In veel Europese landen is het in opkomst: stokpaardrijden, oftewel hobbyhorsen.
Nergens is de sport zo groot als in Finland, waar het is uitgevonden.
Op pad met de 13-jarige Olivia Raugevicius, die al weken oefent voor de Finse kampioenschappen hobbyhorse.
Door Jeroen Visser
Fotografie en video Alessandro Rampazzo
De 13-jarige Olivia Raugevicius pakt haar paard vast, recht haar rug en begint in de serre van haar huis aan de serie die ze al zo vaak heeft geoefend. Eerst de piaf, waarbij ze afwisselend haar linker-en rechterknie omhooggooit, terwijl haar vrije voet als een elegant balletschoentje schuin naar de vloer wijst. Daarna draait Olivia de kop van haar paard, een teken dat ze van richting verandert, en draaft ze parmantig met vooruitzwiepende voeten tot het einde van de kamer.
De scholier, afkomstig uit een dorp nabij het Finse Turku, oefent al maanden voor de nationale kampioenschappen hobbyhorse. Dat is een sport waarbij deelnemers met een stokpaard over hindernissen springen of, zoals Olivia, een dressuur rijden – net als in de paardensport. De concurrentie is zwaar, want de sport is in Finland uitgevonden en het land levert veel van de beste hobbyhorsers.
In de slaapkamer van Olivia, waar je door het raam soms herten ziet grazen, hangen tientallen rozetten aan de muur, verzameld bij wedstrijden door heel Finland. In een speciale wandkast prijken acht stokpaarden, waaronder een grijze met zwarte manen, een bruine met een witte bles en een zwarte met roze neusgaten. Voor de Finse scholier is dit niet zomaar een sport of hobby. ‘Het is de zin van mijn leven’, zegt ze beslist, via haar broer Leevi (17), die vertaalt.
In veel andere Europese landen wint het stokpaardrijden terrein. Zo worden er in Nederland jaarlijks tientallen wedstrijden georganiseerd; van Bergen op Zoom tot Heerjansdam. Nergens is de sport zo groot als in Finland – en dan vooral onder meisjes. Olivia is een van de duizenden Finse tieners en jongvolwassenen die aan hobbyhorse doen. Er zijn zomerkampen, hobbyhorse-coaches en juryopleidingen. Hoe is deze sport juist in Finland zo groot geworden?
Helmi Honkaniemi bij haar in de tuin.
Olivia speelde net als veel andere kinderen als peuter met stokpaardjes, maar ze ontdekte pas veel later via haar vriendin Helmi Honkaniemi (13) dat er zoiets als een stokpaardsport bestond. Olivia en Helmi deden op hun 10de voor het eerst mee aan een wedstrijd. Ze begonnen paarden te verzamelen en Helmi’s vader bouwde bij hun huis op het platteland zelfs een oefenbaan in de tuin.
Net als veel andere hobbyhorsers rijdt Olivia ook op een echt paard, een keer per week. Toch vindt ze het rijden op de stok leuker, want daarmee kun je meer bewegingen maken. Bovendien maakt de gemeenschap de sport zo bijzonder. ‘Tijdens de wedstrijden juicht iedereen voor elkaar.’
Olivia doet het goed op school, ze staat een 9,3 gemiddeld. Als het schoolwerk het toelaat, traint ze tussen de twee en zes uur per week. Ze loopt hard en let op haar rust en voeding. ‘Het is niet altijd leuk, soms heb ik geen zin’, zegt ze. ‘Je moet echt veel oefenen als je goed wilt worden. Hoe meer je traint, hoe beter de controle over je lichaam.’
Niet iedereen begrijpt haar passie, maar dat maakt haar niks uit, zegt ze. ‘Ze maken me op school weleens belachelijk door te galopperen of te hinniken, maar over het algemeen is het niet zo erg. Anderen hebben ergere dingen meegemaakt.’
Twee dagen later. Olivia en Helmi lopen warm in de Arena van de west-Finse stad Seinäjoki, waar de Finse hobbyhorse-kampioenschappen plaatsvinden. De ouders van Helmi hebben hen hierheen gereden en de caravan meegenomen om in te overnachten. Olivia is zenuwachtig voor haar wedstrijd dressuur bij de junioren (tot en met 14 jaar). Vorig jaar maakte ze fouten en greep ze naast de prijzen. Nu hoopt ze het beter te doen. ‘Ik hoop dat ik alle oefeningen kan onthouden’, zegt ze.
Om haar heen begint het druk te worden: dit jaar doen vierhonderd hobbyhorsers mee, uit twintig landen. Naast de strijd om het Finse kampioenschap is er ook een open toernooi voor deelnemers uit binnen- en buitenland. Op de springbaan vliegt een tiener uit Tsjechië onder luid gejuich en gegil over hindernissen van 110 centimeter hoog.
Het parcours is een kopie van een paardenconcours, met hindernissen in met allerlei vormen en kleuren en bloembakken langszij. Het springen oogt verre van eenvoudig, omdat hobbyhorsers hun teugels vast moeten houden en dus hun armen niet kunnen gebruiken. Daarnaast mogen ze niet rennen, maar is alleen galopperen toegestaan. Wie in de fout gaat, riskeert diskwalificatie. Geregeld verlaat een meisje in tranen het parcours. We ain’t playing around, staat op een van de hindernissen. Oftewel: dit is geen spelletje.
Jurylid Ada Flippa (24) sleept met een paar latten over de baan. Naast baanbouwer is Flippa coach – van Olivia en Helmi – en hobbyhorse-influencer. Vorig jaar galoppeerde ze op haar stokpaard voor modemerk Collina Strada in New York tijdens de Fashion Week. Ook deed ze met paard en hindernissen mee aan het tv-programma America’s Got Talent.
Ada Flippa
Op Instagram, waar ze 35 duizend volgers heeft, plaatst Flippa teksten als: ‘Je kunt maar beter doen wat je wilt, ze bekritiseren je toch wel’. ‘Ik word mijn hele leven al gepest vanwege het hobbyhorsen’, zegt ze daarover. ‘Maar ik ben nooit gestopt, want ik wist dat ze dan wel iets anders zouden vinden om me mee te pesten. Dus mijn advies is: volg je hart.’
Volgens Flippa, die ook een opleiding fysiotherapie volgt, zijn het vooral volwassenen die de sport bekritiseren, omdat ze het kinderachtig vinden. ‘Of je nou 12, 15 of 18 wordt, ze zeggen altijd: nou ben je daar echt te oud voor. Maar kijk naar de tieners hier: ze zijn gezond en sportief en ze maken hier veel vrienden.’
De kritiek van buitenstaanders is volgens haar de belangrijkste reden waarom de hobbyhorsegemeenschap zo hecht is. ‘Sommige meisjes hier leiden twee levens. Ze hebben aan de ene kant een druk sociaal hobbyhorse-leven met honderden volgers op Instagram, terwijl ze op hun school door niemand worden opgemerkt.’
Ook toernooileider Julia Mikkonen (21), die in de lobby vrijwilligers naar de juiste plek dirigeert, roemt de gemeenschap. ‘Dat is iets bijzonders – je kunt het eigenlijk niet begrijpen als je er geen deel van uitmaakt. Niemand oordeelt over je of lacht je uit. Je mag gewoon zijn wie je bent’, zegt Mikkonen, terwijl Eye of the Tiger klinkt door de hal achter haar.
Julia Mikkonen
Toen Mikkonen tien jaar geleden begon met hobbyhorsing, stond de sport nog in de kinderschoenen. Sindsdien is het hard gegaan. De Finse vereniging SKHH, opgericht in 2004, heeft zeshonderd leden, maar het aantal beoefenaars ligt in de duizenden, denkt Mikkonen. Wereldwijd zijn dat er tienduizend, schat ze. ‘Door sociale media kon het zich over de wereld verspreiden. En we krijgen steeds meer zichtbaarheid via de media, documentaires en films. Mensen zien het en denken: hé, dit is echt een sport, dit kan ik ook.’
Volgens Mikkonen is hobbyhorsing in Finland ontstaan, juist vanwege de sterke traditie van gemeenschapszin. ‘Dit hele evenement draait op vrijwilligers. Het zit in onze cultuur om ons in te zetten voor het collectief’, aldus Mikkonen, die momenteel zelf vrijwillig de Finse dienstplicht vervult.
Mikkonen wijst erop dat het maken van stokpaarden voortkomt uit een levendige handwerkcultuur in Finland. Dat blijkt wel uit de tientallen stands in de Seinäjoki Arena, waar ontwerpers hun paarden verkopen. Onder hen Janika Nummenpää (29), die naast haar baan als verpleegkundige al meer dan tien jaar hobbypaarden maakt.
Janika Nummenpää en haar zelfgemaakt stokpaardjes.
De Finse naait de paardenkoppen met de zachte stof velboa, die ze vult met katoen. Vervolgens verft ze de paarden met de hand. De kosten: tussen de 250 en 400 euro per stuk. ‘Het kost me ongeveer een week om een paard te maken en elk exemplaar is uniek’, zegt Nummenpää.
Achter haar heeft Olivia haar dressuuroefening voor het oog van de jury afgerond. Hijgend van inspanning valt ze haar vriendinnen in de armen. Op een telefoon kijkt ze haar optreden terug. ‘Oh nee, daar deed ik mijn voet niet hoog genoeg’, zegt ze. ‘Maar het ging verder goed denk ik, jawel.’
Uren later volgt de uitslag: Olivia en haar paard Audi eindigen op de tweede plaats. ‘Het verschil met de nummer één was heel klein, maar dat is het leven. Ik ben blij. Volgend jaar kom ik terug om te winnen.’
Overgewaaid uit Finland: stokpaardjeswedstrijden. En zo is het oeroude speelgoed weer helemaal terug, ziet fotograaf Marcel van den Bergh op een concours in Pijnacker.
Als het aan minister Barry Madlener ligt, draagt over tien jaar een kwart van de fietsers een helm. Een flinke opgave, want op dit moment doet maar zo’n 4 procent dat. Hoe krik je dat cijfer op? Het mogelijke antwoord ligt – zoals vaker – in Denemarken
Onder de Zweedse stadje Kiruna ligt de grootste ijzerertsmijn ter wereld. En vlakbij ligt nóg een klomp zeldzame aardmetalen. Klein minpunt: de grond in het stadshart verzakt door al het delven. Dus Kiruna moet een stukje opschuiven. Kosten: 1,5 miljard euro.
Source: Volkskrant