Na het succes van diverse one-issuepartijen waagt nu de eerste regiopartij de sprong. De Fryske Nasjonale Partij (FNP) wil de Tweede Kamer in. Is dat goed voor de democratie? ‘De versnippering van de nationale politiek is een serieus probleem.’
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
FNP-lijsttrekker Aant Jelle Soepboer zegt de stem van álle Nederlandse plattelandsregio’s te willen vertolken, niet alleen die van zijn eigen Fryslân. Voor niet-Friezen is FNP daarom de afkorting van Federatieve Nederlandse Plattelandspartij, zegt de 35-jarige half grappend, half serieus. De politieke agendapunten die voor trotse Friezen belangrijk zijn, zullen ook de inwoners van andere plattelandsgebieden aanspreken, denkt hij.
De FNP werd opgericht in 1962 en maakt sinds 2011 onafgebroken deel uit van het Friese provinciebestuur. De partij hoopt op 29 oktober twee Kamerzetels te bemachtigen. Dat vereist 130- tot 140 duizend stemmen. Het wordt een hele toer om die alleen in Friesland, waar 540 duizend kiesgerechtigden wonen, op te halen. Daarom werpt de FNP haar netten tijdens de aanstaande campagne ook in andere provincies uit. Een van de belangrijkste speerpunten van de FNP is meer autonomie voor de regio (ook financieel), ten koste van de als dominant ervaren Randstad.
Als de FNP in haar missie slaagt, zit er straks voor het eerst een partij in de Tweede Kamer die het deelbelang van een specifieke regio behartigt. Een partij die zich Fries-nationaal noemt kan namelijk niet geloofwaardig iets anders beweren, meent de Utrechtse hoogleraar democratie en transitie Marcel Boogers. ‘Ze kunnen nu wel heel hard roepen dat ze ook voor Limburgers en Twentenaren opkomen, maar dan hadden ze zichzelf moeten omdopen tot ‘Regiopartij’ of iets dergelijks.’
Soepboer, die voor NSC in de Tweede Kamer zit maar zijn zetel binnenkort opgeeft, ziet dat probleem niet. Het nieuwe verkiezingsprogramma is nog in de maak, maar hij sluit niet uit dat daarin ook iets komt te staan over het belang van carnavalsverenigingen in Brabant en Limburg. ‘We willen in het algemeen meer geld en aandacht voor streektaal en -cultuur, niet alleen in Friesland.’
Maar wat doet de FNP-Kamerfractie als zij moet kiezen tussen geld voor een sluisverbreding in Overijssel of een nieuwe brug in Leeuwarden? Soepboer: ‘Dan zullen we net als andere partijen een goed afgewogen keuze moeten maken. Het liefst willen we natuurlijk dat beide projecten doorgaan. Wij zullen altijd onversneden opkomen voor het regiobelang, dat staat bij ons voorop. De FNP doet daar geen concessies aan; andere partijen wel.’
Die compromisloze houding is wat Halbe Zijlstra zo tegen de borst stuit. In het tv-programma Nieuws van de dag voerde de voormalige VVD-politicus dinsdag een stevige discussie met Soepboer over de aspiraties van de FNP. ‘Als al die lokale partijen landelijk willen gaan, dan heb je straks ook een Limburgse, een Twentse en een Zeeuwse fractie in de Tweede Kamer. Daar ben ik absoluut geen voorstander van, want dan wordt het land onbestuurbaar.’
Een dag later zegt Zijlstra tegen de Volkskrant: ‘We hebben in Nederland een serieus probleem met de versnippering van de nationale politiek. De FNP geeft zelf al aan dat ze een snipperpartij worden, met maximaal twee zetels. Doordat er steeds meer, en steeds kleinere partijen in de Tweede Kamer zitten, is de besluitkracht van de nationale overheid flink afgenomen.’
Zijlstra heeft principieel bezwaar tegen partijen die alleen een specifiek deelbelang vertegenwoordigen. ‘Ik snap heel goed dat kiezers hun regionale belang willen terugzien in de nationale politiek. Maar aan het einde van de rit zal de Tweede Kamer verschillende deelbelangen tegen elkaar moeten afwegen, in het algemeen belang. Regiopartijen en andere one-issuepartijen kunnen dat niet. Zij zullen altijd vasthouden aan hun eigen deelbelang, want daarvoor zijn ze opgericht.’
Boogers denkt daar anders over. ‘Elke partij komt per definitie op voor een bepaald deelbelang, dat is politiek’, zegt hij. ‘In landen met een districtenstelsel vertegenwoordigt elk parlementslid een regio, maar nemen ze gezamenlijk besluiten in het landsbelang.’
Julien van Ostaaijen, een universitair docent in Tilburg die veel onderzoek doet naar lokale partijen, is het met Boogers eens. ‘De VVD vertegenwoordigt ook een deelbelang, namelijk dat van hogere inkomens en ondernemers. De SP komt juist op voor mensen met een laag inkomen. Waarom zou de Tweede Kamer wel opgedeeld mogen worden in partijen die verschillende inkomensgroepen bedienen, of verschillende generaties, maar niet langs regionale breuklijnen?’
Van Ostaaijen vraagt zich wel af welk gat in de kiezersmarkt de FNP wil aanboren. ‘Kiezers die anti-establishment of anti-Haags zijn, kunnen onder meer bij de PVV of Forum voor Democratie terecht, of anders bij de SP.’ Partijen als het CDA, ChristenUnie, NSC en SGP hebben stevige banden met de regio, dus ook die invalshoek is in het huidige partijenlandschap deels afgedekt.
De FNP lijkt vooral in de vijver van de BoerBurgerBeweging te willen vissen. De BBB veroverde twee jaar geleden zeven Kamerzetels met een duidelijk op het platteland gericht verkiezingsprogramma. Soepboer wil niet al te veel afgeven op de BBB-collega’s, maar zegt wel dat de partij van Caroline van der Plas een ‘nogal agrarisch ingestoken verhaal houdt’. ‘Bij de BBB gaat het veel over de intensieve veehouderij, en weinig over de burger.’
Soepboer is zich ervan bewust dat die plattelandsburger zich steeds meer zorgen maakt over de gezondheidsrisico’s van het pesticidengebruik in de landbouw. Een wat kritischer standpunt over het spuitgedrag van lelietelers nabij woonkernen zou voormalige BBB-kiezers in de armen van de FNP kunnen drijven. Of dat ‘strategische’ standpunt het FNP-verkiezingsprogramma haalt, zal eind augustus duidelijk worden.
Alles over politiek vindt u hier.
Luister hieronder naar onze politieke podcast De kamer van Klok. Al onze podcasts vind je op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant