Bij mij thuis zijn er twee grote Roxy Dekker-fans: mijn dochter (5) en mijn man. Dat is zo’n beetje de doelgroep van de vrolijke popzangeres, stel ik me voor: kinderen, studenten (want die herkennen zich in haar studentikoze imago), en op de flanken nog wat verdwaalde vaders. Op de vraag wat mijn dochter zo leuk vindt aan haar muziek, antwoordt ze: ‘de scheldwoorden’. Ze durft ze alleen niet te herhalen. Volgens mijn man heeft de zangeres ‘veel humor’ en ‘weinig pretentie’.
Ikzelf wist weinig over haar, dus mijn man praatte me bij. Zangeres en tiktokker Dekker (type studentencorps) brak in no-time door als zangeres en liedjesschrijver. Ze scoorde vier nummer-één-hits (o.a. Sugardaddy en Industry Plant) in een jaar en won talloze prijzen, waaronder twee Edisons en de Popprijs. De jury van die laatste, lees ik, noemt haar muziek ‘vrolijk en lichtvoetig’, maar met ‘een feministische boodschap’.
Over de auteur
Yasmina Aboutaleb is tv-recensent voor de Volkskrant.
Maar ik had ook meteen kunnen kijken naar Ik ben Roxy, waarvoor de zangeres het afgelopen jaar door Prime Video werd gevolgd. Ze twijfelde eerst, vertelde Dekker bij Humberto. ‘Een docu over mezelf: wie de fuck boeit dat?’ Maar het leek haar ook ‘leuk voor later’. Achteraf bleek het ‘wel een lekker jaar om te filmen’.
Niet alleen de nog thuiswonende zangeres, maar ook haar ouders (die wonen in een luxe loft in een kerk in Amsterdam-Zuid) werden verrast door haar succes. ‘Ik wist dat je een aardig moppie kon zingen, maar dat het dit niveau had, had ik totaal niet verwacht’, zegt haar vader annex manager Jan Arie Dekker in de serie. ‘Lullig!’, roept zijn dochter.
Wat Dekker onderscheidt van veel artiesten die haar voorgingen, is dat ze snapt wat er nodig is voor een geslaagde serie. ‘Een docu is alleen goed als je het zelf kut vindt’, zegt ze, terwijl ze in haar Birò door de Amsterdamse binnenstad crost. ‘Voor een documentaire film je alles, óók momenten waarop je misschien onterecht boos wordt op iemand.’
Dat schept hoge verwachtingen. Die worden in de eerste drie afleveringen goeddeels ingelost. We zien haar, inderdaad, kwaad worden. We zien de zenuwen die haar voor een concert overnemen. Haar onzekerheid. En verdriet om de online haat die ze als jonge vrouw krijgt. Als ze de Popprijs moet ophalen, ziet ze er als een berg tegenop; online gaat een filmpje rond waarin de geïnterviewden op allerlei winnaars hopen, behalve Dekker.
Dekkers remedie: zelfspot. In Industry Plant pareert ze de kritiek dat ze een eendagsvlieg zou zijn, een ongetalenteerd bedenksel van de muziekindustrie. En dat ze haar succes te danken zou hebben aan haar bekende vriend Koen van Heest (De Bankzitters) en haar rijke vader. ‘Ze zeggen hoe-oe-oe-oe/ Hoe heb je dat gedaan?/ Komt het misschien door Koen?/ Of de money van je pa?’, zingt ze in het liedje. Het wordt een hit, natuurlijk.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant