De woning van klimaatactiviste Sharona Shnayder werd getroffen door een Iraanse raket, terwijl zij in het buitenland was. In een opiniestuk hekelt ze de gebrekkige hulp van de Israëlische regering: net als na 7 oktober laat de overheid het afweten, schrijft ze.
schrijft vanuit Istanbul over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden.
Huilend struint Sharona Shnayder door wat er over is van haar appartement in Bat Yam, een zuidelijke wijk van Tel Aviv. De puinhoop is enorm. Tussenmuren zijn in brokstukken uiteengevallen. Ramen zijn kapot, scherven alom. De kamers liggen bezaaid met huisraad, kledingstukken en andere bezittingen. Zo op het oog lukraak graait de jonge vrouw wat spullen bijeen en stopt ze in een grote plastic tas en een paars koffertje, om mee te nemen.
‘Niemand helpt me’, zegt ze, met een snik in haar stem. ‘Mijn buurman probeerde me te registreren voor overheidshulp, maar hij kreeg nul op het rekest. Ik werd naar een hotel gestuurd, maar daar zeiden ze: je kunt hier niet blijven. Waar moet ik vannacht heen? Ik kan niet altijd maar bij vrienden terecht.’
Toen Israël een maand geleden Iran aanviel en als vergelding een rakettenregen te verduren kreeg, woonde de 25-jarige Nigeriaans-Israëlische in Albanië een conferentie bij van de Anna Lindh Foundation, een internationale koepel van ngo’s. Shnayder was daar als oprichter van Tuesdays for Trash, een organisatie die inmiddels in zestig landen aan een betere wereld werkt door zwerfvuil te verzamelen.
Haar buurvrouw belde haar met de mededeling dat een Iraanse raket de torenflat aan de overkant had geraakt en dat door die klap ook hun gebouw niet gespaard was gebleven. Doordat het Israëlische luchtruim gesloten was, kon Shnayder lange tijd niet terugkeren. Pas zondagmiddag nam ze voor het eerst een kijkje in haar flat. Dat viel tegen, de ravage was veel erger dan ze had verwacht. ‘Maar goed dat ik in het buitenland zat toen het gebeurde’, zegt ze, om zich heen kijkend. ‘Anders was ik dood geweest.’
Pal aan de overkant staat de twaalf verdiepingen tellende flat die in de vroege ochtend van 15 juni werd geraakt door een Iraanse raket. Veel is er niet van over. Een deel is helemaal in elkaar gezakt, de brokstukken vormen een berg puin. Aan de zuidzijde hangen de balkons naar beneden.
Het was de grootste voltreffer van de Iraniërs. Van de 29 doden die vielen op verschillende plekken in Israël, waren er negen te betreuren in de flat in Bat Yam. De schokgolf van de raketexplosie richtte in de wijde omgeving schade aan. Ook vielen er gewonden; de negen slachtoffers waren lang niet de enigen in Israël die niet tijdig dekking hadden kunnen zoeken.
Dat feit komt de Israëlische regering op forse kritiek te staan. De helft van de openbare schuilplaatsen deugt niet, volgens het Citizens’ Empowerment Center, een ngo die de overheid kritisch volgt. Schuilkamers bij mensen thuis zijn alleen bestand tegen de provisorische projectielen van Hamas, niet tegen de ballistische raketten van Iran.
Een week voor het begin van de twaalfdaagse luchtoorlog meldde Matanyahu Englman, de Israëlische Ombudsman, dat zijn team ‘zeer grote hiaten’ had ontdekt in het nationale veiligheidssysteem. Al in 2020 stelde hij in een rapport vast dat 2,6 miljoen Israëliërs ‘standaardbescherming’ ontbeerden. Met die waarschuwing was nooit iets gedaan. Bovendien – maar dat feit kreeg minder aandacht – is er voor veel Israëlische Arabieren helemaal niets geregeld, qua schuilplaatsen.
Aan die klachtenlijst wordt nu toegevoegd de overheidssteun in de nasleep van de Iraanse raketaanvallen, met name voor de duizenden die hun woning moesten verlaten. Sharona Shnayder schreef daarover een kritisch opiniestuk in de krant Haaretz, met als kop ‘Een Iraanse raket vernielde mijn huis. Waarom komt de Israëlische regering me niet te hulp?’
Het is hetzelfde liedje als in de dagen na 7 oktober 2023, schrijft ze, toen de overheid nergens te bekennen was en burgers in actie kwamen om slachtoffers op te vangen. ‘Ik was een van hen die onvermoeibaar werkten om degenen die in acuut gevaar verkeerden niet alleen te laten. Dat is wat gemeenschap betekent.’
‘De compensatiepakketten voor de ontheemden zijn ronduit beledigend’, aldus Shnayder. ‘Ze houden geen rekening met de werkelijke kosten van het wederopbouwen van een leven. Ze houden zeker geen rekening met trauma, inkomensverlies of de onmeetbare pijn van alles wat je hebt opgebouwd in één nacht te zien weggevaagd.’
En dan is er nog iets dat ontbreekt: Gaza. De kapotgeschoten flats in Bat Yam en elders in Israël vormen een navrante beeldrijm met wat de wereld nu al 21 maanden ziet in de door oorlogsmisdaden geplaagde Gazastrook, maar dan op veel grotere schaal. Dat besef is echter maar nauwelijks doorgedrongen in Israël. Het voorzichtig aan de orde stellen is al gewaagd.
Dat geldt overigens niet voor de jonge zwerfvuilactiviste, wier Tuesdays for Trash met Palestijnen en Israëliërs werkt. Zij erkent de analogie volmondig. Ook in haar krantenartikel schrijft ze: ‘Ik zie dromen verpulverd tot stof – aan beide kanten van de grens. Van de mensen in Israël tot die in Gaza en nu Iran, de pijn is overal. Huizen worden verwoest door bommen, door angst, door falend leiderschap.’
‘Niemand verdient het om in deze situatie te komen’, zegt ze. ‘Alle Palestijnen die ik ken hebben me steun aangeboden. Zij kennen dit, ze willen niet dat het anderen ook overkomt.’
Alleen op sociale media is het anders. Daar krijgt Shnayder vijandige reacties uit anti-Israëlische hoek, in de trant van: koekje van eigen deeg. Reaguurders die de Israëlische vlag op haar Instagramaccount zagen, schreven: zwelg maar in je zelfmedelijden. ‘Terwijl ik alleen maar vrede wil. Ik ben geen slecht mens.’
Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant