Tour de France Als de Ronde van Frankrijk zaterdag vanuit Pau vertrekt voor de veertiende etappe, is het voor de 76ste keer dat de stad wordt aangedaan, en de elfde keer in twaalf jaar tijd. „Voor de inwoners van Pau is een juli zonder de Tour ondenkbaar."
In Pau staan de namen van etappewinnaars op het wegdek van de Avenue Napoleon Bonaparte geschreven. Foto Markel Redondo
De parkeerplaats naast het treinstation van Pau biedt plek aan meer dan honderdzeventig auto’s, maar op donderdagochtend is het nagenoeg leeg. Rondom de asfaltvlakte zijn roodwitte linten gespannen, op elke hoek staat een bordje dat waarschuwt voor een wegsleepregeling.
Nog vlug wordt het gras gemaaid rondom het naastgelegen Tour de Géants, het openluchtmuseum met gele pilaren voor elke Tourwinnaar. In de straatlampen zijn vast gele vlaggen opgehangen. ‘Ici passe le Tour’, vermeldt een geel bord aan een lantaarnpaal. Hier moeten auto’s wijken voor de fiets, omdat de Tour de France de stad bezoekt.
Getuige de enkele auto’s die her en der toch zijn geparkeerd, trekken niet alle Palois, zoals de inwoners van Pau worden genoemd, zich iets aan van het aangekondigde circus. Ze zijn het wel gewend. Als de Ronde van Frankrijk zaterdag vanuit Pau vertrekt voor de veertiende etappe, is het voor de 76ste keer dat de stad wordt aangedaan, en de elfde keer in twaalf jaar tijd.
De hoofdstad van het zuidwestelijke departement Pyrénées-Atlantiques is een ankerpunt voor de Tour de France. Alleen in Parijs, met de vaste finishplek op de Champs-Élysées (en de eerste vijftig jaar ook de vaste startplek), en in wijnstad Bordeaux kwam de Tour vaker.
„Voor de inwoners van Pau is een juli zonder de Tour ondenkbaar”, zegt locoburgemeester Josy Poueyto. Haar collega Jean-Michel Laborde, namens de stad verantwoordelijk voor de organisatie van de Tourbezoeken, noemt zijn gemeente een beetje verwend. „Voor andere dorpen en steden is de Tour de France heel speciaal, voor onze mensen is het een automatisme geworden. Wij hebben geluk; de Tourorganisatie heeft onze stad hard nodig.”
In het Tour des Géants-park worden Tourwinnaars geëerd met elk een eigen gele pilaar. Foto Markel Redondo
Als het peloton zaterdag naast het treinstation de schoenen inklikt, moet er meteen tegen de Avenue Napoleon Bonaparte op geklommen worden. Dertig meter hoger ligt het oude centrum van de stad, daar moeten de renners doorheen. Op het punt dat de weg begint te stijgen, staat op de asfalt geverfd: ‘Binda, 1930’.
Het was de beroemde Italiaanse renner Alfredo Binda die de eerste etappe won die ooit in Pau eindigde. De stad werd door organisator Henri Desgrange in het parcours opgenomen omdat hij de opzet van de Tour drastisch had veranderd: niet langer deden renners namens gesponsorde teams mee, voortaan reden ze in landenteams (wat in 1968 weer werd teruggedraaid). En de Tour regelde voortaan de voeding, de fietsen en de overnachtingen voor alle ploegen.
In Pau (tegenwoordig 78.000 inwoners) kon het gevolg van de Ronde van Frankrijk terecht. De stad herbergde al veel hotels omdat het in de negentiende eeuw een populaire toeristische bestemming was als mondain kuuroord.
Aan de rand van het centrum werd in die tijd ook een boulevard gebouwd, steunend op 49 pilaren, die nog altijd een wijds uitzicht bieden op wat ze in Pau Les Géants noemen: de Pyreneeën. De ligging van de stad op pakweg een uur rijden van beroemde Tourbeklimmingen als de Tourmalet en de Col d’Aubisque, maakt Pau een ideale uitvalsbasis voor bergritten.
„Het was destijds ook een politieke beslissing van de gemeente om de Tour te verwelkomen”, zegt locoburgemeester Poueyto. „We zijn permanent kandidaat om de Tour te ontvangen”, zegt Poueyto. In de gemeentelijke begroting wordt jaarlijks ruimte gemaakt voor de kosten die dat met zich meebrengt – dit jaar 120.000 euro voor een etappestart (een finish of beiden kost nog meer).
Naarmate je hoger komt, blijven op het wegdek van de Avenue Napoleon Bonaparte namen verschijnen. Theofiel Middelkamp staat erbij, de eerste Nederlandse winnaar van een etappe die in Pau eindigde, in 1938. Federico Bahamontes won er, net als Bernard Hinault, Fausto Coppi en Nederlanders als Gerrie Knetemann (1980), Erik Breukink (1987) en Adrie van der Poel (1988).
Ook Leon van Bon (1998) staat ertussen, als laatste Nederlander die in Pau als eerste over de streep kwam. „Ik weet nog dat we in een grote kopgroep zaten die steeds verder uitdunde, en in de sprint kon ik winnen. Sindsdien voelt het nog altijd een beetje als thuiskomen”, zegt Van Bon, die tegenwoordig als fotograaf met de Tour meereist.
Pau was ook de plek waar de Rabobankploeg in 2007 kopman Michael Rasmussen, toen de klassementsleider, uit de Tour haalde vanwege dopingverdenkingen. Michael Boogerd was erbij. „Dat is een van de zwartste bladzijdes uit mijn carrière.” De dag erna werden de renners van de Nederlandse ploeg door het publiek voor bedriegers uitgemaakt. Boogerd kon zich niet inhouden en ging met een toeschouwer op de vuist. „Telkens als ik bij die rotonde in Pau rijdt, moet ik daar aan terugdenken.”
Maar hoe vaak je ook ergens komt, zegt Van Bon, een plek krijgt niet snel een speciale betekenis voor renners. „Je bent er totaal niet mee bezig.” Huidige renners beamen dat. „In de bubbel van de Tour raak je al snel je gevoel voor waar je bent kwijt”, zegt Simon Yates, bezig aan zijn achtste Tour. „Hoe vaak ik in Pau ben geweest? Vast elke keer,” zegt Jasper Stuyven, „we zitten daar vaak in een mooi hotel. Maar verder voel ik er niks bij.”
De eerste keer dat hij de Tour in Pau zag langskomen, zegt Jean-Michel Laborde, was het 1978, was hij twaalf en zag hij Henk Lubberding winnen. Hij vertelt erover in zijn kantoortje in het stadhuis van Pau. Onder zijn computerscherm staat een miniatuurrennertje in een gele trui, in het kamertje hangen oude Tourfoto’s, posters en grote landkaarten aan de muren, waarop tot in detail staat hoe de Tourstart in Pau dit jaar moet verlopen.
Eigenlijk wil Laborde niet teveel aandacht voor zijn rol. Liever wijst hij naar locoburgemeester Poueyto, die sinds 1983 in het gemeentebestuur van Pau zit en ‘Madame Tour de France’ wordt genoemd. Maar Laborde is ook al sinds de jaren negentig betrokken, toen hij als communicatiemedewerker begon. De afgelopen vijftien jaar was hij verantwoordelijk voor de volledige coördinatie als de Tour langskwam. Poueyto noemt hem „onmisbaar”.
Het is een fulltime job, zegt Laborde. „Hier”, wijst hij op een wielerkalender op de maand augustus, „heb ik vakantie. Daarna begint het werk.” Tot oktober weten alleen hij en Poueyto of de Tour weer zal langskomen in de volgende zomer. Dan wordt het parcours bekendgemaakt en kan hij aan de slag.
Jean-Michel Laborde, namens Pau verantwoordelijk voor de organisatie van de Tourbezoeken, in zijn kantoor. Foto Markel Redondo
Laborde heeft contact met de politie, de brandweer, Tourorganisatie ASO, vrijwilligers, en ga zo maar door. „Gek genoeg is mijn telefoon nu even opgehouden met rinkelen”, zegt hij twee dagen voor etappe veertien. „Het zal de stilte voor de storm zijn.” Op vrijdag komen Tourofficials kijken of alles in orde is. „Bij een theatervoorstelling heb je een generale repetitie”, zegt Laborde. „Bij ons moet het in een keer goedgaan.”
De afgelopen jaren heeft Laborde de houding van de ASO ten opzichte van Pau zien veranderen. „We zijn steeds vaker een startplek in plaats van een finishplek”, zegt hij. De bergen liggen te ver weg, zegt hij. „Daardoor is er een kans dat renners op weg naar Pau weer bij elkaar komen, dat verpest de spanning.” Lukt het toch van Pau een finishplek te maken, is dat tegenwoordig voor een vlakke rit met sprintfinish, zoals vorig jaar toen de Belg Jasper Philipsen won.
Bang dat de Tour Pau zal verlaten, zijn ze in de stad niet. De Tour de France is zo groot geworden, dat veel plekken het evenement niet of nauwelijks meer kunnen huisvesten. Tijdens de tweede etappe dit jaar liep de enige toegangsweg tot startplaats Lauwin-Planque zo vol dat de etappe een kwartier later moest beginnen; de teambussen waren door de files niet op tijd.
De finishplaats van zaterdag, Luchon-Superbagnères, was de afgelopen dertig jaar ook niet groot genoeg meer. Sinds 1989 was er geen rit meer geëindigd, en alleen dankzij de aanleg van een nieuwe, bredere weg kan het Tourcircus er nu weer naar boven.
Pau heeft die problemen niet, zegt Laborde. Met de locatie naast het station en het Place de Verdun, een gigantische parkeerplaats hogerop in het centrum, heeft de stad zelfs twee plekken waar de Tour kan beginnen en starten. „Toen het Place de Verdun onlangs werd verbouwd, hebben we ervoor gezorgd dat alles – verkeersdrempels, paaltjes, barrières – eenvoudig weggehaald kan worden. Voor als de Tour komt.”
Dit jaar was de Tour twee dagen in Pau. Na de bergetappe naar Hautacam (donderdag) en de klimtijdrit naar Peyragudes (vrijdag) verbleven zo’n 4.500 mensen in de stad. In de smalle straatjes konden ze genieten van lokale specialiteiten als de salade Béarnaise, een lauwwarme salade met gekonfijte eendenmaagjes, en streekwijnen uit Jurançon (wit) en Madiran (rood). Naar schatting leverde het verblijf van de Tour meer dan 1 miljoen euro omzet op.
En volgend jaar? Laborde wil er nog niets over kwijt. Wel vertelt hij dat de organisatoren uit het Spaanse Granollers, waar volgend jaar de Tour na twee etappes rondom Barcelona aan de derde rit begint, deze week zijn komen kijken in Pau.
Eerst maar de start van de veertiende etappe tot een goed einde brengen, zegt Laborde. „En dan zaterdagmiddag”, zegt hij terwijl hij zijn handen naar zijn hoofd brengt, „ga ik slapen.”
Source: NRC