De Grand Prix van Tsjechië in de MotoGP heeft weer een klein beetje historie opgeleverd. Echt spannend was het uiteindelijk niet, maar met name voor Ducati-fans kon de champagne weer eens ontkurkt worden, bepaald niet voor het eerst dit jaar.
Francesco Bagnaia vertrok net als zaterdag vanaf poleposition, met teamgenoot en WK-leider Marc Marquez en Fabio Quartararo naast zich. Marco Bezzecchi, Joan Mir en Raul Fernandez mochten het vanaf de tweede rij doen, voor Pedro Acosta, Alex Marquez en Johann Zarco - Jack Miller, Enea Bastianini en Jorge Martin stonden dan nog op rij vier.
In een heerlijke openingsronde werd Bagnaia volle bak aangevallen, eerst door Marquez, vervolgens door Bezzecchi, en aan beiden verloor hij een plek. In ronde twee knokten Mir en en Alex Marquez, die het beiden zaterdag nog zo zwaar hadden, om de zesde plek, maar dat ging fout: Marquez schoof onderuit en tikte Mir aan, die eveneens het grind in dook.
Acosta opende ondertussen ook de aanval op Bagnaia en nam de derde plek over. De tweevoudig wereldkampioen moest daarna ook de strijd aanbinden met Bastianini, die lekker bezig was, tot ronde zeven: hij schoof onderuit en zijn KTM knalde de stootkussens in. Voorin plaatste Marquez een eerste echte aanval op Bezzecchi en dat was direct voldoende om de leiding over te nemen.
Halverwege de race had Marquez een gaatje geslagen naar Bezzecchi en Acosta, die op hun beurt Bagnaia van zich af hadden geschud. Marquez reed beetje bij beetje weg, terwijl Acosta het tempo van Bezzecchi niet helemaal meer vast kon houden en Bagnaia achter zich aan kreeg. Die hield hij wel achter zich en dus pakte Acosta de derde plek, achter Bezzecchi en Marquez, die als eerste Ducati-coureur ooit vijf opeenvolgende Grand Prix-zeges boekte.
Source: Fok frontpage