Home

Klimaatonderzoek in het kielzog van HMS Beagle: de reis van Charles Darwin opnieuw voltooid

Het zeilschip de Oosterschelde keert zaterdag terug na een wereldreis van twee jaar. De driemaster volgde het spoor van de HMS Beagle, die tussen 1831 en 1836 een jonge Charles Darwin op ideeën bracht die de wereld zouden veranderen. Ook nu gingen jonge onderzoekers mee.

is regioverslaggever Zuid-Nederland van de Volkskrant.

‘Er stond een fantastisch mooie wind, de zee was diepblauw, de zon lichtte het eiland op, een rots in de vorm van een gezicht markeerde de haven en we gingen onder vol zeil ten anker.’ Zo herinnert kapitein Gerben Nab van de Oosterschelde zich de aankomst op Fernando de Noronha, een eiland voor de Braziliaanse kust. Zijn ruim honderd jaar oude driemastschoener kwam van Kaapverdië. ‘Dan ben je weken op open zee, een oceaan overgestoken, en vaar je zonder motor naar zo’n plek waar je eigenlijk nooit komt; een van mijn mooiste aankomsten.’

De 57-jarige Nab kwam in 1992 als stuurman aan boord van het zeilschip, dat vier jaar lang was gerestaureerd, en werd kort daarna kapitein. Sinds 2000 is hij ook directeur van Rederij Oosterschelde. Zaterdag keert het schip terug van zijn langste reis. Twee jaar zeilde de Oosterschelde in het kielzog van HMS Beagle, de driemaster waarop bijna twee eeuwen geleden een jonge wetenschapper meevoer, die door die reis het denken over de oorsprong van de mens voorgoed zou veranderen.

Charles Darwin was nog maar 22 jaar toen hij eind 1831 aan boord ging in Plymouth, waarvandaan ook de Oosterschelde in augustus 2023 vertrok. De Beagle zou twee jaar wegblijven, maar keerde pas na vijf jaar terug. In oktober 1836 legde de bark aan in Falmouth, waar de reis van de Oosterschelde deze week ook zal eindigen.

De Darwin-tocht is bedacht door bioloog Stewart McPherson – ‘zeg maar de Britse Freek Vonk’, aldus Nab. ‘Iedereen denkt bij Charles Darwin aan een oude man met een grote baard. Maar hij was erg jong toen hij die allesbepalende reis met de Beagle maakte.’ Tijdens deze reis verzamelde Darwin talloze planten, dieren en fossielen, en deed hij observaties die leidden tot zijn evolutietheorie. Het idee van McPherson was om vanuit een zeilschip jonge, onbevangen wetenschappers à la Darwin onderzoek te laten doen op plekken waar de vader van de evolutieleer destijds kwam.

Veranderende habitat

Ruim honderd bevlogen, jonge onderzoekers uit 45 landen deden mee. Een enkeling voer een etappe mee. Maar midden op zee is natuuronderzoek beperkt, dus reisden de meeste wetenschappers naar de haven waar de Oosterschelde dan enkele dagen voor anker ging.

Zo toog de Nederlandse Jessica Tax eind 2023 naar Rio de Janeiro en stortte zich als ‘Darwin Leader’ op het Atlantisch regenwoud in het zuidoosten van Brazilië. ‘Heel mooi om te zien, maar er is nog maar 7 procent over van het regenwoud dat Darwin zag.’ Landbouw, autowegen en een bijna 190 kilometer lange pijplijn dwars door het gebied hebben het terrein hopeloos versnipperd. ‘De impact van menselijk handelen is dat de habitat in gevaar komt van soorten die alleen dáár voorkomen, zoals het gouden leeuwaapje.’

Tax, afgestudeerd aan Oxford en nu beleidsmedewerker biodiversiteit in Den Haag, maakte ter plekke binnen een week samen met een ervaren cameraman een driedelige documentaire over de gevolgen van de versnippering. ‘Bijvoorbeeld het verlies van beschikbare voedselbronnen, rustplekken en een vermindering van genetische diversiteit.’ Met behulp van drones filmden ze ook het begin van een oplossing. ‘De lokale bevolking plant bomen om ‘snippers’ met elkaar te verbinden.’

Achterachterkleindochter

De achterachterkleindochter van Charles Darwin, Sarah Darwin, ging met de onderzoekers het veld in. ‘Echt heel bijzonder’, zegt Tax, die destijds niet veel ouder was dan de auteur van On the Origin of Species toen die in Brazilië onderzoek deed. ‘Op die leeftijd deed hij ontdekkingen die ons hele wereldbeeld hebben veranderd. Dat inspireert: één persoon kan een grote impact hebben.’

De jonge wetenschappers zelf hoefden geen kosten te maken. Het geld voor hun onderzoek en voor de vluchten kwam van allerlei fondsen en van de gasten van de Oosterschelde – bij elk van de 32 etappes was er steeds plaats voor 24 ingevlogen passagiers. Meevaren op de kortste overtocht kostte 400 euro, op de langste 8.200 – all inclusive.

‘Ons normale businessmodel’, zegt kapitein en directeur Nab, ‘is dat we het schip in stand houden en de bemanning betalen met wat de gasten inbrengen. Dit keer moesten ze meer betalen om ook het wetenschappelijk onderzoek mogelijk te maken. Daar werd positief op gereageerd. Zo van: ik doe niet alleen voor mezelf iets goeds.’

