Home

Wie nooit van grafisch ontwerper Karel Martens heeft gehoord, kent hem waarschijnlijk toch

Karel Martens, een van Nederlands belangrijkste grafische vormgevers, mag dan al 86 jaar zijn, hij is nog altijd actief én vernieuwend. Met de tentoonstelling Unbound eert het Stedelijk Museum Amsterdam zijn innovatieve, ambachtelijke en speelse werk, waaronder de iconische 30-kilometerwegmarkering.

schrijft voor de Volkskrant over architectuur, design en grafische vormgeving.

Het kan goed zijn dat iemand het werk van grafisch ontwerper Karel Martens kent zonder het te weten. Die moet onderweg naar de solotentoonstelling Unbound in het Amsterdamse Stedelijk Museum misschien even een blik werpen op het asfalt in de hoofdstad. De opvallende middenstrookbelijning in de 30-kilometerzones is een ontwerp van Martens.

Het is een dubbele witte scheidslijn tussen twee weghelften, die een grid vormt van korte strepen en vlakken, die bij nadere beschouwing een aanloopje zijn tot het cijfer 30. Het is een typisch Martens-ontwerp: speels, doordacht en het geeft zich niet meteen bloot.

Ontwerper en kunstenaar Martens (86) is al decennialang een stille kracht in grafisch-ontwerpland. Zijn oeuvre beslaat ruim zestig jaar vrij en toegepast werk dat een mix is van ouderwets ambacht en experimenteerdrang. Bovendien knispert het grotendeels analoge werk van het maakplezier.

Martens is een volledig vrije geest, zoals er in het grafisch vak maar weinig bestaan. Bij de opening van dit retrospectief donderdag in een volle entreehal van het Stedelijk Museum steeg een lang applaus op van zijn vakgenoten en talloze oud-studenten. Hijzelf stond er wat onwennig bij. Alsof hij liever in zijn stofjas in zijn atelier met de handpers een serie monoprints – ‘druksels’ noemt hij ze zelf – van een nieuwe kleurgang zou gaan voorzien.

Spiegel van atelier

Dat atelier van Martens moet een magische plek zijn, niet alleen vanwege al het werk dat er is ontstaan; het is ook een voorraadkamer. Martens bewaart er vele alledaagse zaken, zoals tijdschriften, archiefkaarten, kranten, metaalresten, Meccano-deeltjes, die hij gebruikt als startpunt van zijn vrije werk. De tentoonstellingszaal van het Stedelijk Museum vormt een spiegel van dat atelier.

Op beide kopse zijden zijn wandvullende foto’s aangebracht die zijn gemaakt van de muren van Martens’ werkplaats. Ze zijn bedekt met knipsels, schetsen, kindertekeningen, kleurschema’s; bronmateriaal van bestaand werk of brandstof voor iets nieuws, ooit. In de middenruimte staat een batterij stellingkasten gevuld met zowel uitgevoerd werk als bijeengegaard materiaal, alsof we werkelijk aan het rondneuzen zijn in het atelier. Unbound lijkt daardoor nog het meest op een Wunderkammer.

Het opdrachtwerk van Martens bestaat uit postzegels, telefoonkaarten, boeken en boekomslagen, affiches en tijdschriften. Hij gebruikt bij voorkeur typografische elementen (stippen, lijnen, letters, cijfers) en weinig fotografie, wat zijn grafische werk herkenbaar maakt. Zijn vrije werk kan alle kanten op schieten, maar het vertrekpunt is vrijwel altijd iets dat al bestaat.

Hij tekent, knipt, plakt, drukt over gevonden alledaags restmateriaal: een oude Donald Duck, de Neckermann-catalogus, overbodig geworden archiefkaarten en bladzijden uit Karl Marx’ Das Kapital. Martens legt er druklagen overheen, hij herschikt het, vervreemdt het, maar omdat het bronmateriaal alledaags is, is de herkenning nooit ver weg. Die Donald Duck van hem maakt een onttakelde indruk, maar je ziet nog steeds dat het ooit een Donald Duck was.

Zoeken naar toeval

Het gaat in Martens’ werk om het zoeken naar kleur, naar het ritme van lijnen, punten, spaties, pixels en vooral naar een ordening in het toeval dat hij zelf opzoekt. Af en toe moet je door je oogharen kijken om de betekenis te vinden. Dan blijkt een verspreide verzameling pixels bij nader inzien een portret van collega-ontwerper Wim Crouwel. Maar soms is die betekenis er ook niet. Dan is de maker vooral nieuwsgierig naar het maken zelf, naar hoe die verschillende kleurgangen onder zijn handpers tot meer kunnen worden dan de som der delen.

‘Een goede grafisch ontwerper kan ook een jurk ontwerpen als hij zich daartoe zet’, zegt Martens in een video op de tentoonstelling. Die jurk is er niet gekomen, maar hij schrikt inderdaad voor weinig terug. Er is textiel (badlakens, shirts, stofpatronen), architectonisch gerelateerd werk: tegelwanden in nieuwe appartementencomplexen, en vier reuzeletters DANS die hij maakte voor de gevel van het voormalig Danstheater in Den Haag.

Er zijn zelf gefabriceerde klokken die schommelen op het ritme van de seconden en er staat een kleurig strandhuisje op ware grootte. Couleurs sur la Plage is een project waarbij hij honderden strandhuisjes in een strak grid van strepen en kleuren omtovert tot een vrolijk kleurballet aan de kustlijn van de Franse stad Le Havre.

Die rijkheid aan ideeën en uitvoering maakt van Unbound een eerbetoon aan de hand van de maker, aan een ontwerper die al decennialang onverstoorbaar zichzelf is. Die op zijn 86ste het liefst nog elke dag in een met verfklodders besmeurde stofjas het atelier induikt omdat hij nieuwsgierig is naar wat onder zijn drukpers tevoorschijn kan komen. En als aangenaam extraatje is al dat handwerk ook nog eens authentiek tegengewicht aan de digitale beeldenstorm waaraan niet te ontsnappen valt en het nooit zeker is waar de mensenhand eindigt en het kunstmatige begint.

Unbound, Karel Martens, Stedelijk Museum Amsterdam, t/m 26/10.

De belangrijkste creaties van Karel Martens

Monoprints
Vanaf de jaren zestig vormen de monoprints een rode draad in Martens’ vrije werk. Het zijn prenten die in verschillende drukgangen worden opgebouwd in een oude handpers. Druksels noemt Martens ze, een bescheiden woord dat hij leent van de graficus en kunstenaar Hendrik Werkman.

Martens begint zelden met een blanco vel. Hij gebruikt gevonden kaarten, bladzijden, handschriften of de oude archieffiches van het Stedelijk Museum als ondergrond. Daar overheen print hij kleurlagen met ingëinkte stukken metaal, stroken Meccano of andere restmaterialen uit zijn grote verzameling. Toeval speelt een belangrijke rol bij deze druksels, ook omdat Martens vooraf nooit zeker weet wat de combinatie van gevonden materiaal zal opleveren.

Kleurige strandhuisjes (2017)
Met een van zijn dochters maakte Martens (hij werkt samen met alle drie zijn kinderen onder de naam Martens & Martens) het project Couleurs sur la Plage, een kunstproject voor de viering van het 500-jarig bestaan van Le Havre. Ten grondslag aan het kleurengamma dat hij ontwikkelde voor 500 strandhuisjes ligt een koninklijk decreet uit begin 1500.

Die tekst is door Franse taalwetenschappers omgezet tot een algoritme, dat Martens heeft gebruikt om een stramien van 10 kleurlijnen in 6 verschillende diktes te ontwerpen. Daar zijn de huisjes mee geschilderd. De meeste van de strandhuisjeseigenaren vonden het mooi en wilden meedoen, maar ook een aantal is wit gebleven.

Boekomslagen
Martens heeft veel omslagen en binnenwerk voor boeken vormgegeven, zeker in de eerste periode van zijn carrière. Je ziet bij hem een duidelijke voorkeur om fotografie als eenvoudige, ready made oplossing voor een cover te mijden. Hij beperkt zich graag tot typografische elementen. Dus zijn omslagen zijn opgebouwd uit letters, lijnen, pixels, cirkels, rechthoeken en kleur. Voor een omslag van een boek over ontwerper Wim Crouwel maakte hij in 1997 een uit elkaar getrokken pixelveld met blauwe, groene en rode stippen – alle gevuld met zwarte kern – als je beter kijkt is het de kop van Crouwel met kenmerkende vlinderdas.

De pixels zijn niet alleen dienstbare facetten van een totaalbeeld, ze krijgen in Martens latere werk ook een eigen identiteit, als kleine icoontjes die je pas gewaar wordt als je de afbeelding uitvergroot. Op Unbound is de installatie Icon Viewer te zien, een live-geprojecteerd beeld waar de bezoeker zichzelf ziet weergegeven in grove pixels die bij inzoomen kleine grafische kunstwerkjes blijken te zijn die rondtollen en van kleur verschieten.

30-kilometerwegbelijning

In 2023 is in een groot deel van Amsterdam de maximumsnelheid van 30 kilometer ingevoerd. Om automobilisten daarop alert te maken, is Karel Martens gevraagd een speciale belijning te maken. Het ontwerp is zo bedacht dat het in twee rijen naast elkaar midden op de weg kan worden aangebracht zodat het in beide rijrichtingen leesbaar is. De verfmachine kon maximaal een breedte van 50 centimeter aan, waaraan Martens zijn ontwerp van vlakken en strepen, die geleidelijk het cijfer 30 vormen, heeft aangepast.

Hij koos voor een opbouw waarbij het cijfer 30 niet zich in eerste aanblik bloot geeft, wat de attentiewaarde van de belijning vergroot en de snelheid mogelijk afremt. ‘Alleen van een bepaalde afstand op de rijweg wordt het zichtbaar’, zegt Martens.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next