Iemand troosten na een groot verlies is knap lastig. Want: welke woorden kies je? En wat helpt nu écht? Enkele adviezen op een rij. ‘Geef het kostbaarste wat je hebt: tijd.’
In de serie Dead to Me staat een buurvrouw voor de deur met een ovenschotel. ‘Ik kan me niet voorstellen wat je doormaakt’, zegt ze. De kersverse weduwe Jen, gespeeld door Christina Applegate, heeft duidelijk geen zin in het medelijden van vreemden. ‘Nou, stel je voor dat je man Jeff wordt aangereden en op gruwelijke wijze om het leven komt.’ Dan smijt ze de deur dicht.
De juiste toon vinden bij iemand in rouw is vaak lastig. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat mensen behoorlijk onhandig zijn in hun (goedbedoelde) troostpogingen. Wetenschappers keken naar de reacties die nabestaanden kregen en verdeelden die op een schaal van helpend naar niet helpend. Vier van de vijf opmerkingen vielen in de categorie ‘niet helpend’. Denk bijvoorbeeld aan: ‘De dood hoort bij het leven’, ‘Ze heeft in elk geval een mooi leven gehad’, of 'Je hebt gelukkig de kinderen nog’.
Het is de grootste valkuil bij het troosten: proberen om het leed te verlichten met relativerende opmerkingen. ‘De fabrieksstand van ons brein is dat we direct op zoek gaan naar oplossingen als er een probleem is’, zegt psycholoog Huub Buijssen, schrijver van De vijf talen van troost. En bij groot verdriet is dat onmogelijk.
In zijn boek noemt Buijssen de beroemde Amerikaanse schrijver Joyce Carol Oates, die na de dood van haar echtgenoot een brief van een vriendin kreeg met de tekst: ‘Lijd maar gerust. Ray verdient het.’ Ofwel: de erkenning van het verlies is troostrijker dan zogenaamd opbeurende woorden. Hoe pak je dat aan?
‘Geef het kostbaarste wat je hebt: tijd’, zegt Buijssen. ‘Wees gewoon aanwezig.’ Hij verwijst naar de uitspraak van presentatrice Inge Diepman, na de dood van haar kind. ‘Als vrienden vroegen hoe ze konden helpen, zei ze: kom maar met lege handen, ik vul ze wel met mijn verdriet.’
Volgens de psycholoog waarderen mensen het als ze zien dat je tijd investeert. ‘Een appje sturen is zo gepiept. Maar bij een handgeschreven kaartje weet je dat het moeite kost: de kaart uitzoeken, een tekst bedenken, naar de brievenbus. Die aandacht voelt de ander.’
‘Je kunt me altijd bellen!’ Het is een goedbedoelde zin die we vaak zeggen als iemand door een moeilijke tijd gaat. Maar juist dán is die stap te groot. ‘Niemand wil zich tot last voelen of afhankelijk zijn van een ander’, zegt Buijssen. ‘Neem zelf het initiatief en maak het concreet. Zoals: zullen we morgenavond samen wandelen? De ander kan altijd weigeren als het niet uitkomt.’
Een goed voorbeeld hiervan komt van leiderschapsexpert Simon Sinek. In een podcast vertelt hij over zijn vriend Will, wiens goede vriend net zijn vader was verloren. In plaats van te bellen, stuurde Will een bericht: ‘Je krijgt vandaag vast veel telefoontjes en berichten. Ik ga je niet bellen. Wat ik wél ga doen: vanaf morgen bel ik je elke dag om 09.45 uur. Voel je niet verplicht om op te nemen. Maar als je er klaar voor bent: ik ben er.’ En dat deed hij. Drie maanden lang. In het begin werd er niet opgenomen, daarna praatten ze elke dag. Sinek: ‘Het gaat om intentionaliteit: die naam op het scherm laat zien: je bent niet alleen.’
Volgens Buijssen bestaan er vijf talen van troost: luisteren, er zijn voor de ander, iets geven, helpen of lichamelijke aanraking. Dat is belangrijk, want het laat zien dat er verschillende manieren zijn om troost te geven. ‘Ben je minder goed in luisteren, dan kun je praktisch aan de slag. Na het overlijden van een dierbare zijn mensen vaak onthand. Dan kun je bijspringen in de tuin of met de administratie. En soms is het vasthouden van een hand of het geven van een knuffel voldoende.’
‘Het is een groot misverstand dat troosten gaat om het uitspreken van de juiste woorden. Taal schiet sowieso tekort’, zegt Buijssen. ‘Je kunt beter een klungelige opmerking maken dan de ander uit de weg gaan.’
Amerikaanse onderzoekers vroegen aan ruim driehonderd mensen wat hen het meest had geholpen na het verlies van hun partner. ‘Luisteren’ stond met stip op nummer één, gevolgd door ‘het accepteren van rouw, zonder veroordeling’ en ‘praktische hulp’, zoals iets repareren of een afspraak maken.
Rouw verdwijnt niet na een paar weken. Toch vinden mensen het moeilijk om er op de lange termijn mee om te gaan. Hoe weet je of iemand nog wil praten over zijn of haar verdriet? Vaak vragen we uit gewoonte: ‘Hoe gaat het?’ Maar die vraag is vaag. De rouwende weet dan niet of je beleefd wilt zijn, of écht wilt luisteren. Buijssen raadt aan om specifieker te zijn: ‘Hoe is het vandaag met je?’, ‘Hoe is het nú met je?’ Of refereer aan het verlies. Dan geef je ruimte voor een eerlijk antwoord.’
Beter Leven
In de rubriek Beter Leven beantwoordt de Volkskrant, samen met experts, praktische vragen op het terrein van onder meer gezondheid, geld en duurzaamheid. Zelf een vraag voor deze rubriek? beterleven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant