Volkskrant-redacteur Lotte Krakers kreeg er geen genoeg van: films waarin een buitenbeentje in een schoonheid verandert. Maar ligt geluk echt besloten in een gepolijster uiterlijk? De werkelijkheid is ingewikkelder, en dat lijken film- en tv-makers ook in te zien.
is eindredacteur en televisierecensent van de Volkskrant.
‘O jee’, verzucht een goede vriend als ik hem vertel over het plan mijn haar te blonderen. ‘Het is een slecht teken als vrouwen opeens iets met hun haar gaan doen. Meestal zijn ze dan totaal de weg kwijt.’
Twee weken later rekend ik 200 euro af voor een balayage, sunkissed effect. Net therapie, noemt de kapper het, want ‘a woman that changes her hair is about to change her life’. Van Coco Chanel, die uitspraak, vertelt hij. Het kapsel staat me práchtig, hij ziet een héél ander iemand in zijn salon staan en behoorlijk in z’n nopjes laat hij die vreemde vrouw poseren voor een witte muur, voor het after-shot dat hij op Instagram zal plaatsen. Het bijschrift: ‘Blondes have more fun’, was gezegd, Marilyn Monroe.
Die paar blonde plukken in m’n haar, het voelt als wraak op het leven dat me inderdaad even heeft tegengezeten. Lotte opnieuw uitvinden, de controle terugpakken. Meer fun hebben. De suggestie dat ik mezelf zal terugvinden door mezelf te veranderen.
Wat is dat toch, dat stemmetje dat je influistert dat je je uiterlijk moet aanpassen als het juist het innerlijk is dat daar om smeekt? Geen enkel mentaal of emotioneel soort onrust die afneemt door een tatoeagenaald op de huid, een schaar in lange lokken – nee, die asymmetrische boblijn gaat je tegenstaan, niet vooruit helpen.
Behalve, natuurlijk, in de Hollywoodfilm, waar het vervangen van een bril door contactlenzen (She’s All That, 1999) of het lenen van een poezelige diadeem (The Breakfast Club, 1985) een heel nieuw leven kan betekenen.
Lang was er voor mij weinig zo bevredigend als de make-overfilm, wat mij betreft een genre op zichzelf. Andrea Sachs (Anne Hathaway) die in The Devil Wears Prada (2006) van een kaas-uienbagel etend, textielsupertrui dragend buitenbeentje van de redactie van modetijdschrift Runway transformeert tot iemand die het verschil kan zien tussen een riem van Hugo Boss en een van Ralph Lauren – en dat allemaal doordat ze een rechte pony heeft laten knippen.
Kijk haar nou, in die scène op de muziek van Madonna’s Vogue, waarin Andrea met steeds meer zekerheid door de straten van New York wandelt. Het beige, ouwelijke colbert dat ze bij haar sollicitatiegesprek droeg heeft ze inmiddels verruild voor een kapstok vol prachtige mantels, perfect van snit.
Of opnieuw Anne Hathaway, die als de doodgewone tiener Mia Thermopolis in The Princess Diaries (2001) op ‘prinsessenles’ moet als blijkt dat ze de enige troonopvolger van een klein, Europees vorstendom is. Haar borstelige wenkbrauwen worden geplukt tot keurige boogjes (de stylist voor hij zijn pincet heeft gehanteerd: ‘I love your eyebrows, we will call them Frida and Kahlo’), haar pluizige krullenbos wordt getemd. Van buitenbeentje naar royal, het kán (met behulp van een stijltang met een heel hoog voltage).
Van begin jaren negentig tot eind jaren nul was de make-overscène een van de vaste ingrediënten van een meidenfilm. Een greep: highschoolfilm Clueless, die dit jaar zijn 30-jarige jubileum viert, waarin de populaire Cher Horowitz (Alicia Silverstone) zich als leuk projectje op buitenbeentjeTai Fraisier (Brittany Murphy) stort. Haar ruitjesblouse moet uit, haar haar gekapt, haar liefdesleven op de schop, alles om deze ruwe diamant op te poetsen – een adaptatie van Jane Austens Emma (1815). Pretty Woman (1990) natuurlijk, met sekswerker Julia Roberts die tot dame gemaakt wordt. En Mean Girls (2004), waarin Lindsay Lohan doordringt tot het imperium van de populaire meiden door zichzelf hun maniertjes aan te meten, net als Sandra Bullock in Miss Congeniality (2000). Zij infiltreert als geheim agent in de wereld van missverkiezingen door zichzelf kandidaat te stellen, ergo: alles wat stoer en ‘mannelijk’ aan haar is, behoort tot de before.
Heel aantrekkelijk om naar te kijken, het make-overmotief, dat suggereert dat een innerlijke transformatie mogelijk is door het trekken van de portemonnee, het gebruik van een mascaraborstel of het dragen van de juiste laarzen (Andrea in The Devil Wears Prada, tegen een collega: ‘Am I wearing the Chanel boots? Yes, I am’). En dat alles doorgaans in het bestek van één snel gemonteerde scène, die in Miss Congeniality bijvoorbeeld bestaat uit een heel make-overparcours: in een cirkel staan een zonnebank, kappersstoel en bikini-wax-station opgesteld, als een militaire oefening, die met bijbehorende ernst wordt doorlopen.
