Burgers willen openheid. Politici die zwijgen of geheimen hebben, hollen het vertrouwen in het systeem uit.
De voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen overleefde vorige week een motie van wantrouwen in het Europees Parlement. Het grote nieuws was echter niet dat ze die motie overleefde, maar dat er überhaupt een motie van wantrouwen tegen haar was ingediend. Dat komt zelden voor. Er was dan ook iets aan de hand, wat te vaak door zittende politici wordt genegeerd: gebrek aan openbaarheid en transparantie.
In het geval van Von der Leyen gaat het om sms’jes die zij heeft gewisseld met de hoogste baas van medicijnfabrikant Pfizer. Von der Leyen onderhandelde over het kopen van bijna 2 miljard vaccins, maar weigert sms-berichten daarover openbaar te maken. Waarom? Zij handelde niet voor zichzelf, maar namens 447 miljoen Europeanen die allemaal het recht hebben te weten wat er in hun naam gebeurde. Transparantie hoort bij een democratie. Het Europees Hof was het daarmee eens en oordeelde in mei dat Von der Leyen haar app-verkeer gewoon moet openbaren.
Von der Leyen blijft echter weigeren en kreeg dus een historische motie van wantrouwen om haar oren, die ze alleen overleefde omdat die uit extreemrechtse hoek kwam. De middenpartijen wilden daar niet aan meewerken. De kritiek wordt niettemin breed gedeeld en het vertrouwen van de Europese burger in de EU is geschaad. Het gebrek aan transparantie voedt achterdocht en complottheorieën. Wat staat er dan in die appjes dat ze er zelfs een motie van wantrouwen voor over heeft?
Over de auteurs
Ineke van Gent is burgemeester van Schiermonnikoog en voorzitter van het Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding, een onafhankelijk adviesorgaan van de overheid dat in 2022 is ingesteld om de toepassing van de Wet open overheid (Woo) te bevorderen. Serv Wiemers is directeur van de Open State Foundation en lid van het Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Von der Leyen is niet de eerste politicus die in de problemen komt door eigen gebrekkige openbaarheid. Hillary Clinton liep bijna tien jaar geleden mogelijk het presidentschap mis door gerommel met zakelijke e-mails. In 2017 moesten in Zweden twee ministers aftreden wegens verkeerd gebruik van e-mails. In Schotland kreeg premier Nicola Sturgeon felle kritiek toen bleek dat zij en haar ministers WhatsApp-berichten verwijderden. Vorig jaar moest de premier van Wales, Vaughan Gething, aftreden onder meer omdat hij berichten had verwijderd om die niet te hoeven openbaren in informatieverzoeken.
Hier in Nederland hadden we onze eigen ‘Nokiagate’ toen bleek dat toenmalig premier Mark Rutte sms’jes niet goed archiveerde en dagelijks berichten verwijderde, zonder dat een extra paar ogen meekeek. Rutte oogstte kritiek; kort daarvoor had hij immers zelf een nieuwe transparante bestuurscultuur beloofd. Zijn ondoorzichtige gedrag leidde tot nieuwe richtlijnen; de overheid moest beterschap beloven.
Waarom willen we eigenlijk de inhoud van mails en appjes weten?
Het is de taak van journalisten om de politieke macht te controleren. In het huidige tijdperk is veel besluitvorming naar mails en appjes verschoven. Dan moet die communicatie dus ook open en opvraagbaar zijn. Om te controleren, rekenschap te geven en mee te denken. Ook voor wetenschap en geschiedschrijving. Zo maakt kennis van de sociale media van de 17de eeuw, de zogenoemde pamfletten, duidelijk hoe en waarom de gebroeders De Witt in 1672 zijn vermoord.
Zit de gemiddelde burger hier wel allemaal op te wachten?
Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) peilt regelmatig de stemming in Nederland. Onlangs kwam het tweede bericht van het Continu Onderzoek Burgerperspectieven van dit jaar uit. Gevraagd naar de belangrijkste maatschappelijke issues geven Nederlanders politiek en overheid aan, nog boven zaken als immigratie of wonen.
Eerder onderzocht het SCP al welke ideeën men bij politiek en overheid heeft. Toen gaf een ruime meerderheid (68 procent) aan voorkeur voor transparantie te hebben, terwijl slechts 12 procent aangaf dat besluiten soms achter gesloten deuren kunnen. Ook burgers vragen dus transparantie van de politiek.
Het mooie is: vaak blijkt als ramen en deuren opengaan dat er helemaal niet zoveel te verbergen was. De Volkskrant kreeg vorig jaar voor een reconstructie inzage in het app-verkeer tussen toenmalig minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge en RIVM-baas Jaap van Dissel. Wat bleek? Van beïnvloeding van het RIVM was geen sprake. Alleen een pikant inkijkje in hun communicatie en wat flauwe grappen. Transparantie werkt.
Op dit moment schrijven de politieke partijen aan hun verkiezingsprogramma’s. Het lijkt verstandig om transparantie en openheid van bestuur als leidend thema op te nemen. De concrete adviezen (van het Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding en andere instellingen) liggen klaar: zorg dat de informatiehuishouding binnen de overheid op orde komt zodat je informatie snel kunt vinden; maak veel meer informatie actief openbaar, vooral over thema’s die mensen bezig houden; geef vertrouwen aan ambtelijke professionals en aan vragende burgers, dat bevordert snelheid en zo komt vertrouwen ook weer terug.
De Nederlander wil transparantie. En de politicus die het niet doet, heeft grote kans zichzelf in de voet te schieten – en bij te dragen aan dalend vertrouwen van de burger in de politiek. De komende verkiezingen bieden een mogelijkheid.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant