Home

De vraag die een luxe wijk bezighoudt: hoe samen te leven met duizend capibara’s?

Inwoners van een chique buitenwijk van Buenos Aires breken zich het hoofd over hoe samen te leven met de honderden capibara’s die zich hebben gevestigd tussen hun villa’s. Zijn de grootste knaagdieren ter wereld een plaag of de rechtmatige bewoners?

is correspondent Latijns-Amerika van de Volkskrant. Hij woont in Mexico-Stad.

‘Wrèh!’ Met een fel blafje maakt de capibara duidelijk dat ik zijn grens heb bereikt: tot hier of ik vlucht. Ik zet nog een stap. ’s Werelds grootste knaagdier stort zich met een plons voorover in de vijver, steekt een meter verderop zijn solide kop boven water, zwemt een halve meter terug naar de houten oeverrand en blijft daar roerloos op zijn plek. De rest van zijn omvangrijke familie zit verstild op het gras, acht koppen half gedraaid, ooghoeken op het naderende gevaar. Hun angst is gegrond. Hier in Nordelta, een luxe buitenwijk van Buenos Aires, heeft de capibara maar één vijand: de mens.

Wereldwijd is de capibara populairder dan ooit. De Zuid-Amerikaanse hydrochoerus (waterzwijn) heeft, geheel tegen zijn schuwe aard in, een enorme schare menselijke fans verworven. Hij is van de Verenigde Staten tot Japan omarmd als favoriete knuffel, aandoenlijke pet influencer en vredige mindfulness-goeroe. Maar in deze chique Argentijnse voorstad is de capibara het knagende middelpunt van een bittere burenstrijd.

De Nordeltenaars breken zich sinds een jaar of vier het hoofd over hoe samen te leven met de honderden wilde dieren die zich hebben gevestigd tussen hun villa’s. De capibara’s zijn een hinderlijke plaag, zegt een deel van de inwoners. Nee, zeggen hun buren, de capibara’s zijn activisten die op pacifistische wijze hún land terug eisen. Wrèh, zegt de capibara, en graast aan de groene gazons.

Luxe woningen

‘Nordelta’ verwijst naar de delta ten noorden van Buenos Aires waar de rivieren Paraná en Uruguay uitwaaieren en opgaan in de Atlantische Oceaan. Hier verschenen eind jaren negentig de eerste luxe woningen. Een deel van het moerasland is sindsdien in een menselijke mal geperst van kunstmatige vijvers en aangeharkte eilandjes met daarop villawijken met namen als ‘De Meren’, ‘Het Eiland’, ‘De Bevers’ en ‘De Palmentuin’. Er is ook een Capibara-buurt.

Vooral in de laatste jaren heeft Nordelta een explosieve groei doorgemaakt. In 2020 woonden naar schatting 30 duizend mensen in het besloten eilandenrijk van circa 15 vierkante kilometer, nu telt de voorstad 45 duizend inwoners. En de verstedelijking van Nordelta gaat gestaag verder. Op meerdere plekken tussen de gated communities liggen bouwterreinen, her en der verrijzen de hoge geraamtes van appartementencomplexen.

Maar de grote vraag naar ruimte en groen op slechts 30 kilometer van het centrum van de Argentijnse hoofdstad stuit op andere bewoners die ook graag vertoeven tussen gras en vijvers: de capibara’s, of carpincho’s zoals de Argentijnen ze noemen. Eind april bezoek ik Nordelta om met eigen ogen deze botsing tussen mens en natuur te aanschouwen. In Nederland, het Nordelta van Noordwest-Europa, zaait de teruggekeerde wolf verdeeldheid. Tussen de Argentijnse villa’s doet een ogenschijnlijk volstrekt ongevaarlijk dier de gemoederen hoog oplopen.

Capibara-vriendje

Op Instagram volgde ik (net als 1,7 miljoen anderen) de jonge Braziliaanse boer Agenor Tupinambá en zijn capibara-sidekick Filó. Boer en capibara aten samen, knuffelden samen en doken samen in de rivier. Zo’n capibara-vriendje zou ik ook wel willen, dacht ik toen ik een paar jaar geleden toevallig op zo’n filmpje stuitte en op ‘volg’ klikte. (Tupinambá stopte met het plaatsen van video’s nadat iemand een melding had gemaakt over Filó bij de Braziliaanse milieu-autoriteiten.)

Wanneer ik dit voorjaar over het met keutels bezaaide gras van Nordelta voorzichtige stappen zet richting de capibara’s, lijkt dat Braziliaanse jongensboek ver weg. Een vogel die rustig op de rug van een capibara de parasieten uit zijn harige huid prikt, schrikt en vliegt op. Capibara-jonkies verschuilen zich tussen de poten van hun moeders. Ik voel me ongewenst.

Overal in Nordelta klitten de knaagdieren in groepen bij elkaar. De capibara is polygaam, het mannetje althans. De samengestelde gezinnen van soms wel tientallen dieren bestaan uit één alfamannetje, enkele ondergeschikte mannetjes, meerdere vrouwtjes en jongen. De volwassen dieren vormen een beschermende cirkel om hun kroost.

In het wild gaat het relatief goed met de capibara, al tast oprukkende landbouw ook zijn moerasgebieden aan. In Zuid-Amerika leven er momenteel naar schatting zo’n 3,7 miljoen. De naam ‘capibara’ komt uit de inheems-Braziliaanse taal Tupi en betekent graseter. De capibara’s grazen het grootste deel van de dag, in de avond nog actiever dan overdag. Dat doen ze in Nordelta verrassend netjes, op de vele keutels na lijken de grasvelden niet te lijden onder hun immer groeiende voortanden.

Dilemma

Oog in oog met het grootste knaagdier ter wereld word ik niet meteen gegrepen door zijn uiterlijk. Hoewel de capibara tot wel 70 kilo kan wegen en van grond tot nek een halve meter kan meten, heeft hij eerder iets koddigs dan imponerends. Een soort uit de kluiten gegroeide cavia met geloken ogen, friemeloortjes en grote snuit. Zou je hem thuis knutselen, dan heb je aan twee ballonnen, een paar kranten, een pot lijm en een lik bruine verf genoeg.

Terwijl nog een capibara kiest voor de vlucht in de vijver, komen buurtbewoners Candelaria (47) en Leandro (50) op een drafje voorbij gejogd. De accountants (‘geen collega’s’) trainen in strak lycra voor de marathon van Rio de Janeiro. ‘Prachtige dieren’, zegt hij huppelend op zijn plek. Omdat de training niet mag worden onderbroken, jog ik een eindje mee en luister ondertussen naar Leandro’s schets van het capibaradilemma.

Nordelta en de capibara groeien samen, stelt hij. Voordat het moeras werd bedwongen door graafmachines, leefde het inheemse knaagdier verscholen tussen het struikgewas. ‘We moeten ze respecteren. Dit was hun plek voor wij mensen hier kwamen wonen.’ In het wild was de capibara een prooi voor roofdieren en zo nu en dan menselijke stropers, weet hij.

Maar sinds de coronapandemie, toen mensen zich binnen opsloten en dieren de verstedelijkte buitenruimte heroverden, is het aantal knaagdieren volgens hem exponentieel toegenomen. Nordelta is niet alleen voor mensen een beschut paradijs, ook de capibara kan er zich ongemoeid voortplanten. Vrouwtjes krijgen jaarlijks tot wel acht pups.

Verkeersborden

Met vele honderden, naar schatting inmiddels meer dan duizend, leven de capibara’s hun trage levens tussen plantenperken, grasvelden en vijverranden. Langs de verbindingswegen tussen de besloten buurten wijzen verkeersborden met capibarasilhouetten op het gevaar van overstekende knaagdieren, want dat gaat geregeld mis. Er moet een grens zitten aan die twee groeiende populaties in één habitat, concludeert Leandro. ‘Maar op welk punt de boel instort, weet ik niet.’

‘Kinderen vinden ze geweldig’, vult zijn hardloopmaatje Candelaria aan. ‘Jongeren hebben zelfs een nummer over de capibara’s gemaakt, het Capibaralied.’ Ze heeft gelijk, maar ze zit er ook schromelijk naast. Er is niet één capibaralied. Er zijn er talloze.

Het grootste muzikale capibarasucces heet simpelweg The Capybara Song. Liedtekst: ‘Ca-py-bara, capybaracapybaracapybara, ca-py-bara.’ Op YouTube telt The Capybara Song Official Music Video 8,4 miljoen views. Een versie van één uur en tien minuten is ook al 8 miljoen keer bekeken. In de begeleidende compilatie van capibarabeelden komt onder meer een scène voorbij van een capibara die een bordercollie in de nek snuffelt, waarop de hond gelukzalig in de camera lacht.

Bewonderaars

Grofweg tegelijkertijd met de capibara-opmars in Nordelta veroverde het dier de afgelopen jaren de rest van de wereld. De capibara is niet alleen een internetfenomeen met eigen liedjes, video’s en populaire Instagram- en Tiktok-accounts. In Japan, zo’n 18.000 kilometer verwijderd van zijn habitat, laten tamme capibara’s zich aaien door hun menselijke bewonderaars in capibaracafé’s en -hotels.

Wereldwijd liggen winkelschappen vol met capibaramerchandise: hoedjes, rugtassen, petjes, sleutelhangers, bekers, broodtrommels, knuffels, heel veel knuffels. Het capibaralijf lijkt geschapen om verspeelgoed te worden. Het is knuffelbaarder dan de knuffelbeer. Bevestig er twee hengsels aan en je hebt een kleutertas.

De vraag dringt zich op: waarom is de capibara een wereldster? Wat heeft de hydrochoerus? Vraag het aan Google en een discussie op forum Reddit verschijnt bovenaan. ‘Het internet toonde mensen dat deze dieren bestaan en dat ze chill and cute AF zijn’, schrijft een deelnemer. Ontspannen en schattig as fuck dus. Een ander merkt op: ‘Het ding van de capibara is niet zozeer dat hij groot is, maar dat hij boeddha is.’

Schattig is ook het woord dat de Brits-Amerikaanse capibara-expert Liz Capaldi gebruikt om de populariteit van het dier te verklaren. ‘Alles aan de capibara is schattig: zijn neus, zijn ogen, zijn schattige oortjes waarmee hij schattig kwispelt’, zegt ze telefonisch vanuit haar huidige thuisland Cyprus. ‘Op TikTok, Instagram en YouTube is een enorme vraag naar schattige video’s. Cute trekt publiek en levert geld op.’

De 76-jarige Capaldi werkte voorheen als reisboekenschrijver, maar brengt sinds vijftien jaar vele maanden per jaar door tussen capibara’s in Japanse dierentuinen en met de capibara-huisdieren van Amerikaanse vrienden. Ze verwerkte haar observaties in enkele in eigen beheer uitgegeven boeken met titels als I fell in love with a capybara en Capybaras are smarter than dogs (de Kindle-versie kost 4,99 dollar).

Ze vermoedt dat de capibararage, zoals zoveel rages, begon in Japan, waar dierentuinen in de jaren tachtig al ontdekten dat de knaagdieren net zo van stoombaden houden als mensen. De badderende capibara’s werden een hit. De tamme capibara die onmiddellijk op zijn rug rolt als je hem onder zijn kin aait, paste naadloos in de Japanse kawaii-cultuur rond alles wat schattig is. Een capibara-anime kon niet uitblijven, in 2006 verscheen Kapibarasan. Via Japanse stoombaden en vervolgens Amerikaanse bloggers veranderde het knaagdier in een mondiale obsessie.

Niet zachtzinnig

Het baart Capaldi zorgen. ‘Veruit de meeste mensen die zeggen van capibara’s te houden, hebben geen enkele werkelijke interesse in ze.’ Haar YouTube-kanaal Capybara World trekt minder kijkers sinds ze schattige video’s verruilde voor educatieve filmpjes over de (niet altijd zachtzinnige) kuddedynamiek. ‘Capibara’s zijn ongelooflijk gevoelig en zorgzaam, maar ze kunnen ook agressief zijn. Mannetjes vechten met elkaar om de dominante positie in de groep. Het is een moeilijke soort om te houden als huisdier.’

In Nordelta vrezen vooral hondeneigenaren de agressieve inborst van het capibaramannetje. Bij de buurtvereniging kwamen meerdere klachten binnen over knaagdieren die agressief reageerden op (kleinere) honden. Vijftigers Marcelo en Paola die met hun Franse bulldog op het terras van fietsenwinkel en ‘experience center’ Bikepoint, willen wel wat kwijt over de capibara. Als ze maar niet op de foto hoeven, want voor je het weet staan er ‘woke-activisten’ te demonstreren voor je huis. ‘Het zijn leuke beesten’, zegt Marcelo. ‘Totdat ze je tuin binnendringen.’

Ze wonen in La Alameda, de oudste van de Nordelta-wijken. Hoewel hun hond nog geen aanvaring heeft gehad met een capibara, laten ze hem niet meer loslopen. Rond hun buurt zijn extra fijnmazige hekken verrezen zodat de capibara’s in de gemeenschappelijke delen van Nordelta blijven. Toch vinden de dieren hun weg naar binnen, vertelt het echtpaar.

Paola: ‘Ik had een fortuin geïnvesteerd in de tuin. Ze hebben alles opgevreten.’

Marcelo: ‘’s Nachts zien we ze op de camera’s door de straat trekken.’

Zij: ‘En dan ren ik naar buiten, hè. In mijn pyjama zwaaiend met de krant in de hand. Sjoe, sjoe, sjoe!’ Ze toont een foto op haar telefoon. ‘Kijk, dit is er over van m’n planten. Ze waren zó hoog. Dat doet wat met je.’

Hij: ‘Ze steken ook zomaar de straat over, met z’n twintigen.’

Zij: ‘In een lange trage sliert, een voor een. Dan moet je op de rem.’

Hij: ‘Ik zag laatst hoe een auto voor me er een aanreed.’

Zij: ‘Er gebeuren veel ongelukken. Dat is een vreselijke ervaring, als je zomaar een dier doodt.’

Natuurlijk hebben ze niets tegen de capibara’s, maar inderdaad, zegt Marcelo, hij is boos. Niet op de knaagdieren, maar op het wijkbestuur. ‘Als ik in mijn buurt 22 kilometer per uur rijd in plaats van 20, krijg ik een boete.’ Het menselijk leven in de Nordeltse weelde is aan strenge regels gebonden. Bovendien betaalt hij als inwoner een hoge bijdrage aan beveiliging en onderhoud. Kan de wijk dan niet gevrijwaard worden van capibara’s? ‘Als je naar oplossingen vraagt, zegt de buurtvereniging dat ze ermee bezig zijn. Maar we zien nog geen actie.’

Conflict

Toch heeft het bestuur van Nordelta wel degelijk actie ondernomen. De buurtvereniging kaartte in het najaar het ‘conflict met wilde fauna’ aan bij de provincie Buenos Aires en schetste de gevolgen: ‘Schade aan groene ruimtes, het aanvallen van huisdieren en verkeersongelukken.’ Om de capibarapopulatie in te perken, stelde Nordelta voor om de mannetjes te steriliseren. De Flora en fauna-afdeling van de provincie ging akkoord en in februari ging de vaccinatiecampagne van start.

Eind juni bel ik met woordvoerder Marcelo Canton en vraag hem naar de vorderingen. ‘Inmiddels zijn de dominante mannetjes en enkele vrouwtjes van tien capibarafamilies gesteriliseerd’, vertelt hij. Het buurtbestuur schat dat Nordelta momenteel 35 capibarafamilies telt van gemiddeld zo’n dertig dieren. ‘Sinds ze in de pandemie zichtbaar werden en hun schuwheid verloren, is de populatie per jaar verdubbeld.’

‘De meeste families worden niet gevaccineerd. In de lente, wanneer de capibara’s jongen krijgen, vergelijken de onderzoekers de verschillen tussen de behandelde groepen en de rest.’ De knaagdierenpopulatie zal voorlopig niet krimpen, geeft hij toe. Pas wanneer het experiment gunstige resultaten laat zien, kunnen volgend jaar mogelijk meer capibara’s worden gesteriliseerd.

Terwijl voor een deel van de Nordeltenaars het bestrijden van de capibaraplaag te traag gaat, verzetten andere bewoners zich juist tegen de sterilisatiecampagne. Een ‘help de capibara’-petitie haalde onlangs de 30 duizendste digitale handtekening binnen. De belangrijkste eis: een netwerk van verbonden natuurgebiedjes waarbinnen de capibara zich vrij kan bewegen.

Een sympathiek maar niet realistisch voorstel, reageert Canton. ‘Het zijn extreem territoriale dieren. Met het aantal capibarafamilies dat we nu hebben, zouden we heel Nordelta in een capibarareservaat moeten veranderen.’ De geharnaste activisten die te hoop lopen tegen elke vorm van menselijk ingrijpen, vormen volgens hem een kleine maar luidruchtige minderheid.

Een van de meest vocale capibara-activisten van de voorstad is de 59-jarige Silvia Soto. Met tientallen gelijkgestemde buren vecht ze fanatiek voor het capibarabelang. Hun Instagramaccount (‘Wij zijn de stem van de capibara’) telt inmiddels 37 duizend volgers. Soto woont met haar man Carlos Picazo (56) in de besloten wijk ‘Het Jacht’. Tijdens mijn bezoek aan Nordelta ontvangt het echtpaar me in hun diepgrijze betonnen villa gevuld met barokke houten meubels en grote kunstwerken.

We nemen plaats aan één kant van een meterslange houten tafel. Een glazen pui biedt uitzicht op een groene tuin met zwembad en daarachter een steiger met zeilboot. De kranen in het toilet zijn goudgekleurd. Picazo verdiende goed met een eigen kledingmerk, vertelt hij, nu kan het stel zich grotendeels op andere zaken richten.

Soto verruilde haar werk als psychotherapeut voor dat van voltijd capibara-activist. ‘Dankzij mijn afkomst heb ik een diepe band met de natuur.’ Ze is dochter van inheemse Bolivianen. Het ontroert haar dat het water in het kanaal achter hun huis zijn oorsprong heeft in de gletsjers van het Andesgebergte.

‘Dit is het grootste estuarium ter wereld’, zegt Picazo, verwijzend naar de delta waar zoet rivierwater en zout zeewater in elkaar overvloeien. Toen de twee in 2012 verhuisden naar de buitenwijk, behoorden ze nog tot de lucky few in het uitbundige groen. De laatste jaren zag Soto tot haar afgrijzen hoe de mens met zijn graafmachines oprukte. ‘We waren omringd door natuur. Maar voor nieuwe wijken gaat alles tegen de vlakte.’

‘Zogenaamde overbevolking’

Ze gelooft niets van de ‘zogenaamde overbevolking’ van de knaagdieren. Het waren volgens haar niet de corona-lockdowns die de capibara verleidden om de villawijk te verkennen, maar de recente bouwgolf die hem beroofde van zijn natuurlijke habitat. De mens neemt te veel ruimte in, stelt ze. ‘Maar niemand maakt bezwaar. Alleen de capibara’s.’

Natuurlijk roept de capibara weerstand op, zegt Soto. De egocentrische mens weet zich volgens haar geen raad met de trage goedzak in zijn tuin en op zijn autoweg. ‘Ze hebben een bepaalde aanwezigheid, zoals ze zich voortbewegen met hun grote lichamen. Mensen die denken dat ze als enige recht hebben op deze plek, kunnen daar slecht tegen.’

Vervolgens nemen Soto en Picazo me mee naar buiten om me te tonen hoe, volgens hen, de capibara in Nordelta steeds verder in de knel raakt. Het duurt niet lang voordat we in een wegberm een paar verrukte inwoners treffen die gebogen staan over twee capibarajongen. De dieren laten zich zowaar aaien. Soto ziet het hoofdschuddend aan. ‘Alleen en verdwaald. Dat klopt niet.’

Een moment later stuiten we bij de rotonde voor de ingang van de wijk El Palmar op een capibarafamilie in nood. Terwijl de avond invalt, speuren de dieren naar verse grassprieten. Wanneer het gras in de ene berm niet overhoudt, steken ze de straat over naar de volgende. Terwijl Soto gebarend automobilisten probeert af te remmen, belt ze met de buurtwacht. ‘Waar zijn jullie? Een capibarafamilie loopt gevaar en er is hier niemand om het verkeer te regelen.’

Tegen de tijd dat een van de private bewakers arriveert, heeft het capibaragezin zich verscholen in een plantenperk in het midden van de rotonde. De buurtwacht parkeert zijn motor en begint tot onvrede van Soto de dieren van de rotonde te jagen. ‘Ik heb geen tijd om te wachten tot ze zijn uitgegeten’, verzucht hij. ‘Ik ben de enige in deze zone en ik moet overal capibara’s wegjagen.’ Het vrijhouden van de wegen is bijna een dagtaak, zegt hij. ‘Ik was net bij het restaurant verderop. Daar zaten er wel dertig.’

De buurtwachter werkt al veertien jaar in Nordelta. Hij zag het met eigen ogen gebeuren, zegt hij tegen Soto. Hoe het moerasland werd ingepolderd en hoe de capibara’s de buurten introkken. ‘Er is geen natuur meer over.’ Dan krijgt hij versterking van een collega die zijn auto overdwars op straat parkeert en het verkeer de pas afsnijdt. Met z’n tweeën drijven ze de capibara’s richting een waterrand.

‘Wrèh’, blaft een capibara. Een voor een duiken de knaagdieren in de vijver.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next