Die montage culmineert natuurlijk in de onthullingsscène. Het lelijke eendje is nu toch een zwaan. In She’s All That komt de ‘nieuwe Laney Bongs’ (Rachael Leigh Cook), voorheen de nerd van de klas, na een metamorfose als koningin van het bal de trap afgelopen voor haar date Zack. Kiss me van Sixpence None the Richer op de achtergrond. Dat achter Leighs brillenglazen altijd al een knap uiterlijk school, laten we voor het dramatische effect maar even buiten beschouwing. Nog zo’n dramatische onthulling is die uit oermake-overfilm Grease (1978), waarin Sandy zich voor geliefde Danny van stuud tot stoot transformeert, plots is ze wél ‘the one that he wants’.
Een Assepoester-achtige aantrekkingskracht, dat hadden deze films, waarin het mogelijk leek jezelf te overstijgen, beter te worden, de man ervan te overtuigen dat hij het al die tijd bij het verkeerde eind had. Die voelbare opluchting onder haar mede-nablijvers, wanneer gothic Allison in The Breakfast Club haar zwarte make-up laat wegpoetsen en vervangt door iets poederachtigs roze, alles wat opvallend was aan haar kundig verwijderd. Het is wat ze op het internet als ‘satisfying to watch’ zouden omschrijven, want we zien hoe een taak wordt vervuld, hoe een probleem wordt opgelost.
‘Je ziet er echt veel beter uit zonder al die zwarte troep op je gezicht’, zegt klasgenoot Claire, terwijl ze in een hoekje van de bibliotheek Allisons make-up bijwerkt.
‘Hé!’, reageert Allison defensief, ‘ik houd van die zwarte troep.’
Maar, vraag ik me nu af: waarom moest Allison eigenlijk mooier, beschaafder, netter worden, als ze eigenlijk best tevreden was met wie ze was? En volgens wiens regels? Ligt er wel bevrijding besloten in verandering wanneer die zo’n strikt stramien volgt?
Wat de transformaties van Allison, Cady, Andrea en de anderen gemeen hebben: hun make-overs komen van buitenaf, niet van binnenuit. In Clueless is het Cher die voor Tai besluit dat het helemaal anders moet, want, zoals vriendin Dionne weet: ‘Chers voornaamste doel in het leven is het geven van make-overs, oké? Het geeft haar controle in deze wereld, die vol is van chaos.’ In Mean Girls wordt Cady’s transformatie aangespoord door The Plastics, de populairste meiden van de school. Een make-overfilm kan niet zonder helper, iemand die het personage inwijdt in de regels van het vrouw-zijn, doorgaans vanuit een vertrouwensband, haast de goede toverfee. Niet voor niets vraagt Allison zich af waarom Claire zich over haar ontfermt, waarom ze zo lief tegen haar is.
In de Nederlandse film Ellis in Glamourland (2004) krijgt Linda de Mol als slonzige bijstandsmoeder Ellis de kans een cursus te volgen, How To Marry a Millionaire, van goeroe Susan (Joan Collins), die beweert dat ze ‘any woman’ tot een society queen kan maken. Een paar van haar lessen, te horen als voice-over in de film: ‘Laat je kinderen altijd buiten beschouwing, je wilt mannen niet afschrikken’, ‘lach om zijn grapjes, ook als ze niet grappig zijn’, en ‘wees niet te beschikbaar’.
Die regels van het vrouw-zijn, in de make-overfilm worden ze verheerlijkt maar ook geridiculiseerd. Zoals een ware dokter Frankenstein ziet de helper zijn ‘project’ zich doorgaans tegen hem keren, met Clueless als duidelijkste voorbeeld: Tai stoot Cher van haar troon als populairste meisje van de klas, noemt haar een ‘maagd die niet kan autorijden’.
Clueless in eigen land: in de Dunya & Desie-aflevering ‘Project Petra’ (2002) voelt Desie zich, na een door Dunya geïnitieerde metamorfose van Petra uit Haaksbergen, bedreigd door hun nieuwe klasgenootje. Desie, tegen Dunya: ‘Je bent niet goed snik, wat kun je daar nou van maken, ze lijkt wel een koe’, tot de make-over onverwacht goed uitpakt en Petra er met Desies crush vandoor gaat. Is het wel zo fijn dat Petra nu Dunya’s gelijke, of zelfs meerdere, is?
Andrea Sachs, Cady Herron – beiden voelen zich na hun make-over vervreemd van zichzelf, de vrouwelijkheid die ze werd opgelegd blijkt toch te veel, te oppervlakkig. In zowel The Devil Wears Prada als Mean Girls eindigen de hoofdpersonages als een afgezwakte versie van de make-over: de chique jassen van Andy zijn verwisseld voor een vlot leren jack, ze zegt haar baan in de modewereld op. Cady besluit Mean Girls als volgt: ‘Ik ging van thuisgeschoolde jungle freak naar iemand van glanzend plastic, naar de meest gehate persoon in de wereld, om uiteindelijk een echt mens te worden.’
