Home

Chinees bloed, Filippijns hart: de Tsinoy in de Filippijnen voelen de internationale spanningen

Chinees en Filippijns Filippijnen van Chinese afkomst worden geconfronteerd met toenemend wantrouwen sinds de verhouding tussen China en de Filippijnen verslechterde. „Dit is mijn land. Ik heb in China geen huis.”

Binondo, de Chinatown van Manila.

‘Wijkgenoten dachten dat mijn vader een klaploper was of een zakkenroller,” zegt Gerry Chua (34), inwoner van Binondo, de Chinatown van Manila. Zijn vader, de derde generatie van Chinese afkomst hier, groeide op in armoede. Hij verkocht zelfgebakken Chinese cakejes, hopia, op straat. „Iedere dag ging hij even naar de supermarkt. Omdat hij niets kocht, werd hij verdacht van diefstal,” vertelt Chua junior. „Maar hij wilde alleen even afkoelen op de ijsjesafdeling.” Daar zag Gerry’s vader ube-ijsjes, gemaakt van jam, en hij kwam op het idee er zijn cakejes mee te vullen. De hopia ube van de familie Chua werd een begrip. „Mijn vader wist de Chinese en Filippijnse culturen te vermengen tot iets moois.” En dat is belangrijk om uit te dragen, stelt Chua junior.

Sinds het aantreden van president Ferdinand Marcos in 2022 staan China en de Filippijnen op gespannen voet. Terwijl zijn voorganger Rodrigo Duterte warme banden met China onderhield, probeert Marcos de expansiedrift van China in te tomen. Zo wordt de kustwacht ingezet om Chinese agressie op internationale en Filippijnse wateren tegen te gaan.

Daarnaast liet Marcos casino’s die onder Duterte legaal waren, ontmantelen. De goklocaties bleken uitvalsbases voor grootschalige fraude en cyberslavernij, grotendeels onder leiding van Chinese bendes. Met de ontmanteling kwam de rol van lokale politici aan het licht. Zo bleek de populaire burgemeester van de stad Bambam, Alice Guo, niet Filippijns maar Chinees van geboorte. Na een geruchtmakend parlementair onderzoek is voor veel Filippijnse politici bewezen dat Guo een Chinese spion is. Sindsdien zijn de Filippijnen beducht voor Chinese spionage. Daardoor is het wantrouwen, waar de Chinees-Filippijnse gemeenschap van oudsher mee te maken heeft, toegenomen.

Casino’s in Binondo.

In de rij voor een Chinees restaurant.

Brandweerwagen

Gerry Chua heeft dat gemerkt. „Ik zie soms dat mensen in de eerste seconden denken dat ik Chinees ben en me een wantrouwende blik toewerpen.” Maar volgens Chua zien de meeste Filippijnen al snel het onderscheid tussen Chinese staatsburgers en de zogeheten Tsinoy, Chinese Filippijnen, waartoe hij behoort. Chua is trots op zijn culturele afkomst, maar over zijn loyaliteit wil hij duidelijk zijn. „Die ligt bij de Filippijnen. Ik heb Chinees bloed, maar mijn hart is Filippijns.”

In Chua’s café aan Ongpin Street, het hart van Binondo, is het druk. Ook voor zijn bakkerij, een goedlopende zaak waar hopia in allerlei smaken wordt aangeboden, staan mensen in de rij. De brandweerwagen die aan de overkant van de straat staat, trekt veel bekijks. De wagen staat er ter ere van Chua’s vader. Chua senior was oprichter van de vrijwillige buurtbrandweer.

Op de traditionele Chinese toegangspoort van Binondo staat „Goodwill”. Tijdens de coronacrisis – „mensen zagen corona als ‘het Chinese virus’” – deelde Chua gratis brood uit aan wijkgenoten die hun inkomen waren kwijtgeraakt. „We doen ons best onze goede wil te laten zien. Ik wil met iedereen vrienden zijn.” Ook met China en de Verenigde Staten. Want het motto gaat wat hem betreft ook internationaal op. „Het is beter om veel vrienden te hebben dan vijanden.”

De brandweerwagen staat voor de eeuwenoude kerk van Binondo. De basiliek is gewijd aan de heilige Lorenzo Ruiz, een van de helden van het Bahay Tsinoy museum. In dit museum zet medeoprichter Ang Chak Chi (66) zich al jaren in voor waardering voor de Chinese inbreng in de Filippijnse cultuur. Hij hoopt mensen er bewust van te maken dat de Filippijnen een smeltkroes zijn, met Spaanse, inheemse én Chinese inbreng. Zo was Lorenzo Ruiz kind van een Chinese vader en een Filippijnse moeder. Als katholiek missionaris stierf hij in 1637 de marteldood in Japan.

De museummedewerker maakt regelmatig mee dat hij niet als Filippijn wordt gezien. „Soms vraagt iemand, hoe kan het dat u Tagalog praat? Ik ben Filippijn, natuurlijk spreek ik Tagalog!” roept hij.

Volgens Ang wordt sinds de geopolitieke spanningen opliepen, het patriottisme van de gemeenschap nog meer in twijfel getrokken en is er meer online haat. „Ga terug naar je land, schrijven mensen op onze Facebook-pagina. Waar moet ik naar terug? Dit is mijn land. Ik heb in China geen huis. Ik woon hier al 63 jaar.”

Straatbeeld uit Binondo, de Chinatown van Manila.

Mensen maken foto’s in Binondo.

Naast de discriminatie van landgenoten heeft juist de Tsinoy gemeenschap last van de Chinese agressie, stelt hij. Hij wil de dreiging van de Chinese spionage op Filippijnse bodem niet ontkennen. „Een veel prangender probleem is de aanwezigheid van Chinese bendes,” benadrukt Ang. „Want die richten zich vooral op de Tsinoy gemeenschap. In de jaren negentig was er een hausse aan ontvoeringen van Tsinoy door Chinese maffia. Toen de casino’s onder Duterte vrij spel kregen, zijn deze ontvoeringen in aantal toegenomen, met name door criminelen verbonden aan Chinese gok- en cyberslavernijsyndicaten. Die bendes hebben één doel: afpersing.”

Volgens Ang is het probleem onderbelicht omdat veel Tsinoy niets durven te zeggen. Ze voelen zich machteloos en betalen het losgeld. Hij zucht. „We staan het dichtst bij de Chinese cultuur, maar wij zijn degenen die het meest te lijden hebben van de Chinese bendes. De meeste Tsinoy blijven het liefst ver uit de buurt van Chinezen.” De ontvoering van zakenman Anson Que leidde voor het eerst tot openlijke ontzetting binnen de Tsinoy-gemeenschap. Que en zijn chauffeur werden op gruwelijke wijze vermoord, nádat de familie het losgeld had betaald. De zaak boezemde zoveel angst in, dat de Chinees-Filippijnse gemeenschap pas recent een oproep heeft gedaan aan de regering om de Chinese maffia aan te pakken. Onder Duterte leek dat weinig te gebeuren, hij wilde de band met China daar niet mee belasten.

‘Vreedzame samenvoeging’

Ondanks de gespannen relatie is China een van de belangrijkste handelspartners van de Filippijnen. Als de handel met China zou wegvallen, zou dat de economie hard raken. In Binondo zijn de banden met China van oudsher sterk. Zoals Chua doen de meeste ondernemers hun best om iedereen te vriend te houden. Ondernemers hier benadrukken dat hun loyaliteit bij de Filippijnen ligt. Wel vinden ze dat de dreiging uit China wordt overdreven. Veel Tsinoy volgen naast Filippijnse ook Chinese media. Ze ontkomen niet aan beïnvloeding door Chinese propaganda, zo is de indruk van enkele gesprekken met winkeliers uit de wijk.

Alexander Gervacio (58) heeft de metaalhandel van zijn vader overgenomen, een Chinese migrant uit Fuijan. In zijn dagelijks leven vermengt hij vrijelijk de culturen die belangrijk voor hem zijn. „Ik lust alles. Ik ga naar de kerk en naar de tempel.” Hij is ervan overtuigd dat China goede bedoelingen heeft. „Natuurlijk is China onze vriend. Waarom zouden ze anders mensen uitnodigen en ons hun land laten zien?”

Gervacio heeft de stellige overtuiging dat China geen oorlog wil. De berichten over Chinese agressie op zee gelooft hij niet. „China is nog nooit een ander land binnengevallen. Ze komen alleen om te handelen.” Dat China Taiwan binnen een paar jaar zal binnenvallen, gelooft hij evenmin. „Ik praat wel eens met Taiwanezen. Ze voelen zich verbonden met China. Er zal een vreedzame samenvoeging plaatsvinden.”

Een winkelier wacht op klanten bij zijn kraam met amuletten in Binondo.

Wierook en Boeddhabeeldjes

In een vleesopslagkeet bij de Chinees-Filippijnse Vriendschapsbrug, sluit Steve Chua (58) de vrieskist en rekent een zak varkenspoten af. Ook hij denkt niet dat er oorlog komt tussen de Filippijnen en China. „China wil geen oorlog, maar handel.” De slager hecht aan zijn Chinese culturele wortels. Hij viert alle Chinese feestdagen, maar zijn kinderen hebben geen interesse in de gebruiken. „Wel jammer, maar wat doe je eraan?” Hij wijst naar de stenen Vriendschapsbrug. „Daar op de brug keuvelden ouderen urenlang boven kopjes Chinese thee. Dat zie je nu niet meer.”

Dicht bij de entreepoort van Binondo zit Apel Go (63) tussen uitgestalde Chinese snuisterijen. De wierookstokjes, Boeddhabeeldjes en papieren grafgiften heeft ze in bulk ingekocht bij Chinese handelaren die regelmatig naar de wijk komen. „Je bent Nederlands?” vraagt ze. Fel richt ze zich op. „Breng Duterte terug!” Oud-president Duterte zit op verdenking van misdaden tegen de menselijkheid in de gevangenis in Den Haag.

De pro-Chinese opstelling van Duterte bracht veel meer welvaart dan het beleid van Marcos, stelt ze. „De laatste jaren is de handel afgenomen, omdat er veel minder Chinese toeristen komen.” Go is geboren in het jaar van de tijger. „Een goed jaar,” weet ze. Verder is de Chinese cultuur voor haar niet belangrijk. „Ik ben christen en eet liever Filippijns.” Ze bidt elke dag dat de handel aantrekt. „Bidden en werken. Dat is het belangrijkste.”

Een vrouw steekt een wierookstokje aan voor een crucifix in Benindo.

Source: NRC

Previous

Next