Het begon als een voetbaltoernooi in de Bijlmer, vijftig jaar later is het een festival dat elke zomer zo’n 140 duizend bezoekers trekt. Sommigen zien het zelfs als een statement voor samenhorigheid in tijden van polarisatie. Directeur Ivette Forster: ‘Je mag er op plakken wat je wil, we doen gewoon ons ding.’
is verslaggever van de Volkskrant.
Wie verhalen wil horen over de oorsprong van het Kwaku Zomerfestival, kan er terecht in de La Spang-tent. Op luide toon om over de kaseko-muziek heen te komen, vertelt Roba Kajieffa (leeftijd: ‘Dik over de zestig’) onder een slinger van Surinaamse vlaggetjes hoe hij daar vijf decennia geleden al bij was.
Toen was hij voetballer van het elftal La Spang dat tijdens Kwakoe in de zomer tegen teams van andere flats in de Bijlmer speelde. Maar met het klimmen van de jaren werd het runnen van hun tent steeds belangrijker, vertelt hij. Daar wordt ook deze zaterdag enthousiast gedanst en gedronken. En niet alleen dat, benadrukt Kajieffa. ‘Hier dragen de ouderen de Surinaamse cultuur over aan de volgende generaties.’
Het is de geschiedenis in een notendop van het Kwaku Zomerfestival dat deze zomer vijftig jaar bestaat. Het begon in de jaren zeventig als Kwakoe, een voetbaltoernooi voor jongeren van Surinaamse afkomst in de Bijlmer die geen geld hadden om op vakantie te gaan. Elk jaar stonden er meer kraampjes met eten en muziek om het voetbalveld heen.
Toen het festival uit zijn voegen groeide, ging het in 2011 niet door vanwege financiële problemen. Vanaf 2013 transformeerde het voormalige buurtfeest in het strakker georganiseerde evenement Kwaku met hekken om het terrein, entreeheffing en een ordentelijke festivalinrichting met grote podia en looppaden met daaraan vele kraampjes en tenten.
Het afgelopen weekend gingen op vrijdagavond ruim 15 duizend bezoekers los op socaband Krosfyah uit Barbados. Zaterdag was de Hindoestaanse dag, daarop volgde de Roze Zondag van het festival. Ook zijn er nog een Molukse en een Antilliaanse dag. Op 2 augustus is er vanwege het jubileum vuurwerk na een optreden van de Surinaamse band Trafassi, die er jaarlijks speelt.
Het laat zien dat de basis van het festival nog steeds Surinaams is, maar dat de doelgroep met de jaren breder is geworden. Onder het jaarlijkse gemiddelde van zo’n 140 duizend bezoekers tijdens de vier zomerweekenden zijn bovendien, naast Nederlanders met Latijns-Amerikaanse of Afrikaanse wortels, ook steeds meer Nederlanders zonder migratieachtergrond. Onder wie Amsterdammer Paul (53). Hij zit zaterdagmiddag met zijn vriendengroep aan een tafeltje voor het hoofdpodium. ‘We kwamen hier al in de jaren negentig toen het alleen nog een voetbalveld was, omdat je er lekker kunt eten in een goede sfeer’, zegt Paul. ‘Dit is zoals het overal zou moeten zijn, één groot feest met allerlei soorten mensen.’
De merengue-klassieker Suavemente van Elvis Crespo lokt in de Caribische danstent al vroeg in de middag de eerste stelletjes de dansvloer op. Ondertussen worden de rijen steeds langer voor de vele stands met schaafijs, roti en rokende kip op de grill.
Duidelijk is dat de meeste bezoekers komen om zich goed te amuseren. Maar sommigen hebben ook het gevoel dat in deze tijden van polarisatie Kwaku een extra lading heeft gekregen. ‘Onbedoeld is dit festival een statement geworden’, zegt Charnel Sambo (29).
De op Curaçao geboren twintiger kwam al als kleine jongen op Kwaku waar zijn moeder een barbecuekraam runde. Nu werkt hij zelf op het festival, in de productie. ‘Het gaat om lekker eten, maar ook om samenhorigheid’, zegt Sambo. ‘Er is een reden waarom wij in Nederland zijn, namelijk de koloniale geschiedenis. Op Kwaku komen mensen met allerlei achtergronden samen, en we zijn allemaal Nederlanders. Eigenlijk zou iedereen naar Kwaku moeten komen om dat te ervaren.’
‘Kwaku is al lang niet meer alleen voor Surinamers’, zegt festivaldirecteur Ivette Forster (65). Maar kom bij haar niet aan met grote woorden als integratie en verbinding om polarisatie tegen te gaan. ‘Mensen kunnen erop plakken wat ze willen, ze gaan hun gang maar’, zegt ze, terwijl ze met grote stappen over het terrein beent, her en der bekenden groetend. ‘Wij doen gewoon ons ding, dat soort politieke verhalen spelen voor ons geen rol. Surinamers zijn van zichzelf al het toonbeeld van integratie, met roots in een land met zoveel bevolkingsgroepen.’
Toch is er op Kwaku, bijvoorbeeld in de Pompeia-tent, ook aandacht voor maatschappelijke en culturele thema’s. Het kan er gaan over zwart bewustzijn, deze middag is er een programma met veel Hindoestaanse dans. Daarnaast wil Forster nog iets laten zien op het terrein waarop ze ‘hartstikke trots’ is. In een container zijn twee grote foto’s te zien die fotograaf Dana Lixenberg in de jaren negentig maakte van de legendarische rappers Tupac en Biggie. ‘Zij is kieskeurig over waar haar foto’s mogen worden geëxposeerd’, zegt Forster. ‘Vanwege onze uitstraling mag het wel bij ons.’
Maar de Surinaamse lekkernijen trekken ook aandacht. Zoals de viadoe-taart (met kaneel en rum) van Fertus Boerenveen, standhouder sinds de jaren negentig. ‘Toen werd het grasveld één grote modderpoel als het regende’, herinnert hij zich. ‘Nu er looppaden zijn, kunnen mensen op hun mooie schoenen komen.’
Ondanks alle veranderingen is Kwaku voor hem ‘Suriname in het klein’ gebleven. ‘Ik kijk er het hele jaar naar uit’, zegt Boerenveen. ‘ Hier kan je jezelf zijn en zie je mensen die je jaren niet hebt gezien.’
Niet voor niets zendt de nationale Surinaamse tv-zender STVS elke festivaldag een reportage uit. ‘We leggen alles vast, het is één grote ontmoetingsplaats’, zegt presentator Chantal Cadogan tussen de opnames door. ‘‘Hé, dat is mijn vroegere buurman’, hoor ik vaak als reactie vanuit Suriname op onze interviews. En zij kunnen dan de groeten sturen.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant