Home

Waarom sancties tegen Israël zo ingewikkeld liggen en wat Nederland wél kan doen

In Brussel bogen de EU-buitenlandministers zich deze week over een heet hangijzer: het sanctioneren van Israël. Behalve een tik op de vingers leverde dat niets op. Welke mogelijkheden heeft Nederland zelf nog om met maatregelen te komen?

is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.

Lange tijd schoof de Europese Unie het gesprek over sancties tegen Israël voor zich uit. Maar sinds eind juni werd geconcludeerd dat Israëls optreden in Gaza de principes van het handelsverdrag met de EU schendt, neemt de druk toe om Israël toch aan te pakken.

Tot concrete sancties kwam het bij een vergadering van de EU-ministers dinsdag niet, hoewel EU-buitenlandchef Kaja Kallas een tiental sanctieopties op een rij heeft gezet, waaronder het gedeeltelijk opschorten van het veelbesproken Associatieverdrag, een wapenembargo en strengere visumregels voor Israëlische burgers. Na Israëls toezegging dat het meer humanitaire hulp zal toelaten, ziet de EU er echter voorlopig van af.

Ook Nederland zelf is terughoudend, al overweegt demissionair minister Caspar Veldkamp (NSC) inmiddels wel ‘nationale maatregelen’, zo gaf hij begin deze maand toe. Wat die concreet inhouden, wilde Veldkamp bij het debat in de Tweede Kamer toen niet zeggen. ‘Daar heb ik nog niet over nagedacht.’

De bewindsman benadrukte eerder meermaals dat Nederland voor harde sancties afhankelijk is van de EU, vanwege het handelsverdrag. Dat geeft Israël aanzienlijke handelsvoordelen. Toch is er op dat gebied wel ruimte.

Handel met Israël

Meest impactvol lijkt een beslissing om geen wapens en zogeheten dual-use-goederen, oftewel materieel dat zowel voor civiele als militaire doeleinden kan worden gebruikt, naar Israël te sturen. Nederland levert in dat kader vooral halfgeleiders en computersystemen. Hetzelfde geldt voor de import vanuit Israël. Het ministerie van Defensie zou kunnen besluiten te stoppen met het aankopen van Israëlisch materieel, omdat het hiermee het Israëlische militair-industriële complex verrijkt.

Op economisch vlak zou Nederland volgens Erwin van Veen, hoofd van het Midden-Oosten-programma bij Clingendael, de handel met Israëlische nederzettingen in de bezette Palestijnse gebieden veel scherper kunnen reguleren. Op papier is het daar via Europese wetgeving al gedeeltelijk toe verplicht, maar dat gebeurt ‘niet tot zeer mondjesmaat’, stelt Van Veen.

Zo moeten producten die zijn gemaakt op de bezette Westelijke Jordaanoever als dusdanig worden aangemerkt en zijn lidstaten verplicht de etikettering te controleren. Die regels zijn volgens de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (Somo) ineffectief: ‘Producten uit nederzettingen worden bijvoorbeeld vermengd met producten afkomstig uit Israël, of worden verpakt en dus gelabeld in Israël’, zegt Somo-onderzoeker Lydia de Leeuw. Aan het Nederlandse toezicht hierop schort het bovendien, bleek in 2018 al uit onderzoek van Somo.

Ierland als voorbeeld

Op papier ontmoedigt Nederland economische samenwerking met bedrijven in de bezette gebieden. Maar in de praktijk komt het neer op een gedoogbeleid, zegt De Leeuw. In Ierland speelt een op dat gebied interessante casus. Dat land probeert al jaren om handel met de bezette gebieden op nationaal niveau strafbaar te stellen – sinds vorige maand leeft de politieke discussie hierover weer volop in Dublin.

Het land hoopt dit te regelen door te wijzen naar een clausule in de Europese wetgeving die voorziet in uitzonderingen op vrije handel om morele gronden. Als de wet het haalt, wordt Ierland het eerste westerse land dat handel met de bezette gebieden strafbaar stelt. Dublin houdt er rekening mee dat de wet uiteindelijk zal sneuvelen bij het Hof van Justitie van de Europese Unie. Maar zo’n uitspraak kan jaren op zich laten wachten. Bovendien is de wet een belangrijk signaal, zeggen voorstanders.

Behalve Ierland te volgen kan Nederland het ook in de symbolische hoek zoeken, zegt Van Veen. Zo zou de regering kunnen inzetten op het ontmoedigen van contacten met Israëlische instituties en ervoor kunnen kiezen om niet langer Israëlische overheidsdelegaties te ontvangen. ‘Voor een land dat internationaal bekend staat als pro-Israël zouden dit soort stappen van grote symbolische waarde zijn.’ Tot een politieke aardverschuiving in Israël leiden ze waarschijnlijk niet. ‘Maar het zijn duidelijke concrete signalen en daarvan worden er dus nu geen enkele gegeven.’

EU-sancties tegen Israël zouden een unicum zijn

Het gebrek aan daadkracht waarmee wordt gesproken over mogelijke sancties tegen Israël staat in schril contrast met het beleid omtrent Rusland. Tijdens dezelfde EU-vergadering dinsdag werkten de buitenlandministers aan het achttiende sanctiepakket tegen Rusland. Zo’n 2.400 personen en entiteiten zijn al gesanctioneerd.

‘Met sancties is het doel dat we één land straffen en daarmee het andere indirect steunen’, zegt Heleen over de Linden, een advocaat gespecialiseerd in Russisch sanctiebeleid. In de oorlog tussen Oekraïne en Rusland is die loyaliteit duidelijk: ‘In sommige gevallen leidde dit zelfs tot sancties waar we als Europa de dupe van werden, zoals met het verbod op Russische olie-import.’

Bij Israël wringt de schoen dat Hamas in 2001 door de EU werd aangemerkt als terreurorganisatie en er dus al Europese sancties gelden. Nederland volgt dat beleid. Over de Linden: ‘Hamas beschouwen we van oudsher als de vijand. Als Nederland eigen exportsancties tegen Israël invoert, bijvoorbeeld voor militair materieel, zou het daarmee indirect Hamas helpen.’ Komt het met Israël uiteindelijk wel zover, dan is dat volgens Over de Linden een unicum.

Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next