Home

In Zambia laat China zien wat soft power oplevert in de jacht op koper

Europa wil in de jacht op grondstoffen de achterstand op China inlopen, maar daar is meer voor nodig dan zachte beloften.

Om de toegang tot kritieke grondstoffen veilig te stellen is duurzame ‘aanwezigheid’ een vereiste. Dat is de les die valt te trekken uit de reportage in de Volkskrant over Zambia, waar China al sinds de jaren zeventig gestaag werkt aan zijn dominante rol op de wereldkopermarkt.

Waar westerse multinationals komen en gaan, al naar gelang de wereldmarktprijzen stijgen of dalen, zijn de staatsbedrijven uit China gekomen om te blijven en moeilijke perioden gewoon uit te zitten tot de handel weer in de lift zit.

Met zijn zorgvuldig uitgestippelde economische strategie is China nu heer en meester over de mondiale winning en verwerking van grondstoffen als koper, kobalt, lithium en zeldzame aardmetalen. Dit zijn onmisbare delfstoffen voor de productie van mobieltjes, elektrische auto’s, drones of windmolens.

Het besef dat Europese landen te afhankelijk zijn geworden van China voor hun productieketens drong voor het eerst echt door tijdens de covidpandemie en de oorlog in Oekraïne. Nu is dat versterkt door de dreigende handelsoorlogen van Donald Trump, waarbij China al meermaals een exportstop van cruciale aardmetalen in het vooruitzicht stelde.

In een poging het tij te keren heeft Brussel nu de mond vol van lovenswaardige doelen als ‘strategische autonomie’. Er zijn ‘strategische partnerschappen’ afgesloten met grondstofrijke landen in het mondiale Zuiden zoals Chili, de Democratische Republiek Congo en Zambia. De vraag is echter of het genoeg is om de achterstand op China in te lopen.

Er is tussen 2021 en 2027 300 miljard beschikbaar gesteld voor de Global Gateway, de Europese tegenhanger van het Chinese Belt & Road Initiative waaraan China sinds 2013 al ruim 1.000 miljard dollar heeft uitgegeven.

Uit een serie verhalen die de Volkskrant deze zomer maakt over de mondiale jacht op grondstoffen in Servië en Namibië, blijkt dat veel Europese toezeggingen vooral op papier bestaan. Zo belooft de EU grondstofrijke landen dat ze worden geholpen met het opzetten van lokale verwerkende industrie om te kunnen profiteren van hun natuurlijke rijkdommen, maar daartoe mist het de (dwang-) middelen die een staatsmonopolie als China heeft.

De lidstaten van Europa hebben amper invloed op multinationals die zaken doen in grondstofrijke landen. Als er niets meer valt te verdienen of de mijnen zijn uitgeput, vertrekken ze met achterlating van milieuschade en duizenden werkloze mijnwerkers en arbeiders. De Europese wetten om bedrijven duurzaam en sociaal verantwoord te laten produceren, worden in de praktijk nu eenmaal meer omzeild naarmate de misstanden verder weg plaatsvinden.

Terwijl westerse bedrijven in het mondiale Zuiden vooral bezig zijn met winst maken, hebben hun overheden fors aan gezag en invloed ingeboet door een dubbele moraal te hanteren als het gaat om mensenrechtenschendingen (vooral inzake Gaza) en miljarden te schrappen aan ontwikkelingshulp en overige vormen van soft power.

Zo is het nu de vraag of de Amerikanen hun beloofde bijdrage gaan leveren aan de westerse Lobito-spoorweg, die het Zambiaanse koper naar de haven van Angola moet brengen. De Chinezen staan al te popelen om in dat gat te springen, Europa heeft weinig meer te bieden dan zachte beloften.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Source: Volkskrant

Previous

Next