Home

Luister naar moslimvrouwen, zegt schrijver Houria Bouteldja. ‘Een vrouw met hoofddoek zegt tegen witte mensen: ik behoor jou niet toe’

Op felle toon hekelt de Algerijns-Franse activist en schrijver Houria Bouteldja de westerse arrogantie en morele verhevenheid, ook in linkse kringen. ‘Feministen willen dat moslimvrouwen het ene patriarchale systeem omruilen voor het andere.’

is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over asiel, migratie en de multiculturele samenleving.

‘Hoe kunnen we ervoor zorgen dat witte vrouwen onze zaak vooruit helpen?’ De bijeenkomst eind juni in het Amsterdamse debatcentrum Rode Hoed loopt al ten einde als een jonge vrouw van kleur vanuit het publiek de vraag stelt aan de moslimvrouwen op het podium.

Haar vraag volgt op een lezing en debat over feminisme en verzet van moslimvrouwen tegen islamofobie, stereotiepe beeldvorming en onderdrukking. Hoofdgast Houria Bouteldja, een Algerijns-Franse activist, schrijver en moslim, laat een stilte vallen voor ze antwoord geeft. ‘We hebben hun hulp niet nodig’, zegt ze dan beslist. ‘Ze moeten eerst zichzelf helpen.’

Twee weken later blikt Bouteldja (52) terug op de avond. ‘Ik krijg die vraag heel vaak’, zegt ze tijdens een lunch in haar woonplaats Parijs. ‘En ik geef altijd datzelfde antwoord.’ Ze stuit daarbij regelmatig op onbegrip: ‘Ik merk dat feministen of anderszins progressievelingen niet doorhebben dat ze onderdeel zijn van het probleem.’

Op welk probleem doelt u?

‘In progressieve kringen bestaat de overtuiging dat racisme en islamofobie alleen op rechts een probleem zijn. Maar in werkelijkheid bestaat het op links net zo goed, alleen uit het zich daar vooral in paternalisme. Veel linkse mensen zien moslims als het ware als studenten die vanuit een barbaarse situatie naar beschaving bewegen. Alsof we nog niet volledig zijn gevormd.

‘Zo hopen de meeste witte feministen en linkse politieke partijen dat moslimvrouwen zich van hun hoofddoek bevrijden en zich bekeren tot het witte waardensysteem. Ze willen dat we ons gaan inzetten voor hun progressieve agenda. De boodschap is: je mag erbij horen, maar dan moet je eerst worden zoals wij, want wij zijn beter. Ze denken ons vooruit te helpen.’

U zegt dat linkse mensen in plaats daarvan zichzelf moeten helpen.

‘Daarmee bedoel ik dat ze moeten leren inzien dat hun ervaring niet universeel is. Dat hun perspectief niet het enige en per definitie juiste is. Dat ze niet moreel verheven zijn. Ze kunnen zichzelf helpen door zich te bevrijden van die overtuigingen.’

Bouteldja werkt als onderzoeker en programmamaker voor een gerenommeerd instituut in het hart van de Franse hoofdstad. Om veiligheidsredenen wil ze de naam van haar werkgever liever niet in de krant. Nu heeft ze lunchpauze en bestelt ze in een eenvoudig restaurant aan de overkant van de straat een bord ravioli met salade caprese.

Haar vriendelijke oogopslag en kalme toon vormen een contrast met de felheid van haar boeken en lezingen. Bouteldja was begin deze eeuw de eerste uitgesproken dekoloniale stem in het publieke debat in Frankrijk. Ze hamert er sindsdien op dat racisme en kolonialisme diep zijn verankerd in de manier waarop westerse samenlevingen zijn opgebouwd, en hekelt de westerse arrogantie en de dubbele standaard als het gaat om mensenrechten.

Ze heeft een buitengewoon felle, provocerende stijl, probeert daarmee het debat op scherp te zetten en gaat daarbij volgens critici regelmatig over de grens. Zo stelt ze in haar boek Witte mensen, Joden en wij dat veel Joden hun identiteit verloochenen door aan te schurken tegen de witte elite om zo mee te profiteren van de macht. In het Midden-Oostendebat is ze snoeihard in haar oordeel over Israël: ‘een koloniaal, racistisch project’.

Ze jaagt daarmee een groot deel van de gevestigde orde tegen zich in het harnas, en is beschuldigd van homofobie en antisemitisme. Maar ze krijgt ook bijval. Een groep intellectuelen, onder wie schrijver en Nobelprijswinnaar Annie Ernaux, wierp tegen dat Bouteldja’s uitspraken stelselmatig uit hun verband worden gerukt en dat critici eerst haar werk zouden moeten lezen. Ze roemden haar moed om tegen heilige huisjes te schoppen en de raciale orde onder de loep te nemen.

