Home

Ook met windenergie kiest het kabinet voor de vlucht naar achteren

is economieredacteur en commentator van de Volkskrant.

Met het verlagen van de doelstellingen voor windenergie toont het demissionaire kabinet opnieuw zijn apathie en laat het de industrie met de handen in het haar achter.

Hoeveel windmolens heeft een land nodig? Zo’n 85 gigawatt aan vermogen om klimaatneutraal te worden in 2050, zo is eerder berekend, waarvan 70 gigawatt op zee. Dat was dan ook het doel dat het kabinet drie jaar geleden vaststelde. Tot afgelopen week.

Minister Sophie Hermans van Klimaat en Groene Groei liet dinsdag weten dat ze het tussentijdse doel voor 2040 niet haalbaar acht. Dat gaat nu van 50 naar ‘30 of 40’ gigawatt. Dat is een eufemistische manier om te zeggen dat 30 al lastig genoeg wordt. En daarmee, zo zei ze tegen de Volkskrant, wordt ook de kans dat het doel voor 2050 wordt gehaald ‘niet heel groot’.

Daarmee erkent het kabinet-Schoof ook op dit dossier zijn eigen apathie. Net als met stikstof, de huizenmarkt en migratie heeft de regeringsverantwoordelijkheid ook op klimaatgebied geresulteerd in stilstand dan wel achteruitgang.

Realisme van de gemakzucht

Dat kun je zien als een vorm van conservatisme, maar bijster productief is het niet. Terwijl de gevolgen van klimaatverandering zelfs voor de grootste sceptici zichtbaar worden en de wereld in geopolitiek opzicht dagelijks vijandiger wordt, kiest het demissionaire kabinet, ondanks de redelijk succesvolle uitrol van wind op zee tot dusver, ook hier voor de vlucht naar achteren. Dat mag ‘realistisch’ heten, in de woorden van Hermans, maar het is het realisme van de gemakzucht.

Want een belangrijk excuus voor de bijstelling is de uitblijvende vraag naar elektriciteit. Dat slaat niet op de huidige stroomvraag – die zo groot is dat de netten het niet meer aankunnen – maar op prognoses voor de middellange termijn. Volgend decennium zouden veel (zware) industrieën van fossiele bronnen moeten zijn overgestapt op elektriciteit en op elektrisch geproduceerde waterstof, door wind op zee opgewekt. Maar die industrieën hebben geen vertrouwen in de steun van de overheid en dus geen plannen gemaakt.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

‘Maatwerkafspraken’ zouden de toverformule vormen om de bedrijven te laten vergroenen, maar die afspraken zijn volgens Hermans mislukt. Ze wijst daarbij op concurrentie uit het buitenland. ‘Dan kun je wel blijven vasthouden aan wat we hebben bedacht, maar dat werkt niet’, aldus de minister die Groene Groei in haar functieomschrijving heeft staan.

Brandbrief van de industrie

De industrie zelf denkt er heel anders over. Hun belangenorganisaties wijzen in een zondag verschenen brandbrief juist op vergroening als dé manier om de concurrentie het hoofd te blijven bieden. Volgens hen ‘dreigt de energietransitie nu ernstige vertraging op te lopen’. Zij vragen om meer beleid, financiële steun en verplichtingen bij de eindgebruiker.

Grootschalige windenergie zou Nederland bovendien weerbaarder maken. De energievoorziening en dus ook de economie zouden veel onafhankelijker worden van het onbetrouwbare buitenland (windmolens vergen wel geïmporteerde grondstoffen, maar dat is geen continue dagelijkse behoefte).

Terwijl andere landen inzien dat de energietransitie kansen biedt voor het eigen bedrijfsleven, kiest Nederland voor omgekeerde industriepolitiek: eerst ambities opstellen, daar vervolgens geen concrete invulling aan geven, dan ambities naar beneden bijstellen. De industrie blijft met de handen in het haar achter.

Zeker, het doel was altijd ambitieus. Maar ook realisme mag best wat consistenter en toekomstgerichter.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next