Fiona Shaw (67) werd op haar 28ste als ‘te oud’ afgewezen door Hollywood. Bijna veertig jaar later later bewijst ze de onterechtheid daarvan met een indrukwekkende carrière: van gevierd theateracteur tot rollen in series als Killing Eve en Fleabag, en nu een glansrol in het drama Hot Milk.
is tv-recensent voor de Volkskrant en schrijft over film.
Op haar 28ste was Fiona Shaw te oud voor Hollywood. Ze wist überhaupt niet goed of ze het moest willen, om vanuit Ierland naar de Verenigde Staten te trekken om daar te mikken op een glansrijke carrière, maar goed, het werd haar nu eenmaal geadviseerd. Maar in gesprekken met producenten werd al snel gezegd dat ze ‘veel te oud’ was. Ja, daar had Shaw natuurlijk helemaal geen zin in.
Dat betekende niet dat we Shaw (67) nooit meer terugzagen, want ze speelde in de afgelopen decennia genoeg rollen in films als My Left Foot, The Tree of Life, IF en Super Mario Bros. Maar Shaw was toch vooral jarenlang een gevierd theateractrice, door de rollen die ze speelde voor het National Theatre en The Royal Shakespeare Company. Shaw speelde zo’n beetje alle grote stukken, van Medea tot Hedda Gabler, en won twee keer de prestigieuze Laurence Olivier Award voor beste actrice.
Inmiddels is Shaw het wandelende bewijs dat je ook na je 28ste kunt blijven dromen van een doorbraak in de film- en tv-industrie. Want een kleine veertig jaar na die Hollywood-afwijzing kunnen we stellen dat Shaw alsnog een behoorlijk rijke carrière heeft opgebouwd.
Natuurlijk, veel mensen kennen Shaw vooral van haar bijrol als tante Petunia in meerdere Harry Potter-films, maar zeker de laatste jaren zien we Shaw steeds vaker opduiken, en ook in steeds prominentere rollen.
Haar keerpunt lijkt de hitserie Killing Eve te zijn, waarin Shaw vier seizoenen lang een belangrijke rol speelde als MI6-baas. Het bleek precies het type rol waar Shaw in uitblinkt: de cynische alwetende, met het hart (meestal) op de juiste plek, maar wel verborgen onder een laconieke houding waar je meestal met geen mogelijkheid doorheen breekt. Shaw kreeg een Bafta – de Britse tegenhanger van de Oscar – en twee Emmy-nominaties voor deze rol. Daarna volgden geprezen rollen in populaire series als Andor, Bad Sisters, True Detective en Fleabag. Voor de laatste ontving Shaw ook een Emmy-nominatie.
Deze week voegt Shaw daar een nieuwe glansrol aan toe, in het zwoele zomerdrama Hot Milk. In die film speelt ze de aan een rolstoel gekluisterde Rose, die met haar dochter Sofia (Emma Mackey, bekend uit Sex Education) naar Spanje is afgereisd. Ze lijdt al jarenlang aan mysterieuze fysieke klachten waardoor haar benen niet werken. De laatste toevlucht lijkt een behandeling bij een arts die insinueert dat haar klachten mentaal zijn, en niet fysiek. Maar van dat gewroet in haar gevoelsleven wil de koppige Rose niets weten.
Rose is in veel opzichten een typische Shaw-rol: laconiek, geestig, belezen én verdomd moeilijk te doorgronden. Maar tegelijkertijd is ze, in de woorden van Hot Milk-regisseur Rebecca Lenkiewicz, een vrouw die zich ‘monsterlijk gedraagt, maar in de kern geen monster is’.
Voor Lenkiewicz, die we in februari spreken op het filmfestival van Berlijn, was Shaw daarom de aangewezen persoon om de rol te spelen. ‘Fiona is een soort Ierse natuurkracht. Ik heb haar vaak aan het werk gezien op het toneel, en daar kon ze mensen echt laten brullen van het lachen, door haar energie en ongeëvenaarde gevoel voor humor. Als we samen zijn, ben ik ook alleen maar aan het grinniken. Dat moesten we voor Hot Milk, toch een vrij duister verhaal, proberen terug te brengen. We moesten de leeuw een beetje temmen, haha.’
Dat zoiets verdomd lastig is, blijkt wel uit het gesprek met Shaw zelf, ook in Berlijn. De Ierse actrice is zo iemand met wie het binnen luttele seconden als vanzelf gezellig is. Alsof er elk moment pinten op tafel kunnen komen, met iemand die voortdurend dingen zegt als: ‘Wie gaat dit in vredesnaam helemaal lezen joh? Ze lezen toch alleen de kop!’
Of ze begint honderduit te vertellen over haar eerste beste vriendin, een Nederlands meisje dat naar Ierland was verhuisd omdat haar familie een scheepswerf ging bouwen. ‘Ik verstond haar niet, en zij verstond mij niet, maar we werden beste vrienden. Mijn God, wat kunnen jullie Nederlanders goed bouwen.’
Met al die zijpaadjes zouden we bijna vergeten waarvoor we hier echt zijn: een gesprek over Shaws rol in Hot Milk en vooral over haar carrière. Want ja, hoe zwaar was het eigenlijk, om zo’n complexe, moeilijk te doorgronden rol te spelen?
Shaw: ‘Ik moest vooral leren om minder flamboyant te zijn. Er zat veel komisch potentieel in Rose, maar Lenkiewicz hield me strak om het niet te lollig te maken. Bovendien moest ik voortdurend scherp zijn. Ik had een choreograaf die me hielp met hoe ik moest bewegen in die rolstoel, en hoe ik moest bewegen als ik bijvoorbeeld een glas niet kon vasthouden, want de kijker mag niet zien dat zoiets moeite kost.’
‘Rose heeft ook een soort tic, en dat moet je op zo’n manier spelen dat je het zelf ook niet meer doorhebt, anders wordt het te geforceerd. Je moet je brein zo programmeren dat ook dat soort bewegingen een automatisme worden.’
De rol van Rose was daarmee een fysieke uitdaging voor Shaw, maar de grootste uitdaging lag vooral in de zelfbeheersing. Shaw: ‘Mijn valkuil is vooral dat ik op de set altijd probeer mensen te entertainen. Dat had ik al bij Killing Eve: dat ik voortdurend tegen mezelf zei: ‘Fiona, je hoeft niet te zoeken naar die bevestiging, doe gewoon je werk!’
‘Blijkbaar zit er door die theaterachtergrond iets in me waardoor ik voortdurend de lach opzoek, dat moet ik echt afleren. In het theater is men vaak veel genereuzer met reacties, en uit automatisme blijf ik daar ook naar zoeken voor de camera.’
Daarom was het ook op de set van Hot Milk een uitdaging om niet voortdurend te lachen om Shaw, vertelt tegenspeler Emma Mackey: ‘Fiona maakt het je bijna onmogelijk om gefocust te blijven. Ze is zo irritant grappig en aandoenlijk; ze is een levenskracht. Zelfs tijdens de zwaarste scènes was het soms onmogelijk om mijn gezicht in de plooi te houden. Maar dit was ook een film vol akelig stille momenten, en dat vind ik zelf de moeilijkste om te spelen. Dan is het fijn om iemand als Fiona tegenover je te hebben als de camera uitgaat, en niet een al te ernstig of serieus iemand.’
Mackey vervolgt: ‘Maar denk niet dat ze haar werk niet serieus neemt: Fiona en ik hebben enorm veel tijd gestoken in het kneden van die moeder-dochterrelatie. Ze zijn vanaf Sofia’s 4de altijd samen geweest, en dat moest de kijker voelen. We ontmoeten deze vrouwen aan het einde van een lange lijdensweg: Sofia zorgt fulltime voor haar moeder, en mag eigenlijk geen eigen leven hebben. Dan is het lekker om iemand als Fiona tegenover je te hebben, iemand die je instinctief vertrouwt, maar die je ook tijdens het spelen voortdurend scherp houdt.’
Tijdens het productieproces dacht Shaw zelf vooral na over haar eigen ervaringen en hoe Mackey zich daar nu toe moet verhouden. ‘Ik heb een leeftijd bereikt waarop ik volledig vrij kan zijn: ik kan doen wat ik wil. Daarom voel ik me ook rot tegenover Emma en mensen van haar leeftijd. Zij hebben het maar te stellen met allerlei wensen en normen vanuit de industrie, waaraan ik allang niet meer hoef te voldoen, zoals altijd maar bezig zijn met schoonheid, perfectie en elegantie. Oké, ik loop soms hard, maar dat moet je maar niet verder vertellen.’
Shaw vervolgt: ‘In de filmwereld leefde lang het idee dat een vrouw nooit een film zou kunnen verkopen. Daarom waren rollen voor vrouwen van ouder dan 30 lang schaars. Dat is godzijdank voorzichtig aan het veranderen.’
Maar juist het feit dat er voor haar jarenlang géén grote vrouwenrollen waren, leidde Shaw terug naar het theater: ‘In het theater had ik alle vrijheid en variatie. Maar ja, op een gegeven moment zegt men toch tegen je: ga naar Hollywood, dat is goed. En daar bleek ik op mijn 28ste gewoon al te oud, dat geloof je toch niet! Ik had helemaal geen zin in die onzin, dus keerde ik terug naar mijn veilige theater. Daar lag mijn hart, film was bijzaak. Rollen zoals in Harry Potter waren vooral heerlijk voor erbij.’
Tot een jaar of tien geleden, toen Shaw ineens ‘helemaal klaar’ was met het theater. Shaw zwaait gespeeld wanhopig met haar handen: ‘Ik was zó moe! Dan zag ik borden op Broadway met de tekst ‘Fiona Shaw in Testament of Mary’ en dacht ik alleen maar: ik moet nu blij zijn. Maar ik voelde me de hele tijd zo godvergeten eenzaam. Op zo’n podium sta je de hele tijd in je uppie, en daar had ik geen zin meer in. Ik heb nog geprobeerd om opera’s te regisseren, maar mijn hemel, dat is nog veel ingewikkelder. Gelukkig kreeg ik in die periode steeds meer film- en tv-werk aangeboden. En ik zal je zeggen: ik heb de tijd van mijn leven! Het is hard werken, maar in geen enkel opzicht te vergelijken met theater.’
De grootste verschillen merkt Shaw vooral tijdens het spelen. ‘In het theater moet je het publiek altijd actief iets geven: je praat op een andere manier om het publiek naar het einde van elke zin bij de les te houden. Je zit altijd aan het stuur, terwijl je in een film of serie vaker kunt plaatsnemen op de bijrijdersstoel: het is niet alleen jouw verantwoordelijkheid. In het theater moet je blijven rijden, omdat de avond anders in het water valt. Voor de camera kan ik dat veel meer loslaten. Maar het zal ook helpen dat ik rustiger en ouder ben geworden.’
Dat laatste helpt Shaw naar eigen zeggen ook bij de keuzes welke rollen ze wel en niet aanneemt. ‘Ik krijg de laatste jaren enorm veel werk aangeboden, maar dat zijn ook vaak dezelfde soort rollen. Dan vragen ze me toch weer om de nare tante of de strenge lerares te spelen. Ik probeer vooral niet te veel in herhaling te vallen. Ik heb nu de luxe dat ik nee kan zeggen tegen typecasting.’
Shaw besluit: ‘Ik ga niet de hele tijd hetzelfde doen uit angst om anders thuis bij de telefoon te moeten wachten. Och man, je wil niet weten hoe vaak ik gevraagd word voor series die zich afspelen in een seniorenflat. Maar daarvoor heb ik nu toch echt nog veel te veel plezier.’
Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant