Familieopstellingen zijn ingeburgerd geraakt in het coachingcircuit. Door deelnemers in een ruimte je familie te laten uitbeelden zou je meer inzicht krijgen in patronen. Werkt dat, en hoe dan? ‘Mijn moeder heeft zoveel pijn, ik kan dit niet aanzien.’
Door Anna van den Breemer
Illustraties Sophia Twigt
‘Ik kijk naar de wereld door een sluier van afwijzing’, zegt Lieke. Altijd heeft ze het gevoel niet goed genoeg te zijn. Laatst nog reageerde ze boos op een collega die kritiek had. ‘Veel heftiger dan passend was.’ Ze is benieuwd waar dat gevoel vandaan komt. En nog belangrijker: ze wil voelen dat ze er mag zijn.
Om die reden is ze op deze vrijdagmorgen naar de familieopstellingsdag gekomen van psycholoog Petra van der Heiden, die al achttien jaar werkt met deze methode. In de praktijkruimte in Asperen zitten, naast Lieke, nog twaalf mensen in een kring. Drie van hen zullen die dag ook een opstelling doen. Uit dit gezelschap mag ze kiezen wie haar vader, moeder, broer, zusje en haarzelf mogen vertegenwoordigen.
Om goed te kunnen beschrijven wat er tijdens zo’n opstelling gebeurt, kijk ik een dag mee. Op aanraden van de therapeut neem ik deel als een zogenoemde representant en doe ik zelf ook een opstelling.
Bij een familieopstelling worden de representanten in een ruimte opgesteld om de familie uit te beelden. Het bekijken en onderzoeken van het familiesysteem zou allerlei inzichten geven over hardnekkige en onbewuste patronen en klachten. Grondlegger van deze methode is de Duitse psychotherapeut Bert Hellinger (1925-2019). In de jaren negentig kreeg zijn gedachtegoed meer bekendheid in Europa en inmiddels zijn familieopstellingen populair en ingeburgerd in het coaching- en therapiecircuit.
Google Trends toont dat er sinds 2016 steeds vaker wordt gezocht op de term ‘familieopstelling’, daarvoor bijna niet. Het Bert Hellinger Instituut Nederland ziet een verdubbeling in het aantal aanmeldingen voor de familiedag-workshops. En een groei van 50 procent in de aanmeldingen voor de eenjarige opleiding om familieopsteller te worden. Die groei zou nog groter kunnen zijn, maar er zijn ‘niet genoeg opleiders om anderen op te leiden’, aldus directeur Barbara Hoogenboom. ‘Bij vakgenoten hoor ik niets anders dan: wachtlijsten, wachtlijsten, wachtlijsten.’ Een rondgang langs coachingsopleidingen en aanbieders van familieopstellingen bevestigt het beeld dat de familieopstelling ‘in’ is.
Ook bekende Nederlanders als Susan Smit en Jelka van Houten zeggen baat te hebben gehad bij familieopstellingen. ‘Je neemt het zwaarste thema uit je leven, iets waarvan je het kut vindt dat je het doet en toch stink je er elke keer weer in’, zei Van Houten in de Volkskrant-podcast Met Groenteman in de kast. ‘Ik heb geleerd te onderscheiden wat niet van mij is, zoals de problemen van mijn vader. Ik was bevrijd van een last.’
Lieke zet de representanten op een plek die zij passend vindt. De representanten voor vader, moeder, zusje en broer – hierna aangeduid als ‘vader’, ‘moeder’,‘zusje’ en ‘broer’ – staan in een vierkant. De vrouw die Lieke vertegenwoordigt, staat er op een afstandje buiten. Psycholoog Van der Heiden vraagt wat de representanten voelen. Spanning of ontspanning? Warmte of kou? Hebben ze de neiging ergens heen te bewegen?
‘Lieke’ voelt onrust. ‘Ik vind dit niet fijn. Mijn moeder heeft zoveel pijn, ik kan het niet aanzien.’
De ‘moeder’ antwoordt dat ze pissig is.
‘Vader’ zegt dat hij zich krachtig voelt als hij naar zijn drie kinderen kijkt.
Het ‘zusje’ zegt dat ze de veiligheid van papa fijn vindt.
Lieke kijkt vanaf de zijlijn toe. Van der Heiden vraagt hoe ze zich voelt. ‘Mijn zusje was altijd het lievelingetje van mijn vader, mijn broer het lievelingetje van mijn moeder. Ik van niemand. Dus ik deed het alleen.’
De meningen over familieopstellingen lopen uiteen: van levensreddend tot kwakzalverij. ‘De methode is niet geheel zonder controverse’, zegt Geeske te Gussinklo van de Nederlandse Orde van Beroepscoaches (Nobco). Het grote voordeel is dat een opstelling vaak in één enkele sessie opheldering kan geven. ‘Er zijn aanwijzingen dat het voor sommige mensen helend kan werken.’ Maar, zo benadrukt ze, er is nog weinig serieus wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de werking. ‘Het is dus belangrijk om kritisch te blijven.’
Over familieopstellingen heerst enige verwarring: is het een algemeen geaccepteerde therapievorm of zit het toch meer in de alternatieve, zweverige hoek? ‘Ik zou de familieopstelling scharen onder de noemer persoonlijke ontwikkeling’, zegt Elisa van Ee, bijzonder hoogleraar psychotraumatologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. In de reguliere geestelijke gezondheidszorg wordt het niet beschouwd als een erkende behandeling die enkel een gekwalificeerde psycholoog mag geven. Coaches die een tweedaagse training volgen, kunnen al familieopstellingen begeleiden. Hierdoor is er weinig zicht op de kwaliteit.
De kwaliteit van de aanbieders loopt uiteen, beamen alle experts. Er doen wilde verhalen de ronde, bijvoorbeeld dat opvallend veel deelnemers ontdekken dat ze deel van een tweeling waren, maar dat het andere kindje in de buik stierf. Of dat er vroeger seksueel misbruik moet zijn geweest. ‘Daar ben ik ontzettend allergisch voor’, zegt Van der Heiden. ‘Die dingen kun je niet uit een opstelling halen.’ Die invullingen krijg je volgens haar als onvoldoende geschoolde mensen aan de slag gaan. ‘Je moet veel weten over trauma en hechting om dit goed te kunnen doen.’
Het is een hardnekkige misvatting dat representanten de afwezige familieleden ‘spelen’ en eigenhandig benoemen wat er feitelijk is gebeurd. ‘Een familieopstelling is een uiterlijke representatie van een innerlijk beeld’, benadrukt ze steeds tijdens de dag in haar praktijk. ‘Het gaat om het beeld dat in het hoofd van de cliënt zit, niet hoe het écht is.’ Niet alle aanbieders van familieopstellingen volgen helaas dit principe.
Vooraf doet Van der Heiden een telefonische intake voor wat verwachtingsmanagement. Door de hype denken sommige mensen dat ze in één dag al hun problemen gaan oplossen. Ze wil ook zien of de problematiek van de aanmelder geschikt is. ‘Een familieopstelling biedt een interessante inkijk, maar na die dag gaat iedereen naar huis.’ Voor cliënten met een persoonlijkheidsstoornis of ernstige problematiek is het niet geschikt.
De representanten mogen zelf bewegen door de ruimte. De ‘moeder’ en ‘broer’ lopen bij ‘Lieke’ vandaan, net als de ‘vader’ en het ‘zusje’. De representant van Lieke probeert te volgen. ‘Ik word nu emotioneel, dit voelt niet fijn, alsof ik geen onderdeel ben van dit gezin.’
‘Moeder’ geeft aan dat ze het fijn vindt, zo dicht bij haar zoon. ‘Maar ik heb nog steeds een brok van woede in me. Ik kan geen contact maken met mijn oudste dochter.’
‘Vader’ zegt dat ‘Lieke’ er wel bij mag, maar dat het niet lukt om dichterbij te komen.
Van der Heiden vraagt aan Lieke of ze hier iets van herkent. ‘Ik herken het niet als verdriet’, antwoordt ze, ‘maar ik heb wel het gevoel dat ik altijd iets moest doen om erbij te horen, alsof ik altijd iets mis. Mijn moeder droeg een pijn bij zich die ik wilde fiksen.’
Volslagen vreemden die ‘voelen’ wat er in een familie speelt: vanwege dit element hebben familieopstellingen voor sommigen een hoog ‘hocus pocus’-gehalte. Want hoe is dat mogelijk? En hoe voorkom je dat de representanten een toneelstuk opvoeren of vooral hun eigen problemen benoemen?
Volgens grondlegger Bert Hellinger bestaat er een ‘wetend veld’ waar representanten via zintuigen informatie over het familiesysteem oppikken. Barbara Hoogenboom van het Bert Hellinger Instituut Nederland legt uit: ‘Informatie wordt niet alleen via taal overgedragen, maar is overal om ons heen. Zoals je soms aanvoelt dat de sfeer in een ruimte niet goed is. Energetisch is misschien een vaag woord, maar de representanten voelen dingen aan, zoals: ik wil nu in het midden staan. Of ze willen juist in een hoekje kruipen.’ Het is volgens haar alsof je tijdens een opstelling het wachtwoord geeft van jouw persoonlijke ‘cloud’, waardoor anderen jouw informatie kunnen bereiken.
Veel deelnemers zijn achteraf enthousiast over de rake representaties, maar tot op heden is er geen bewijs voor zo’n alwetend veld en is er geen wetenschappelijke verklaring voor het mechanisme erachter.