Kritiek was er ook, vertelt Nab. ‘Jullie willen iets voor de natuur doen, maar jullie zeilschip is helemaal niet groen, zeggen critici. Want jullie bemanning, de passagiers en wetenschappers vliegen in en uit.’ Dat laatste kan de kapitein van de Oosterschelde niet ontkennen. ‘Je kunt vliegen voor je vakantie, of vliegen om te doen wat wij doen.’

Grootzeil

‘Het kostte me misschien veel geld’, zegt Gijs Boink, die begin dit jaar als passagier meevoer op veruit de langste etappe, ‘maar duur vond ik het niet. Je hebt onderdak en eten, en je vaart mee met een zeer capabele professionele bemanning. Die geeft je het gevoel dat het de normaalste zaak van de wereld is om in een zeilboot de halve wereld over te zeilen.’

De kaartenspecialist van het Nationaal Archief in Den Haag was 46 opeenvolgende dagen op open zee tussen Nieuw-Zeeland en de Falklandeilanden, via Kaap Hoorn, en heeft zich geen moment verveeld. ‘Dat is ook heel moeilijk als je op een schip bent, want er is altijd wat te doen.’

Verplicht was het niet, maar van de passagiers werd verwacht dat ze de handen uit de mouwen staken. ‘Dus: zeilen hijsen of innemen, meehelpen sturen, kleine klusjes. Zo krijg je dat schipperen enigszins in de vingers, snap je hoe het evenwicht tussen de zeilen werkt, hoe het schip reageert op veranderend weer.’ De wind kan zomaar aantrekkelijk genoeg zijn om drie grote zeilen te hijsen. ‘Daar heb je een man of vijf à zes voor nodig. Als je twee grootzeilen hebt gedaan, ben je echt bekaf.’

Rust

Wat doet het met een mens, anderhalve maand onafgebroken op een vijftig meter lang, ruim zeven meter breed schip, met niets anders dan water om je heen en steeds minder vogels en vissen naarmate je verder weg bent van land? Boink: ‘Het geeft een enorme rust. Alles komt vertraagd en je maakt je nergens meer druk over.’

‘Tegelijkertijd leer je elkaar goed kennen. De sfeer aan boord was altijd prettig.’ Eigen kennis delen hielp daarbij. ‘Een Canadees vertelde over het rantsoen rum dat Engelse zeevarenden meekregen. We hadden een Engelsman aan boord die de Atlantische Oceaan over was geroeid en een presentatie hield met de titel Why not to a row an ocean. En iemand vertelde hoe hij uit het niets in het zuiden van Zuid-Amerika een wijngaard uit de grond had gestampt.’

Boink zelf gaf op volle zee aan de hand van oude zeekaarten presentaties over de rol van de Nederlandse zeevarenden en over de geschiedenis van het hoogtepunt van zijn eigen reis: het ronden van Kaap Hoorn. ‘De Mount Everest van het zeezeilen’, zegt Nab zonder voorbehoud.

Land in zicht

Dag en nacht denkt de Oosterschelde-kapitein aan het weer als hij op het zeilschip zit. ‘Op basis van weerberichten bereid je je voor op de volgende dag, de volgende nacht en soms het volgende uur.’ Niet ver van Kaap Hoorn, in de haven van Punta Arenas, was Nab voor anker gegaan om een storm te doorstaan die daar volgens hem daar elke drie dagen langsraast. ‘Niet één windvlaag van 120 kilometer per uur, maar één een paar uur lang. Onze honderden kilo’s zware rubberboot, geschikt voor twaalf mensen, steeg met motoren en al op als een vliegertje. Gelukkig hield het touw het.’

Passagier Boink vertelt over de drie dagen durende storm die halverwege de oversteek van de Stille Oceaan opstak. ‘Windkracht 10 à 11, golven van een meter of twaalf, dertien hoog. Van de vaste bemanning mochten we die drie dagen niet aan dek komen. Te gevaarlijk, je werd zo weggespoeld.’

En dan weken later: land in zicht – Kaap Hoorn. ‘Voordat je land ziet, ruik je het. Het is gras, een geur die je volstrekt kwijt bent na anderhalve maand op zee.’

Kaap Hoorn-ronding

Aan het volbrengen van een van de gevaarlijkste passages ter wereld kleeft een zorgvuldig gecultiveerde mystiek die vergezeld gaat van allerlei regels om van een officieel erkende Kaap Hoorn-ronding te kunnen spreken. ‘Je moet ten minste 3.000 zeemijl hebben gezeild’, weet Boink, ‘dus de motor niet gebruiken. En moet je zeilend 50 graden zuiderbreedte aan de oostkant en de westkant van Zuid-Amerika doorkruisen.’ Om daaraan te voldoen, zeilde de Oosterschelde aan de Atlantische zijde van het continent flink om.

De beloning voor Boink, zijn medepassagiers en de bemanning liegt er dan ook niet om, afgezien van een oorkonde. ‘Voortaan mag ik een gouden oorring dragen, een tatoeage van een driemaster laten zetten én met één been op tafel eten.’

Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next