Niet ver van megastad Jakarta, wijst de Badui-stam het moderne leven resoluut af. De nieuwsgierige tiener Sarti leerde zichzelf lezen, ging stiekem kijken in de hoofdstad en besloot terug te keren naar haar dorp. ‘Het is daar ieder voor zich. Hier leven we als één grote familie, we helpen elkaar.’
Door Noël van Bemmel
Fotografie Hendra Eka
Wie: de Badui-stam in West-Java (Indonesië) streeft naar eenvoud
Wie is de hoofdpersoon: Sarti (17) uit het dorp Kaduketug gaat trouwen
Hoe groot is de gemeenschap: 16 duizend mensen, verspreid over 68 dorpen
Wat kenmerkt de gemeenschap: indigoblauwe traditionele kleding
De 17-jarige Sarti uit het dorpje Kaduketug, waar de tijd lijkt stil te hebben gestaan, is het gewend om de hele dag te worden gefotografeerd terwijl ze souvenirs verkoopt vanaf de veranda van haar ouderlijk huis. Maar toen vorig jaar een filmpje van haar viraal ging op TikTok, was dat het begin van een onverwacht avontuur.
Badui-dames, Sarti zit helemaal links.
De ‘Amish van Indonesië’ noemen westerlingen de Badui-stam die ongeveer 16 duizend leden telt. Zij leven verspreid over 68 pittoreske dorpjes in de heuvels van de provincie Banten. De Badui, zo weet iedere Javaan, wijzen moderne levensstijlen af. Ze wonen in identieke huisjes van hout en bamboe, dragen dezelfde traditionele kleren, en zien af van moderne gemakken als elektriciteit, gas, wifi, zeep, stoelen, spijkers, voertuigen en slippers. De nationale overheid wordt geweerd in het gebied van 51 vierkante kilometer, waardoor scholen en ziekenhuizen ontbreken.
Sundanese vrouwen staan in Indonesië bekend om hun schoonheid, en dat geldt in het bijzonder voor de leden van de Badui-stam in het westen van Java. Uit het hele land komen dagjesmensen zich vergapen aan de elegante Badui-dames in hun getailleerde zwarte blouses, indigo-blauwe sarongs en bamboehoeden met gouden decoraties die fonkelen in de zon.
De Badui is echter geen vergeten stam in een ondoordringbaar oerwoud. Ze wonen op drie uur rijden van megastad Jakarta – als ze willen leren lezen of schrijven, of elektrisch licht willen, kan dat morgen worden geregeld.
‘Het was fijn om hier op te groeien’, zegt Sarti, zittend op de bamboevloer in de enige kamer van haar huis. ‘Ik speelde samen met alle kinderen. Hinkelen, verstoppertje en lompat karet (een soort touwtjespringen, red.). Als je niet naar school gaat, wil dat niet zeggen dat je niks leert. We hielpen onze ouders in huis en op de akkers bij het telen van zoete aardappelen, maïs of bananen.’ Haar jeugd, zegt de giechelende tiener met 2,8 miljoen volgers op TikTok, voelde vredig en veilig.
Toch werd Sarti nieuwsgierig naar het leven buiten haar dorp. Stiekem liep ze soms naar het naastgelegen dorp Terminal Ciboleger, waar toeristen hun auto parkeren voordat ze het Badui-gebied inwandelen. ‘Ik was een jaar of 10. In een eethuisje zag ik op televisie hoe andere mensen leven.’
Foto's van Sarti
Ook ontdekte ze daar het alfabet. ‘Dat was nog een hele puzzel. Langzaam kreeg ik door dat S-A-R-T-I mijn naam was en na anderhalf jaar kon ik langzaam lezen.’ Met het weven van traditionele doeken en tassen van houtvezel spaarde ze voor een mobiele telefoon. Formeel verboden door de Pu’un, de raad van tribale leiders van de Badui, maar hoe dichter bij de rand van het gebied, hoe meer zij gedogen. Daar is ook mobiel bereik. ‘In 2019 kocht ik een telefoon, in 2022 zette ik mijn eerste bericht op sociale media en in 2023 vroeg een cosmeticabedrijf of ik naar Jakarta wilde komen voor een fotoshoot.’
Het motto van de Badui is hidup sederhana: eenvoudig leven. Daarom wonen zij in identieke huizen met dunne bamboewandjes, dragen ze dezelfde kleren en verplaatsen zich te voet. Dat voorkomt, zo is de gedachte, patsergedrag en jaloezie. De Badui koken op hout, telen hun eigen rijst en groente en hangen collectief het Sunda Wiwitan-geloof aan, dat draait om harmonie met de natuur en respect voor de voorouders. Wie zich niet wenst te houden aan de adat, de lokale tradities en leefregels, kan vertrekken. De strengste regels gelden in Badui-dalam (Binnen-Badui), op zes uur lopen van de ingang. Daar wonen zo’n 800 tot 1.500 mensen in drie dorpen waar bezoekers niet welkom zijn.
De buitenste ring, Badui-luar, is een populair dagtripje vanuit Jakarta. Stel je voor: geen wifi! En iedereen in klederdracht! Honderden bezoekers kopen dagelijks een kaartje (omgerekend 30 cent) bij de ingang en slenteren daarna vol verwondering door het dorp waar Sarti woont. Sportievelingen lopen nog een uur door, over een hobbelpad, langs idyllische dorpen en een snelstromende rivier, tot zij een Instagramwaardige bamboebrug bereiken. Wat onderweg opvalt: veel volwassenen en kinderen scrollen zwijgend – zoals bijna overal op de wereld – op hun telefoon.
In het dorpje Kampung Gazeboh is een feest aan de gang ter ere van de collectieve besnijdenis van 31 jongetjes. Op een podium zingen vrouwen met schelle stem oude Sundanese liedjes en maken verlegen meisjes een gracieus dansje. Uit alle keukens komen dampende gerechten.
In de blauwe menigte valt een man op door zijn afwijkende outfit. Zijn witte hoofddeksel (puur) en blote voeten (altijd in contact met Moeder Aarde) verraden dat hij uit Badui-dalam komt. ‘Ik ben op bezoek bij mijn broer’, zegt de 43-jarige Aya Sanati. Hij woont in Kampung Cibeo, waar inderdaad de strengste regels gelden. Zelf verkoopt hij een paar keer per jaar de hooggeprezen Badui-honing in Jakarta. ‘Dat is drie dagen lopen. Op mijn blote voeten, ja.’
Aya Sanati
Jaro Oom
Overdag werkt Aya op zijn akker, ’s avonds bespeelt de boer zijn kecapi (een tokkelinstrument) en beoefent pantun (gezongen verhalen). Aya begint klagerig te zingen in een reeds lang verdwenen taal, om hem heen kijken Badui verrast om. ‘Ik ken de betekenis van de woorden niet precies, maar de hoofdboodschap is: wees dankbaar voor wat je hebt.’
Sarti liep niet naar Jakarta, de cosmeticafabrikant stuurde een SUV. ‘Ik wilde zo graag wolkenkrabbers zien en sushi proeven.’ De buitenwereld drong zich verder aan haar op toen vorig jaar de beroemde influencer Meicy Villia (61 miljoen volgers op TikTok) haar huis passeerde. Een van haar filmpjes, over mooie Badui-meisjes – met daarin een zelfverzekerde Sarti – ging viraal.
Ze werden besties en Sarti ontving een uitnodiging om samen girly dingen te doen, steevast gevolgd door Meicy’s camerateam. Tientallen miljoenen Indonesiërs smulden van filmpjes met titels als ‘Eerste pizza!’, ‘Eerste scootertocht! en ‘Eerste iPhone!’. Zo belandde Sarti in de übercommerciële wereld van influencers en onlinemarketeers. Zelf begon ze ook filmpjes te maken over het leven in haar dorp.
‘Ik maak me grote zorgen over jongeren als Sarti’, zegt dorpshoofd Jaro Oom in zijn kantoor van hout en bamboe. Hij moet toezien op naleving van de Badiu-tradities in alle 68 dorpen. ‘Ik ben niet tegen mobiele telefoons of tegen korte bezoeken aan de stad. Het is juist goed dat we leren over de buitenwereld.’ Daarbij komt, stelt hij, dat dankzij sociale media de bekendheid van de Badui flink is toegenomen, evenals de inkomsten door de onlineverkoop van textiel en tassen.
Daar staat tegenover, waarschuwt de 42-jarige dorpsleider, dat al die toeristen en nieuwe media de eenvoudige levensstijl van de Badui bedreigen. ‘Onze jongeren zijn naïef en zeggen op alles ja. De adat is in hen nog niet stevig geworteld.’ Mochten de Badui hun tradities vergeten, legt Jaro op zakelijke toon uit, dan is dat rampzalig voor de hele wereld. ‘Dan ontstaan er nog meer conflicten, natuurrampen en dodelijke virussen. Zo hebben onze voorouders gewaarschuwd.’ Een Badui loopt niet voor zijn eigen heil blootvoets in blauwe sarong rond, maar voor die van de hele mensheid.
In Kaduketug is inmiddels een driedaags feest losgebarsten. Sarti gaat trouwen met Narman, een 20-jarige influencer die vijf huizen verderop woont. ‘Ik werd gek van al die drukte in Jakarta. Mijn hoofd liep daar vol met geluid’, verzucht de jonge bruid. Thuis werd haar aandacht getrokken door de ‘aardige en niet-zo-flirterige’ Narman. ‘We speelden samen als kind, maar opeens begon ik anders naar hem te kijken.’
Op internet zocht Sarti op hoe ze terloops het gesprek op de liefde kon brengen. ‘Verkering betekent hier: samen deelnemen aan ceremonies.’ Hun ouders stemden opgelucht in, de Pu’un gaf meteen zijn zegen en na een jaar is het tijd voor de bruiloft: een korte tribale ceremonie waarbij bruid en bruidegom een kroon van bankbiljetten dragen.
Sarti vindt het helemaal niet raar dat haar hele dorp bezig is met dansen, zingen en koken voor haar bruiloft. ‘Dat doen we altijd zo. Voor iedereen.’ Het leven in Jakarta, merkte zij, is hectisch en individualistisch. Geen plek voor haar. ‘Het is daar ieder voor zich. Hier leven we als één grote familie, we helpen elkaar. Dat voelt veel veiliger.’ Met een onzekere blik richting haar verloofde: ‘Als we kinderen krijgen, ga ik ze wel leren lezen en schrijven. Want als ik dat niet doe, wie dan wel? Ik wil dat onze kinderen beter voorbereid zijn op de wereld.’
In deze zomerserie gaan correspondenten van de Volkskrant overal ter wereld op zoek naar gemeenschappen die zich hebben teruggetrokken uit de samenleving. Hoe ziet hun isolement eruit, en wat zegt het over de cultuur van een land? Vandaag in de eerste aflevering: Op Sarti’s bruiloft wordt ook de liefde voor het eenvoudige leven van de Badui gevierd
Noël van Bemmel is correspondent Zuidoost-Azië voor de Volkskrant. Hij woont op Bali.
Hendra Eka is fotojournalist en woont in Jakarta. Hij bestrijkt voor de Volkskrant heel Zuid-Oost Azië.
De vapur, veerboot over de Bosporus, is niet zomaar een pont, maar de verbinding tussen Azië en Europa. Zelfs na de komst van verschillende bruggen is het aantal reizigers alleen maar toegenomen.
Elke dag vertrekken overal ter wereld veerboten. ‘Ik breng de mensen heen, ik breng weer anderen terug’, zo dichtte Drs. P ooit. Wie zijn die mensen die de veerboot nemen? Aflevering 3 van een serie: de veerboot naar Staten Island.
De Chinezen hebben sinds de coronapandemie, waarin ze vaak hun stad niet uit mochten, het hiken in de lokale natuur ontdekt. In het bos van Lianhuatan bij Beijing trekken de groepen voorbij. Voor velen is het een spannend, nieuw avontuur.
In het overwegend rooms-katholieke Polen belijdt een kleine groep een geloof uit vroegchristelijke tijden. In een bos vlak bij Warschau verjagen ze met hun rituelen de boze geesten.
Source: Volkskrant