Home

Is er eindelijk oog voor de zorgvraag van vrouwen met ADHD, of bezwijken ze onder maatschappelijke druk?

Sinds 2006 is het gebruik van ADHD-medicatie onder vrouwen verzesvoudigd. In de leeftijdsgroep 20 tot 35 jaar slikken inmiddels meer vrouwen dan mannen deze pillen. Hoe valt deze toename te verklaren?

‘Jij hebt geen ADHD. Je hebt gewoon te lang kunnen teren op je intelligentie en nu moet je een keer je best doen.’ Dat kreeg Tara Mohunlol te horen toen ze op de middelbare school zat. Ze geloofde er niets van. Ze had op internet gelezen dat ADHD zich bij vrouwen heel anders kan manifesteren. Elk jaar ging ze met hakken over de sloot over, ze was slecht voorbereid op toetsen en had moeite met lezen. Maar wat begin je als 15-jarige tegen de volwassen schoolpedagoog?

De diagnose kreeg Mohunlol (26) een krappe tien jaar later alsnog, toen ze door andere problemen bij de psycholoog terechtkwam. Alleen al de bevestiging dat ze wel degelijk ADHD had, bood steun: ‘Ik leg de schuld minder bij mezelf, nu ik weet dat ik informatie anders verwerk.’

Het verhaal van Mohunlol vat de ervaring van veel vrouwen die op latere leeftijd de diagnose ADHD krijgen. Met de toegenomen aandacht voor de manier waarop ADHD zich bij vrouwen uit, is het aantal vrouwen dat ADHD-medicatie gebruikt sterk gestegen, zo bleek deze week uit cijfers van het CBS. Vrouwelijke twintigers krijgen nu 12,5 keer zo vaak ADHD-medicatie voorgeschreven als in 2006. Daarmee zijn ze de mannen in die leeftijdscategorie voorbijgestreefd.

Eindelijk (h)erkenning, jubelden veel vrouwen en zorgprofessionals deze week. Want waar het beeld van ADHD lang werd gedomineerd door het drukste jongetje van de klas, is er nu dan eindelijk ook oog voor het dromerige meisje, dat kampt met concentratieproblemen en innerlijke onrust.

Maar er zijn ook zorgen over de enorme toename van dit medicijngebruik onder vrouwen. Want als de schoolpedagoog nu wél oog zou hebben voor ADHD bij meisjes, waarom zit de sterkste toename dan bij de twintigers en dertigers? En waar komt die groeiende behoefte van volwassen vrouwen aan deze medicatie vandaan?

Generatie onder druk

Het feit dat vrouwen juist aan het begin van hun volwassenheid vastlopen en naar medicatie grijpen, ziet hoogleraar orthopedagogiek Laura Batstra aan de Rijksuniversiteit Groningen als een teken aan de wand dat zij ‘behoorlijk onder druk staan’.

Batstra schreef het boek Hoe voorkom je ADHD? Door de diagnose niet te stellen en vreest voor medicalisering waar het probleem volgens haar een te strikte sociale norm betreft. ‘Namelijk die om werk, studie en kinderen te combineren met een strak sportschema, een bloeiend sociaal leven en een streeploos huis. Dat alles vergt organisatorisch vermogen, en het uitvoeren van een heleboel taken die veel mensen niet heel stimulerend vinden’, zegt Batstra.

Vrouwen die dat alles niet kunnen bolwerken, krijgen al snel het idee dat dat aan henzelf ligt. Ook voor mannen neemt het aantal verantwoordelijkheden in de volwassenheid toe. ‘Maar zij worden er minder op aangekeken als het huis een troep is, kinderen met hun broek achterstevoren rondlopen en de verjaardag van de schoonmoeder wordt vergeten.’

Het is een mogelijke verklaring voor het verschil in medicatiegebruik: op jonge leeftijd krijgen jongens nog steeds veel vaker dan meisjes ADHD-medicatie voorgeschreven. In de leeftijdscategorie 20 tot 35 krijgen juist vrouwen vaker medicatie dan mannen.

Drukke jongetjes krijgen vaak door aandringen van de omgeving medicatie; als kind of tiener zijn ze te jong om daar zelf echt een beslissing over te nemen. Bij vrouwen zit de sterkste groei bij de volwassenen, die doorgaans zelf met een hulpvraag bij de huisarts of psycholoog terechtkomen.

Batstra vreest dat het toenemende voorschrijven van medicatie het beeld versterkt dat de problemen waarmee vrouwen worstelen individueel zijn. Zij denkt dat we als maatschappij deze groep collectief overvragen, en dat sociale media de druk van een ‘perfect leven’ vergroten.

Daartegenover staat het perspectief van psychiater Sandra Kooij, werkzaam bij PsyQ, een samenwerkingsverband van ggz-instellingen. Zij is voorvechter van erkenning van ADHD bij vrouwen en auteur van Bloedirritant!, waarin ze ervaringsverhalen verzamelde. De enorme toename van het medicatiegebruik noemt zij ‘een broodnodige correctie’.

Dat vrouwen later dan mannen tegen de lamp lopen, verklaart Kooij door biologie. Want de mate waarin ADHD bij vrouwen naar voren komt, hangt volgens haar vermoedelijk samen met hun oestrogeenniveau. ‘Dat hormoon is betrokken bij cognitieve processen waar mensen met ADHD moeite mee hebben.’

Op het moment dat vrouwen gaan menstrueren, schommelen hun oestrogeenniveaus en verergert hun ADHD, is de hypothese. Dat zou ook verklaren waarom vrouwen met ADHD vaker een premenstruele en postnatale depressie krijgen, zegt Kooij, en meer last hebben van hun ADHD-klachten tijdens de overgang.

Ja, geeft Kooij toe: de toename van verantwoordelijkheden naar de volwassenheid speelt mogelijk ook een rol. En dat vrouwen vaker het huishouden en zorgtaken op zich nemen. Maar: mensen die sociologische argumenten inbrengen als het gaat om ADHD bij vrouwen, zegt Kooij, ‘weten niet hoe het is om je kind te vergeten bij het zwembad’.

Batstra vreest op haar beurt dat Kooij het ‘vrouw-zijn’ medicaliseert. ‘Hormonale schommelingen zijn een natuurlijk onderdeel van het leven. En er zijn vrouwen die daar ontzettend onder lijden, ook in combinatie met onrust en concentratieproblemen.’ Daar moeten ze volle erkenning en in extreme gevallen behandeling voor krijgen. ‘Maar we moeten ook kritisch kijken naar wat we als maatschappij van mensen vragen, en of dat realistisch is.’

De geschiedenis herhaalt zich

Met hun visies van enerzijds de omgeving onder de loep nemen en anderzijds het individu behandelen, representeren Kooij en Batstra de twee uitersten van een bekend debat in de psychiatrie.

Over het beeld

De Volkskrant vroeg voor deze productie fotograaf Lin Woldendorp om haar eigen ADHD vast te leggen. ‘ADHD voelt voor mij als een eindeloze stroom van gedachten, emoties, impulsen, chaos, intensiteit, hyperfocus en ideeën. Deze intensiteit probeer ik om te buigen tot kracht en er via mijn werk uiting aan te geven.’

Sinds de jaren negentig, met de opkomst van nieuwe technologie, worden de hersenen digitaal binnenstebuiten gekeerd op zoek naar de biologische oorzaken van psychiatrische classificaties als ADHD en depressie.

Vergelijkt men grote groepen mensen met en zonder diagnose, dan levert dat soms kleine verschillen op. Maar op individueel niveau zijn er drie decennia later nog steeds geen biologische ‘markers’ gevonden die aanwijzen of iemand ADHD heeft. De diagnose blijft een beschrijving van klachten, geen aanwijsbare hersenaandoening.

Steeds meer behandelaars en onderzoekers pleiten er daarom voor de fixatie op neurologie los te laten en op een meer sociale manier naar psychische problematiek te kijken.

Voorstander Kooij vergelijkt de groeiende aandacht voor ADHD bij vrouwen met die voor hart- en vaatziekten: ook daarbij werd bij diagnose uitgegaan van de man, waardoor problemen bij vrouwen over het hoofd werden gezien.

Maar, zegt criticus Batstra: bij ADHD gaat die vlieger niet op. ‘In de somatische zorg is het heel terecht dat er meer aandacht voor vrouwen is. Daar gaat het om fysieke kenmerken, die anders zijn bij mannen dan bij vrouwen. ADHD heeft die kenmerken niet: het is een omschrijving van gedrag, geen fysieke aandoening.’

Grijs gebied: oprekking van diagnose

Minder stellig is psychiater Maria Groen-Blokhuis. In haar praktijk bij Mentaal Beter ziet ze regelmatig vrouwen die verkeren in het grijze gebied tussen ‘gewoon’ een minder goede concentratie hebben dan de meeste mensen, en daadwerkelijk disfunctioneren. Dat laatste is een vereiste om de classificatie te mogen stellen, hoewel die in de laatste DSM, uit 2013, werd afgezwakt: van ‘klinisch significante beperkingen’ naar ‘een verminderde kwaliteit van het functioneren’.

Groen-Blokhuis: ‘Vroeger ging dat bijvoorbeeld over: volledig vastlopen in je werk. Nu is het niet bereiken van je volledige potentieel ook voldoende. Daarmee includeer je een hele brede groep in de classificatie.’

Praktijkvoorbeeld is een patiënt die een duidelijk ADHD-profiel heeft, aldus Groen-Blokhuis, maar ‘daar eigenlijk best wel goed op gaat in haar creatieve omgeving’. ‘Zij heeft haar omgeving daar helemaal op ingericht. Alleen in het huishouden wogen de voordelen van medicatie voor haar op tegen de nadelen.’ En dus krijgt ze dexamfetamine voor het schoonmaken. ‘Soms vraag ik me dan wel af: is dit psychiatrie of eerder het perfectioneren van mensen?’

De verbreding van zo’n diagnose heeft een zelfversterkend effect, zegt Groen-Blokhuis. ‘Dat noemen we ‘de paradox van de geslaagde behandeling’. Als de ene grijstint op het spectrum de diagnose krijgt, denkt de grijstint daarnaast: dat heb ik misschien ook wel.’

Sociale media versterken dat effect. Onder de geuzennaam ‘neurodivers’ vragen mensen met ADHD en autisme daar om meer begrip en bewustzijn. Zelfdiagnose ligt dan op de loer, onder meer aangewakkerd door zogenaamde ‘licenced therapists’, die video’s delen waarin de meest uiteenlopende karaktertrekken als ADHD-symptoom worden gepresenteerd, zoals steeds opnieuw hetzelfde liedje luisteren of veel koffie drinken.

Groen-Blokhuis ziet het als de maatschappelijke taak van de psychiater om te waken voor een verschuiving waardoor elk gek trekje straks onder ADHD valt. ‘Je wilt inflatie van de diagnose voorkomen, want dan worden mensen die hier veel last van hebben niet langer serieus genomen. Bovendien hebben we in de psychiatrie te maken met grote tekorten, dus moeten we vooral de mensen helpen die ons het hardst nodig hebben.’

Maar de financiering in de geestelijke gezondheidszorg bevordert geen terughoudendheid met het stellen van een ADHD-diagnose. Want vergeleken met de behandeling van andere psychiatrische classificaties, is deze efficiënter en daarmee lucratiever.

De grootste Nederlandse specialist op dit gebied, ADHDcentraal, boekt naar de maatstaven in deze sector dan ook grote winsten. Oud-medewerkers vertelden aan onder meer De Groene Amsterdammer dat hier bewust naar ADHD-diagnoses werd toegewerkt, en andere mogelijke oorzaken voor het gebrek aan concentratie, zoals een trauma, werden genegeerd.

Ritalin als gelijkmaker of ‘mommy’s little helper’

Belangrijk is volgens Gemma Blok, hoogleraar geschiedenis van de psychiatrie aan de Universiteit Utrecht, vooral om te begrijpen waarom vrouwen deze medicatie gebruiken, en wat hun ervaringen daarmee zijn.

Samen met collega’s is Blok een onderzoek begonnen naar mensen die psychiatrische medicatie gebruiken. In hun verhalen hoort ze grote verschillen. ‘Sommige vrouwen zien het als een gelijkmaker, als een hulpmiddel dat ze in staat stelt om mee te doen aan de verwachtingen van de maatschappij, en de kansen te grijpen die zich voordoen. Dat is heel begrijpelijk, we leven nu eenmaal in een meritocratie.’

Maar hoewel de grootste groei de laatste jaren bij de hogere inkomens ligt, gaat dit medicatiegebruik lang niet altijd over zelfverwezenlijking. Het hoogste ADHD-medicatiegebruik zit nog altijd bij de mensen in de laagste inkomensgroep. Blok: ‘Met ons onderzoek willen we ons meer in hun verhalen verdiepen, want van deze mensen hoor je minder in het publieke debat.’

Voor sommige vrouwen is ADHD-medicatie noodzakelijk om het huishouden of de zorg voor kinderen te kunnen bolwerken. De vergelijking met ‘mommy’s little helper’ dringt zich bij Blok op: de voor de farmaceutische industrie ontzettend lucratieve medicatiegolf in de jaren vijftig en zestig. Toen werden uppers en downers aan gedeprimeerde huismoeders voorgeschreven, met als belofte dat ze dan weer vrolijk een berg piepers konden schillen. Blok: ‘Nu kijken we met verbijstering naar hoe die medicatie werd geadverteerd, maar vergeet niet dat mensen hier actief naar op zoek gingen.’

Ook nu komt de vraag om medicatie vaak van vrouwen zelf. Patiënten bij wie volgens Groen-Blokhuis de voordelen van medicatie niet opwegen tegen de nadelen, omdat ze zich aan de ‘lichte’ kant van het spectrum bevinden, raadt ze af ermee te beginnen. ‘Dat zijn moeilijke gesprekken: mensen komen bij mij met een doel. En als ze akkoord gaan met het eerst zonder medicatie proberen, komen ze daarna vaak terug.’

Rechtdoen aan het individu, oog voor de context

Blok vraagt zich af wat we over twintig jaar over ADHD-medicatie zullen lezen. ‘In de jaren negentig werd massaal prozac voorgeschreven. Het idee dat je moeilijk kunt stoppen met antidepressiva, lachte men weg.’ Inmiddels zijn hier afbouwpoli’s voor opgericht. Blok sluit niet uit dat mensen met ADHD problemen ontwikkelen met de medicatie. ‘Er zijn nu al Amerikaanse afkickklinieken die behandeling aanbieden voor mensen die verslaafd zijn aan ADHD-medicatie omdat ze het misbruiken.’

Voor vrouwen die zwanger willen worden komt daarbij dat gebruik van de medicatie tijdens de zwangerschap wordt afgeraden. Dat kan een behoorlijk heftige overgang zijn, ook door de veranderende hormoonhuishouding.

Anderzijds krijgen mensen soms juist ritalin of verwante medicatie voorgeschreven om verslaving te bestrijden of voorkomen. Veel mensen met ADHD gebruiken (onbewust) alcohol of drugs om hun innerlijke onrust te bestrijden.

Dit soort tegenstrijdigheden laten volgens Blok zien waarom we bij het kijken naar een maatschappelijk verschijnsel nooit het individu uit het oog moeten verliezen. ‘Het is een ongelooflijk complexe balans. Enerzijds wil je recht doen aan het individu dat kampt met wezenlijke pijn, en dat je zo goed mogelijk wilt kunnen helpen. Anderzijds wil je oog houden voor de invloed van de context, en kun je het óók zorgelijk vinden dat we in toenemende mate medicatie voorschrijven.’

Voor veel mensen voelt het krijgen van een ADHD-classificatie als een opluchting. Het biedt troost, en leidt tot meer zelfacceptatie. Vaak na jaren worstelen met het gevoel steken te laten vallen, dat hen iets mankeert. Groen-Blokhuis ziet die opluchting dagelijks in haar praktijk. ‘Maar het is wel verdrietig dat daar een classificatie voor nodig is.’

Wat is ADHD-medicatie en wat zijn de bijwerkingen?

Bij ADHD worden verschillende medicijnen voorgeschreven, die allemaal amfetaminen bevatten, op de illegale markt ook wel speed genoemd. In de hersenen bootsen amfetaminen het effect van dopamine na. Die neurotransmitter is onder meer betrokken bij onze motivatie.

Op de korte termijn kunnen de medicijnen de bloeddruk en de hartslag verhogen, zegt psychiater Maria Groen-Blokhuis. ‘En dat is in principe niet de kant die je het op wilt hebben.’ Over de langetermijneffecten is nog maar weinig bekend. Na een jaar evalueert zij daarom met haar patiënten of ze door willen gaan of het zonder willen proberen.

Niet iedereen die de diagnose ADHD krijgt, slikt medicatie. In Nederland worden hierover geen cijfers bijgehouden, maar in de Verenigde Staten slikt ongeveer een derde van de volwassenen ADHD-medicatie. Andere behandelmethoden zijn onder meer psychotherapie, coaching en leefstijlaanpassingen.

Tara Mohunlol, 26
‘Medicatie vlakt mijn persoonlijkheid af, dan mis ik mijn spontaniteit’

Tara Mohunlol volgt een onderzoeksmaster sociale wetenschappen en geeft rondleidingen in de Tweede Kamer.

‘Toen ik nog op school zat, turnde ik op hoog niveau. Daardoor was mijn leven heel gestructureerd. Het hielp ook enorm dat mijn ouders zo betrokken waren. Als ik mijn broodtrommel was vergeten, kwam m’n vader hem brengen. Ze wisten ook: je moet Tara niet met drie taken naar boven sturen, maar haar een voor een opdrachten geven.’

‘Tijdens mijn studie sociologie ging ik uit huis. Het kostte me veel moeite om de zorg voor het huishouden te combineren met mijn studie. Maar het krijgen van de diagnose, nu drie jaar geleden, hielp al. Ik leg de schuld sindsdien minder bij mezelf.

‘Medicatie gebruik ik af en toe, het helpt me om te focussen. Maar het vlakt ook mijn persoonlijkheid af, ik mis dan mijn spontaniteit – dat is juist iets dat veel ADHD’ers leuk maakt.

‘Veel vrouwenvriendschappen zitten vol onuitgesproken verwachtingen waaraan ik niet altijd voldoe. Ik vergeet mensen terug te appen of te feliciteren, dat wordt soms opgevat als een teken dat ik niet om ze geef. Volgens mij worden vrouwen daar wat sneller op afgerekend dan mannen.’

Merijn Dorr, 25
‘Mijn cijfers gingen sinds ik ADHD-medicatie gebruikte met gemiddeld een punt omhoog’

Merijn Dorr doet een traineeship projectmanagement.

‘Op de universiteit merkte ik dat ik harder werkte dan mijn studiegenoten, om vervolgens lagere cijfers te halen. Ik zat vijf dagen per week van 9 tot 5 in de universiteitsbibliotheek. Om te voorkomen dat ik overspannen zou raken, ging ik er een half jaar tussenuit.

‘Ik herkende mijn gedrag in dat van mijn broers en mijn vriend, die al een ADHD-diagnose hadden, en besloot te onderzoeken of dat ook op mij van toepassing is. Met een verwijzing van de huisarts ging ik naar ADHDcentraal.

‘Ik was best sceptisch, want ze testen daar in een dag of je ADHD hebt, terwijl je niet even bloed kunt prikken of iets dergelijks. Maar toen ik de computertest veel beter maakte met dan zonder medicatie, was ik wel overtuigd. Het voelde alsof de puzzelstukjes op hun plek vielen: ik ben dus niet dom of gek, dacht ik, terwijl ik dat gevoel van jongs af aan wel heb gehad.

‘Mijn cijfers gingen met gemiddeld een punt omhoog; ik hoefde niet meer acht uur per dag te blokken. Omdat we zo weinig weten over de langetermijneffecten probeer ik het sinds kort zonder. Mijn werk is veel dynamischer dan studeren, en gaat me daarom makkelijker af.’

Callista Roelofs, 53
‘Met die pil sta ik op en ga ik drie kwartier later achter mijn laptop ­zitten’

Callista Roelofs is team- en leiderschapscoach.

‘Toen vier jaar geleden een kennis vertelde over haar ADHD-traject, biggelden de tranen van herkenning over mijn wangen. Ik had altijd wel moeite om ergens aan te beginnen of me te concentreren, maar bestempelde dat heel lang als lui, dom en een gebrek aan doorzettingsvermogen.

‘Die kennis zei: ik doe wel een stripje medicijnen bij je door de bus, probeer het maar eens. Nou, ik wist niet wat ik meemaakte. Toen pas realiseerde ik me dat het voor mij elke dag voelde als het beklimmen van een berg in de mist, zonder enig idee waar de top was en of de mist zou wegtrekken. Met die pil sta ik op en ga ik drie kwartier later achter mijn laptop zitten – weg berg, weg mist.

‘Door de diagnose begrijp ik nu wat er in mijn hoofd gebeurt. Ik accepteer dat ik anders in elkaar zit en mijn week dus anders moet inrichten.

‘Had ik die diagnose maar veel eerder gekregen, denk ik weleens. Misschien was ik dan wel naar de universiteit gegaan. Mijn kinderen hebben de diagnose nu al, en daar ben ik zo blij mee. Dat stelt ze in staat om te doen waar ze goed in zijn en daar hulp bij te krijgen als dat nodig is.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next