Home

Techniek, lef en behendigheid: in volle vaart van een berg afdalen is niet voor elke wielrenner weggelegd

Donderdag trekt het Tourpeloton de Pyreneeën in, met vooral zaterdag een rit vol gevaarlijke afdalingen. Niet alle renners zijn hier even behendig in. Wat maakt iemand tot een meesterdaler?

schrijft voor de Volkskrant over wielrennen.

Zijn handen heeft hij stevig om zijn stuur geklemd, net naast het midden, ver weg van zijn remmen – die heeft hij voorlopig niet nodig, zo veel vertrouwen heeft hij in zijn vaardigheden. Zijn snelheid kruipt richting de 90 kilometer per uur. Een moment van onachtzaamheid en hij valt zich te pletter. Dat laagje lycra om zijn huid en die kunststof helm op zijn hoofd gaan dan niets meer voor hem kunnen betekenen. Maar hij weet dat het zover niet zal komen.

Zijn schouders beweegt hij naar elkaar toe, zodat zijn frontale oppervlak klein wordt en hij zijn luchtweerstand zo laag mogelijk houdt. Met zijn knieën omklemt hij zijn frame, alsof hij ermee versmolten is. Als er een bocht aankomt, leunt hij met zijn bovenlichaam van buiten naar binnen, zijn buitenste been gestrekt en het binnenste gebogen zodat het pedaal niet tegen de grond komt. Zijn hoofd houdt hij iets schuin. Zo ziet hij wat er om het hoekje gebeurt.

De manier waarop Tom Pidcock (26) zich drie jaar geleden in de twaalfde etappe van de Tour de France van de Col du Galibier liet vallen is een genot om naar te kijken. Zo veel controle, zelfvertrouwen en spelplezier. Dit is geen jongeman die zich met doodsverachting van een Alpencol stort, nee, dit is zijn terrein, met deze snelheden en op het kronkelende asfalt tussen de kale bergtoppen is hij in zijn element.

Pidcock, groot geworden op de mountainbike, zoals veel van de beste dalers van dit moment, zou de rit naar Alpe d’Huez later die dag ook winnen. Het ligt voor de hand dat de energie die hij had uitgespaard dankzij zijn feilloze daalcapaciteiten aan het begin van de etappe hem op het bepalende moment in de finale aan de dagzege heeft geholpen. Het was een regelrechte masterclass afdalen. En daar kunnen veel renners nog wat van leren.

Offroadspecialisten

‘Afdalen is de laatste jaren veel belangrijker geworden in het wielrennen’, vertelt de Spanjaard Oscar Saiz (51). ‘En het niveau is veel hoger dankzij offroadspecialisten als Pidcock, Wout van Aert en Mathieu van der Poel.’ De voormalig prof-mountainbiker uit de omgeving van Barcelona geldt als een autoriteit op het gebied van afdalen. Zijn expertise wordt al jaren gebruikt door zo’n beetje alle grote ploegen in de WorldTour. Momenteel is hij de vaste daalcoach van Lidl-Trek.

Het was de Nederlandse wielertrainer Louis Delahaije die Saiz in 2012 namens de toenmalige Rabobank inhuurde voor de broodnodige daallessen. ‘Hun renners waren in die periode een paar keer hard onderuitgegaan in een afdaling, met botbreuken tot gevolg. Dan lagen ze er maanden uit. Het was aan mij om hen weer met vertrouwen op de fiets te krijgen. Louis huurde mij in om ongelukken te voorkomen, maar inmiddels is de sport zo geëvolueerd dat men begrijpt dat je zelfs koersen kunt winnen als je goed kunt afdalen.’

In de jaren voor de eeuwwisseling ging het wielrennen vooral om de getalletjes, zegt Saiz. ‘De kwaliteit van een renner werd uitgedrukt in zijn V02-max, het vermogen om zuurstof op te nemen en door het lichaam te transporteren. Natuurlijk waren ook zijn gewicht en het aantal watts dat hij gedurende een lange periode kon duwen van belang.

‘Etappes in de Tour werden vaak bergop beslist. In de afdalingen gold een soort gentlemen’s agreement. Dan viel je elkaar niet aan. Wielrennen is een conservatieve sport. Het heeft lang geduurd voordat renners en ploegleiders die gedachte hebben losgelaten, maar het is wel gebeurd. Tegenwoordig kom je niet meer mee als je niet kunt afdalen. Als je een knecht bent die na een zware inspanning bergop in de afdaling niet kunt terugkeren bij je kopman, ben je waardeloos.’

Als een kanonskogel

Het was Chris Froome die in de Tour van 2016 met een ongeziene aanval in de afdaling van de Col de Peyresourde (ook in deze Tour, etappe 14, komende zaterdag) de wetten van de sport herschreef. Hij daalde zittend op de stang tussen zijn zadel en zijn stuur als een kanonskogel af naar finishplaats Bagnères-de-Luchon en legde de basis voor zijn derde Tourzege. Froome opende de ogen van veel renners. Etappes en zelfs een grote ronde konden ook bergaf worden beslist.

Afdalen met een racefiets is volgens Oscar Saiz slechts deels aan te leren. Meesterdalers als Tom Pidock die een wedstrijd in de afzink in hun voordeel kunnen beslissen, beschikken over een vaardigheid die in hun genen ligt besloten; ze zijn geboren stuurmanskunstenaars. ‘Ik noem dit ook wel een pilotenbrein. Binnen een paar seconden weet ik of iemand dat heeft of niet. Het is een gevoel voor timing, voor het lezen van een bocht.

‘Jaren geleden haalde een renner van het toenmalige Lotto-Jumbo me met de auto op van het vliegveld. Het eerste stuk van de route was over rechte snelwegen, maar in de laatste vijf kilometer zaten flink wat bochten. Aan de manier waarop hij bochten aansneed en het moment waarop hij remde kon ik zien dat hij geen geboren piloot was. Zo iemand kan ik best redelijk leren dalen, maar hij zal nooit een koers in de afdaling winnen.’

Geen natuurtalent

Jonas Vingegaard, de huidige nummer drie in het klassement van de Tour, is een van de renners die volgens Saiz mogelijk nooit een meesterdaler zal worden. Dat betekent niet dat hij een slechte piloot is, integendeel zelfs. ‘Ik heb met hem gewerkt en ik vind hem nu een goede daler. Maar een natuurtalent is hij niet.

‘Hij vroeg of ik hem alle stappen van een bocht kon aanleren als een soort patroon dat hij zo kon herhalen in de wedstrijd. Maar geen bocht en geen afdaling is hetzelfde. Je moet je techniek ook kunnen aanpassen. En juist daar schort het nog altijd aan in het huidige peloton. Veel ploegen leggen de nadruk op uithoudingsvermogen en kracht, niet op stuurvaardigheid. Dat moet een vast onderdeel van trainingsschema’s worden, zoals intervallen.’

De voorbeelden van matige dalers in het peloton zijn legio. Een van de bekendste is de Franse oud-renner Thibaut Pinot, die de Tour waarschijnlijk nooit won mede vanwege zijn beroerde daalcapaciteiten. Pinot was bang in de afdaling. Al in 2013, een jaar na zijn succesvolle debuut in de Tour, volgde hij na het seizoen lessen in een rallyauto om vertrouwd te raken met hoge snelheden.

Zijn vaardigheden verbeterden, ook na sessies met Saiz, maar Pinot werd nadien nog regelmatig gelost door mannen die harder een berg af durfden te rijden. Er was geen geoefend oog voor nodig om te zien dat Pinot nooit een meesterdaler zou worden. Hij stuurde bochten vaak zo aarzelend in dat hij hangend naast zijn fiets moest bijremmen. Vergelijk het met de bange skiër die niet op zijn dalski durft te leunen. Het effect is juist minder controle en valpartijen.

