Op de straten van Toronto is zondagavond de dertiende van zeventien races van dit jaar verreden in de IndyCar Series. Dat werd een typische IndyCar-race: strategie, brandstof, banden en wel of geen geluk met cautions maakten er een heerlijk onvoorspelbaar spektakel van.
Colton Herta vertrok vanaf poleposition en stond naast kampioenschapsleider Alex Palou. Marcus Armstrong en Will Power vormden de tweede rij, voor Graham Rahal, Kyle Kirkwood, Louis Foster, Marcus Ericsson, Rinus van Kalmthout en Pato O'Ward. Herta behield de leiding bij de start, Armstrong en Kirkwood kwamen naar voren via vooral Palou, die op de harde band gestart was en wat minder lekker op gang kwam.
Al in ronde drie was de eerste caution een feit: Scott McLaughlin had een vroege stop gemaakt, maar in de eerste serieuze bocht daarna schoot een wielmoer los en knalde hij de muur in. Veel van de op zachte banden gestartte coureurs kwamen gelijk een pitstop maken, Van Kalmthout deed dat niet. Palou bleef ook buiten en had de leiding bij de herstart, voor Van Kalmthout en Foster - Hertra reed na zijn stop op plek zeventien, voor Armstrong en Rahal.
Het duurde niet lang voor Van Kalmthout's banden er helemaal klaar mee waren: in no-time gingen Foster, David Malukas, Scott Dixon, Josef Newgarden, Christian Lundgaard, Robert Shwartzman en Alexander Rossi er voorbij. Van Kalmthout kwam noodgedwongen binnen, eerder dan gehoopt, maar dat pakte wellicht niet verkeerd uit: Christian Rasmussen ging in de drukte in de rondte, raakte de muur en veroorzaakte een caution.
Met dezelfde top-3 werd het groen weer gezwaaid, Van Kalmthout sloot zo weer aan in het achterveld. Malukas ging snel voorbij Foster naar plek twee en na dertig van de negentig ronden was de volgende caution een feit: Rossi schampte de muur, kreeg een klapband en moest zijn auto parkeren. Er werden weer veel pitstops gemaakt, maar niet door Van Kalmthout, die zo vanaf plek drie kon herstarten, achter Palou en Dixon.
De herstart was geen doorslaand succes: Van Kalmthout's teamgenoot Jacob Abel, het hele jaar al bepaald niet indrukwekkend bezig, ging de muur in na een aanvaring in het middenveld, waarna Newgarden er bovenop reed. Palou en Dixon kwamen onder geel binnen en zo was de leiding bij de herstart in handen van niemand minder dan Van Kalmthout, voor Kyffin Simpson en Conor Daly, die ook nog een extra stop moesten maken.
Power werd in de strijd om plek vijf tegen de muur getikt, maar kon door zonder caution. O'Ward schoof ondertussen langs Daly en Simpson door naar plek twee, maar Van Kalmthout kreeg hij nog niet te pakken. Na dik vijftig ronden kwam de één na de ander binnen voor de voorlaatste pitstop, maar de Nederlander kon wat langer door en zette zich zo rondje na rondje in een positie waarin hij bij zijn laatste stint minder zou moeten besparen.
Na 57 ronden kwam Van Kalmthout dan binnen; hij betrad de baan op de zevende plek, mét de nodige vrije lucht voor zijn neus. O'Ward kwam een ronde later binnen en kwam voor de neus van Van Kalmthout terug de baan op; Marcus Ericsson en Herta reden er nog voor, maar moesten sowieso nog een stop maken en hadden dat een handvol ronden later ook gedaan.
Zo waren in principe alle pitstops achter de rug en reed O'Ward aan de leiding, met Van Kalmthout als enige serieuze bedreiging. Die zat er even strak bovenop, maar een echte aanval kon hij niet plaatsen, waarna hij zich moest richten op het binnenhalen van plek twee. Twee ronden voor het einde leek dat ineens nog fout te gaan: achterblijvers Nolan Siegel en Felix Rosenqvist waren in de clinch geraakt en reden de muur in, Van Kalmthout reed er bíjna bovenop.
Palou en Van Kalmthout konden de boel ontwijken en zo was de overwinning voor Palou - met twee ronden te gaan werd er niet meer geracet. Van Kalmthout haalde de tweede plek binnen, zijn eerste top-3-klassering - een echt podium is er in de IndyCar Series niet - in drie jaar tijd, met Simpson op een verrassende derde plek.
Source: Fok frontpage