Home

Vrijheid, nu echt voor iedereen

Liberalisme Liberale politiek is vrijwel altijd samengegaan met sociale uitsluiting, economische uitbuiting en planetaire vernietiging. Liberalen moeten hun beperkte, nationalistische en koloniale vrijheidsbegrip herzien, schrijft Shivant Jhagroe.

Bij mij in de wijk is er een bruin café. De terrasruimte van het café is onlangs uitgebreid en de buurt mag regelmatig meegenieten van smartlappen. Gezellig, zeker. Maar wel witte gezelligheid in een diverse buurt.

Het terras deed me denken aan toenmalig premier Mark Rutte. Die had het regelmatig over ‘een biertje drinken op het terras’ als symbool van onze liberale samenleving. Die vrijheid moesten we beschermen volgens hem. De vraag is: wiens vrijheid precies?

De huidige rechtsdraaiende VVD-leider Dilan Yesilgöz koos in de verkiezingscampagne van 2023 voor posters met zichzelf erop en in koeienletters: „Ik sta aan jouw kant”. Aan wiens kant is dat?

De VVD, in Nederland de zelfbenoemde belichaming van het liberalisme, afficheert zich van oudsher als de ondernemerspartij. Ze houdt altijd de belangen van die groep in het oog, ook als het gaat om ontwikkelingssamenwerking en de klimaataanpak. De BV Nederland moet daar wel iets aan hebben. Liberalen houden blijkbaar meer van een gunstig investeringsklimaat dan een gezond leefklimaat.

Ondertussen worden er ‘mineralendeals’ gesloten tussen Europa en Rwanda, alsook tussen de VS en landen als Oekraïne en Congo. Liberalen staan vaak vierkant achter zulke akkoorden. Immers, handelscontracten zijn simpelweg transacties tussen partijen in een mondiale markt. In werkelijkheid worden landen beroofd van hun grondstoffen, ecosystemen vernietigd en levens van jonge mijnwerkers kapotgemaakt. Maar goed, aan ‘onze kant’ wordt vrijheid gegarandeerd.

De vrijheid van Rutte, gesymboliseerd door ‘bier op het terras’, staat niet op zichzelf. Vanaf de 17de eeuw begon de westerse liberale debatcultuur in cafés en salons. Voornamelijk witte mannen dronken koffie of thee en bespraken politieke kwesties. Maar waar kwamen die koffiebonen en theeblaadjes vandaan? En hoe duur was de suiker? De ironie wil dat liberale politiek zichzelf parfumeerde met eau d’univeralisme maar feitelijk stonk naar uitsluiting en een politiek van de dood ‘elders’. Want terwijl principes over vrijheid en democratie werden besproken in Europese cafés, werd het leven op koffie- en theeplantages gekenmerkt door dwangarbeid en koloniale terreurpolitiek.

De vrijheid om ‘gewoon’ een koffie of biertje te pakken, de vrijheid om mineralendeals te sluiten: het lijkt erop dat veel liberalen de koloniale echo’s hierin niet horen. Laat ik dan direct klare taal spreken. Wat mij betreft kan dat liberalisme, het liberalisme van ‘markt’ en ‘ik’ en van ‘onze kant’ bij het grofvuil. Dat zeg ik niet lichtzinnig. Het liberalisme heeft veel gebracht voor veel mensen. Maar we moeten een ongemakkelijke waarheid onder ogen zien. Historisch is liberale politiek vrijwel altijd samen gegaan met sociale uitsluiting, economische uitbuiting en planetaire vernietiging. Als liberalen hun vrijheidsbegrip niet snel herzien, worden ze links en extreem-rechts ingehaald.

Al in de Haïtiaanse Revolutie, die zich voltrok in de jaren 1791-1804, was de beperktheid van het Europese liberalisme zichtbaar. De revolutie werd direct geïnspireerd door Verlichtingsidealen zoals vrijheid en gelijkheid, maar Haïtiaanse strijders kregen geen Franse steun. Sterker nog, alleen een rijke toplaag kreeg rechten, de rest kreeg te maken met koloniale repressie. Ook in Europa zelf was het liberalisme exclusief. De Franse schrijfster en activiste Olympe de Gouges meende dat de leuze van de Franse revolutie (Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap!) ook moest gelden voor vrouwen en tot slaaf gemaakten in de Franse kolonies. Ze werd niet omarmd als morele leider, maar uiteindelijk ter dood veroordeeld  vanwege haar uitgesproken teksten en kritiek op de revolutionaire macht. Vrijheid gold niet voor iedereen.

Historisch hebben liberalen vrijwel altijd de kant gekozen van grondbezitters, ‘vrije jongens’ en de bemiddelde middenklasse. Denk aan de VOC-handelsmaatschappij, opgericht in 1602, waarbij ‘vrij ondernemerschap’ en internationale handel in bijvoorbeeld specerijen, thee en textiel, samenviel met koloniaal bestuur en geweld daar in ‘De Oost’ en rijke regenten ‘hier’. En wat te denken van Koninklijke Shell. Ooit opgericht om oliebronnen in Sumatra (Indonesië) te exploiteren, plunderde het bedrijf vanaf de jaren 1930 olie in Nigeria. Shell vervuilde de lokale leefomgeving en zorgde met een enorme CO2-uitstoot voor ernstige klimaatimpact. Ik durf de stelling wel aan dat Dilan Yesilgöz dit ‘oudhollands ondernemerschap’ weet goed te praten.

Hoewel liberalen de taal spreken van het universalisme (‘formeel burgerschap’, ‘individuele vrijheid’ en ‘ondernemerschap’) handelen ze op basis van een eurocentrische ideologie ontworpen door en voor de elite.  Ook klassieke liberale denkers – zoals Hobbes, Locke en Kant – spreken over het belang van vrijheid van ‘externe autoriteiten’ op basis van rationale argumenten en neutrale instituties. Klinkt universeel. Maar zoals politieke wetenschapper Robbie Shilliam treffend laat zien, meenden deze liberale denkers dat vooral witte Europese mannen de daarbij horende autonome en morele keuzes konden maken. Mensen uit het Afrikaanse continent bezaten voor hen bijvoorbeeld minder ‘menselijke capaciteiten’ dan het ‘Europese ras’. Locke had zelfs aandelen in handelsmaatschappijen die in tot slaaf gemaakten handelden.

Is de politieke inconsistentie van het liberalisme (lees: hypocrisie) vandaag de dag anders? Als we kijken naar het ‘vrije Europa’, moeten we concluderen dat je hier overal wel de vrijheid hebt een biertje te pakken, maar dat Europa een dodelijke grens heeft. Zuid-Europese grenswachten duwen boten met vluchtelingen soms fysiek ‘terug’ waardoor kwetsbare personen letterlijk buiten Fort Europa worden gehouden. Waarom? Omdat ze nog steeds als minder-menselijk gelden.

En wat te denken van Israël, als ‘uitverkoren liberale democratie’ in West-Azië, dat feitelijk functioneert als apartheidsstaat en de wereldorde destabiliseert? Nog altijd nemen Europese ministers geen maatregelen tegen Israël. De EU investeert tweemaal zoveel in Israël als de VS. Saillant detail: Nederland (‘gidsland’) gaat daarin voorop, met 50 miljard aan investeringen in 2023. VN-rapporteur Francesca Albanese liet zien dat ook Europese bedrijven belang hebben bij de genocide en het bouwen van nieuwe nederzettingen. Denk aan de Italiaanse wapenleverancier Leonardo, de Zweedse machineleverancier Volvo, de Franse bank BNP en het Zwitserse energiebedrijf Glencore. Allemaal onderdeel van wat Albanese ‘de economie van genocide’ noemt.

Shivant Jhagroe is universitair docent bij het Instituut voor Bestuurskunde aan de Universiteit Leiden. Eind 2024 verscheen zijn boek Voorbij duurzaamheid. Op weg naar een ecorechtvaardige samenleving.

Hoe reageren westerse liberalen? Ze nuanceren mensenrechten en internationaal recht. Want Israël doet het vuile werk om ‘onze kant’ te beschermen. De VVD en NSC, veel Europese overheden en liberals in de VS bieden nog steeds onvoorwaardelijk steun aan een regime dat sinds twee jaar in versneld tempo genocidaal geweld pleegt. Daarmee geven liberalen toe dat de vrijheid van Israël ‘heilig’ is en dat Palestijnen vermoord mogen worden. Het beperkte, nationalistische en koloniale vrijheidsbegrip is ook nog eens met zichzelf in tegenspraak: als liberalisme voor vrijheid staat, waarom dan niet voor de vrijheid van het Palestijnse volk?

De koloniale doorwerking van het liberalisme zien we in ons land terug in de vorm van institutioneel racisme. Al gelooft Nederland in zijn ‘witte onschuld’, zoals Gloria Wekker het noemt. Nederlandse liberalen, in besturen, bij mediareacties en aan universiteiten hanteren een (zelf)beeld waarin liberalisme staat voor onschuld, want het gaat over ‘vrijheid’, ‘nuance’ en ‘ruimte geven’. De praktijk is anders: vrijheid voor sommigen en onvrijheid voor anderen. In het onderwijs, in de zorg en zelfs in het ‘vrije’ bedrijfsleven is er sprake van racisme en uitsluiting. Zoals het College voor de Rechten van de Mens zich afvroeg: „Is het echt zo dat een startende ondernemer met een Arabisch klinkende achternaam even gemakkelijk een lening kan afsluiten als mevrouw Van Dijk of meneer Smit?”

Voor liberalen zijn er maar twee autoriteiten: Ik en Markt. En die zien ze nooit in relatie tot Natuur, Planeet of Internationale Gemeenschap. Alle levens die niet horen bij de westerse witte vermogende klasse worden gezien als decor: voor goedkope arbeid, nuttige grondstof of diepe prullenbak. Dat bomen ons zuurstof geven en bijen onze gewassen bestuiven en ons voedsel schenken is leuk, maar nauwelijks relevant. Het duo Ik & Markt bepaalt wat waardevol is.

Liberalen spelen bovendien politieagentje en bepalen wat wel en niet vrijheid is. Zo ‘weten’ veel westerse liberalen dat moslima’s met hoofddoek inherent onvrij zijn. En toen Palestijnen in 2006 democratisch stemden op Hamas als politieke partij, ‘wisten’ westerse liberalen dat die keuze in elk geval niet liberaal was. Vrijheidsbeleving werkt in sommige gemeenschappen en regio’s juist vanuit collectiviteit, religiositeit of economisch socialisme. Maar westerse liberalen vinden dat beknellend of beangstigend. Denk aan het zogenaamde ‘Rode Gevaar’ tijdens de Koude Oorlog of het ‘Islamitisch Gevaar’ vanaf 2001. Door een monopolie te claimen op vrijheidservaring – liefst als vrije consumenten en ondernemers – draagt liberalisme juist onvrijheid uit.

‘Onze manier van leven’ – de westerse dus – moet kosten wat kost worden beschermd. Eerst met meer marktwerking, advertentieruimte en winkelcentra. En als dat niet werkt, met wapenstokken, drones en B-2 bommenwerpers.

Vrijwel altijd doen liberalen alsof iedereen gelijk is, vooral in relatie tot de markt en bestuurlijke instituties. Daarom vinden ze gesprekken over kolonialisme en institutioneel racisme ‘lastig’. En precies dat weerhoudt liberalen ervan om structureel onrecht te adresseren en een eerlijke samenleving voor iedereen na te streven.

Betekent dit dat we het liberalisme integraal moeten uitfaseren? Wellicht. Maar blijkbaar zagen Olympe de Gouges en de Haïtiaanse revolutionairen iets in het idee van vrijheid. Dat universele ‘iets’ moeten we verdiepen en verbreden. Tegelijkertijd kan de fixatie op vrijheid, ten koste van gelijkheid en broederschap, worden hersteld. Ironisch genoeg moeten liberalen zich bevrijden van hun exclusieve vrijheidsbegrip. Daarvoor moeten we het simpele maar krachtige idee centraal stellen: niemand is vrij totdat iedereen vrij is. Oftewel: collectieve bevrijding.

Het idee dat onrecht van verschillende groepen met elkaar samenhangen breekt met selectieve vrijheid. Er zijn meerdere paden om liberalisme en solidariteit te verbinden. De Franse filosoof Étienne Balibar heeft het bijvoorbeeld over égaliberté, een letterlijke samenvoeging van gelijkheid en vrijheid. Dit is een spanningsvol begrip, maar kan een bouwsteen zijn voor de noodzakelijke collectivisering van ons vrijheidsdenken. In antikoloniaal en verzetsdenken is het begrip collectieve bevrijding enorm rijk. Daar zit veel potentie om het moderne liberalisme te doordenken.

Bij collectieve bevrijding staat niet individuele vrijheid maar sociale rechtvaardigheid centraal. Collectieve bevrijding gaat om het bouwen aan een liefdevolle wereld, voorbij Ik en Markt. Juist door het erkennen van structurele ongelijkheden is de fixatie van vrijheid van één groep, één natie of één continent uiterst problematisch. Dus zolang Nederlanders van kleur niet dezelfde vrijheden genieten als wit Nederland, is niemand vrij. Zolang Palestina niet erkend wordt en Palestijnen ook mensen- en burgerrechten hebben, is niemand vrij. Zolang Indonesië bevrijd is van de Nederlandse kolonisator, maar zelf West-Papoea nog onderdrukt, is niemand vrij. En zolang we de vrijheid hebben smartphones en Tesla’s te kopen, maar moderne slavernij in Oost-Congo blijft bestaan, is niemand vrij.

Als er ergens onvrijheid is, kun je niet doen alsof dat simpelweg ‘elders’ is. Dat is intellectueel lui en moreel hypocriet, omdat je die onvrijheid dan in stand houdt.

Mijn advies aan liberalen? Wees ongezellig. Naar jezelf en andere liberalen. Stel de vraag welk onrecht juist door instituties wordt gepleegd die de ‘vrije samenleving’ beschermen, zoals het parlement, het bedrijfsleven en de media. Stel vervolgens de vraag hoe we verschillende vormen van onrecht kunnen aanpakken. Benoem dat vooral in machtscentra: politieke partijfracties, mediaredacties, universiteitsbesturen en raden van bestuur en toezicht. Daar worden keuzes gemaakt over wiens vrijheid en onvrijheid ertoe doet. Vanuit moedig leiderschap kan collectieve bevrijding worden geoefend en vormgegeven. Telkens vanuit wat ik woedeliefde noem. Vanuit een diepgevoeld besef van woede tegen onrecht én liefde voor radicale eerlijke verandering. Vanuit morele consistentie. De leerstelling voor dit nieuwe collectieve liberalisme: niemand is vrij tot iedereen vrij is.

Zit er nog toekomst in het liberalisme?

In deze nieuwe serie artikelen en interviews verkent NRC de komende maanden met denkers de vraag: zit er nog toekomst in het liberalisme?

Deel 1: Liberalen, leer van de evolutionaire voorgeschiedenis van de mensDeel 2: Westerse zelfkritiek kan ons ook verzwakkenDeel 3: De radicaal-rechtse vrijheid moet je ‘verdienen’Deel 4: Het overmoedige Westen is in zijn eigen sprookje gaan gelovenDeel 5: Liberaal zijn doet soms pijnDeel 6: Door de Verenigde Staten en Europa raast een conservatieve contrarevolutieDeel 7: Ook liberalen hebben een morele en maatschappelijke opdrachtDeel 8: Van verheven naar verweven mensDeel 9: Vrijheid, nu echt voor iedereen

Source: NRC

Previous

Next