De Vlaamse schrijver Griet Op de Beeck was al succesvol schrijver, nu is ze ook therapeut en aanstaand presentator van het tv-programma Zomergasten. ‘Ik heb geleerd om te luisteren naar de leemtes tussen woorden en niet met mijn eigen gedachten bezig te zijn.’
Door Esma Linnemann
Fotografie Lin Woldendorp
Honden kunnen levens redden, zelfs van mensen die op dat moment niet gered willen worden. Beroemd is de anekdote die Dolly Parton graag opdist, over die dag ergens rond haar veertigste, toen ze zo depressief was (een combinatie van hevig liefdesverdriet, gezondheidsklachten en een onvervulde kinderwens) dat ze een revolver tegen haar slaap zette. Precies op dat moment kwam haar hondje Popeye, een bostonterriër, de trap op rennen. ‘Het tik-tik-tik van zijn pootjes bracht me terug naar de realiteit’ , vertelt Dolly Parton in het boek Dolly on Dolly (2018). ‘Ik verstijfde. Ik legde het pistool neer en ging toen bidden.’
De bruine werklijn labrador Uma heeft misschien wel net zo’n rol gespeeld in het leven van schrijver Griet Op de Beeck (51). De Vlaamse schrijver had in de eerste coronawinter last van donkere gedachten. ‘Ik ervoer het leven als vrij zinloos’, vertelt ze aan haar keukentafel. Hond Uma ligt te soezen in een hondenmand. ‘Ik had naar mijn gevoel al eeuwen therapie gevolgd. Het klinkt misschien pathetisch, maar elke minuut was een worsteling. Omdat ik dacht dat ik alles had geprobeerd om me beter te voelen, kwam ik tot de conclusie: misschien moest ik er maar mee ophouden.’
Op de Beeck had op dat moment net een kleine pup in huis gehaald. ‘Uma was zo’n hummeltje, maar ze was ook verschrikkelijk, want zoals alle puppies beet ze met haar kleine tandjes in alles wat los en vast zat, inclusief een hand of enkel. Soms verstopte ik me achter de schuifdeur van de woonkamer om tien minuten rust te hebben. Uma wilde de hele tijd naar buiten, om vervolgens alsnog op de vloer te plassen. Daar keek ze dan zo onschuldig bij. Dat waren de lichte momenten in mijn duisternis.’
'Uma was zes weken toen ik haar nestje voor het eerst kwam bekijken. Zij koos mij, en ik koos haar.'
‘Nee! Ik voelde me altijd onprettig in de buurt van honden, ik vond ze vies. Iemand vertelde mij ooit dat die angst te maken had met hechting. Als je onveilig gehecht bent, is het moeilijk om een dier te vertrouwen, omdat het om een intuïtief soort vertrouwen gaat. Door dat inzicht groeide mijn interesse in honden, ik wilde die angst in de bek kijken. Uma was zes weken toen ik haar nestje voor het eerst kwam bekijken. Zij koos mij, en ik koos haar. Ik wist ook: Uma is helemaal afhankelijk van mij.’
‘Nee, omdat deze relatie on my terms is. Wij leven samen, maar uiteindelijk bepaal ik wat er gebeurt. Ik denk niet dat ik ooit door iemand zo graag ben gezien als door Uma. En zelf had ik nooit in mijn leven gedacht dat ik zulke diepe gevoelens voor een dier kon koesteren.’
‘Ze was een van de belangrijke aspecten van die redding, want in de periode dat ze in mijn leven kwam, ben ik ook een opleiding tot therapeut gaan volgen en kwam ik op het spoor van een therapie die mij zou helpen. Maar Uma speelde wel een voorname rol. Ze dwingt me om ’s ochtends naar buiten te gaan, om de natuur in te trekken. Dat bleek een fantastisch goed idee te zijn voor mijn mentale gezondheid. Ik ben door haar ook het spelende kind geworden dat ik nooit heb mogen zijn. Ik kan met haar over de grond liggen rollen, met stokken en ballen gooien. Dat is ongelooflijk leuk.’
‘Een van mijn vrienden stelde mij laatst voor een dilemma: of er staat morgen een man op de stoep, echt een leuk exemplaar, of Uma mag even oud worden als jij. Nou, daar hoefde ik geen nanoseconde over na te denken; dat werd Uma.’
Dat ik een joekel van een eetstoornis had, en suïcidale gedachten, daarvan dacht ik: het hoort erbij.’
‘Ja, met haar is het leven zo onvoorstelbaar leuk. De enige prijs van hondenliefde is dat je weet dat jij degene bent die langer zal leven, dat je afscheid moet nemen. Dat is momenteel het enige in mijn leven waarover ik soms denk: hoe moet ik dat gaan doen?’
Het is een zonnige junidag en de interviewer is anderhalf uur te laat, dankzij een trein die tot stilstand komt in een weiland nabij de Belgische grens. Op de Beeck reageert begripvol. Ze stuurt geruststellende appjes: ‘Komt goed, jaag je niet op.’
Ze is klein van stuk. Open, onderzoekende blik. Op de keukentafel van haar Gentse woning staat een schaaltje chocolaatjes. ‘Je zult wel honger hebben na zo’n lange reis’, zal ze later zeggen met een bezorgde blik op haar voorraadkast. ‘Zal ik een blik sardientjes opentrekken? Die heb ik altijd in huis.’
Voluit en gretig leven. Dat is wat Griet Op de Beeck zichzelf heeft beloofd, na een leven worstelen met een eetstoornis en gevoelens van zelfhaat. Ze is een van de succesvolste Nederlandstalige schrijvers. Haar romans Vele hemels boven de zevende (2013) en Kom hier dat ik u kus (2014), over knellende familierelaties en beschadigde mensen, waren knalsuccessen. In 2016 was Op de Beeck te gast in het VPRO-programma Zomergasten. Met haar Vlaamse volzinnen en scherpe inzichten in de menselijke psyche blies ze de kijkers van hun sokken, de hashtag #verliefdopgriet ging die avond viraal. In 2018 schreef Op de Beeck het Boekenweekgeschenk. ‘Er stonden soms zulke lange rijen mensen op Griet te wachten, ze leek wel een rockster’, vertelt neef Rolf Nys telefonisch. Hij reed haar tijdens de Boekenweek rond. ‘Het succes drong niet echt tot haar door, ze bleef zich maar verbazen over zo veel aandacht.’
Maar het was niet alleen lof die Op de Beeck kreeg toegezwaaid. In 2017 vertelde zij aan tafel bij De Wereld Draait Door dat ze als meisje door haar vader was misbruikt. De aanleiding was het boek Het beste wat we hebben, met incest als leidend thema. Op de Beeck had er nooit concrete herinneringen aan gehad, maar na de dood van haar vader kreeg ze flashbacks, ‘beelden van een walgelijke merkwaardigheid, zelfs voor het hoofd van een schrijver’. Stukje bij beetje, en met de hulp van haar therapeut, was ze tot de conclusie gekomen dat ze tussen haar 5de en 9de was misbruikt.
Het optreden kwam de auteur op kritiek te staan, ook in deze krant. Volgens columnisten en geheugenexperts bestond wat Op de Beek beschreef niet: je kunt herinneringen niet volledig verdringen, en al helemaal niet ‘hervinden’ door therapie.
In werkelijkheid zijn hervonden herinneringen inzet van een wereldwijde, hoogoplopende discussie tussen therapeuten en wetenschappers. Op de Beeck werd de spil van deze ‘memory wars’, zo reconstrueerde de Volkskrant een jaar later aan de hand van interviews met deskundigen uit beiden kampen. Psychiaters als Bessel van der Kolk en de aan Harvard docerende Judith Hermann twijfelen niet aan het bestaan van hervonden herinneringen, rechtspsychologen als Harald Merckelbach vegen er juist de vloer mee aan. In Nederland concludeerde de Gezondheidsraad in 2004: hervonden herinneringen zijn te onbetrouwbaar voor de rechtszaal, therapeuten moeten er voorzichtig mee omspringen, maar ze komen wel degelijk voor.
Na die uitzending deed Op de Beeck maandenlang niets. Een klinische depressie wil ze het niet noemen, ‘maar experts die ik sindsdien heb ontmoet denken er anders over’.
Ze schreef toch nog drie boeken. In 2020 besloot ze een nieuwe weg in te slaan: ze werd therapeut. Ze volgde een opleiding psychodynamische therapie, waarbij net als in de psychoanalyse de nadruk ligt op onbewuste ervaringen uit de jeugd. Ook volgde ze tientallen seminars, cursussen en ze ging op retreats. Over de inzichten die ze daar opdeed, publiceerde ze Het wordt beter (2024). Ook vond ze een therapie die haar écht hielp: Internal Family Systems (IFS), een in Amerika populaire therapievorm die in Nederland nog niet wordt vergoed. IFS heeft als uitgangspunt dat mensen uit delen bestaan. Die delen, zoals de perfectionist of het angstige kind, hebben goede intenties; ze proberen je te beschermen, maar ze moeten niet de overhand krijgen.
Op de Beeck geeft deze therapie inmiddels zelf. Ondertussen raakte ze bevriend met de ‘groten der aarde’; de Vlaams-Amerikaanse therapeut Esther Perel, trauma-expert Van der Kolk en de grondlegger van IFS, Richard Schwartz. Volgens sommige recensenten schrijft Op de Beeck wel héél bewierokend over deze nieuwe vrienden. ‘Ik ben enthousiast, al weet ik heus dat deze mensen feilbaar zijn, maar ik heb ontzettend veel respect voor ze.’
Nu staat ze aan de vooravond van een nieuw hoofdstuk: zes avonden Zomergasten presenteren. Ervaring met interviewen op tv heeft Op de Beeck niet, wel met geschreven interviews: voor ze zich toelegde op boeken schrijven, werkte ze voor het Vlaamse tijdschrift Humo en het dagblad De Morgen. ‘Alles is nieuw, ik zoek gretig naar feedback. Toen ik mijn screentest onlangs terugkeek, zag ik een irritant trekje dat ik beter achterwege kan laten. De vroegere Griet was misselijk geworden van kijken naar zichzelf. Maar ik heb nu een veel mildere, realistischere blik. Wat ik zie, vind ik oké.’
‘Toen ik mijn screentest onlangs terugkeek, zag ik een irritant trekje dat ik beter achterwege kan laten’
‘Nee. Ik heb weleens een fragment teruggekeken. Toen viel me op dat de visagist goed werk had geleverd en dat ik er een stuk frisser en fruitiger uitzag. Ik herinner me vooral hoe ik op mijn wenken werd bediend. Het feit dat je een Zomergast mag zijn, is zo’n eer. En de uitzending is zo goed besproken van tevoren dat de setting heel veilig voelt.’
‘Hmm. Ik zou benoemen wat er gebeurt, zeggen: ‘Jij lacht iets weg, maar het raakt mij wat je vertelt.’ Op die manier zou ik proberen een deur te openen. Misschien had dat bij mij toen gewerkt, maar ik betwijfel het. Ik was toen nog niet in staat om echt te voelen.’
'Ik haatte mijn lijf en ik was daar volledig van afgesloten en deed daar van alles mee.
‘Op zich weten mijn gasten dat ik ze over meer zal bevragen dan alleen hun expertise. Maar er is een grens tussen wat persoonlijk is en wat privé. Als iemand een buitenechtelijke affaire heeft gehad, dan ga ik iemand daarover niet de pieren uit de neus halen, ik ben niet zo geïnteresseerd in de platte anekdotiek. Ik ben wel nieuwsgierig naar diens drijfveren en kwetsuren in relaties. Ik wil mijn gasten ertoe verleiden uit hun comfortzone te stappen. Als je ze daarin goed begeleidt, kunnen mensen daar met een prettig gevoel uitkomen.’
‘Haha, ik hou helemaal niet van keuvelen. Zij worden er soms gek van. Ik probeer Ann ook al ongeveer de hele duur van onze vriendschap over te halen om in therapie te gaan.’
‘Oh ja! Het is uit liefde voor haar dat ik erover doorga, maar mensen moeten doen waar ze zelf in geloven en wat hen blij maakt.’
‘Ik had in die tijd zo’n bord voor mijn kop! Lotte, zo noem ik haar in Het wordt beter, was de eerste therapeut die doorvroeg, die mij de ruimte gaf om met een eerlijke, ernstige blik naar mijn jeugd te kijken. Maar ik had een veel te persoonlijke relatie met haar. Ze nodigde me uit om mee te gaan dansen of op café te gaan. Ik ben in haar vakantiehuis geweest. En toen het op een gegeven moment slechter met haar ging, probeerde ik er voor haar te zijn. Dan beklaagde ze zich over haar leven en dronk ze zo veel, dat ik haar tegen het einde van de avond moest helpen om de sleutel in het slot te krijgen.’
‘Dat was ook het eerste wat Gabor Maté (Canadese arts en traumadeskundige, red.) tegen mij zei toen ik met hem aan tafel zat tijdens een retreat in Costa Rica. ‘Twaalf jaar? Dan doet ze iets niet goed’, zei hij. De laatste jaren bleef ik vooral bij haar omdat ze een schakel vormde naar Max, de man van wie ik toen hield, en die zich niet wilde binden aan mij. Max was op Lottes voorstel ook bij haar in therapie gegaan. Zij gaf mij steeds het gevoel: wacht maar, ik fix hem wel voor jou. Ik was zo dubbel afhankelijk van haar.’
‘Ja, op een avond belde Lotte: ze had een hoge rekening ontvangen die ze niet kon betalen, ze moest haar praktijk sluiten. Ik heb toen, volledig in paniek, meteen een paar duizend euro overgemaakt. Ze zou me daarna nog vaker om geld vragen. Pas toen ik in contact kwam met de wereldtop op het gebied van trauma en therapie, kon ik mijn traject bij Lotte beëindigen.’
‘Dat een therapeut niet geregistreerd staat in een register, wil nog niet zeggen dat hij of zij niet deugt’
‘Iemand in mijn omgeving had haar aangeraden. Ik heb helemaal niet naar haar credentials gevraagd. Ik denk dat veel mensen dat niet doen. En dat een therapeut niet geregistreerd staat in een register, wil nog niet zeggen dat hij of zij niet deugt. In België worden slechts een paar sessies vergoed, en alleen van een psycholoog. Er is er zoveel weerstand tegen dat systeem, dat veel therapeuten, ook opgeleide psychologen, zich er soms aan onttrekken. Nederland is wat dat betreft een stuk verder.’
‘Wat je ziet in die aflevering was ‘supergirl’, het deel van mij dat een enorme drive heeft om door te gaan. Op een bepaalde manier was ik ook verder dan ik ooit had durven dromen: ik was succesvol schrijver, ik had meer inzicht in mijn problemen. Dat ik nog steeds een joekel van een eetstoornis had, en suïcidale gedachten, daarvan dacht ik: het hoort erbij.’
‘De droge feiten zijn dat ik seksueel werd misbruikt door mijn vader en dat mijn moeder een emotioneel onstabiele vrouw was voor wie ik me verantwoordelijk voelde. En vijf kinderen als eilandjes, die door hun ouders tegen elkaar werden opgezet. Mijn moeder kon grote emoties uiten. Eens in de zoveel tijd zei ze haar vaste zinnetje: ‘Dan draai ik een koord om mijn nek, en dan zijn jullie allemaal van mij verlost.’
‘Dat gaf me paniek. Hoe ouder ik werd, hoe minder ik geloofde ze het meende, maar het bewees wel hoe ongelukkig ze was. Het voelde als mijn opdracht om haar blijer te maken. Ze hield van spelletjes en van knutselen, dat waren kinderactiviteiten, maar ik deed ze met haar om háár blij te maken en rustig te houden.’
‘Mijn vader had een getuigschrift van Mensa (internationale organisatie voor mensen met een hoog IQ, red.). Dat zat ergens in een mapje en hij heeft het me vaak laten zien. Hij leidde een passief leven: hij lag de hele dag in de zetel televisie te kijken. We hadden twee videorecorders zodat hij niets hoefde te missen. Er was toen een dagelijkse quiz op tv: Cijfers en Letters. Daar kon hij uren mee bezig zijn. In de talige vragen was hij heel goed, met rekenen had hij moeite, dus daar trainde hij extra op.’
‘Zo heb ik het altijd begrepen, maar ik heb daar geen zekerheid over. Mijn vader dronk toen al veel. Ze kwamen die nacht thuis van een feestje; de kans is heel groot dat hij niet nuchter in die auto zat. Daarna was hij een zeer beschadigde man. Vanuit die beschadiging, en misschien ook door andere zaken uit zijn verleden, heeft hij eerst mijn oudste zus misbruikt. En daarna mij.’
‘Mijn zus was dertien jaar ouder dan ik en leidde een zeer chaotisch leven. Ze zat een tijdje bij een sekte, ging relaties aan met veel oudere mannen. Thuis werd haar levensloop opgevoerd als bewijs dat zij niet spoorde. Het enige dat ik hoorde, was dat ze een rare vrouw was. Ik had nauwelijks contact met haar. Toen ik net van de middelbare school ging, riep ze het hele gezin samen. Wij dachten dat ze een huwelijk of zwangerschap ging aankondigen, maar op die bijeenkomst beschuldigde ze mijn vader ten overstaan van iedereen van incest.’
‘Hij was hevig verontwaardigd: welke shrink had dit haar wijsgemaakt? Want ja, zo werd de tegenaanval toen ook al ingezet. De rijen sloten zich meteen. Het was: arme papa. Mijn zus besloot toen: als jullie niet met mij in gesprek willen, mij niet willen geloven, dan wil ik jullie niet meer zien.’
‘Nee. Want zij was gek, dat vond toen iedereen. Ook ik verdedigde mijn vader. Ik heb daar later mijn excuses voor aangeboden, tijdens een therapiesessie. Maar dat was een raar gesprek, waarin mijn zus zichzelf eindeloos herhaalde. Het kwam niet echt binnen wat ik zei. Mijn zus had een ernstig drankprobleem. Als ze me belde, stak ze urenlange retorische monologen af. Ik had daar, om eerlijk te zijn, geen zin in. Eigenlijk kon ik het gewoon niet aan. Mijn zus confronteerde mij met een beschadiging die ik niet onder ogen wilde komen, denk ik nu. Ze was druk, luid, schaamteloos – niet op een leuke, maar op een getraumatiseerde manier. Vlak voordat ik bij De Wereld Draait Door zat, kwam zij bij een auto-ongeluk om het leven, heel tragisch. Ze is een gracht in gereden, ook met te veel drank op.’
‘Ik heb het er veel met Lotte over gehad. Ik was me bewust van de verantwoordelijkheid die je hebt als je in het openbaar spreekt over misbruik. Ik weet nog hoe een Vlaamse oud-politica over haar misbruik vertelde en zei: ‘Ik weet dat jullie morgen anders naar mij kijken, maar ik wil jullie vragen dat alsjeblieft niet te doen.’ Toen dacht ik: ‘Oké, ik zwijg wel weer, want ik wil niet dat mensen anders naar mij kijken. Ik wilde het zo graag goed doen, maar ik zou nu sterker staan. Want ik zat daar totaal onthecht aan tafel, ik praatte alsof het over iemand anders ging.’
'Als ik 30 was geweest, had ik die opleiding psychologie gedaan, om van het commentaar af te zijn. Maar nu wilde ik mijn tijd zo zinvol mogelijk gebruiken, het leven is te kort.'
‘Nee! Ik dacht vooral: ik ga niet een makkelijk verhaaltje vertellen, want het is gewoon een fucking morsige weg om af te moeten leggen met jezelf. Je wordt constant heen en weer geslingerd tussen in jezelf geloven en diep aan jezelf twijfelen. Daar wilde ik over praten. Het was zo frustrerend om te zien hoe er daarna in de media het beeld ontstond alsof ik had zitten huilen bij een therapeut, en die vervolgens zomaar had gezegd: volgens mij ben jij misbruikt door je vader. Zo is het helemaal niet gegaan.’
‘Het begon ermee dat ik op het sterfbed van mijn vader opeens een intense en onverklaarbare angst voelde om zijn hand vast te houden. In de periode van zijn overlijden viel ik terug in mijn eetstoornis. Tijdens een intake bij een kliniek voor eetstoornissen moest ik allerlei standaardvragen beantwoorden. Op een gegeven moment vroeg de hoofdbehandelaar: ben jij ooit seksueel misbruikt? Want veel zaken wezen daarop. Ik heb daar toen ook met Lotte over gepraat.
‘Ik denk dat zij daarin een soort toestemming zag om door te vragen. In de maanden daarna kreeg ik hevige flashbacks: indringende, afschuwelijke beelden van wat mijn vader met mij deed – dat kan zelfs een schrijver niet verzinnen. Die beelden kwamen niet naar boven tijdens een sessie, maar op de fiets of toen ik probeerde te mediteren. En ik had niet alleen last van die beelden. Ik haatte mijn lijf en ik was daar volledig van afgesloten en deed daar van alles mee. Pas later, dankzij EMDR, IFS en dankzij twee begeleide ketaminetrips, heeft dat verleden van misbruik een concretere invulling gekregen.’
‘Ik heb een lelijke mail van die club gehad, het heeft geloof ik in een paar kranten gestaan. SKEPP is geen raad van wijzen, hè. Maar goed, ik wil me in dit interview niet verdedigen.’ Zachtjes: ‘Je wordt hier zo moe van.’
‘Niemand wil zich dit soort misbruik voorstellen. Het is veel prettiger om te denken dat het niet is gebeurd’
‘Het voelt als tijdverlies. Ik heb geen enkele twijfel, en de wereldtop met wie ik sindsdien in contact sta, mensen als Bessel van der Kolk, hebben geen enkele twijfel aan mijn verhaal. Dat er dan nog altijd mensen zijn die het nodig vinden om het fenomeen van hervonden herinneringen in twijfel te trekken en daarmee anderen te ontmoedigen zich uit te spreken, is niet alleen kwetsend, het is ook kwalijk. Er bestaan nog steeds veel misvattingen over seksueel misbruik, zoals het idee dat je daar altijd scherpe herinneringen aan moet hebben. Dat geldt lang niet voor iedereen, zeker niet als je op jonge leeftijd bent misbruikt.’
‘Kijk, als een therapeut na twee sessies zegt: ik denk dat jij misbruikt bent, dan zou ik me ook zorgen maken. En er is ongetwijfeld weleens iets misgegaan, ik begrijp dat voorzichtigheid geboden is. Maar laten we niet doen alsof die uitzonderlijke gevallen de regel vormen; verreweg de meeste therapeuten hebben het beste met hun cliënten voor en gaan niet over een nacht ijs.
‘Wat ik wél kan begrijpen, is dat er in de samenleving een grote angst is voor het thema incest. We hebben allemaal een vader. Niemand wil zich dit soort misbruik voorstellen. Het is veel prettiger om te denken dat het niet is gebeurd. Dat is ook wat je vurig wenst als je zelf in die situatie zit, want ik hield ondanks alles ook van mijn vader.’
‘Het was killing. Ik sta inmiddels sterk genoeg in mijn schoenen om zo’n oordeel bij die ander te laten, maar dat geldt lang niet altijd voor anderen. Misbruik is een perfide spel. Die verwarring is niet weg als je eenmaal volwassen bent. Misbruikers zeggen vaak dingen als: ‘Als je dit ooit vertelt, zal niemand je geloven.’ Mensen die misbruik hebben meegemaakt, hebben er zelf alles aan gedaan om het voor zichzelf te ontkennen, want ze moesten functioneren, ze moest naar school. Vaak hebben ze later een oerangst die wordt aangeraakt op het moment dat hun verhaal in twijfel wordt getrokken.
