Tommy Wieringa is schrijver en columnist voor de Volkskrant.
Socioloog Willem Schinkel schreef afgelopen weekeinde in NRC dat we een ‘publieke taal van de vrede’ missen, waarmee hij bedoelt dat het woord ‘vrede’ tegenwoordig op weinig sympathie kan rekenen. We leven in een tijd waarin de Navo almaar ‘oostwaarts kruipt’, schrijft hij, ten behoeve van de Amerikaanse wapenindustrie.
Handig verschuilt hij zich achter een peiling uit 2022 waarin 55 procent van de ondervraagde Oekraïners de Navo medeschuldig acht aan de oorlog. Hij durft het zelf niet zo luid te zeggen maar zegt het daarmee niettemin, dat het Westen schuld heeft aan de Russische agressie, omdat Rusland nu eenmaal historische aanspraken heeft op Oekraïne en niet geprovoceerd had moeten worden.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
We moeten, zegt hij, de Russische wanen leren verstaan en begrijpen dat die voortkomen uit de eeuwenlange pogingen van het Westen om Rusland te veroveren. Ik kom niet verder dan de desastreus verlopen invasie van Napoleon in 1812 en die van Hitler in 1941 – niet wat je noemt ‘eeuwenlange pogingen’.
Volgens Schinkels redenering verklaart niet het Russische imperialisme de grootschalige vernietigingsoorlog in Oekraïne, maar twee mislukte westerse pogingen om Rusland te veroveren: een hallucinante omdraaiing. Bij Russia Today zien ze hem graag aanschuiven als duider.
Hij is niet de enige vredesapologeet met dubieuze motieven: Willem Schinkel is een voortzetting van Ewald Engelen en Marianne Thieme met andere middelen. Allen hanteren dezelfde drieslag: 1. Rusland is door de Verenigde Staten en hun Navo-instrument tot de inval in Oekraïne geprovoceerd, ten behoeve van het Amerikaans militair-industrieel complex. 2. We worden massaal bang gemaakt om de herbewapening te legitimeren. 3. Als je vindt dat het Westen moet de-escaleren en met Rusland moet onderhandelen over vrede, word je weggezet als Poetin-Versteher.
In hun mond krijgt het eerzame woord ‘vrede’ een vieze klank. Wat ze eigenlijk bedoelen is: dit is niet onze oorlog.
Artem Chapeye, de filosoof die in 2022 soldaat werd, schrijft in zijn boek Ordinary People Don’t Carry Machine Guns: ‘Het is gemakkelijk om je te verschuilen achter het abstracte idee dat ‘hoe meer wapens er zijn, hoe meer oorlog er zal zijn’ als je zelf veilig bent. Het is gemakkelijk om te zeggen: ‘Geef je over – want we worden bang’ (dat is in essentie waar een aanzienlijk deel van zulke argumenten op neerkomt). ‘Offer jezelf op omwille van onze vrede.’ Je kunt deze dingen alleen zeggen zolang je zelf niet degene bent die wordt aangevallen en vernietigd.’
Wie ‘vrede’ zegt, veronderstelt dat Poetin alleen maar op de juiste argumenten wacht om zijn aanvallen op woonwijken, scholen, ziekenhuizen, kinderkankerklinieken, begrafenissen en religieuze bijeenkomsten te staken. Zelfs impliceert het een zekere billijkheid van die handelingen an sich.
Vrede zeggen is geen compassie hoeven voelen met het lot van de Oekraïners. Het is niet de vrede in de traditie van het geweldloze verzet, niet die van een sit-in op het Rode Plein of zelfs maar een demonstratie bij de Russische ambassade, maar van morele lafheid en defaitisme. Het is buigen voor massale terreur, verkrachting, foltering en moord op het Europese continent, in de veronderstelling dat deze dingen ons niet aangaan.
Het is de negatie van wreedheid en pijn, van twaalfhonderd nachten luchtalarm en de ontvoering van twintigduizend kinderen. Dit soort vrede is de vlag waaronder ontelbare verschrikkingen schuilgaan, en straffeloos kunnen worden voortgezet.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns