Ik haat het als de lezer een goed punt heeft. Zeker als je iets schrijft waarvan je denkt: hmm, argument x zou ik ook kunnen noemen, maar dan moet iets anders sneuvelen. En dan de volgende dag: een lezersbrief.
Zo ging het ook begin juni. Ik schreef een commentaar over de kloof tussen stad en platteland, die volgens nieuw SCP-onderzoek niet zou bestaan, en wees op politici die in de campagne deze verschillen uitvergroten voor eigen gewin.
De zwakte in het betoog had ik niet alleen zelf opgemerkt, maar ook lezer Maarten Kools. ‘Hier had het de Volkskrant gesierd als ze ook eens de hand in eigen boezem zou steken. Ik lees nu al jaren in de krant dat die tegenstelling er is. (...) Nu schrijft de krant doodleuk dat die kloof er niet is.’
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Het toeval wil dat ik de zomerluwte een uitgelezen moment vind om uitgebreid de hand in eigen boezem te steken. Of, nou ja, in het kader van full disclosure, de coördinator spoorde me aan te experimenteren met zelfreflectie en transparantie in deze rubriek – twee fenomenen waar journalisten niet per se om bekendstaan.
(Hij vroeg me overigens ook te experimenteren met de vorm, maar één experiment per stukje vind ik wel genoeg, dus wellicht volgende keer een column opgebouwd uit weggelakte citaten uit een Woo-verzoek.)
Dus ja, wanneer had ik stad tegen land afgezet, of anderszins de kloof opgeblazen? Ik kon wel wat bedenken. De afgelopen jaren was ik steevast na verkiezingsuitslagen, die meestal nog rechtser en populistischer uitvielen dan al gevreesd, het land ingestuurd om dat geluid ‘op te halen’.
Zo gaan die hit-and-run-reportages: zoek een stip op de electorale kaart met een exemplarische doch opvallende uitslag, rijd ernaartoe, blijf mensen aanspreken tot je een handjevol spraakzame PVV- of FvD-stemmers hebt gevonden en schrijf het geheel levendig, integer en vooral snel op. Nee, niet de eervolste journalistiek, maar wel, zo zegt iemand dan als je ’s avonds laat de redactieauto terugbrengt, ‘goed om te hebben’.
Na de Tweede Kamerverkiezingen in maart 2021, waarop de woekerende corona-onvrede duidelijk haar sporen had achtergelaten, ging ik naar Drenthe, naar Klazienaveen, Erica en Emmen, een stad die ik vooral kende van de boeken en onderzoeken die telkens haarfijn in kaart brachten hoeveel kansen er waren om hogerop te komen: geen. De PVV was in het noordoosten de grootste geworden, FvD het sterkst gegroeid.
Op het plein waar Thierry Baudet twee weken eerder een menigte had toegesproken, stond ik te wachten op mensen om aan te klampen – ze waren er nauwelijks. Ik citeerde een winkelier die zei: ‘Men is wars van politiek, omdat ze nooit wat aan Den Haag hebben gehad.’ En een vrouw: ‘Ik heb op Geert gestemd. Ik dacht: die kan de boel wel opstoken.’
Trots was ik niet op het stukje. Het klopte allemaal, alles was goed onderbouwd en maatschappelijk relevant gemaakt, maar: het was wel erg zoeken naar de bevestiging van wat je al weet, even wat lokaal ressentiment aangeboord.
Het stak des te meer dat ik daags na publicatie een mail van een lezer kreeg over mijn vooroordelen. ‘Emmen is tegen, zoveel is duidelijk’, citeerde hij de kop. ‘Dat klinkt natuurlijk leuk, maar is alweer beeld bevestigend en klopt gewoon niet.’ Ja, het lijkt wel zo als je alleen maar PVV- en FvD-kiezers citeert. ‘Terwijl als je naar de uitslag kijkt, 75 procent wat anders heeft gestemd.’
Ik schreef terug dat ik de frustratie begreep, maar verdedigde verder mijn keuzes: ik probeerde juist de oneerlijk verdeelde kansen in Nederland aan te kaarten, niet mensen in Drenthe weg te zetten als achterlijk.
De invloed van media op maatschappij is een glibberig, nauwelijks te meten fenomeen, het zit in zo veel kleine dingen, in de veelheid, de herhaling. Journalisten kunnen daardoor altijd hun macht relativeren – het was maar één stukje, de kop was te scherp, kijk wat we nog meer maken.
Het lijkt me beter, of in elk geval eerlijker en sympathieker, om te zeggen: ja, ook de Volkskrant maakte de kloof soms groter dan nodig, ook ik blies lucht in dat verhaal. Had de lezer toch gelijk, godsamme.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant