In het Waterlab van de TU Delft wordt onderzocht hoe je pfas uit afvalwater kunt halen zonder dat daarvoor waterzuiveringsinstallaties hoeven te worden aangepast. Dat zou het probleem bij de bron aanpakken.
Hanneke de Klerck is wetenschapsredacteur van de Volkskrant.
Bijna iedere Nederlander heeft te veel pfas in zijn bloed, bleek deze maand uit onderzoek. De opstellingen die daar iets aan zouden kunnen veranderen, zien er niet meteen indrukwekkend uit. In het Waterlab van de TU Delft staat een bloempot van grijs plastic in een grote plastic bak, er steekt een doorzichtige buis uit vol schuim, ernaast staan een potje met een trechtertje en een maatbeker, op de grond twee jerrycans met afvalwater en alles is verbonden met slangetjes. Het stinkt een beetje.
Iets verderop staat in een stellingkast een even onaanzienlijke opstelling, met een bak vol vies water en daarboven een waterpomp en twee tonnen. In de rechter drijft wit schuim op een bruine drab. Ook hier stinkt het.
Deze proefopstellingen moeten aantonen dat het mogelijk is pfas uit afvalwater te halen, zonder hoge kosten en zonder grote aanpassingen aan waterzuiveringsinstallaties.
Pfas is de verzamelnaam van een groep chemicaliën die voor van alles en nog wat worden gebruikt, omdat ze de handige eigenschap hebben water-, vet- en vuilafstotend te zijn. Ze zitten in blusschuim en smeermiddelen, cosmetica en voedselverpakkingen, anti-aanbakpannen en regenkleding, en nog veel meer. Ze komen van nature niet in het milieu voor, maar daar zijn ze wel in terechtgekomen en omdat ze nauwelijks afbreken, hopen ze zich daar op. Ook pfas die al verboden zijn, worden daardoor nog steeds gevonden.
Uit het eerste landelijke onderzoek naar pfas in het bloed van Nederlanders, dat het RIVM eerder deze maand publiceerde, bleek dat er bij bijna iedereen te veel van gevonden wordt. Het onderzoek laat opnieuw zien hoe alomtegenwoordig pfas is en hoe nodig het is de verspreiding ervan aan te pakken.
Sanne Smith is universitair docent aan de TU Delft en bedacht de proefopstelling om het probleem aan te pakken bij de bron. Pfas zitten ook in drinkwater en technisch is het mogelijk ze daar uit te halen. Maar die methode is duur en pfas zitten meer in voedsel dan in kraanwater.
Vruchtbaarder lijkt het om het afvalwater zo veel mogelijk te zuiveren van pfas. Gezuiverd afvalwater wordt geloosd op oppervlaktewater, dat wordt gebruikt om landbouwgewassen mee te besproeien en om drinkwater uit te winnen. Minder pfas in het afvalwater betekent dus minder pfas in het eten en kraanwater.
Maar hoe haal je het eruit? Daarvoor zou je gebruik kunnen maken van iets waar waterzuiveringsinstallaties niet dol op zijn: schuimvorming. Pfas heeft de eigenschap zich zowel aan water als aan lucht te binden. En dus voelt het zich thuis in schuim, dat bestaat uit luchtbellen in water, en kun je het weghalen door schuim te verwijderen. Ook die techniek bestaat al, maar daarvoor zijn aparte, grote installaties nodig, waarbij bovendien veel energie wordt gebruikt.
Wat Smith wil, is de techniek toepassen bij bestaande waterzuiveringen, zodat er geen nieuwe reactoren met extra energieverbruik nodig zijn. Bij de biologische zuivering van water is een belangrijke stap de afbraak van afvalstoffen door wat actief slib wordt genoemd. Micro-organismen halen onder meer stikstof uit het water. Ze hebben daarvoor zuurstof nodig, dat door beluchters in de tank met bioslib geblazen wordt. Daarbij kan schuim ontstaan, bijvoorbeeld als er veel organisch materiaal in het water zit, of wanneer de balans in de tank verstoord raakt.
De opstelling met de twee tonnen is een kleine versie van een bestaande zuivering, inclusief micro-organismen. Het schuim dat hier ontstaan is, hadden waterzuiveringsinstallaties juist willen voorkomen. Omdat het stinkt, maar vooral omdat het ervoor kan zorgen dat er minder zuurstof in het water komt, wat het biologisch afbraakproces kan verstoren. Ook kan schuim verwaaien, waardoor schadelijke stoffen in het milieu terechtkomen.
Smith zou willen dat waterzuiveringsinstallaties het schuim niet langer tegengaan, maar het verwijderen. Daarvoor moet eerst worden uitgezocht hoe je het biologische zuiveringsproces zo goed mogelijk kunt laten verlopen, ook als er schuim is gevormd. Hoe je zorgt dat het niet wegwaait. En wat de beste manier is om het te verwijderen inclusief pfas, maar zonder de bio-organismen mee te nemen – in de opstelling met de bloempot wordt dat getest.
In de miniwaterzuivering doet PhD-student Joséphine van Ruiten drie dagen per week metingen. Zij houdt in de gaten dat het biologisch proces niet verandert, of er nu wel of niet pfas verwijderd zijn. Wat suiker erbij, een beetje extra zuurstof, misschien de pompsnelheid iets aanpassen, alles om het proces stabiel te houden. Met af en toe een tegenslag, zoals toen het onlangs 30 graden werd en net op dat moment de temperatuurregelaar in het lab uitviel.
Uit labmetingen bleek, zegt Smith, dat met het schuim 60 procent van het totaal gemeten pfas uit het water verdween, en van de schadelijkste pfas zelfs 80 procent. Nu wordt het tijd voor een volgend stapje. Binnenkort wordt een prototype geïnstalleerd bij een waterzuivering waar afvalwater biologisch wordt gezuiverd.
En wat gebeurt er met de pfas die verwijderd zijn? Forever chemicals worden ze genoemd, maar als je ze verhit tot een graad of 1.400 vallen ze uit elkaar. Ook dat kost veel energie. Smith heeft haar hoop gevestigd op een chemische oplossing. Vooral een Amerikaans bedrijf is al ver met testen daarnaar, zegt ze. Maar meer onderzoek is nodig – je wilt niet dat pfas verandert in een stof die later schadelijk blijkt. Mogelijk kan pfas worden opgeslagen, in afwachting van de beste manier om het voorgoed te laten verdwijnen.
Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant