Home

De massagraven in de ‘bloedlanden’ zijn een open wond in de relatie tussen Polen en Oekraïne

Vrijdag herdacht Polen de etnische zuiveringen door Oekraïense nationalisten tijdens de Tweede Wereldoorlog. In Oekraïne, dat vecht voor zijn voortbestaan, worden de daders door sommigen als helden gezien. Is verzoening mogelijk in een regio waar het verleden niet rust?

Door Arnout le Clercq

Fotografie Nicola Zolin

Van het dorp Puźniki resten de fruitbomen en het massagraf. ‘De geest van het dorp’, noemt Maciej Dancewicz (50) de ontknopende appelbloesems die tachtig jaar later wiegen in de wind. ‘Ze groeien waar de huizen en de boomgaarden stonden.’ De Poolse Dancewicz, regisseur, acteur en kleinzoon van overlevenden, loopt in kaplaarzen over de grond van zijn voorouders, door een dorp dat niet meer bestaat. Maar deze lente heerst er grote bedrijvigheid. Archeologen graven naar de beenderen van de dorpelingen die in de nacht van 12 op 13 februari 1945 werden vermoord door Oekraïense nationalisten.

Ze liggen in een massagraf naast de oude begraafplaats. Andere onderzoekers in het team van ruim twintig mensen, dat uit Polen en Oekraïners bestaat, buigen zich in een witte tent over de botten en persoonlijke voorwerpen die ze hebben gevonden. Ook nemen ze DNA af. Uiteindelijk zullen ze de resten van 42 mannen, vrouwen en kinderen vinden. Maar vermoedelijk zijn die winternacht ongeveer honderd inwoners gedood. Eind deze zomer krijgen de slachtoffers die eindelijk zijn geïdentificeerd een waardige begrafenis op deze plek.

Het dorp werd gesticht door zijn voorouders, vandaag is Maciej Dancewicz aanwezig bij de opening van het massagraf in Puźniki.

Het is de eerste volledige opgraving van Poolse slachtoffers van etnische zuiveringen aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Tussen 1943 en 1945 vermoordde het Oekraïens Opstandelingenleger (OePA) naar schatting 100 duizend Polen in Wolynië en Oost-Galicië, zoals deze regio’s in het westen van Oekraïne vroeger heetten. Vrijdag 11 juli vond in Polen de jaarlijkse herdenking plaats, de datum waarop de OePA in 1943 ongeveer honderd dorpen tegelijk aanviel.

Bij vergeldingsacties doodden Polen 10 tot 15 duizend Oekraïners. Behalve Polen doodden milities van de OePA ook ondergedoken Joden en Oekraïners die hun Poolse buren waarschuwden of een schuilplaats boden. Dit ging gepaard met ongekende wreedheid. De daders gebruikten onder meer landbouwwerktuigen als moordwapens.

Dorpsvrouwen Puźniki 1906-1910.

De voormalige kerk van Puźniki.

Een boerderij in Puźniki, circa 1906-1910.

Foto's afkomstig uit de collectie van de vereniging 'Puźniki - Onze wortels'.

Dancewicz groeide op tussen de verhalen van de overlevenden. ‘Mijn oma herinnerde zich hoe ze sjokten door de sneeuw en een jonge vrouw met een baby in haar armen naast haar neerviel. Dood. Sommigen verborgen zich in het parochiegebouw, anderen in een paardenstal. Er waren buren die zeiden: we gaan ons niet verstoppen in een hol, als ongedierte. Ze vluchtten naar het bos. Twintig meter van de bomen zijn ze vermoord.’ Ze hebben ‘geluk gehad’, zei zijn grootmoeder eens. Zijn directe familie overleefde, maar anderen werden gedood. ‘Was het slimheid, snelle voeten of gewoon een wonder?’ Een antwoord heeft hij nog altijd niet.

Ongeveer duizend dorpen was hetzelfde lot beschoren als Puźniki, dat in het hart ligt van wat historicus Timothy Snyder ‘de bloedlanden’ noemde. De etnische zuiveringen zijn een gitzwarte maar onbekende bladzijde uit de Oost-Europese geschiedenis. Niet in Polen. Daar is ‘Wołyń’ – de Poolse naam voor Wolynië, de streek waar de meeste slachtoffers vielen – een nationaal trauma en nog altijd een open zenuw in de betrekkingen met buurland Oekraïne.

De massagraven zijn een van de grootste pijnpunten. ‘Slachtoffers liggen nog altijd begraven in velden en bossen’, zegt historicus Damian Markowski, die een boek schreef over de etnische zuiveringen in Oost-Galicië, waar Puźniki ligt. Voor andere Poolse nationale trauma’s, zoals de moord op burgers door nazi’s en Sovjets, bestaan begraafplaatsen en gedenktekens. ‘Voor deze mensen is er nog altijd geen graf om een kaars op te branden.’ In Oekraïne leggen de opgravingen juist een ongemakkelijke historische waarheid bloot: ook bij eerdere onderzoeken werden stoffelijke overschotten van vrouwen en kinderen gevonden.

Bron: Natural Earth; Journal of Conflict Resolution

In het vooroorlogse Polen, dat een stuk oostelijker lag dan nu, vormden Oekraïners een grote minderheid maar genoten weinig autonomie. In de regio’s Wolynië en Oost-Galicië woonden Oekraïners, alsook een Joodse en Poolse minderheid. Hoewel vreedzaam samenleven doorgaans de norm was, waren er ook spanningen. De etnische zuiveringen door de OePA vormen de ‘laatste en meest radicale fase’ van dit conflict, zegt Markowski.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het gebied afwisselend bezet door nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie. Het was toneel van meerdere massamoorden: op de lokale elites (door de Sovjets) en de Joden (door de nazi’s en lokale collaborateurs). Behalve de bezettingsmachten waren hier ook het Poolse ondergrondse leger (Armia Krajowa) en de OePA actief. Die laatste werd opgericht in 1942, collaboreerde maar streed ook soms met de Duitsers, en had een onafhankelijk, etnisch homogeen Oekraïne als doel.

In de chaotische slotfase van de oorlog zag de beweging zijn kans schoon: vanaf 1943 opende ze de aanval op Poolse dorpen in Wolynië. Richting het einde van de oorlog verschoven de activiteiten van de OePA richting Oost-Galicië. De aanval in 1945 op Puźniki, dat voor de oorlog 800 inwoners telde, was een van de laatste massamoorden die ze uitvoerde.

De overlevenden van het bloedbad zochten hun toevlucht in het stadje Boetsjatsj. Daar trokken ze in de lege huizen van de Joden die vanaf 1941 door de nazi’s waren vermoord. Later werden ze, zoals veel Polen in het oosten, door de Sovjets gedeporteerd naar het westen. ‘Tragedie op tragedie op tragedie’, vat Dancewicz de geschiedenis samen.

Na de overwinning van de Sovjets en het communisme, werd het onderwerp vijf decennia doodgezwegen. Sinds de jaren negentig leidt de geschiedenis van deze massamoorden, die Polen in 2016 als ‘genocide’ bestempelde maar in Oekraïne nog altijd een ‘tragedie’ worden genoemd, regelmatig tot frictie tussen de buurlanden. In 2017 liepen de spanningen zo hoog op dat Kyiv een moratorium instelde op het onderzoeken en bergen van massagraven.

In Oekraïne zien sommigen de OePA nog altijd als onafhankelijkheidsstrijders. Sinds 2014, toen de oorlog met Rusland begon, neemt de populariteit van de OePA en prominente leiders als Stepan Bandera toe. Vanaf de grootschalige invasie in 2022 tekent deze trend zich nog sterker af. Daarbij wordt benadrukt dat de OePA aan het einde van de oorlog onder meer tegen de Sovjets vocht voor een onafhankelijke Oekraïense staat. Hun in het fascisme gewortelde ideologie dat die staat gezuiverd moest worden van etnische minderheden, blijft op de achtergrond. Polen beschouwen Bandera en de OePA als oorlogsmisdadigers.

Polen en Oekraïne zijn innige bondgenoten sinds de invasie in 2022. Maar over ‘Wołyń’ bestaan nog altijd diplomatieke spanningen. Leden van de Poolse regering gingen zo ver om te zeggen dat Oekraïne niet tot de Navo of EU mag toetreden totdat het vraagstuk is opgelost. Onder diplomatieke druk gaf Oekraïne toestemming voor het openen van het massagraf in Puźniki. ‘Een doorbraak’, zei premier Donald Tusk begin dit jaar. Dancewicz, die dertien jaar ijverde voor de opgraving, drukt zich voorzichtiger uit. ‘Het is een eerste stap.’

Puźniki is de herinnering aan een oorlog, midden in een nieuwe oorlog. Langs de weg die naar het massagraf leidt staat een vers gegraven schuilkelder. Ook op honderden kilometers van de frontlinie zijn veiligheidsmaatregelen van belang. In de omgeving zijn zelfs in de kleinste plaatsen vers gedolven graven van gesneuvelde soldaten te vinden. Boven de grafstenen van deze jonge Oekraïners wappert de blauw-gele tweekleur van het land. Met name in het westen gaat deze ook gepaard met een rood-zwarte vlag: die van de OePA.

Een schuilkelder voor de onderzoekers van het massagraf voor eventuele luchtaanvallen.

Herdenkingsmonument voor gevallen Oekraïense soldaten.

Maciej Dancewicz laat een steen met zijn familienaam zien.

Rond de opgraving hangt een gespannen sfeer. Het verdwenen dorp wordt zwaar bewaakt door Oekraïense beveiligers, die voor hun kampement op zonnebloempitten kauwen. Er hangt veel af van het succes van deze opgraving, want Polen zou graag toestemming krijgen om ook andere massagraven te openen. De opgraving mag niet van dichtbij worden gefotografeerd, stoffelijke overschotten mogen niet in beeld worden gebracht. Het Poolse ministerie van Cultuur vraagt journalisten geen ‘sensatie’ van de gebeurtenis te maken.

Naast respect voor de doden en hun nabestaanden, heeft deze discretie nog een reden. De betrokken partijen vrezen provocaties en propaganda van het Kremlin. De OePA en hun collaboratie met de nazi’s liggen ten grondslag aan Poetins leugen dat hij ook vandaag de dag nog strijdt tegen ‘fascisten’ in Oekraïne. De angst dat de opgraving een wig tussen bondgenoten drijft of brandstof vormt voor Russische propaganda is groot.

Dancewicz probeert zich vooral op de opgraving te richten. Hij vouwt een kaart van Puźniki open. ‘Mijn grootmoeder heeft dit met de hand getekend. Op basis van haar herinneringen schetste ze het dorp. Kijk, hier was de hoofdweg, hier stond de kerk, daar de school.’ Bij de huizen heeft Dancewicz’ grootmoeder de namen genoteerd van de families die er woonden: Baraniecki, Jasiński… ‘Ze was nog tot het einde van haar leven erg scherp van geest’, zegt Dancewicz. Ze overleed in 2017.

De kaart van het dorp, getekend door de oma van Maciej Dancewicz.

Hij voert een strijd tegen de vergetelheid, legt Dancewicz uit. ‘Deze burgers werden niet alleen vermoord, elke herinnering aan hen moest worden uitgewist. Dat is mislukt. Nu krijgen ze een waardige begrafenis.’ Dancewicz’ grootmoeder was spaarzaam met verhalen. ‘Soms begon ze te vertellen, maar hield na een kwartier abrupt op. ‘Er is niets meer om over te praten’, zei ze dan. Toen ze ouder werd, stelde ze zich meer open. Ze wilde het verhaal voor haar dood doorgeven, denk ik. Het achtervolgde ons al die jaren. Bij ons thuis geloofde niemand dat wat wij nu doen, ooit zou lukken.’

Dancewicz steunt Oekraïne in de strijd tegen Rusland en beseft heel goed dat het buurland ook andere dingen aan het hoofd heeft. ‘Maar er zal nooit een goed moment zijn. Er is altijd een reden om het niet te doen. Ondertussen zal iedereen die zich nog iets kan herinneren, sterven. Zelf ben ik 50, nu heb ik nog de kracht om dit te doen. Ik kan niet nog twintig jaar wachten. Het is goed dat nu naar buiten komt wat hier precies is gebeurd. Laten we ons daarna verzoenen.’

Jaroslav Halik (55) kent wel iemand die oud genoeg is om zich deze periode te herinneren. ‘Maar iedereen heeft zijn eigen waarheid’, waarschuwt de burgemeester van het plaatsje Barysj, vlakbij de opgraving. Terwijl hij de weg wijst, vertelt hij over de tol van de oorlog die nu in Oekraïne woedt. ‘Twintig mannen zijn opgeroepen voor het leger. Van hen is er één krijgsgevangen genomen, één gesneuveld en twee zijn vermist op het slagveld.’ Over de gebeurtenissen van 1945 doen meerdere verhalen de ronde, vertelt hij. ‘Sommigen zeggen OePA, maar anderen zeggen dat het eigenlijk de NKVD (Russische geheime dienst, red.) was.’

Historici hebben die tweede lezing van de gebeurtenissen weerlegd, desondanks hoopt Halik dat de opgravingen ‘definitief de waarheid zullen blootleggen’. Aangekomen in de tuin van Jaroslav Hisjka, steekt de 87-jarige Oekraïner meteen van wal. ‘Hier was geen OePA, nooit’, zegt hij in weerwil van het historisch bewijs. Hij herinnert zich juist gewapende Polen die door zijn dorp trokken toen hij een kleine jongen was, hij was bang voor ze. Welk jaar weet hij niet, alleen dat het zomer was. ‘Alles was groen.’ De Polen ‘moeten het misschien laten rusten’, zegt hij over de opgraving. ‘We moeten het goedmaken en samenwerken. Anders winnen de Russen de oorlog. Dan is er geen Oekraïne én geen Polen meer.’

‘Misschien moeten de Polen het laten rusten’, zegt Jaroslav Hisjka.

‘Jongere generaties weten weinig van deze tragedie’, zegt vader Panteleimon in het klooster en internaat van Boetsjatsj. Jongens uit het gehele land volgen hier ‘patriottisch onderwijs’. Over de opgraving is hij in principe positief. ‘We moeten met open vizier over de geschiedenis praten. Maar het is een delicaat thema.’ De OePA noemt hij ‘inspirerende figuren, nationale helden die tegen de Russen hebben gevochten, net als wij nu’. Op het internaat wordt ook geschiedenis onderwezen, onder meer door Panteleimon, volgens de richtlijnen van het ministerie van Onderwijs. ‘Daarbij gaan we niet diep op deze zaak in.’

‘Ongeveer de helft van de Oekraïners weet niet wat er in Wolynië en Oost-Galicië is gebeurd’, zegt Oekraïense historicus Jaroslav Hrytsak, die een omvangrijk boek schreef over de nationale identiteit van zijn land. ‘Polen en Oekraïners hebben asymmetrische herinneringen’, legt hij uit op de Katholieke Universiteit van Lviv. ‘De afgelopen twintig jaar is het uitgegroeid tot een kernthema van de Poolse herinneringscultuur, maar hier bleef het een marginaal onderwerp.’ Oekraïne heeft eigen trauma’s die een veel belangrijkere plaats innemen in de herdenkingscultuur, zoals de Holodomor. Deze door Stalin georganiseerde hongersnood in de jaren dertig kostte miljoenen Oekraïners het leven.

Vader Panteleimon in het klooster en internaat van Boetsjatsj.

‘Mijn persoonlijke standpunt is dat Oekraïne verantwoordelijkheid moet nemen voor wat heeft plaatsgevonden’, zegt Hrytsak over de etnische zuiveringen. Maar verzoening is tweerichtingsverkeer, voegt hij toe, en wijst op Pools geweld tegen Oekraïense burgers in dezelfde periode. ‘Beide kanten moeten vergiffenis vragen en vergiffenis schenken.’ De opgraving ziet Hrytsak als een eerste stap. ‘Het is een pril begin, maar er ligt veel werk voor ons. Verzoening is net als fietsen: je moet blijven trappen, anders val je om.’

De Poolse minister van Cultuur noemde de opgraving bij Puźniki nadien een ‘sociale, politieke, diplomatieke en psychologische doorbraak’. Maar de fietsketting der verzoening, om bij Hrytsaks beeldspraak te blijven, haperde sindsdien ook een paar keer. Het vrijwel unanieme besluit van het Poolse Lagerhuis vorige maand om 11 juli een officiële herdenkingsdag voor de ‘slachtoffers van de genocide’ te maken, kon op kritiek van de Oekraïense regering rekenen. ‘Dit draagt niet bij aan onderling begrip en verzoening.’

Jaroslav Hrytsak ziet de opgraving als een eerste stap.

Tijdens de campagne voor de Poolse presidentsverkiezingen maakte populistisch rechts stemming tegen Oekraïners en gebruikt de geschiedenis daarbij als stok om mee te slaan. Historicus Karol Nawrocki, vanaf augustus de nieuwe president, herhaalde in een interview dat Oekraïne wat hem betreft niet welkom is in de EU of Navo ‘tot belangrijke beschavingskwesties voor Polen zijn opgelost’, oftewel: Wołyń.

Ook de opgraving in Puźniki wordt vervolgd. Dancewicz en zijn team vonden bewijs voor een tweede massagraf, er ligt een verzoek bij de Oekraïense autoriteiten om ook dit te openen. Voor meer dan twintig andere plekken staan nog verzoeken uit. Vorige maand bereikten Polen en Oekraïne wel overeenstemming om een ander massagraf te openen: dat van Poolse soldaten die in 1939 Lviv verdedigden tegen nazi-Duitsland.