Volgens bijzonder hoogleraar Elisa van Ee is het ook een kwestie van je goed inleven in de ander. ‘Tijdens een familieopstelling worden allerlei universele thema’s aangeraakt. We zijn allemaal groot geworden in een gezin en we hebben momenten gekend dat we ons niet gezien voelden.’ De vraag is of representanten onderscheid kunnen maken tussen wat van hen is en wat bij de vraagsteller hoort. ‘Als therapeut word je opgeleid om dat verschil te zien. Dat moet je echt blijven trainen’, aldus Van Ee.
Van der Heiden vraagt naar de familie van moederskant. Lieke vertelt dat haar moeder uit een grote familie komt waar ze niets mee heeft. ‘Het waren voor mij vreemden.’ Haar opa kwam bij een auto-ongeluk om het leven toen haar moeder nog jong was en dat drukte een stempel op het gezin.
Het is tijd om de overleden opa op te stellen, vindt Van der Heiden. ‘Moeder’ klampt zich direct aan hem vast. De representant van Lieke reageert: ‘Ik kan haar pijn niet aanzien.’
Tijdens de opstelling houdt Van der Heiden de uitleg van de representanten kort, om te voorkomen dat ze te veel van zichzelf erin leggen.
Er is nog weinig gedegen wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de effectiviteit van familieopstellingen. Bestaande studies zijn klein van opzet, zonder controlegroepen en zelden gepubliceerd in peer-reviewed tijdschriften, waar vakgenoten de kwaliteit keuren.
‘In de ideale opzet vergelijk je de familieopstelling met andere behandelvormen, zoals cognitieve gedragstherapie’, zegt onderzoeker Salome Scholtens van de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Met een goede voor- en nameting, over langere tijd en met objectieve meetinstrumenten voor klachten als angst en depressie. Je moet niet enkel vragen: ‘Heb je er iets aan gehad?’ Want mensen zijn geneigd positief te zijn, zeker na een dure sessie.’ Ter indicatie: een opstelling bij Van der Heiden kost 190 euro.
Scholtens publiceerde met collega’s een overzichtsstudie, waarin twaalf onderzoeken (569 deelnemers) werden beoordeeld. Bij negen daarvan zagen ze een positief effect. ‘We formuleren het voorzichtig: familieopstellingen zijn in potentie effectief. De onderzoeken zijn te zwak van opzet om keihard te zeggen: dit werkt.’
Zelf raakte ze geïnteresseerd in het onderwerp nadat ze een positieve ervaring had gehad. Als wetenschapper wil ze de werking verklaren, maar dat blijkt niet eenvoudig. Ze gelooft niet in een ‘alwetend veld’, de werking is volgens haar een stuk concreter. Het visuele aspect speelt een belangrijke rol. ‘We zijn gewend om te praten over onze problemen, maar dat heeft zijn beperkingen. Want als je iets onder woorden kunt brengen, dan heb je het verhaal al in je brein geconstrueerd.’
De fysieke opstelling maakt onbewuste patronen ineens zichtbaar. Het kan de sociale blauwdruk in het hoofd van de vraagsteller veranderen en gebeurtenissen een andere betekenis geven.
Om wetenschappelijk bewijs voor de werking van familieopstellingen te leveren, moet er eerst geld en interesse zijn vanuit het onderzoeksveld. Geen van beide is er nu. ‘Je ziet dit vaker bij nieuwe behandelingen waar iets zweverigs aan kleeft, dit was eerst ook het geval bij mindfulness en EMDR. Die methoden zijn sindsdien wetenschappelijk onderbouwd.’
Het ontbreken van wetenschappelijk bewijs is volgens Scholtens jammer. ‘Familieopstellingen zijn populair en worden nu aangeboden door Jan en alleman. Deelnemers zitten soms in een kwetsbare situatie. Onderzoek kan bijdragen aan professionalisering. Je wilt dat er een degelijke methode is en dat de begeleider weet wat hij doet.’
Qua interventietechniek vindt Van Ee de familieopstelling een ‘losse flodder’. Het kan inzicht geven in hoe een persoon op dat moment zijn familiesituatie beleeft. ‘Maar meer dan dat is het ook niet.’ Die beleving staat los van de context van de echte familie. En nog belangrijker: ‘De coach die de opstelling begeleidt, kent jou, je ontwikkeling en je familie niet.’
Dan wordt de familie van vaderskant opgesteld. Haar vader is grotendeels opgevoed door zijn oma. Nadat haar zoon Jan als baby was gestorven, heeft ze zich haar kleinzoon, die ook Jan heet, toegeëigend als haar eigen kind.
Van der Heiden: ‘Je vader heeft de plek van zijn oom in moeten nemen.’
Liekes ‘moeder’ zegt ineens contact te krijgen met haar oudste dochter. ‘Door al dat gedoe daar’, ze wijst naar de familie van vaderskant, ‘is er ruimte.’
Van der Heiden vertelt achteraf dat er iets bij Lieke gebeurt doordat de overleden Jan, over wie nooit werd gesproken, nu door Lieke wel wordt gezien, letterlijk, in deze opstelling. ‘Doordat iedereen op zijn plek gaat staan, komt er rust.’ Het is een van de principes waarmee systeemtherapeuten werken: alles en iedereen moet gezien worden.
Waarom zijn familieopstellingen juist nu zo populair? Allereerst is het een aantrekkelijke methode voor drukke mensen die geen zin hebben in eindeloze therapiesessies. In slechts één dag kun je inzichten verzamelen.
De interesse in voorgaande generaties en welke invloed die hebben, past bovendien bij de tijdgeest. Het boek De Fontein van familieopsteller Els van Stijn stond 170 weken in de Bestseller 60.
En wellicht is het groepsaspect ook aanlokkelijk in de geïndividualiseerde samenleving. ‘We zijn kuddedieren en hebben verbinding nodig. Het voelt erg fijn dat andere mensen jou helpen met je probleem’, zegt Hoogenboom. De representanten in Asperen – die 45 euro betalen om die dag aanwezig te mogen zijn – zeggen dat ze meedoen omdat ze op zoek zijn naar verbinding.
Lieke mag de plaats van haar representant innemen. Van der Heiden zegt een paar zinnen, die ze kan herhalen terwijl ze haar moeder aankijkt: ‘Ik zie jouw overleden vader naast je. Wat moet dat moeilijk zijn geweest. Ik had hem graag gekend.’
Door dit hardop tegen haar ‘moeder’ te zeggen, zo is het idee, gaat ze de betekenis van die woorden voelen. Lieke begint, maar stokt: ‘Ik wilde jouw pijn niet dragen!’
Volgens Van der Heiden is hier een systeemwet verstoord: ouders geven, kinderen ontvangen. ‘Dan ontstaat boosheid en verwarring.’
Ze laat Lieke omdraaien naar haar representant, die symbool staat voor haar als kind. Opnieuw mag ze een tekst nazeggen. ‘Jij droeg je moeders pijn. Het was de enige manier om contact te maken. Wat je miste, was dat zij er voor jóú was.’ Haar representant zegt: ‘Ik voel erkenning.’
Dan spreekt Lieke haar moeder toe: ‘Ik zie jouw zachte gezicht. Ik heb je vaak gemist als kind, maar nu kan ik voor mezelf zorgen.’ Door haar moeders trauma te zien, ontstaat mildheid. Volgens Van der Heiden groeit haar zelfvertrouwen, omdat ze met deze woorden haar volwassenheid erkent en belemmerende jeugdovertuigingen loslaat.
Dan kijkt Lieke haar ‘overleden oudoom Jan’ aan. ‘Jij hoort erbij’, zegt ze. Ze voelt onverwachte opluchting: ‘Er vallen puzzelstukjes in elkaar. Ik ben zo blij!’ Van der Heiden legt later uit: door hem nu te erkennen, voelt Lieke herkenning en ervaart ze zelf ook een diep welkom.
Tot slot: moet iedereen aan de familieopstelling? Zeker niet, zeggen experts. In geen enkel gezin ‘klopt’ het familiesysteem helemaal. ‘That’s life!’, zegt Van der Heiden. ‘Zo vormen we ook ons karakter. Pas als je ergens last van krijgt, is het zinvol om aan jezelf te werken.’
Ook Hoogenboom vindt het geen eerste hulpmiddel. ‘Bij kleine problemen kun je beter met een vriend praten.’ Ze vergelijkt het met een wondje: ‘Eerst gebruik je een pleister of een zalfje. Pas als het blijft etteren, zoek je diepere heling.’
Zij lacht onverminderd om zijn persiflages, hij grinnikt vertrouwd als zij voluit in een drol stapt. Jelka van Houten en Henry van Loon spelen niet alleen in Tropenjaren een stel met een chaotisch gezinsleven, ook buiten beeld is het een bekend terrein.
Ze nadert de 50, en schrijver Elke Geurts is zich – misschien wel daardoor – aan het verdiepen in het gedachtengoed van psychiater Carl Jung. Ze ziet nu dat ieder mens een schaduw met zich meesleept. ‘Sinds ik mij met Jung bezighoud, heeft alles er een dimensie bij gekregen.’
Hoe goed kennen volwassen kinderen hun ouders? Boeken die het gesprek tussen de generaties stimuleren zijn razend populair en tal van partijen leggen levensverhalen vast. Wat leveren die gesprekken op en hoe pak je het aan?
Source: Volkskrant