Moraal van het verhaal: wees vrouwelijk, maar als het even kan ook weer niet te veel. De transformatie volgt in die zin een vast patroon – vanuit twee uitersten beweegt het personage naar een sociaal geaccepteerd midden. De vrouw heeft haar lesje geleerd: uiterlijk vertoon is niet alles, maar wel veel. Wees vooral jezelf, maar in godsnaam, houd het een beetje binnen de perken.
Een alternatief voor dat verhaal? Ja, dat is er, en wel in de vorm van Elle Woods in Legally Blonde (2001), een van de weinige make-overfilms waarin het innerlijk centraal staat. Goed, de reden dat Elle (Reese Witherspoon), socialite en prototype ‘dom blondje’, besluit rechten te gaan studeren aan Harvard is niet de zuiverste, want het is haar doel om de man die haar heeft gedumpt te overtuigen van haar intelligentie.
Maar dat motief verdwijnt naar de achtergrond als Elle ontdekt dat ze ergens goed in is – en dat zónder haar roze mantelpakje in te wisselen voor een marineblauw exemplaar, het personage blijft trouw aan zichzelf en haar vrouwelijkheid. Met kennis opgedaan uit damesbladen weet ze haar cliënt tijdens haar juridische stage uiteindelijk vrij te pleiten – ‘any Cosmo Girl would have known’. The New York Times noemde de film een feministisch meesterwerk.
Ook een vermelding waard is My Big Fat Greek Wedding (2002). Ja, de bril van de vrijgezelle dertiger Toula Portokalos (Nia Vardalos) maakt plaats voor contactlenzen als ze besluit dat het tijd is haar wat ingedutte leven op de schop te gooien, maar deze wens tot verandering komt toch echt uit haarzelf. Ze gaat opnieuw naar school, maakt vriendinnen, vindt een nieuwe baan – keuzen die leiden tot het zelfvertrouwen waarmee ze de bruidegom vindt voor die bruiloft uit de filmtitel.
Toula ondergaat een transformatie die op sociale media als Instagram en TikTok bekendstaat als een ‘glow-up’, een term die wordt gebruikt wanneer iemand na een negatieve ervaring (denk: een relatiebreuk) besluit uit het dal te klimmen. Werken aan je fysiek kan daar onderdeel van zijn, maar ook het zoeken van een therapeut, het oppakken van een hobby, het maken van nieuwe vrienden. Onder de zoekterm ‘glow up summer 2025’ zijn op YouTube tientallen video’s te vinden, met voor- en na-beelden van de ervaringsdeskundigen. Wie haast maakt, kan de laatste zomerdagen met hun tips nog beleven als een verbeterde versie van zichzelf.
Het idee van maakbaarheid is de laatste jaren, onder invloed van sociale media, alleen maar toegenomen: als het leven tegenzit is het aan jou daar iets aan te doen, het narratief te herschrijven. Wat daarvoor nodig is: discipline. Drink twee liter water per dag. Volg een skincare-routine. Wéés niet alleen dankbaar, maar noteer ook dagelijks (het liefst ’s ochtends vroeg) waarvoor je dankbaar bent. De glow-up lijkt minder dwingend dan de make-over, maar ook hier geldt: vrouwen moeten zich voegen naar een opgelegd script om tevreden met zichzelf te mogen zijn.
Die klassieke make-over, met de focus op de ander in plaats van op onszelf, lijkt inmiddels vooral voer voor parodieën. In Barbie (2023) zet het personage van de Barbie-dokter een bril op, zodat Ken haar kan adviseren die weer af te zetten – zo, veel beter, nu ben je écht een mooie vrouw. In het recente theaterstuk My Fair Human van Club Lam, gebaseerd op My Fair Lady (1956, wat dan weer de voorganger is van Pretty Woman), wordt Eliza Doolittle niet gedomesticeerd of ingetoomd zoals in het origineel, waar een vrouw van lage komaf tot keurige dame wordt omgetoverd, maar is ze schaamteloos zichzelf. De dwingende, mannelijke kaders worden doorbroken.
Zelfs op televisie lijkt men milder geworden: aapjes-kijkenformats als Hotter than My Daughter (Gordon berispt onaangepaste moeders) en Snog, Marry, Avoid (Geordie Shore-achtige Britten worden ontdaan van hun haarextensions en nepwimpers) maken plaats voor mildere formats, zoals Queer Eye. Afvalprogramma Obese besteedt tegenwoordig aandacht aan mentale gezondheid, in Alles uit de kast leert stylist Fred van Leer deelnemers vooral anders – liefdevoller – naar zichzelf te kijken.
En ik, ik ben ondertussen een blondine. De complimentjes over mijn haar drogen langzaam op, mensen registreren het niet meer, ik ervaar geen ‘o ja!’ als ik langs een spiegel loop. Meer plezier dan? Nee, niet echt. Veel is er niet veranderd. Of misschien toch wel, onbewust: de mogelijkheden van mezelf zijn uitgebreid.
Ze blijken eindeloos.
Source: Volkskrant