‘Mijn vrienden steunden me in die tijd onvoorwaardelijk, maar ik kon die liefde niet toestaan. Ondertussen kreeg ik duizenden mailtjes van mensen die zich hadden herkend in mijn verhaal. Het werd een dagbesteding om die mailtjes te beantwoorden. Het resultaat was dat ik weer andere mensen zat te bevestigen en gerust te stellen. Ik had gehoopt dat, als ik het de wereld in zou gooien, ik een gevoel van catharsis zou ervaren, maar dat is nooit gekomen.’
‘Het was absoluut niet mijn ambitie om therapeut te worden. Ik wilde schrijver blijven; dat is een beroep waarmee men waardig oud kan worden. Maar toen kwam mijn goede vriendin Ariane (Van Vliet, red.) met het voorstel om die opleiding te volgen. Mijn vriendin wist dat ik in een ongelooflijk diep hol zat, hoewel ze er denk ik geen rekening mee hield dat ik ja zou zeggen op haar voorstel.’
‘Ik vond het in eerste instantie onverantwoord, ja. Maar het waren maar vier geprotocolleerde sessies, die zorgvuldig werden begeleid. Het was ook niet de bedoeling om tijdens die sessies de diepste trauma’s aan te boren. Achteraf gezien ben ik blij dat ik meteen therapie moest geven, want daardoor voelde ik: dit ligt mij helemaal, dit vind ik reuze boeiend.’
‘Het mochten geen mensen zijn die ik kende, dus ik heb een oproep op sociale media geplaatst. Binnen een uur reageerden er honderden mensen, ik heb die post toen weer offline gehaald.’
‘Ik merkte dat veel mensen dachten: zij gaat mij begrijpen. Die herkenden zich in de boeken die ik schrijf. Maar mensen die zich overduidelijk vanuit een fanschap aanmeldden, koos ik niet uit, dat leek me niet gezond.’
‘Esther trad op in Antwerpen, Ariane en ik hadden daar al kaartjes voor gekocht. Een vriend van mij zat in de organisatie en vroeg: wil je haar ontmoeten? Tijdens dat etentje wilde Esther dat ik naast haar kwam zitten, ze wilde met mij praten over Zomergasten, waar zij zelf ook te gast was geweest. Ik wist niet wat mij overkwam! Inmiddels weet ik: Esther is altijd nieuwsgierig naar nieuwe mensen, ze maakt graag verbindingen. Die avond was het begin van een vriendschap. Ze nodigde me uit om een opname van haar podcast Where Should We Begin in New York bij te wonen. Daarna nam ze me mee uit eten met haar vrienden. En toen nodigde ze mij uit voor een week rondom het thema trauma in Costa Rica. Daar kwamen ook grote namen als Van der Kolk en Gabor Maté. Later ontmoette ik ook Schwartz, de grondlegger van IFS.
‘Omdat ik daar binnenkwam als gast van Esther zat ik met deze mensen aan de ontbijttafel en werd ik aan iedereen voorgesteld. Deze 60-plusssers kunnen dansen! Vooral Bessel, die is boven de 80, maar heeft daar staan shaken op de dansvloer. Dankzij deze groep heb ik mijn angst voor ouderdom overwonnen: zij staan zo nieuwsgierig en gretig in het leven – zo wil ik het ook.’
‘Het duurt nou eenmaal lang voordat een therapie het stempel ‘evidencebased’ krijgt. Volgens psychiater Bruce Perry duurt het gemiddeld twintig jaar voordat een therapie algemeen is erkend. Ik wil geen twintig jaar wachten om iets aan te bieden wat voor mij en zovelen een wereld van verschil heeft gemaakt. Over IFS kan ik zeggen: het onderzoek dat ernaar wordt gedaan is hoopgevend. De therapievorm is inmiddels evidencebased verklaard voor welzijnsverbetering van cliënten, maar nog niet als behandeling voor trauma. Daar is meer onderzoek voor nodig.’
‘Als je in België psychologie studeert, ben je nog niet klaar om therapie te geven. De vele opleidingen die ik heb gevolgd, stomen je klaar om in de praktijk met mensen te werken, dat leek me een interessantere weg dan vier jaar leren over cognitieve gedragstherapie en over statistiek. Maar ik ben echt niet over een nacht ijs gegaan, en ik heb ook mogen leren van de absolute wereldtop. Ook ben ik mijn eigen proces voluit aangegaan, wat cruciaal is om een goede therapeut te worden. Soms denk ik: als ik 30 was geweest, had ik wel die opleiding psychologie gedaan, om van het commentaar af te zijn. Maar nu wilde ik mijn tijd zo zinvol mogelijk gebruiken, het leven is te kort.’
‘Het was ook makkelijker geweest om al die inzichten lekker voor mezelf te houden en ze niet op te schrijven. Maar dat zou ik een bizarre keuze hebben gevonden. Als je als kind zo naar de klote bent geholpen, en door therapie weer blijmoedig kunt leven, dan wil je dat toch uitdragen?’
‘Nee. Voor de goede orde, ik zit daar niet als therapeut, maar als presentator. IFS is ook geen traditionele praattherapie die ik zomaar kan toepassen in een interview. Maar wat ik heb geleerd de laatste jaren, is om te luisteren naar de leemtes tussen woorden en niet met mijn eigen gedachten bezig te zijn. Ik ga daar niet zitten om te bewijzen dat ik leuk ben of slim. Ik hoef het niet perfect te doen, dat was de oude Griet. Ik wil daar zitten vanuit de meest oprechte nieuwsgierigheid in die andere persoon. Dat is voor mij de kern.’
22 augustus 1974 Geboren in Turnhout.
1990-1994 Studeert Germaanse filologie.
1994-2004 Werkt als dramaturg voor Vlaamse gezelschappen.
2004-2008 Schrijft interviews voor Humo (en later ook voor De Morgen).
2008-2016 Columnist voor De Morgen.
2013 Debuteert met Vele Hemels boven de Zevende.
2013 Nominatie Ako Literatuurprijs, wint de Bronzen Uil-publieksprijs voor beste debuut.
2014 Publiceert Kom hier dat ik u kus.
2015 Nominatie NS Publieksprijs.
2016 Publicatie Gij Nu, verhalenbundel.
2017 Publicatie Het beste wat we hebben, eerste deel van een trilogie met incest als thema.
2018 Schrijft het Boekenweekgeschenk Gezien de feiten.
2019 Let op mijn woorden, het tweede deel van de trilogie.
2020 Opleiding psychodynamische therapie.
2021 Publicatie Jij mag er zijn.
2024 Wordt, na verschillende opleidingen en cursussen, IFS-therapeut.
2024 Publiceert Het wordt beter, haar eerste non-fictieboek.
2025 Presentator Zomergasten.
Op de Beeck woont met haar hond Uma in Gent.
De Vlaamse auteur schreef succesvolle romans, maar kreeg veel kritiek toen ze vertelde over vermeend misbruik in haar jeugd. Nu is er het deels aangrijpende Het wordt beter, waarin ze nogal kritiekloos de inzichten beschrijft die ze opdeed in (niet altijd bewezen) therapieën.
Eigenlijk wilde ze haar trilogie over misbruik afronden, maar voor het eerst in haar leven werd de Vlaamse auteur Griet Op de Beeck ‘helemaal triest van de schrijverij’, en daar kwam corona ook nog overheen. Dus schreef ze een luchtig kinderboek – nou ja, luchtig? En kinderboek?
Na het verlies van haar dochter stopte Willeke Alberti met optreden. Nu pakt de koningin van het levenslied de microfoon weer ter hand. ‘Het is fijn dat ik er weer een beetje bij hoor.’
Source: Volkskrant