Zelfs witte mannen, op wie Bouteldja’s woede zich primair richt, kunnen haar waarderen. In NRC werd de Nederlandse vertaling van Witte mensen, Joden en wij jubelend gerecenseerd door Willem Schinkel. En Hans Boutellier, hoogleraar polarisatie en veerkracht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, besteedt in zijn boek Het nieuwe westen veel aandacht aan haar gedachtegoed. In een interview in Trouw zei hij: ‘Ze houdt mij als witte mens een spiegel voor.’

Voor talkshowtafels is ze in Frankrijk nog altijd te omstreden, maar in de debatzaaltjes van de wereldwijde dekolonisatiebeweging is Bouteldja een graag geziene gast en invloedrijke stem. En die zaaltjes trekken een groeiend publiek. ‘De laatste jaren is er veel veranderd’, zegt Bouteldja. ‘Dankzij Black Lives Matter zijn ideeën over structureel racisme en wit privilege wijder verspreid. En door de genocide in Gaza zien steeds meer mensen dat de westerse moraal totaal bankroet is. Of eigenlijk altijd al een masker was.’

Wat bedoelt u precies met witheid?

‘Met witheid bedoel ik de machtsrelatie die niet los is te zien van kolonialisme en kapitalisme. Het begin ervan ligt in 1492, toen Columbus de oceaan overstak. Voor die tijd waren er ook volkeren die gebieden veroverden en mensen op brute wijze tot slaaf maakten. Maar uitbuiting langs raciale lijnen was nieuw.

‘De verovering van de Amerika’s had als doel kapitaal te vergaren en te accumuleren. Door slaven in te zetten en grondstoffen te plunderen werd Europa zo rijk dat het de hele wereld kon veroveren. Ze legitimeerden dit alles met de ideologie van witte superioriteit. Kort gezegd: er zijn levens die ertoe doen, en levens die er niet of minder toe doen.’

De witheid die voortkomt uit deze raciale orde die vijfhonderd jaar geleden ontstond, is volgens Bouteldja en andere dekoloniale denkers nog altijd diep verankerd in het kapitalistische systeem. De term ‘witheid’ slaat daarbij niet op mensen met een witte huid, maar op een dominant westers wereldbeeld, dat ook mensen van kleur zich eigen kunnen maken.

Het is het diepgewortelde idee van morele verhevenheid, de overtuiging te kunnen bepalen hoe vooruitgang en ontwikkeling eruitzien, wat goed en slecht is, of iemand terrorist of verzetsstrijder is. Het vermeende recht te bepalen wat de norm is en die als neutraal te presenteren. Bouteldja noemt dit ‘het witte goede geweten: de plek van waaruit het Westen beslag legt op de menselijke ethiek en er zijn universele en exclusieve monopolie van maakt’.

Witheid betekent voor Bouteldja ook: loyaal blijven aan en profiteren van een systeem dat is gebouwd op racisme en neokoloniale uitbuiting. ‘Ook in het Globale Zuiden zijn machthebbers in dat opzicht wit. Niet omdat ze een witte huid hebben, maar omdat ze willen leven zoals de witten leven. Met dure auto’s en het recht de planeet uit te putten.’

De rode lijn in Bouteldja’s werk is de uitnodiging aan witte mensen om hun koloniale bril af te zetten, met een nieuwe blik naar de wereld te kijken en anderen als werkelijk gelijkwaardig te zien. Revolutionaire liefde noemt ze dat. In haar boeken echoën de ideeën van de Martinikaanse psychiater en filosoof Frantz Fanon, die dit weekend 100 jaar oud zou zijn geworden en weer volop in de aandacht staat.

Fanon schreef al in 1961 dat zowel daders als slachtoffers van koloniale onderdrukking er baat bij zouden hebben ‘de geest te dekoloniseren’ en zich te bevrijden van opvattingen over superioriteit. Ook Bouteldja roept mensen op ‘zich van witheid te bevrijden’.

Waarom zouden mensen dat willen?

‘De meeste mensen willen dat niet, de belangen om wit te blijven zijn enorm. Daarom zijn extreem-rechts en fascisme zo’n aantrekkelijke optie. Het houdt de belofte in dat je superieur blijft, dat je blijft domineren. Dat biedt houvast in een onzekere wereld waarin veel mensen bang zijn.

‘Bovendien is het moeilijk voor te stellen hoe radicale gelijkwaardigheid eruitziet, het is onbekend terrein. Ik weet ook niet hoe een wereld zonder uitbuiting eruit zou zien, maar de huidige wereldorde leidt tot oorlog en geweld, dus het is het onderzoeken waard.’

Bouteldja werd in 1973 geboren in Algerije. Toen ze een half jaar oud was verhuisde ze met haar ouders naar het zuiden van Frankrijk waar haar vader aan het werk ging als bouwvakker, haar moeder als huisvrouw. Bouteldja studeerde Engels, Arabisch en islamstudies en werd pas op relatief late leeftijd politiek actief. ‘Na 9/11, toen de moslimhaat erger werd.’

Van het begin af aan botste Bouteldja met de Franse mainstreamfeministen. In 2004 kondigde Frankrijk een hoofddoekverbod af op openbare scholen, een maatregel die tot Bouteldja’s afschuw door feministische organisaties werd toegejuicht. Ze verzette zich ook tegen de Ni Putes Ni Soumises-beweging (Hoeren noch Onderdanigen), die haar pijlen richtte op huiselijk geweld van Arabische mannen in de voorsteden. Bouteldja vindt dat veel feministen zich voor het karretje van islamofoob rechts laten spannen.

Maar geweld tegen vrouwen is toch ook een probleem?

‘Zeker. Maar de analyse van mainstreamfeministen klopt niet. Voor hen is de kern van het probleem dat mannen macht hebben over vrouwen. Als je kijkt naar machtsrelaties in westerse samenlevingen, voeren witte mannen inderdaad de hiërarchie aan als het gaat om maatschappelijke posities. Maar ze worden gevolgd door witte vrouwen, dan niet-witte vrouwen en pas onderaan de ladder bungelen niet-witte mannen.

‘Die laatsten zijn het vaakst slachtoffer van politiegeweld, krijgen sneller gevangenisstraffen en worden gediscrimineerd op de arbeidsmarkt. Jongens worden in Frankrijk vanaf hun 13de etnisch geprofileerd door de politie, meisjes niet.’

Bouteldja maakt daarom onderscheid tussen de ‘verticale macht’ van de staat en de ‘horizontale macht’ van mannen binnen hun gemeenschap. Volgens Bouteldja wordt horizontaal geweld deels veroorzaakt, en in ieder geval verergerd, door verticaal geweld. ‘Hoe erger de onderdrukking, hoe meer geweld mannen gebruiken tegen vrouwen en kinderen. Dus om huiselijk geweld effectief te bestrijden moeten we eerst focussen op staatsgeweld.’

Bouteldja merkt dat vrouwen uit migrantengemeenschappen vaak geen aangifte willen doen tegen een gewelddadige man, en begrijpt dat ook. Dat maakt veel feministen woedend. ‘Maar die vrouwen zitten klem tussen racistisch geweld en seksistisch geweld. Dat dwingt hen tot zo’n onmogelijke keuze.’

Want door aangifte te doen laten ze zich ‘losweken’ van mannen, wat weer koren op de molen kan zijn voor degenen die moslimmannen als groep als probleem neerzetten. ‘Iedere vrouw moet in zo’n situatie zelf bepalen wat het juiste is om te doen. Maar zolang er staatsracisme bestaat, moeten we achter onze mannen staan, hoe moeilijk dat soms ook is. Onze bevrijding kan niet zonder die van hen tot stand komen.’

Veel feministen beschouwen de hoofddoek als een vorm van onderdrukking. Hoe kijkt u daartegenaan?

‘Er zijn vrouwen die worden gedwongen een hoofddoek te dragen, en dat is een probleem. Tegelijk is het belangrijk naar vrouwen te luisteren als ze zeggen dat ze er zelf voor kiezen een hoofddoek te dragen.

‘Juist omdat we in een racistische maatschappij leven, is de hoofddoek ook een vorm van verzet. Een vrouw met hoofddoek zegt tegen witte mensen: ik behoor jou niet toe. Jij wilt dat ik de hoofddoek afdoe, ik kies ervoor dat niet te doen. Die vrouw gaat in tegen de witte, kapitalistische normen. Zij kiest, net als een witte vrouw die zonder make-up op televisie verschijnt, voor verzet.

‘Feministen willen dat moslimvrouwen het ene patriarchale systeem omruilen voor het andere. Maar het systeem dat zij bieden is gevaarlijker, want het is eenzamer. Ze willen ons afzonderen van onze gemeenschap die, hoeveel problemen er misschien ook zijn, wel solidair is met ons.’

U lijkt hele groepen over één kam te scheren. Dé Joden, dé witten, dé inheemsen. Waarom kiest u daarvoor?

‘Ik gebruik deze termen als sociale categorieën, het zijn de categorieën die de staat hanteert. Witten bestaan omdat ze privileges hebben en als norm gelden. Joden bestaan omdat ze door de staat als aparte groep worden behandeld: discriminatie van Joden wordt anders beoordeeld dan discriminatie van andere minderheden.’

In welk opzicht?

‘Voor antisemitisme is terecht veel aandacht, voor discriminatie van zwarte mensen een stuk minder. En moslimhaat is in Frankrijk volledig geaccepteerd. Je kunt hier op televisie moslims beledigen zonder dat dit tot verontwaardiging leidt. De heersende opvatting is dat de islam vrouwonvriendelijk en antisemitisch is, en dat het dus niet erg is om islamofoob te zijn.’

Dit soort ingewikkelde constructies van goedpraten noemt Bouteldja het ‘witte immuunsysteem’. Overtuigingen die de morele verhevenheid van het Westen moeten aantonen, waardoor kritiek kan afketsen. Het idee dat witte mensen de grootste feministen zijn (want wie anders probeerde de vrouwen van Afghanistan te redden uit handen van de Taliban?), het meest begaan zijn met de armen (want wie anders heeft tonnen rijst gedoneerd aan Afrika?) en de grootste humanisten zijn (want wie anders leest de wereld de les over mensenrechten?).

Een immuunsysteem dat, zo stelt ze, de aandacht afleidt van het feit dat de grote welvaart in het Westen alleen mogelijk is door structurele uitbuiting van mensen in het Zuiden en migranten in eigen land. Met een economisch model gericht op ongebreidelde groei en een consumptiepatroon dat de aarde in sneltreinvaart uitput.

Bouteldja ziet ‘de instrumentalisering van lhbti-rechten’ ook als onderdeel van het immuunsysteem. In westerse samenlevingen, zo stelt ze, is heteroseksualiteit nog altijd de onbetwiste norm, maar staten gebruiken homoacceptatie om zichzelf als ‘beschaafd’ te presenteren, en mensen van kleur als ‘achterlijk’ of ‘gewelddadig’.

Critici vinden juist dat Bouteldja homofobie in migrantengemeenschappen bagatelliseert. ‘Ze noemen me homofoob, maar dat is onterecht’, zegt ze hierover. Ik ben tegen het patriarchaat, en tegen de heteroseksuele mannelijke dominantie. Maar ook hier pleit ik ervoor de westerse bril af te zetten.

‘De afgelopen decennia is seksualiteit in het Westen een belangrijk onderdeel geworden van identiteit. Lhbti-activisten beseffen onvoldoende dat die obsessieve nadruk op individuele identiteit iets typisch westers is. En dat de plaats die iemands seksualiteit inneemt binnen diens identiteit niet voor iedereen op deze wereld dezelfde is. Ik zeg niet dat hun strijd niet belangrijk is, alleen dat de manier waarop zij die voeren niet universeel is.’

Die harde kritiek op witheid kan verlammend werken. Sommige mensen noemen het zelfkastijding.

‘Het is niet makkelijk om kritisch naar jezelf te kijken’, zegt Bouteldja droogjes. ‘Maar het is wel nodig.’

Is het überhaupt mogelijk om aan witheid te ontsnappen?

‘Je kunt je ervan bevrijden door je uit te spreken. Witte mensen en andere inwoners van Europa hebben geen schuld aan vijfhonderd jaar overheersing. Maar als profiteur van deze geschiedenis en dit systeem hebben we wel een verantwoordelijkheid. Je kunt niet zeggen: ik heb hier niks mee te maken.

‘Ik zie ook dat je uitspreken loont, mijn ideeën krijgen langzaam voet aan de grond. De weerstand wordt kleiner. Twintig jaar geleden had ik nooit gedacht dat een groot deel van links in Frankrijk zou strijden tegen islamofobie en voor de rechten van Palestina.

‘Verder moet je leren inzien dat niemands wereldbeeld superieur is, en uiteindelijk houdt het ook in dat je bereid moet zijn witte privileges op te geven en te accepteren dat niemand meer recht heeft op welvaart dan welke andere persoon ook ter wereld. Pas dan zijn we echt allemaal gelijkwaardig. Dat is revolutionaire liefde.’

Waarom revolutionair?

Bouteldja lacht. ‘Omdat het een radicale strijd is. Ik ben absoluut niet romantisch.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next