Karolina Romanowska (38) hoopt vurig dat ook het massagraf in Ugły, het dorp van haar voorouders in Wolynië, zal worden geopend. Daar liggen 18 van haar familieleden begraven. Hoewel ze later is geboren, raken ook jongere generaties getraumatiseerd, vertelt ze. ‘Toen ik 7 was dacht mijn familie dat ik sliep, maar ik luisterde aan de deur. Ze spraken over Wolynië. Ik hoorde over een 18 maanden oud kind dat werd vermoord door de OePA, waarna ze het lijkje op een hek spietsten.’ Het beeld liet haar nooit meer los.

Eenmaal volwassen maakte ze een in Polen veelbesproken documentaire over de zoektocht naar het huis van haar grootouders. Het werd ook een zoektocht naar verzoening. ‘Ik besefte niet dat Oekraïners hier zo weinig van wisten. Evenmin wist ik dat veel Oekraïners juist Polen hielpen.’ Ze richtte een vereniging op voor Pools-Oekraïense verzoening. Soms blijft het een worsteling. ‘Ik steun Oekraïne in deze oorlog. Maar mijn familie vertelde ook dat de OePA ‘Slava Ukraini’ riep toen ze moordden. Dat vind ik heel moeilijk.’

Romanowska’s wens om het massagraf in Ugły te openen, eindigde voorlopig in teleurstelling. Ze zegt toestemming te hebben van de Oekraïense autoriteiten, maar het Poolse ministerie van Cultuur bestrijdt dit en wil niet meewerken (ze wijten het aan een administratief misverstand). Romanowska denkt dat Polen nu voorrang geeft aan minder controversiële opgravingen om de relatie met Oekraïne goed te houden. ‘Wolynië blijft té gevoelig.’ Maar ook zij wil een kaars branden op het graf van haar familieleden.

Ze zit ondertussen niet stil. Met haar vereniging organiseerde ze deze zomer workshops in het westen van Oekraïne, waar ze nabestaanden, historici en ook veteranen van de huidige oorlog in Oekraïne samenbrengt. Ze hoopt met dialoog en verzoening de ‘cyclus van trauma’ te doorbreken.

Aan het einde van de weg, waar de sporen van het verdwenen dorp oplossen in de weidse Oekraïense velden, houdt Maciej Dancewicz zijn pas in. Hier woonde zijn familie. Hij wil iets laten zien. De inscriptie op de steen is vervaagd, maar zijn familienaam is leesbaar. Teken dat zijn voorouders behoorden tot de stichters van het dorp, bijna driehonderd jaar geleden. De geschiedenis maakt een lus, beseft hij nu. ‘Puźniki begon bij hen. Met deze opgraving sluit ik het laatste hoofdstuk af.’

Over de makers

Arnout le Clercq is correspondent Centraal- en Oost-Europa van de Volkskrant. Vanuit zijn standplaats Warschau doet hij sinds 2021 verslag van de uitgestrekte en diverse regio tussen de Oostzee en de Zwarte Zee.

Nicola Zolin is een Italiaanse fotograaf die sinds 2015 verbonden is aan de Volkskrant. Hij werkt over de hele wereld aan sociaal en maatschappelijke thema's.

Hoe Polen werd verplaatst, en de inwoners mee moesten

Tachtig jaar geleden verschoof Polen een stukje naar het westen, een geschiedenis die nog altijd haar weerslag heeft op de huidige inwoners. Voelen de mensen die destijds naar voormalig Duits grondgebied moesten verhuizen zich na tachtig jaar eindelijk thuis?

Polen 20 jaar in de EU: de industrie is langzaam in een museum veranderd

Polen is twintig jaar lid van de Europese Unie. Geen andere economie in Centraal- en Oost-Europa groeide zo hard in deze periode, maar de Europese miljarden zijn ongelijk verdeeld. In de zuidelijke regio Silezië, van oudsher een mijnstreek, maken Polen de balans op.

In de bossen van Polen krijgt dondergod Perun zijn honingdrank geofferd

In het overwegend rooms-katholieke Polen belijdt een kleine groep een geloof uit vroegchristelijke tijden. In een bos vlak bij Warschau verjagen ze met hun rituelen de boze geesten.

Source: Volkskrant

Previous

Next