Basisvaardigheden

Als een renner zich bij Oscar Saiz meldt om beter te leren dalen, doorloopt hij een aantal stappen, ongeacht of de renner na een zware valpartij vertrouwen wil opdoen of beter wil leren afdalen. ‘Eerst moeten we samen vast zien te stellen hoe de basisvaardigheden zijn. Veiligheid is het allerbelangrijkst, hoewel risico’s er nu eenmaal bij horen. Die moeten we accepteren. Maar we willen nooit over iemands grenzen gaan.

‘De techniek is stap twee. Dan gaat het over de manier waarop het lichaamsgewicht moet worden ingezet om de fiets van links naar rechts te kantelen. Iedereen doet dat op een andere manier, maar belangrijk is om te beseffen dat we niet als een motorcoureur helemaal naast onze fiets gaan hangen. Zo schuin kan een racefiets niet.

‘En dan is het remmen essentieel. Grofweg doe je dat voor 70 procent met je voor- en 30 procent met je achterrem. Je moet precies weten hoe sterk je remmen zijn om ze agressief te leren gebruiken.’

Zelfvertrouwen

Volgens de Sloveen Matej Mohoric (30), een van de beste dalers ter wereld, leer je als kind het best wat goed dalen is. ‘Ik doe dit al vanaf mijn 3de. Je moet vaak onderuit zijn gegaan om te weten wat wel en niet kan. Je leert van je fouten, bouwt zelfvertrouwen op. En je prent je in wat de beste lijnen in een bocht zijn.’

Wie Mohoric hoort vertellen over zijn daaltechniek weet dat er een vakman aan het woord is. Hij deelt zijn bochten altijd op dezelfde manier in. ‘Je komt op volle snelheid aan en moet dan zo laat mogelijk remmen. Men beweert dat schijfremmen de sport veiliger hebben gemaakt, maar dat betwijfel ik. Velgremmen zaten aan de buitenkant van het wiel, waardoor het stabieler bleef als je vol in de remmen kneep. Daardoor had ik meer controle dan nu met schijfremmen.

‘Dan komt het aan op het juiste moment van insturen. Je moet de hele weg gebruiken, van buiten naar binnen en weer naar buiten. Ik ga pas in de bocht hangen als ik de apex zie. Dat is het denkbeeldige punt dat het dichtst bij de binnenkant van de bocht ligt. Daar wil je met een zo hoog mogelijke snelheid aankomen. Dan waaier je uit en ga je op je pedalen staan om uit te versnellen.’

Dropper post

Drie jaar geleden won Mohoric de monumentale klassieker Milaan-San Remo toen hij zich als een bezetene van de Poggio stortte. Hij kon harder door de bochten dan de rest omdat hij als enige gebruik maakte van een dropper post, een zadelpen die hij met een knopje aan zijn stuur liet zakken om zo het zwaartepunt van zijn lichaam beter te reguleren.

Maar ook aan Mohoric’ vaardigheden zitten grenzen. ‘Ik ging zo hard dat ik overmoedig raakte. Omdat ik wist dat dit mogelijk mijn enige kans was om een monument te winnen, besloot ik voor de laatste bocht niet te remmen. Met 90 kilometer per uur begon ik te slippen. Ik kon nog maar net een bloembak ontwijken. Zonder die dropper post was ik zeker gecrasht.’

Sinds Mohoric kinderen heeft, is er iets veranderd. Hij neemt minder risico’s. ‘Vroeger was mijn probleem dat ik niet bang was. Dan ging ik soms hard onderuit. Nu ben ik voorzichtiger. Grote risico’s neem ik een paar keer per jaar, als ik kans heb om te winnen. Misschien in de voorlaatste etappe van deze Tour. Maar in de Pyreneeën rijd ik rustig in de gruppetto omhoog – en omlaag.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next