Grands Prix, die na de GP van Thailand van 2024 begon. De fabrieksrijder van KTM knokte zich vanaf de zevende startpositie snel naar de derde plek, die hij ondanks late druk van Francesco Bagnaia ook vasthield.
De dubbele podiumplaats in Brno was voor Acosta belangrijk na een lastige seizoensstart. Hij koos ervoor om zijn eigen weg te volgen met de KTM RC16 en dat wierp zijn vruchten niet af, waardoor de resultaten tegenvielen. Dit leidde er weer toe dat de 21-jarige Spanjaard op zoek leek naar de uitgang bij KTM om zijn loopbaan in 2026 te vervolgen bij VR46 Ducati. Inmiddels zijn die geluiden verdwenen en sinds hij na zijn operatie aan armpump meer luistert naar zijn huidige werkgever, zijn de resultaten beter geworden. De Tsjechische GP was daar een bekroning op, maar bovenal was het voor Acosta een goede manier om een van de donkerste periodes uit zijn loopbaan achter zich te laten.
Wie ontegenzeggelijk ook een donkere periode afsloot in Brno, was Jorge Martín. De regerend wereldkampioen keerde in Tsjechië terug na drie maanden langs de kant te hebben gestaan met blessures die hij in Qatar opliep. Desondanks stond hij in die periode nog altijd behoorlijk in de schijnwerpers, al was dat niet op de manier waarop hij gehoopt had. Martín raakte in conflict met Aprilia over een ontsnappingsclausule in zijn contract, die hij zelf wilde activeren, maar die Aprilia door al het blessureleed ongeldig achtte.
Jorge Martín is terug en lijkt Aprilia dan eindelijk in zijn hart te sluiten.
Foto door: Aprilia Racing
Dat hoofdstuk werd op de donderdag in Brno definitief afgesloten toen Martín bevestigde ook in 2026 bij Aprilia te blijven. De focus kon zodoende precies op tijd weer naar het sportieve plaatje. De verwachtingen werden in de aanloop naar het raceweekend nog getemperd, want Martín zou de Tsjechische GP vooral zien als een veredelde testsessie om meer ervaring op te doen op de RS-GP. Dat was tijdens de eerste vrije training op vrijdag wellicht nog enigszins te zien, maar in de natte tweede training niet. Daarin plaatste Martín zich rechtstreeks voor Q2. Het leidde uiteindelijk tot de twaalfde plek op de grid.
In de sprintrace boekte Martín weinig progressie en eindigde hij als elfde, maar een dag later zorgde hij voor een verrassing door knap zevende te worden. Aprilia-topman Massimo Rivola was na afloop dan ook zeer complimenteus en ook andere teamleden leken erg blij, gezien de warme manier waarop ze Martín onthaalden in de pits. En de Spanjaard zelf? Die leek de bladzijde ook te hebben omgeslagen nadat hij eerder nog een vertrek wilde forceren: "Ik denk dat het lastig te geloven is, maar ik begin me hier thuis te voelen."
Source: Motorsport