Home

Thymen Arensman moet winst aan Simon Yates laten in eerste bergetappe Tour: ‘So close’

Thymen Arensman geldt al jaren als een groot wielertalent. Maandag leek hij die belofte volledig te gaan inlossen in de eerste bergetappe van de Tour de France. Maar Simon Yates bleek nog net iets beter.

is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.

Het begon in Ennezat met 28 man. Ieder van hen met een verlangen naar een tourritzege. Steeds meer renners haakten af. Aan de voet van de slotklim kwamen er vijf aan. Mét Thymen Arensman, die ook hoopte op Toursucces, een ritzege.

Maar het was Simon Yates die onmiddellijk aanvalt als Le Mont-Dore, de slotklim, opdoemt. Ben O’Connor weet aan te haken. Wat moet Arensman? Hij heeft geen keus. Hij zet alles op alles om bij het leidende duo te komen. Net als hij dat doet, gaat Giro-winnaar Yates weer aan. Met zijn trage cadans tracht Arensman opnieuw de soepel draaiende Yates te achterhalen.

Dertig meter scheelt het maar met nog anderhalve kilometer te gaan. Maar dat is op een steile klim met een stijgingspercentage van 8 procent een schier eindeloos gat. 500 meter later nog altijd dertig meter. Hij stampt en stoempt, worstelt en wringt, maar het gat blijft. Op 500 meter van de finish is het duidelijk. De droom van Arensman verdampt. Yates wint, voor de derde keer in zijn loopbaan, een rit in de Tour.

De 25-jarige Nederlandse Tourdebutant baalde na afloop, zocht voor de camera van de NOS naar woorden. ‘Ik weet het niet. Ik was zo dichtbij, ik had de benen. Het is wat het is.’ Hij had moeite om in de bochten net voor de echte klim mee te komen met Yates, die daar alle risico’s nam. ‘Hij deed het heel slim in de bochten. Het is jammer, maar Simon was echt sterk.’

Arensman geldt al een tijd als een groot talent. Vooral zijn vermogens in de tijdrit en het hooggebergte deden de ogen van de Nederlandse wielervolgers schitteren. In 2022 eindigde hij als vijfde in de Ronde van Spanje, dat jaar ook zesde in de Giro en in 2023 opnieuw.

Ineens was hij de nieuwe Nederlandse hoop voor de grote rondes. Zeker omdat oudgedienden als Robert Gesink en Tom Dumoulin in die periode de sport vaarwel zeiden of zoals Wilco Kelderman en Steven Kruijswijk hun ambities bijstelden en er weinig opvolgers paraat stonden.

In de Vuelta van vorig jaar stapte Arensman ziek af. En er speelde meer. Hij had het plezier in de sport verloren. De druk die klassementsrenners voelen, is niet te onderschatten. Hij sloeg een uitnodiging van de bondscoach af om mee te doen aan de WK in Zürich en ging in plaats daarvan bikepacken. Fietsen met bepakking dus.

In negen dagen fietste hij van zijn woonplaats Andorra naar Nederland. Puur voor de lol, puur voor zichzelf. ‘Deze keuze is beter voor de lange termijn’, zei hij in het AD. De fietstocht werkte helend. Hij hervond het plezier in zijn sport.

Dit voorjaar bleek maar weer eens hoe goed hij klimmen kan. Hij won na een solo van 80 kilometer een loodzware rit in de Tour of the Alps. Met hernieuwd zelfvertrouwen ging hij naar de Ronde van Italië. Daar wilde hij zich weer eens meten met de klassementsmannen, maar het liep uit op een teleurstelling. Al in de eerste rit in Albanië kon hij de concurrenten voor het eindklassement, onder wie zijn maandagse vluchtmakker Yates, niet volgen.

Voor deze Tour werd hij niet aangewezen als man voor het klassement. Ineos rijdt voor kopman Carlos Rodriguez. Arensman kreeg zowel een dienende als een vrije rol. De eerste negen dagen hield hij zich rustig. Voor een man met zijn talent was het parcours lang niet bergachtig genoeg. Maar deze tiende rit was een ander verhaal.

Zeven beklimmingen van de tweede categorie en eentje van de derde. Het waren misschien geen Alpenreuzen of Pyreneeëncols, maar toch was het stempel bergrit voor deze etappe door het Centraal Massief meer dan terecht. En terwijl Tadej Pogacar vanuit het achterveld zijn gele trui met plezier aan de Ier Ben Healy gunde, deed Arensman er in de laatste kilometers alles aan om Yates te achterhalen.

Hij oogde sterk en gemotiveerd, leek er lol in te hebben. Maar ja, soms is er een ander nu eenmaal ietsje beter. Als hij terugkeert bij de ploegbus vat hij zijn gevoel in twee woorden samen. ‘So close.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next